De stad van de toekomst moet groener worden

Met de ondertekening van De Groene Stad Charta vanmiddag in het Haagse VNO-NCW-gebouw door vooraanstaande bestuurders en ondernemers heeft ‘Groen Nederland’ sinds dinsdagmiddag een groene voorhoede. VNO-NCW-voorzitter Hans de Boer manifesteerde zich als woordvoerder van deze voorhoede. “Er komen tot 2030 één miljoen mensen bij in ons land, voor een groot deel in de steden. Als we niets doen ‘versteent’ de stad. Dat moeten we voorkomen met de aanleg van meer groen. Zo maken we de stad bovendien aantrekkelijker en gezonder”. Die boodschap bracht Hans de Boer, voorzitter van VNO-NCW, vandaag bij de introductie van De Groene Stad Charta. Omdat de heer De Boer onverwacht verhinderd was, werd zijn toespraak in de hal van het VNO-NCW-gebouw uitgesproken door de directeur Economische Zaken van VNO-NCW, Jeroen Lammers.
Betere luchtkwaliteit 
Volgens De Boer moet bij de aanleg van gebouwen en infrastructuur vanaf het begin meer worden nagedacht over de aanleg van groen. Meer bomen en planten verbeteren de luchtkwaliteit, dragen bij aan een grotere biodivers   iteit en de stad wordt tegelijk meer klimaatadaptief. Ook kan de biomassa afkomstig van planten en bomen worden hergebruikt. “Als we dit proces met zijn allen goed inrichten is de maatschappelijke businesscase rendabel en wordt de woonomgeving gezonder en aantrekkelijker.”
Stichting De Groene Stad opgericht
Om meer groen in de stad te krijgen hebben verschillende brancheorganisaties destijds het initiatief genomen om stichting De Groene Stad op te richten. De Stichting wil een kennis- en inspiratieplatform zijn en de discussie over meer groen onder projectontwikkelaars, stadsplanners, architecten, bouwers en bewoners stimuleren. Partners van de stichting kunnen de zogeheten Groene Stad Charta ondertekenen om samen te werken aan groenere steden. Tot de eerste ondertekenaars behoren behalve VNO-NCW, de Topsector Tuinbouw & Uitgangsmaterialen, adviesbureau voor duurzame bodemtechnologie Biomygreen, NL Greenlabel, de stichting Roofupdate en twee grote boomkwekerijen. In verschillende gemeenten staat toetreding tot de groep early adopters, de voorhoeve van ondertekenaars van de Groene Stad Charta, op de agenda.
Groen is nu te vaak het sluitstuk 
Volgens de initiatiefnemers vormt de aanleg van groen te vaak het sluitstuk van de ruimtelijke inrichting. “Nog even een sprietig boompje hier of een kleine vijver daar, maar zonder dat er echt over is nagedacht.” Zo brengt meer groen de temperatuur in de stad in hete maanden aanzienlijk naar beneden (tot wel 5 graden Celsius). Ook wordt fijnstof verminderd, CO2-gebufferd en kan groen het geluid met wel 5 decibel reduceren. Investeren in stedelijk groen betaalt zich daarnaast terug in de waardeontwikkeling van woningen en minder wateroverlast bij hevige regenval.
De Boer: “Mij is opgevallen dat er vaak onvoldoende gebruik wordt gemaakt van het vakmanschap en de deskundigheid van de groenspecialisten. Zij weten welke planten goed fijnstof afvangen of de beste ‘oogst’ geven qua biomassa. Aanbestedende partijen moeten kosten en opbrengsten beter afwegen en de bedrijven kunnen veel doen om de businesscase te verduidelijken.”

De Groene Agenda: Planten voor een beter binnenklimaat

De Groene Agenda is een programma waarin kennisinstellingen samen met ondernemers innovatieve groenconcepten ontwikkelen en testen. De komende decennia wordt de samenleving geconfronteerd met extremere weersomstandigheden, vergrijzing van de bevolking en toenemende verstedelijking. Daarnaast zal de dalende kwaliteit van de woon-, werk- en leefomgeving een groeiend negatief effect hebben op de gezondheid en het welbevinden van de mens. Groen kan een bijdrage leveren aan de oplossing van dit soort problemen. De positieve effecten van groen zijn in verschillende onderzoeken aangetoond. Dankzij het Programma de Groene Agenda kan deze kennis nu worden omgezet naar kunde en verdienmodellen. De looptijd van het programma is vijf jaar.
Planten voor een prima binnenklimaat is een project om de kosten en baten van groenoplossingen in gebouwen te kwantificeren zodat planten van een ‘kostenpost’ veranderen in een ‘kostenbesparing’.
Het binnenklimaat in veel gebouwen is slecht. Dit komt de gezondheid en het welzijn van de mens niet ten goede. Planten kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan het oplossen van binnenklimaat-problemen.
• Ze brengen vocht in de lucht en kunnen lucht reinigen van giftige vluchtige stoffen.
• Ze zorgen ervoor dat er minder kunstmatige klimaatbeheersing nodig is (lagere energiekosten).
• Ze leiden tot betere prestaties van gebruikers en minder ziekteverzuim.
In het project ‘Planten voor een prima binnenklimaat’ meten kennisinstellingen zowel fysische parameters als het welzijn van de gebruiker over een langere periode. De verzamelde gegevens vormen de basis voor een model waarmee kosten en baten en ook innovatieve plantsystemen verder ontwikkeld kunnen worden.
Zo ontstaat een brede en breed gedragen economische en maatschappelijke basis voor het toepassen van planten in de binnenruimte van vooral kantoren (en scholen). En zo veranderen planten van “kostenpost” in “kostenbesparing”.
Zo stelt Coca-Cola een hele verdieping van haar Rotterdamse kantoor ter beschikking voor onderzoek, uitgevoerd door Wageningen University & Research (Wageningen Environmental Research (Alterra) en Meteorologie en Luchtkwaliteit) en Fytagoras. Het onderzoek richt zich op het monitoren van de effecten van planten op de kwaliteit van het binnenklimaat en het welbevinden van medewerkers.

Tijdens het onderzoek worden verschillende claims onderzocht, zoals een betere luchtkwaliteit en een verbeterde beleving van de kantooromgeving. Daarbij wordt gekeken wat de effecten zijn van het uitzicht op groen voor de vermindering van stress, verbeteren van de concentratie en het vergroten van het werkplezier.

Voor meer informatie: http://www.wur.nl/nl/project/Planten-voor-een-prima-binnenklimaat.htm
 
 

Zorginstellingen starten vergroeningstraject met IVN

Na een succesvolle aftrap van de werving voor Grijs, Groen & Gelukkig in januari, heeft IVN uit een grote hoeveelheid aanmeldingen twintig zorgcentra geselecteerd. Zij gaan als eerste aan de slag met het vergroenen van hun zorgcentra en het aanbieden van een natuurrijk activiteitenprogramma aan hun bewoners. In 2018 doen uiteindelijk honderd zorgcentra mee met Grijs, Groen & Gelukkig.
Contact met de natuur is goed voor een gezonder en gelukkiger oude dag. Dat blijkt uit verschillende wetenschappelijke studies. Met Grijs, Groen & Gelukkig verbindt IVN ouderen opnieuw met de natuur, door zorgcentra te helpen een belevingstuin aan te leggen, natuur in het gebouw te brengen en ouderen opnieuw in contact te brengen met natuur door het aanbieden van een natuurrijk activiteitenprogramma. Zo ervaren tienduizend ouderen welk effect natuur op hun lichamelijke en geestelijke gezondheid heeft. Grijs, Groen & Gelukkig is mogelijk gemaakt dankzij een financiële bijdrage van de Nationale Postcode Loterij.
Een droom realiseren
De twintig geselecteerde zorgcentra delen de droom van IVN om natuurbeleving onderdeel te maken van de dagbesteding in de ouderenzorg en zijn een inspiratie voor andere zorgcentra. Zij krijgen een bedrag om die droom te realiseren en een ervaren projectteam van IVN begeleidt de instellingen in het vergroeningstraject. Veel van deze maatregelen worden gekoppeld aan onderzoek in samenwerking met wetenschappers van Nederlandse universiteiten en hogescholen. In 2018 zullen in totaal honderd zorgcentra samen gaan werken met Grijs, Groen & Gelukkig, zo is de ambitie van IVN.
Bron: medicalfacts.nl

Dr. Jolanda Maas: ‘studenten hebben behoefte aan een groenere studieomgeving’

Onderzoek Groene Gezonde Studenten bracht groenbehoefte van studenten in kaart
Op een idyllische groene plek van de Vrije Universiteit Amsterdam – de Boeletuin  – spreken wij Jolanda Maas en Nicole van den Bogerd over hun onderzoek ‘Groene Gezonde Studenten’.
Jolanda Maas is senior researcher op de afdeling klinische psychologie van de VU. Met een team van zes onderzoekers doet ze onderzoek naar het verband tussen groen en gezondheid. Nicole van den Bogerd is een van die teamleden. Zij werkt op de afdeling gezondheidswetenschappen en ze heeft de uitvoering van het onderzoek onder studenten voor haar rekening genomen.
Jolanda, jij hebt heel veel onderzoek gedaan naar de heilzame werking van groen. Wat zijn jouw voornaamste conclusies?
‘De belangrijkste overkoepelende conclusie is dat er steeds meer bewijs komt dat groen wezenlijk bij kan dragen aan de gezondheid van mensen. In elk onderzoek dat ik doe, komt dat naar voren. Relaties zijn gevonden met zowel mentale gezondheid als lichamelijke gezondheid. Groen kan hiernaast zorgen voor herstel van stress en kan bewegen bevorderen, dit laatste met name bij kinderen. In het begin lag het accent in mijn onderzoeken op de woonomgeving, maar langzaam verschuift het naar steeds meer terreinen zoals ziekenhuizen, scholen en zorginstellingen. Er bestaat vaak wel de notie dat groen in de leefomgeving goed voor je is, maar uit mijn research blijkt dat dit ook wetenschappelijk aantoonbaar is’
Verschillende onderzoeken wijzen uit dat groen bijdraagt aan een betere leefomgeving en het welbevinden van mensen in een stad verbetert. Vind je dat er genoeg gedaan wordt met de huidige kennis?
‘Het gaat wel de goede kant op. Als je een vergelijking maakt met wat er 10 jaar geleden gebeurde, dan is er duidelijk meer aandacht voor de bijdrage die groen kan leveren voor het bevorderen van de leefbaarheid in de buitenruimte en de gezondheid van mensen. Die aandacht komt nog wel voornamelijk uit de groene wereld zélf. Ik heb het idee dat veel bewindslieden dit thema nog niet hoog op hun prioriteitenlijst hebben staan.
De vele onderzoeken hebben zeker bijgedragen aan een maatschappelijk debat. Maar bewindslieden zijn hier nog niet allemaal van op de hoogte. Ik denk dat nog breder onder het voetlicht gebracht kan worden wat groen kan betekenen voor een gezond ingerichte stad, school, werk- of zorgomgeving’.
‘Een investering in groen wordt nog steeds niet gezien als een duurzame oplossing. Men kijkt vaak naar de kosten op korte termijn en vergeet daarbij de baten ook mee te nemen in de overweging. Het bijzondere is dat als je mensen het verschil laat ervaren tussen een groene of grijze ruimte, zij merken dat dit een positieve invloed heeft op hun gemoedstoestand en hun energie. Mensen in een openbare ruimte vol groen geven aan dat ze minder agressief en rustiger zijn en dat ze minder stress ervaren. Met die kennis kan volgens mij nog veel meer worden gedaan bij het ontwerpen van nieuwbouwprojecten’.
Jullie hebben net het onderzoek ‘Groene Gezonde Studenten’ afgerond. Kun je daar iets meer over vertellen?  
Nicole: ‘Met ons onderzoeksteam, dat naast Jolanda Maas en mezelf ook nog bestaat uit Jaap Seidell en Coosje Dijkstravan van de afdeling Gezondheidswetenschap wilde we vernieuwend onderzoek doen naar groen en de gezondheid van studenten. Er is relatief veel onderzoek gedaan naar de invloed van groen in de woonomgeving. Uitgaande van de resultaten van deze onderzoeken lijkt het dat groen in de universiteitsomgeving wel eens gunstig zou kunnen zijn voor de gezondheid van studenten. Maar zitten studenten wel te wachten op groen in de universiteitsomgeving en hoe is het eigenlijk gesteld met de gezondheid van studenten?  Om die vraag te beantwoorden hebben wij het onderzoek ‘Groene Gezonde Studenten’ uitgevoerd.
Jolanda: ‘Uit het onderzoek blijkt dat studenten gematigd positief waren over hun universiteitsomgeving. Ze waren echter ontevreden over de hoeveelheid groen. Dat zegt natuurlijk nog niks, want je kan ergens ontevreden over zijn maar dan blijft nog de vraag er behoefte is aan verbetering. De volgende stap was om vast te stellen waar zij voorkeur aan geven’.
cijfers-1
Nicole: ‘Studenten kregen verschillende foto’s te zien die waren gemaakt door Burton Hamfelt architecten. Op die foto’s waren vier verschillende universiteitsruimtes afgebeeld (collegezaal, leslokaal, studieruimte, buitenruimte). De controle foto was van de huidige, grijze situatie, maar bij de andere foto’s werd er een groene wand of kleurrijke poster getoond. Vervolgens werd aan de studenten gevraagd of ze de afgebeelde ruimte aantrekkelijk en aangenaam vonden en of ze graag in de ruimte zouden willen studeren/ verblijven. Uit het onderzoek bleek dat studenten de studieruimtes met groen significant hoger beoordeelden dan de studieruimtes zonder groen of met de kleurrijke poster. Kortom, de studenten gaven een duidelijke voorkeur aan een ‘groene’ collegezaal’.
Jolanda: ‘Daarnaast hebben wij twee lokalen van de VU laten vergroenen. Op twee tijdstippen zijn daarbij metingen uitgevoerd bij eerstejaarsstudenten. De studenten kregen in wisselende volgorde les in een groen of een normale grijs lokaal. De groene lokalen werden aantrekkelijker gevonden en ook werd het klimaat in de groene lokalen beter beoordeeld dan in de grijze lokalen. Daarnaast werden er aanwijzingen gevonden voor een positieve relatie tussen aandacht en de groene lokalen. De studenten in de groene lokalen scoorden iets beter op de aandachttaak dan de studenten in de grijze lokalen’.
cijfers-2
‘Al met al blijkt uit het onderzoek dat studenten voorkeur geven aan een groen ingerichte studieomgeving. Er is wel degelijk behoefte aan een groenere universiteitsomgeving en naar mijn idee heeft dat een positieve invloed op de studieresultaten.
Waarom is er in dit onderzoek voor studenten gekozen?
Jolanda: ‘De laatste jaren komt er steeds meer bewijs voor de positieve invloed van groen en het eten van groente en fruit op de lichamelijke en psychische gezondheid van mensen. Van studenten bestaat het idee dat zij een ongezonde leefstijl hebben, waarbij ze weinig groente en fruit eten en veel stress hebben. In dit onderzoek zijn we nagegaan hoe het is gesteld met de leefstijl van studenten. Die bleek inderdaad niet zo goed te zijn. Zo eten studenten inderdaad te weinig groente en fruit en ervaren veel studenten veel tot extreme stress. Dit betekent dat studenten baat kunnen hebben bij een groen en gezond ingerichte studieomgeving. En nu blijkt dat ze er ook behoefte aan hebben, lijkt me investeren in een groene gezonde studieomgeving geen gek idee.
Welke kennis is er naar jouw idee rondom groen en gezondheid nog onvoldoende onderzocht?
Jolanda lacht: ‘Veel! Het onderzoek onder studenten is een behoefteonderzoek geweest. We willen als vervolg graag een effectenonderzoek doen bij studenten. In dat soort onderzoek kunnen we dan kijken hoe de leefstijl van studenten veranderd als we de omgeving aanpassen. Aan effectonderzoek is veel behoefte. Vragen die daarmee beantwoord kunnen worden zijn bijvoorbeeld ‘Worden mensen daadwerkelijk gezonder als je een woonomgeving groener maakt?’ Hoeveel groen is er nodig om de optimale effecten te bewerkstelligen? Verder zou er nog veel meer onderzoek gedaan kunnen worden naar de functies van groen bij zorginstellingen en in de school- of werkomgeving. Dat is helaas nog steeds een ondergeschoven kindje’.
 

Onderzoek toont aan: Studenten hebben behoefte aan een groene en gezonde studieomgeving

Afgelopen zomer hebben onderzoekers Nicole van den Bogerd, Coosje Dijkstra, hoogleraar Jaap Seidell (Gezondheidswetenschap) en onderzoeker Jolanda Maas (Klinische Psychologie) van de Vrije Universiteit Amsterdam (VU) het project ‘Groene Gezonde Studenten’ afgerond. Uit dit onderzoek onder ruim 700 studenten van acht Nederlandse universiteiten blijkt dat studenten te weinig groen en fruit eten en dat 42 procent van hen veel tot extreem veel stress ervaart. Hiernaast blijken studenten ontevreden te zijn over de kwaliteit en de hoeveelheid groen in hun studieomgeving terwijl ze juist een duidelijke voorkeur hebben voor een universiteitsomgeving met groen.
Aanleiding voor het onderzoek is de toename van wetenschappelijk bewijs dat groen en het eten van groente en fruit een positieve invloed heeft op de lichamelijke en psychische gezondheid van mensen. De afgelopen tijd zijn er dan ook diverse groen en gezonde experimenten uitgevoerd. Jongeren tussen de 15 en 25 jaar worden echter nauwelijks in dit soort onderzoeken meegenomen. Daarom wordt met het project ‘Groene gezonde studenten’ getracht inzicht te krijgen in groene behoeftes van studenten. VU-onderzoeker Nicole van den Bogerd: “Veel studenten eten ongezond, ervaren (studie)stress en andere psychische klachten. Ze brengen een groot deel van hun tijd door in en rondom hun school of universiteit, maar komen in deze omgeving weinig tot niet in aanraking komen met groen en met gezond eten. Dat is een gemiste kans, want juist dit zou weleens kunnen bijdragen aan een gezonde leefstijl, beter psychisch welzijn en mogelijk ook studieprestaties van studenten.”
Behoefte en voorkeur voor een meer groen ingerichte studieomgeving
Onderdeel van het onderzoek was een studie met o.a. foto’s van groene en grijze studieomgevingen zoals collegezalen, klaslokalen, zelfstudieruimtes en de buitenruimte. VU-onderzoeker Jolanda Maas: ”Uit deze studie blijkt dat studenten voorkeur hebben voor groen ingerichte studieruimtes en buitenruimte. Ook een experiment, waarin twee klaslokalen op de VU zijn vergroend, laat zien dat studenten een groen ingerichte klaslokaal aantrekkelijker vinden dan een grijze zaal”. En hoewel studenten tevreden zijn over het aanbod van groente en fruit op de campus, geven ze ook aan dat ze meer groente en fruit zouden eten als het meer en betaalbaar aangeboden zou worden. “En dat is hard nodig”, zegt VU-onderzoeker Coosje Dijkstra ,“want slechts zeven procent van de respondenten in ons onderzoek haalde de richtlijn voor groente consumptie.“ Deze resultaten vragen om een vervolgonderzoek waarin nagegaan wordt hoe een groene en gezonde studieomgeving er precies uit moet zien en welk effect het groener en gezonder maken van de studieomgeving kan hebben.
Over ‘Groene Gezonde Studenten’
Het onderzoeksproject is in oktober 2015 gestart en heeft als doel om (1) de wensen en behoeften van studenten ten aanzien van een groene gezonde universiteitscampus te inventariseren, (2) na te gaan in hoeverre groene werkgroep zalen bijdragen aan het welzijn en studieprestaties van studenten en (3) te inventariseren of de Green Student Bootcamp Challenge, die door het Groene Leven Lab wordt georganiseerd, bijdraagt aan de groente en fruit inname en het welzijn van studenten. Het project is gefinancierd door de Triodos Foundation en mede mogelijk gemaakt met hulp van Royal FloraHolland, Fachjan, PlantTotaal, Bestplant JM Plants en JK plants.
 

Zelfs foto’s van planten hebben rustgevend effect op werknemers

Verschillende studies hebben al aangetoond dat planten op kantoor een positief effect hebben op de stemming, het zelfvertrouwen en stress van werknemers. Veel werknemers hebben daarom een plant of bloem(en) op kantoor staan om zich gelukkiger te voelen. Een nieuwe studie toont nu echter aan dat zelfs enkel de aanwezigheid van een afbeelding van een plant het stressgehalte op de werkvloer kan verlagen.
De studie van het VU Universiteit Medisch Center in Nederland toont aan dat zelfs afbeeldingen van schaarse vegetatie stress op het werk en een te hoge hartslag kunnen verlagen.
Ze vergeleken hoe 46 studenten reageerden op geïnduceerde spanning voor en na het waarnemen van afbeeldingen van planten of stedelijke landschappen. Wat bleek? ”Vijf minuten kijken naar een groen landschap kan het herstel van stress al bevorderen, wat wordt weergegeven via een verhoogde parasympatische activiteit”, aldus het onderzoeksverslag.
“Deze bevindingen versterken en verdiepen het groeiende bewijs dat groene ruimte in de leefomgeving zeer voordelig is voor de gezondheid.”
Living wall, op de film Avatar geïnspireerd
Dat groen integreren op de werkvloer voordelen met zich meebrengt hebben ze bij Hitachi Data Systems, een IT-bedrijf in Zaventem, goed begrepen. Het bedrijf integreerde niet enkel groen in zijn interieur door middel van groene zetels, groene grasmatten en groene scheidingswanden, maar liet ook een living wall installeren die geïnspireerd is op de film Avatar, door technologie en groen te combineren.
Bron: jobat.be

Zeven Groninger stadswijken rijk aan natuur

De Groninger wijken Selwerderhof, Drielanden, Reitdiep Zernike, Stadspark, Piccardthof, de Hunze en het Hoornse Meer zijn de ‘rijkste’ gebieden op het gebied van Stadsnatuur
Dat blijkt uit de wetenschappelijke monitoring van de stadsnatuur gedurende zeven jaar door een groep ecologen. Zij hebben metingen gedaan naar wat er allemaal leeft in de stad en waar. Voor het eerst is er een compleet beeld gevormd welke soorten planten en beesten er in de stad voorkomen en in welke buurt ze zich bevinden.
Zo zijn dieren als de blauwe heikikker, de paarse morgenster en de libelle groene glazenmaker (foto) in de stad te vinden. Deze soorten komen zelden voor in stedelijk gebied.
Bron: dvhn.nl

Wageningen: wetenschap strijdt tegen 'versteende' steden

Onderzoek naar hittebestendige boomrassen
Wie zich dagelijks bezighoudt met ‘groen’, ‘De Groene Stad’ en de strijd tegen de verstening van het (relatief) schaarse groen in de Europese steden, zou soms bijna denken dat zijn boodschap ‘Groen Moet’ nu toch zo langzamerhand wel overal is doorgedrongen. Toch is dat in de praktijk nog niet overal het geval. Men hoeft maar om zich heen te kijken in willekeurig welke Europese stad om te beseffen dat, naast verkeer, ‘bouwen’ de meest in het oog springende menselijke activiteit is. Gemeentebesturen zouden in de komende jaren veel meer aandacht aan aanleg en onderhoud van groen moeten geven.
Bomen bedreigd
Daarom is het goed regelmatig de website van de Landbouwuniversiteit Wageningen te raadplegen: dat is een instelling die zich werkelijk, actief en op wetenschappelijk niveau inzet voor een groenere stad. Praktijkonderzoek Plant & Omgeving (PPO) zoekt concreet naar bomen die bestand zijn tegen de steeds extremere weersomstandigheden waar wij onder andere in Europa mee te maken hebben.
Dat is een urgent vraagstuk, want men heeft vastgesteld dat enerzijds de noodzaak van ‘meer groen’ in de stad steeds urgenter wordt, terwijl anderzijds het gevaar bestaat dat de klassieke West-Europese bomen het op termijn laten afweten vanwege de klimaatverandering. Toenemende hitte, maar ook extremere weersomstandigheden zoals hevige buien en zelfs periodes met strenge vorst bedreigen onze bomen.
In Zuidoost-Europa zijn de mensen van PPO opzoek naar varianten van de bij ons bekende eik en esdoorn, die onder meer beter bestand zijn tegen het extreme weer dat we in onze streken steeds vaker zullen moeten meemaken. Het onderzoek heeft niet alleen betrekking op de hittebestendigheid van de Zuid-Europese bomen, maar ook op de eventuele risico’s  van de introductie van in onze streken nog onbekende ziekten en plagen.
Groene daken en gevels
Naast ‘meer bomen in de stad’ blijft ook de strijd voor groene gevels en daken vragen om aandacht. Groene gevels en daken helpen bij het bestrijden van wateroverlast – ze nemen water op, dat anders linea recta in de soms overbelaste riolen verdwijn. Bovendien helpt, zoals bekend, een groene omgeving bij het dempen van temperatuurschommelingen.

Drones in de natuur, hulp of overlast?

Wat kunnen natuurbeheerders doen met drones? Kunnen drones hen helpen bij inventarisaties? Kun je ze inzetten bij voorlichting of toezicht? Er zijn mogelijkheden.
Met drones, kleine onbemande vliegtuigjes die je op afstand kunt bedienen, kunnen terreinbeherende natuurorganisaties slecht bereikbare plekken bereiken. Met de camera’s in de drones kunnen ze zo toezicht houden. Zo kun je stropers opsporen of je kunt er bezoekersaantallen mee tellen. Er zijn tal van mogelijke toepassingen voor natuurorganisaties, zo blijkt uit rapport ‘Drones: verkenning voor de natuur’.
Natuurbeheer
Met de toepassingen van drones is al veel ervaring in de militaire wereld, maar ook elders groeit het aantal mogelijke toepassingen. Denk aan de toepassingen in precisielandbouw, gewasbescherming of klimaatonderzoek. Ook voor natuurbeheer zijn er steeds meer mogelijkheden. Ze kun je drones inzetten voor inventarisaties. Ze kunnen bodemanalyses uitvoeren, droogtes in kaart brengen, afstanden opmeten of je kunt ze inzetten bij vegetatiekartering. En bij toezicht en handhaving kunnen ze je helpen door illegale afvaldumpingen of stropers op te sporen. En drones kunnen je helpen bij transport door voedsel te leveren voor kleine dieren op moeilijke plekken.
Verstoring
Natuurorganisaties kunnen er tijd en geld mee besparen in natuurbeheer, maar die organisaties zijn nog wel terughoudend. Er is wat scepsis. Drones kunnen verstorend werken; ze maken lawaai. Toch werken drones minder verstorend dan helikopters bijvoorbeeld, die gebruikt worden in de Oostvaardersplassen om grote grazers te tellen. Je krijgt meer en duidelijker detail.
In het rapport zijn een aantal cases uitgewerkt. Denk aan een drone die bomen plant, die je inzet bij brandpreventie of die plagen bestrijdt. In het rapport staan ook regels voor toepassing van drones. Zo moet je je in natuurterreinen houden aan de vogel- en habitatrichtlijnen. Om verstoringen te voorkomen zouden terreinbeherende organisaties er goed aan doen zelf aanvullende richtlijnen voor gebruik van drones op te stellen.
bron: groenkennisnet.nl

Open huis plantenonderzoek in Weekend van de Wetenschap

Tijdens het Weekend van de Wetenschap, zaterdag 1 en zondag 2 oktober 2016, zetten Wageningse plantenonderzoekers op twee verschillende locaties de deuren open. Op zaterdag 1 oktober is het open huis op de Bleiswijkse glastuinbouw-locatie van Wageningen UR. Op zondag 2 oktober is iedereen van harte welkom op Wageningen Campus.

Het Weekend van de Wetenschap is in Nederland inmiddels een bekend fenomeen. Ieder jaar krijgt het publiek door heel Nederland de kans om een kijkje te nemen achter de schermen van wetenschap en technologie. Met veel activiteiten, die gericht zijn op de jeugd. Wageningen UR doet praktisch ieder jaar wel mee, bijvoorbeeld met publiekslezingen. Dit jaar pakken de plantenonderzoekers van Wageningen UR groot uit: ze zetten op twee locaties de deuren open.

Glastuinbouwonderzoek

De locatie voor glastuinbouwonderzoek in Bleiswijk, met een groot complex van onderzoekkassen, bestaat tien jaar. Dat is een mooie gelegenheid om op zaterdag 1 oktober een klein beetje terug te blikken en vooral vooruit te kijken. De onderzoekers laten zien wat voor kennis er nu ontwikkeld wordt en welke innovaties er in de pijplijn zitten voor de (glas)tuinbouw van de toekomst.

Planten van de toekomst

Op zondag 2 oktober is het thema ‘Planten van de toekomst’. Op Wageningen Campus laten het onderzoekprogramma Groene Veredeling en Wageningen UR bijvoorbeeld zien hoe onderzocht wordt hoe we in de toekomst ook op Mars misschien wel ons eigen kostje kunnen verbouwen. Niet alleen de planten zelf, maar ook de techniek rondom die planten van de toekomst komt aan bod.
bron: wageningenur.nl