Berichten

¿?Dakennie¿? het educatie-programma voor schoolkinderen op de Dakakker heeft de Zuid-Hollandse Pluk van de Pettefletprijs gewonnen en gaat door naar de nationale finale!
Het Rotterdamse ¿?Dakennie¿? heeft de Zuid-Hollandse Pluk van de Pettefletprijs gewonnen. Uit de 16 inzendingen koos de jury het project van dakboerin Angelique als meest creatief, effectief en uitvoerbaar project. Angelique wint de provinciale prijs van €500,- en gaat door naar de landelijke finale waar zij kans maakt op de landelijke prijs van 3.000 euro, te besteden aan haar project. De Pluk van de Pettefletprijs is een initiatief van de Natuur- en Milieufederaties en Vroege Vogels van de Vara.
KIO-21 KIO-33
Angelique is de enthousiaste dakboerin van ‘Dakakker’. Zij is de allerhoogste boerin in Nederland en ontvangt honderden kinderen op haar akker op de zevende verdieping van een flet midden in de grote stad. In en om haar kleine dakboerderij. Samen met de kinderen maakt ze duizenden zaadbommen met bijzondere en bedreigde inheemse zaden die de boerin en de kinderen op de dakakker oogsten. De kinderen zorgen hiermee voor meer biodiversiteit in de stad!
Zaadbommen
In het educatie-programma maken kinderen honderden zaadbommen met inheemse zaden (van de rode lijst) die ‘geworpen’ worden in de omgeving van de Dakakker. De zaden komen uit de inheemse kruidentuin boven op ‘t dak!
Bijenhotels
In het educatief programma maken kinderen ‘bijenhotels’ voor diverse ‘bestuivers’.
Beleven en creëren
In het programma ?DAKENNIE?kunnen kinderen beleven en creëren. Stadslandbouw is vandaag de dag nog een hip woord straks een alledaags feit. In  ?DAKENNIE? draait alles erom dat de kinderen aan de slag kunnen met groen, groenten, stadslandbouw midden in de stad bovenop een ‘flet’. De Dakakker op het dak van Het Schieblock, een kantoorgebouw in het centrum van Rotterdam, is het grootste stadslandbouwdak van Europa. Op 1000 m2 groeien groenten, kruiden, inheemse bloemen, fruit en er staat en er staan zes volle bijenkasten.
Regenwater
Regenwater wordt opgevangen en gebruikt voor de bewatering van de akkers, een kleine windmolen zorgt voor energie t.b.v. de waterpompen en de elektriciteit in het dakpaviljoen. De producten van het dak worden geleverd aan horeca en bewoners in de directe omgeving van Het Schieblock. In het programma ?Dakennie? zijn de kinderen te gast bij de dakboerin. Ze gaan echt aan de slag met stadslandbouw en maken kennis met groene daken, biodiversiteit, gezonde voeding, duurzaamheid en het houden van bijen in de stad.
Schooljaar 2015 – 2016
De ‘dakboerin’ biedt het komend schooljaar 2015 – 2016 een mooi en spannend educatief aanbod aan de kinderen van de bassischolen in heel Rotterdam bovenop de ‘flet’!
 
 
Bron en foto’s: Milieucentrum Rotterdam

Tijdens Educatief Stadslandbouw Festival ERGroeit zaterdag 14 februari hebben 6 Rotterdammers een Groene Duim ontvangen uit handen van hoogleraar Voeding en Gezondheid Jaap Seidell. Zij kregen deze waardering omdat zij zich jarenlang hebben ingespannen voor stadslandbouw en groen in de stad.

Deze Rotterdammers hebben een Groene Duim in ontvangst genomen:
* Caroline Zeevat – voor hoe zij de deelnemers aan Stadslandbouw Schiebroek-Zuid in hun kracht heeft gezet;
* Gudrun Feldkamp – voor hoe zij met de Groene Loper het Rotterdamse groen laat zien en verbindt;
* Max de Corte – voor hoe hij als Moestuinman velen heeft geïnspireerd om ook met eetbaar groen aan de slag te gaan;
* Trudy Aarts – voor hoe zij al meer dan 20 jaar tuiniert met buurtbewoners in Rotterdam Noord/Bergpolder;
* Rik Kraaij – voor hoe hij zich als vrijwillig coördinator van de natuurwerkgroep Zuiderpark mensen betrekt bij het versterken van de biodiversiteit;
* Ron van Hoewijk – voor hoe hij de stille motor is achter de Voedseltuin.
 
Naast een speldje en een certificaat kregen de stadsboeren ook een voucher van 250 euro om naar eigen inzicht te besteden binnen hun project.
De Groene Duim is een initiatief van IVN Instituut voor Natuureducatie en Duurzaamheid. IVN vindt het belangrijk dat mensen die (grotendeels) vrijwillig actief zijn in het groen hiervoor de erkenning en waardering krijgen die zij verdienen. Veel van de activiteiten zijn onzichtbaar, maar wel van belangrijke meerwaarde voor mensen en voor de natuur.
De uitreiking vond plaats tijdens ERGroeit, Educatief Stadslandbouw Festival dat werd georganiseerd door Eetbaar Rotterdam i.s.m. IVN Groen Dichterbij, het landelijke platform voor groene buurtprojecten. 160 deelnemers van binnen en buiten Rotterdam wisselden met elkaar uit, namen deel aan zo’n 20 verschillende workshops & genoten van de heerlijke, creatieve lunch.

De Groene Stad op stap met Britten in Rotterdam
 
Van woensdag 22 oktober t/m vrijdag 24 oktober verbleef een delegatie Britse landschapsarchitecten in Nederland. Deze internationale tuinmissie was een initiatief van de Nederlandse ambassade in Londen. Door medewerkers van de ambassade was een intensief , driedaags programma opgesteld, waarbij onder andere een aantal  innovatieve Nederlandse boomkwekerijen werden bezocht. De donderdag stond volledig in het teken van bijzondere groenprojecten in Rotterdam. De Groene Stad mocht aanschuiven in de bus naar Rotterdam, waar Eveline Bronsdijk – coördinator ‘duurzame stad’ van de gemeente Rotterdam – ons in rap tempo langs alle mooie, groene plekken van de Maasstad zou leiden.
De eerste locatie van de dag was het waterplein in de Benthemstraat. Dit plein, dat in samenwerking met buurtbewoners en omliggende bedrijven is ontworpen, is bedoeld om overtollig water op te vangen bij hevige regenbuien. Wanneer het in korte tijd hard en veel regent, stroomt het plein langzaam vol, waarna het in kleine hoeveelheden water afstaat aan het riool. Een waterplein is zodoende een prima manier om de riolen – die het zwaar hebben tijdens extreem weer- te ontzien.
De volgende stop was de nabijgelegen DakAkker op de Schiekade. Een plek waar – terecht- al veel en vaak over geschreven is. Dakboer Wouter Bauman, milieukundige van het Rotterdams Milieucentrum en vanaf de start in 2012 bij het project betrokken, kon ons alles vertellen over dit grootste (1000 m2) oogstbare dak van Europa. De DakAkker een van de deelprojecten van De Luchtsingel, een stadsinitiatief waarbij nieuwe Rotterdamse ondernemers en bewoners geënthousiasmeerd worden om bij te dragen aan de ontwikkeling van de buurt rondom het Hofplein. Een gebied dat lange tijd werd gedomineerd door verwaarloosde buitenruimte en grootschalige leegstand.

DakAkker en Dakpark Rotterdam

Op de DakAkker worden groente, fruit, kruiden en eetbare bloemen geteeld. Ook worden er op het dak bijen gehouden. De geoogste producten worden – naast aan de mensen die werken in het ondergelegen kantoorpand ‘Het Schieblock’- vooral verkocht aan chefs van omliggende restaurants. Wouter vertelt dat vooral de eetbare bloemen – gebaat bij een niet al te lange reis tussen oogst en bord-  in trek zijn bij de topchefs. Daarnaast zijn hedendaagse koks steeds meer geïnteresseerd in het verhaal achter het product. Bovendien vinden ze het leuk om hun klanten te kunnen vertellen dat het bietje dat op hun bord ligt, nog geen honderd meter verderop gekweekt is.
Een korte busrit later, stapten we uit bij Dakpark Rotterdam. Ook al een bijzondere plek, want het is een waterkering, park, winkelcentrum en parkeerplaats in één. Het park is 1200 meter lang, 85 meter breed en 9 meter hoog en ligt bovenop een winkelcentrum op een voormalig rangeerterrein in Rotterdam West. Wanneer je over het park heen loopt, heb je een prachtig uitzicht over het havengebied.

In de buurttuin kunnen buurtbewoners samen stadstuinieren staan zelfs eind oktober de bloemen nog volop in bloei.

Rik de Nooijer, landschapsontwerper bij de gemeente Rotterdam, vertelt dat het lang geduurd heeft voordat het park daadwerkelijk van de tekentafel kwam. De verschillende functies die het park zou krijgen zorgden voor veel verschillende belangen, wat het besluitvormingsproces flink vertraagde. De periode van ontwerp tot opening van het park besloeg maar liefst vijftien jaar. Het park bestaat uit een grote openbare Mediterrane tuin, een speeltuin en een buurttuin waar buurtbewoners samen kunnen stadstuinieren en waar zelfs eind oktober de bloemen nog volop in bloei staan.

 Westerkade en Leuvehoofd

Ten slotte werd het smalle park langs de Westerkade en het Leuvehoofd bezocht – ontworpen door Piet Oudolf– dat langs de rivier de Maas tussen de Erasmusbrug en de Euromast loopt. Waar nu het park ligt, lagen vroeger louter steen en parkeerplaatsen. Doel van het nieuw ontworpen park is om de Rotterdammers, die voorheen met hun rug naar de rivier toeleefden, meer naar de rivier te trekken.
Al met al een mooie dag in Rotterdam, waarbij we opnieuw werden gesterkt in de gedachte dat er in Rotterdam op duurzaamheids- en groengebied veel interessante dingen gebeuren.

Op dinsdag 16 september organiseerden de Vrienden van de Almatuin een symposium over ‘Het belang van groene oasen voor de gezonde stad’.
De Almatuin is met recht een groene oase in de stad te noemen. De tuin ligt midden op de Amsterdamse Zuid-as, verscholen tussen de hoge bankkantoren en de faculteitsgebouwen van de VU. Je moet even weten waar je moet zijn, maar als je de poort eenmaal gevonden hebt, gaat er een groene wereld voor je open. We zien kleurige zonnebloemen, moestuinen met biologische groenten met daarachter de skyline van de Zuid-as. Bij binnenkomst worden ons heerlijke biologische hapjes, verzorgd door de chefkoks van restaurant As en restaurant Bolenius, aangeboden: gemaakt van producten uit eigen tuin!
De studenten van de naastgelegen VU, hooggehakte Zuid-as dames en snelle bankjongens – strak in het pak- weten de tuin in hun lunchpauzes al op hun duimpje te vinden en genieten zichtbaar van de zon en het groen om hun heen.
Symposium
Er komt steeds meer wetenschappelijk bewijs voor de stelling dat een groene omgeving een belangrijke factor is voor de gezondheid van mensen. De mogelijkheden om in groene oasen aandacht te hebben voor gezonde voeding, ontmoeting, bewegen en ontstressen zijn enorm. Zo kunnen groenplaatsen als de Almatuin krachtige instrumenten worden om de gezondheid van mensen te bevorderen.
De vrienden van de Almatuin hadden twee interessante sprekers uitgenodigd voor hun symposium. Zij werden ingeleid door Jacob Bouwman, programmaregisseur Maatschappelijke Thema’s en filosoof aan de VU. Als eerst aan het woord kwam Jaap Seidell – professor voor Voeding en Gezondheid bij de VU & lid van de Wetenschappelijke Raad voor Integrale Duurzame Landbouw en Voeding. Hij sprak onder andere over de relatie tussen het gebruik van groene stadsplekken zoals de Almatuin en gezondere voedingskeuzes.
De tweede spreker van de dag was Jolanda Maas, senior onderzoeker voor de VU & VUmc. Zij doet al tien jaar onderzoek naar het belang van groene omgevingen voor de gezondheid van mensen en gaf aan dat initiatieven als de Almatuin, juist zo belangrijk zijn voor een gezonde leefomgeving. Ook zag zij mogelijkheden de tuin in te zetten in haar wetenschappelijk onderzoek naar groen en gezondheid.
Brave Hendrik
Na de sprekers, besloten wij – onder leiding van moestuinder Hans, één van de Vrienden van de Almatuin- zelf een kijkje te nemen in de tuin. Hij laat ons de enorme moestuin zien, die hij samen met een groep mensen onderhoudt. Hoewel veel van de gewassen al geoogst zijn, zien we her en der nog een aardbeitje tussen het groen. Ook laat Hans ons trots een rij pastinaken zien en wijst hij ons zijn ‘brave Hendrik’, een met spinazie vergelijkbare bladgroente.
Toekomstmuziek
De dag werd afgesloten in de ‘speakerscorner’ waar leden van de studentenbond SRVU de gasten uitnodigden om hun toekomstideeën te pitchen voor de Almatuin. Het voortbestaan van de tuin is namelijk alles behalve zeker. De grond waarop de tuin ligt is naast de schoonste – op deze grond lagen de afgelopen 60 jaar schooltuintjes- waarschijnlijk ook de duurste van Amsterdam. Daarnaast heeft de VU op korte termijn parkeerplekken nodig voor haar nieuwbouw en dreigt de tuin te worden opgeofferd in al dit bouwgeweld.
Als het aan de genodigden was, moet de tuin absoluut blijven als gezonde groene long in de stad. Ook de studenten hebben nog wel een paar goede ideeën voor de Almatuin. Zo wordt er geopperd om ’s ochtends voor de colleges beginnen, yogalessen te organiseren in de tuin of om zelfs de colleges in de buitenlucht te geven.
Jolanda Maas en Jaap Seidell – beiden verbonden aan de VU – zijn er allang uit: de Almatuin moet blijven. Hopelijk denkt het bestuur van de VU er net zo over en kunnen studenten, professionals en buurtbewoners nog lang van deze prachtige plek blijven genieten!
 
Bezoek voor meer informatie over (de toekomst van) de Almatuin de Facebookpagina van de Vrienden van de Almatuin: www.facebook.com/vriendenvandealmatuin.nl of volg ze op Twitter @VriendAlmatuin

Rotterzwam is de winnaar van de 3e Rabo Stadslandbouw Award. De jury roemde het ondernemerschap wat geënt is op multiple cashflows en de circulaire economie gedachte, met korte en gesloten ketens. De award werd uitgereikt tijdens de 3e landelijke Dag van de Stadslandbouw op 15 mei in Utrecht.
Nordic Cuisine is duurzaam business model voor ondernemer, stad en regio
Tijdens het congres inspireerde Claus Meyer het internationale publiek met zijn verhaal over Nordic food. Deze nieuwe manier van kijken naar lokale voedselvoorziening en de manier van koken, is in Denemarken niet alleen een effectief middel gebleken om obesitas tegen te gaan, maar geeft bovendien een krachtige impuls voor een nieuwe, circulaire economie. Het wereldwijde succes van zijn restaurant Noma toont aan dat stadslandbouw, naast een maatschappelijk en duurzaam effect, ook voorziet in de behoeften van mensen met bijbehorend verdienmodel. Het toevoegen van waarde aan het product is hierbij essentieel. De boodschap die Meyer het enthousiaste publiek meegaf, was dat elke persoon de wereld kan verbeteren.
Staatssecretaris pleit voor meer verbinding tussen stadslandbouw en reguliere landbouw
Staatssecretaris Dijksma gaf aan dat stadslandbouw ook in internationaal perspectief moet worden gezien. “Wat technologie betreft is Nederland op vele gebieden koploper, maar dat zijn we niet altijd als het gaat om het omzetten van kennis naar een verdienmodel. Stadslandbouw biedt daarvoor kansen”, aldus de staatssecretaris. Zij benadrukte dat de tijd rijp is om de verbinding tussen stadslandbouw en reguliere landbouw te versterken. In het bijzijn van de staatssecretaris en gastheer Kees Geldof van de gemeente Utrecht, ondertekende Isabelle Diks (wethouder Leeuwarden) als 24e gemeente de ‘Agenda Stadslandbouw’. Doel van de Agenda is om stadslandbouw op de kaart te zetten en te stimuleren.
Rotterzwam: van afval reductie naar voedsel productie
De Rabo Stadslandbouw Award ging dit jaar naar Rotterzwam. Naast de eer ontving deze Rotterdamse oesterzwammen kwekerij van de Rabobank Utrecht een cheque t.w.v. € 2.500,-. Projecten ‘De Nieuwe Ronde’ uit Wageningen en ‘De Stadsakker’ uit Groningen kregen veel erkenning voor hun belangrijke bijdrage aan stadslandbouw in Nederland.
Dag van de Stadslandbouw 2015 in de regio Brabant
In totaal bezochten bijna 350 mensen de 3e editie van de Dag van de Stadslandbouw. In 2015 zal het congres plaatsvinden in de regio Brabant.
 
 
bron: Dag van de Stadslandbouw

Stadslandbouw draagt bij aan het voedselbewustzijn van inwoners, biedt een nieuwe kijk op stadsontwikkeling en is bovendien economisch interessant. Om die doelstellingen te bereiken, werd in juni  de Green Deal Stadslandbouw gesloten.

Jan Willem van der Schans van het Landbouw Economisch Instituut (LEI) is medeondertekenaar van de Green Deal. “Wat wij beogen is dat landbouw weer terugkomt naar de stad. Steden kennen veel braakliggende terreinen. We willen gemeenten, agrarische ondernemers en investeerders interesseren om deze plekken te ontwikkelen.” De Green Deal richt zich op economisch rendabele landbouw in en rond steden. Van der Schans: “Het gaat hier niet om vrijwilligers die zelf hun voedsel willen verbouwen, maar om zakelijke initiatieven.

Verdienmodel
Bijvoorbeeld door gewassen op braakliggende terreinen te verbouwen, maar er kan ook gedacht worden aan stimulerende initiatieven waarbij bijvoorbeeld kinderen wordt geleerd voedsel te verbouwen. Zo lang er maar een businesscase/verdienmodel aan ten grondslag ligt.”  Naast het LEI zijn daarom een architectenbureau, een tuinbouwtechnologiebedrijf en een specialist in financiering en organisatie betrokken bij deze Green Deal.

Welbevinden van inwoners
Voor gemeenten zijn er voldoende redenen om stadslandbouw te faciliteren. Van der Schans: “Gemeenten moeten de voedselvoorziening serieuzer nemen. Dit zal een positief effect hebben op de gezondheid en het welbevinden van inwoners, maar kan tegelijk bijdragen aan de uitstraling van gemeenten en wijken. De rek is eruit qua woningbouw en ontwikkeling van bedrijventerreinen. Door anders naar braakliggende terreinen te kijken, kan stadsontwikkeling een nieuwe impuls krijgen. Een afwisseling van groen en huizen is voor veel mensen de gewenste woonomgeving. Bovendien oogt terrein dat bestemd is voor landbouw aantrekkelijk en is het kostentechnisch voor gemeenten interessant, omdat er geen groenonderhoud gepleegd hoeft te worden.”

Tien projecten
Voor de Green Deal zijn tien projecten geselecteerd. Van deze projecten worden de ruimtelijke aspecten, duurzaamheidsaspecten en niet in de laatste plaats: de businessmodellen onderzocht. Knelpunten worden geagendeerd en zo mogelijk opgelost. “We hopen op 25 april 2013, tijdens de Dag van de Stadslandbouw, de resultaten van de projectgroep te tonen en investeerders bereid te hebben gevonden om te investeren in een aantal projecten.”

Bron:
Agentschap.nl

 

Stadslandbouw levert in New York een belangrijke bijdrage aan het oplossen van problemen die spelen in een wereldstad. Het is niet nieuw. Al in de jaren ’70 en ’80 werden in arme wijken Community Gardens ingericht waarmee een bijdrage geleverd wordt aan het oplossen van problemen in de stad.

De Community Gardens zorgen voor waterberging, sociale binding, vers voedsel voor bewoners en educatie. Programmamanager Groen en Welbevinden van het Productschap Tuinbouw (PT) Niko Moerman zag tijdens zijn studiereis naar New York dat groen daadwerkelijk een bijdrage kan leveren aan het oplossen van problemen in de grote stad.

‘Gaten’ in de stad
Moerman: “In het programma Groen en Welbevinden brengen wij groene oplossingen voor wereldproblemen onder de aandacht. In een stad als New York zie je dat in de praktijk. In de jaren ’70 en ’80 ontstonden als gevolg van de crisis ‘gaten’ in de stad. Eigenaren die hun huis of grond niet meer konden betalen gaven deze terug aan de gemeente. De gemeente bestemde ze tot Community Gardens. Private stichtingen zorgden voor de inrichting en organisatie van de Gardens en via vrijwilligers worden de tuinen onderhouden. Het voedsel komt ten goede aan de bevolking, die in deze arme wijken nauwelijks toegang heeft tot vers voedsel. Dat levert een belangrijke bijdrage aan de gezondheid van mensen. Bovendien worden in de Community Gardens mensen opgeleid, speelt het een rol in het onderwijs en ontwikkelt men er sociale contacten en vaardigheden. Dat levert een grote bijdrage aan welzijn.”

Speciale regioproducten
Ook in Nederland hebben wij problemen in grote steden waar stadslandbouw op deze manier een bijdrage kan leveren. Maar ook voor tuinbouwbedrijven in de regio rondom de stad biedt het kansen om andere, soms directe, ketens te ontwikkelen om de consument in de stad te benaderen. “Kleine boeren en tuinders in de regio rondom New York kunnen niet concurreren met grote bedrijven in andere regio’s. Maar het is in het belang van de stad om een leefbare en vitale regio te behouden met voldoende land- en tuinbouw. De producenten richten zich daarom op speciale regioproducten die zij in de stad afzetten. Een belangrijke rol daarbij spelen de ‘farmers markets’, speciaal ingericht om regionale producten aan de man te brengen. En een groot succes bij grote groepen bewoners die bewust willen leven en eten”, aldus Moerman.

Groen kan dus op allerlei manieren bijdragen aan het vergroten van de leefbaarheid in de stad. Het programma Groen & Welbevinden brengt via wetenschappelijk onderzoek, innovaties en campagnes de rol van groen onder de aandacht.

Meer informatie over de studiereis naar New York vindt u in de blogs van Esther Veen (onderzoeker stadslandbouw bij de WUR) en van Jan Vannoppen (directeur Velt – Vereniging voor Ecologisch Leven en Tuinieren in België).

Bron:
Productschap Tuinbouw

Begroeiing en landbouw kunnen in een stad een goed leefklimaat aanmerkelijk verbeteren. Veel beton zonder begroeiing kan er bijvoorbeeld voor zorgen dat een stad kan aanvoelen als een woestijn.

Op 1 november tijdens  Energy 4 Next Generations vertelt landbouwdeskundige Wijnand Sukkel hoe de footprint van een stad aanmerkelijk kan worden verbeterd.

Effecten van groen op footprint van steden
Uit recent onderzoek blijkt dat voldoende groen in een stad fijnstof en verschillende emissies nog sterker verminderd dan altijd werd verondersteld. Bovendien kan stadslandbouw er voor zorgen dat  minder voedsel hoeft te worden geïmporteerd.  De Landbouwuniversiteit Wageningen doet onderzoek naar de effecten van stadslandbouw en groen op de footprint van steden als Beijng, Rosario (argentinie), Colombo (Sri Lanka en Amsterdam.

Onderzoeker in duurzame voedselsystemen Wijnand Sukkel gaat uitgebreid in op de verschillende facetten van de Amsterdamse footprint en geeft aan hoe groenvoorzieningen en urban farming die kunnen verbeteren.

Bekijk ook het filmpje van Snikhete stad door grindtegel »

Bron:
Utilities
Technologie en economie in de energie-, water en gassenmarkt

 

 

 

Gisteren zijn bijna 60 Green Deals gesloten door maatschappelijke organisaties en overheden op initiatief van minister Verhagen van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, minister Spies van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en staatssecretaris Atsma van Infrastructuur en Milieu. Een van deze Green Deals is Stadsgerichte Landbouw.

Grote gemeenten gaan kennis delen over het mogelijk maken van stadslandbouw in leegstaande gebouwen en op braakliggende terreinen.

Groene groei
“Green Deals dragen elk op hun eigen manier bij aan groene groei”, zegt minister Verhagen. “In het groot als het gaat om de productie van plastic uit groene grondstoffen of schone brandstof voor de Nederlandse schepen, in het klein bij gebruik van kattenbakkorrels om gebouwen mee te verwarmen. Mensen en bedrijven zijn enthousiast over deze aanpak en maken steeds meer green deals.”

Groene economie
“Dat een groene economie geen utopie is, dat illustreren deze nieuwe Green Deals. Het zijn kleine, maar wel betekenisvolle stappen op weg naar een duurzame economie. Volgende week tijdens Rio+20 praten we daar met alle landen over”, aldus staatssecretaris Atsma. “Betrokken organisaties, bedrijven en overheden nemen verantwoordelijkheid om te zorgen dat we een leefbare wereld nalaten aan volgende generaties.”

Meer informatie »

Bron:
Rijksoverheid

Rotterdam zet in op het stimuleren en faciliteren van stadslandbouw. Dit staat in het uitvoeringsprogramma Food & The City dat deze week door het college is vastgesteld.

Stadslandbouw versterkt de duurzame economische ontwikkeling van Rotterdam, door een betere koppeling van regionaal geproduceerd voedsel en de stedelijke afzetmarkt. Door de aanleg van buurtmoestuinen mogelijk te maken, wordt de stad bovendien groener en verbetert de leefomgeving. Het faciliteren van stadslandbouw, is een van de actiepunten uit het programma Duurzaam.

Uitstekend middel
Alexandra van Huffelen (wethouder Duurzaamheid, Binnenstad en Buitenruimte): “Als gemeente willen wij goede randvoorwaarden voor de vele spontane initiatieven van derden creëren. We willen partijen bij elkaar brengen, voorlichting geven en een bijdrage leveren aan onderzoek. Wij zijn ervan overtuigd dat stadslandbouw een uitstekend middel is om te werken aan een betere gezondheid van Rotterdammers en het verder vergroenen van de stad. Bovendien draagt stadslandbouw bij aan het verminderen van het aantal voedselkilometers waardoor de CO2-uitstoot gereduceerd wordt en de emissie van fijnstof wordt verminderd.”

Gezond en vers voedsel
Rotterdam wil dat duurzaam geproduceerd voedsel voor een goede prijs beschikbaar is voor een brede laag van de bevolking. Door zelf aan de slag te gaan met het telen van groenten kunnen stadsbewoners gezonder eten tegen lage kosten. Ook helpt Rotterdam voedselproducenten uit de regio betere toegang te krijgen tot de stedelijke markt. Onder meer door gemeentelijke grond beschikbaar te stellen voor stadslandbouwbedrijven, het organiseren van netwerkbijeenkomsten voor boeren en afnemers en inzetten op meer gebruik van streekproducten in de eigen catering. Daarnaast ziet Rotterdam kansen voor de combinatie van recreatie om de stad met nieuwe vormen van landbouw en natuurontwikkeling.

Lokale initiatieven
Rotterdam telt veel initiatieven op het gebied van stadslandbouw. Zowel commerciële activiteiten om de stad, als niet-commerciële moestuintjes in de stad die beheert worden door buurtbewoners. Zo realiseert ‘Uit Je Eigen Stad’ een stadsboerderij op een perceel aan de Marconistrip, is er op het Schieblock een dakakker aangelegd met een grote moestuin en organiseert de stichting Rotterdamse Oogst met behulp van de gemeente vier keer per jaar een boerenmarkt in het Museumpark. De uitvoeringsstrategie stadslandbouw sluit aan bij een wereldwijde trend naar de vraag om meer producten uit de eigen streek. Zo willen steeds meer Rotterdammers weten waar hun eten vandaan komt. Zeventig procent van de Rotterdammers geeft bovendien aan behoefte te hebben aan gezond voedsel.

Bron:
Gemeente Rotterdam