Onderzoek naar bijdrage van groene daken aan de biodiversiteit

Het nut en belang van groene daken is aangetoond; ze besparen energie door de isolerende werking en houden water langer vast. Ook bevorderen ze biodiversiteit, maar daarover is nog te weinig bekend. De Vlinderstichting en de Vogelbescherming daarom zijn een laagdrempelig onderzoek gestart. Doel is te achterhalen wat nu daadwerkelijk de bijdrage van groene daken aan de natuur is.
De organisaties vragen gebruikers van een groen dak 3 keer per jaar gedurende 5 minuten op het dak te gaan kijken en te noteren wat er is te zien. De resultaten kunnen zij vastleggen in een online enquête.
Bron: Branchevereniging VHG

Proef een aan fijnstof verslaafde plant in Amsterdam

In Amsterdam komt een proef met een plant die “ verslaafd” is aan fijnstof om de luchtkwaliteit in stadsdeel zuid.

In de President Kennedylaan aan de zuidkant van de stad wordt 10 dage lang een testopstelling met planten en een transparante windtunnel geplaatst op groenstroken.
In de opstelling wordt een extra harige variant van kamperfoelie met grotere bladen geplant. De plant wordt een ‘green junkie’ genoemd omdat het relatief veel fijnstof uit de lucht haalt. De plant is op natuurlijke wijze gecultiveerd door plantenveredelaar MyEarth.

Eenvoudige oplossing

De gemeente werkt samen met het Amsterdam Institute for Advanced Metropolitan Solution en Wageningen UR in de test.
Vrijdag 10 juni werd de start van het onderzoek gepresenteerd. 6 september worden de resultaten gepresenteerd. Daarna volgen mogelijk andere plekken in Zuid, waar ‘green junkies’ worden geplaatst.
Men hoopt op een resultaat dat stedelijke gezondheid en welzijn een enorme impuls kan geven met een eenvoudige oplossing.
bron: groenecourant.nl

Honderden hoveniers snoeien voor leven

Vele honderden hoveniers zetten zich de komende maanden in voor kankerbestrijding. De nationale actie ‘VHG-hoveniers snoeien voor leven’ is woensdag officieel begonnen. Op Herdenkingspark Westgaarde in Amsterdam gaf de oncoloog professor dr. Hans Nortier het startschot. Samen met VHG-directeur Egbert Roozen en Rob Franken van Van der Tol hoveniers, onthulde hij het campagnelogo en het motto ‘Uw Taxussnoeisel, hun chemotherapie’.
De actie in het kort: de jonge twijgjes van de taxus baccata worden gesnoeid en opgevangen. Ze zijn  een belangrijk, natuurlijk ingrediënt voor de productie van chemotherapieën. Een belangrijk middel in de strijd tegen kanker.
Wanneer ontdekt?
Dr. Nortier vertelde dat ca. 25 jaar geleden men in de VS ontdekte dat uit Taxusbomen een stof kon worden gewonnen die bij kankertherapieën een rol kan spelen. Aanvankelijk richtte men zich op de schors van de boom. Probleem was dat er minstens drie meer dan 100 jaar oude bomen moesten worden gekapt voor de productie van één chemotherapie behandeling. Daarmee bleef deze therapie slechts voor een klein aantal mensen beschikbaar. Pas jaren later bleek dat ook de jonge scheuten van de Taxus baccata erg bruikbaar waren. Dat snoeisel kan jaarlijks worden ‘geoogst’ waardoor het in veel grotere hoeveelheden beschikbaar komt. Voor de productie van één chemotherapie sessie is ongeveer één kubieke meter jonge twijgjes nodig. Uit de naalden daarvan wordt de stof Baccatine 3 gehaald. Farmaceuten zetten deze stof om in Docetaxel, die de deling van kankercellen afremt.
Doordat nu steeds meer taxussnoeisel wordt ingezameld daalt de prijs van deze grondstof en dus ook die van de chemotherapieën. Daarmee is chemotherapie binnen het bereik van iedereen gekomen. Inzamelingsacties als die van de VHG zijn dan ook erg belangrijk. Dr. Nortier bedankte de VHG hoveniers dan ook namens de gehele oncologische beroepsgroep voor het initiatief.
nortier
 
Waarom Van der Tol meedoet
Rob Franken, directeur van Van de Tol Hoveniers is één van de deelnemende VHG-bedrijven. Hij is er trots op dat zijn bedrijf ook dit jaar weer mee doet. ‘Eindelijk kunnen we concreet iets bijdragen aan de strijd tegen kanker’.
Franken: over het belang van groen is allang geen discussie meer: een groene omgeving geeft rust, maakt gelukkig. Uit onderzoek blijken de goede effecten op onze gezondheid. Groen vermindert stress, het verlaagt de bloeddruk en mensen worden meer actief.
Dat veel planten tevens een geneeskrachtige werking hebben is al eeuwenlang bekend. In veel medicijnen die vandaag de dag gebruikt worden, zitten werkzame stoffen die in planten ontdekt werden.
Van der Tol snoeit hier op Herdenkingspark Westgaarde jaarlijks vele honderden meters taxushaag. Normaal gesproken verdwijnt het snoeisel op de composthoop. Nu weten we dat dat zonde is en dat er een belangrijker rol voor is dan meststof voor onze tuinen. Recyclen zit in onze bedrijfscultuur, maar deze toepassing van snoeisel van de taxus vinden we een heel bijzondere vorm daarvan. Hoveniers zijn bezig met de natuur, met alles dat groeit en bloeit. Ze zijn dus bewust of onbewust ook bezig met mensen.
Nu gaan we naar een dokter als we iets hebben, maar dat was vroeger anders. De Nederlandschen Hoveniers en hun voorgangers stonden in de Middeleeuwen in hoog aanzien wegens hun kennis van de medicinale werking van bomen, bloemen en kruiden. Ze hadden een rol vergelijkbaar met onze huisarts nu. Anno 2016 zijn we in een andere rol weer bezig met de genezing van mensen. Hoveniers zijn door het verzamelen van het snoeisel van de taxus baccata – via een omweg – weer doende met het op basis van grondstoffen uit de natuur, genezen van mensen. Ze dragen bij aan de strijd tegen de meest levensbedreigende ziekte van deze tijd.
Rob
 
Egbert Roozen
Egbert Roozen, directeur van de VHG, de brancheorganisatie van ondernemers in het groen, gaat in op de achtergrond van de VHG betrokkenheid. Ze wil daarmee het prachtige initiatief van stichting Vergroot de Hoop ondersteunen. De stichting Vergroot de Hoop heeft in de afgelopen jaren een efficiënte inzamelingsinfrastructuur opgebouwd en weet het snoeiafval succesvol te vermarkten.
Naast het feit dat het snoeiafval gebruikt wordt als grondstof voor chemotherapieën levert het per m3 ook nog een aanzienlijk bedrag op. In de voorgaande jaren heeft de stichting al meer dan € 2 miljoen uitgekeerd aan tientallen projecten. De via de VHG-bedrijven beschikbare gelden worden dit jaar geschonken aan Kinderen Kankervrij, KiKa.
roozen
De Taxus baccata in Nederland
Roozen merkt op dat de Taxus baccata in Nederland heel veel voorkomt. Bijna elke tuin heeft er wel één of meer.  De boom kan tot 15 meter hoog worden en heeft brede, naaldachtige blaadjes in een diep donkergroene kleur. De boom wordt veel toegepast als dichte heg in particuliere tuinen maar ook in parken, op begraafplaatsen enz. De heggen worden doorgaans in strakke lijnen gesnoeid.
Er kan worden gesnoeid van juni tot ongeveer september. Het snoeisel moet zo snel mogelijk nadat het is gesnoeid worden verwerkt, om er zo voor te zorgen dat de werkzame stoffen behouden blijven. Dertig meter heg levert één kubieke meter jong snoeisel op, goed voor ongeveer 18 gram Baccatine. Dat is genoeg voor één chemotherapie sessie. Er is dus heel wat snoeiafval nodig. Het gaat om de jonge scheuten, alleen het éénjarige snoeisel bevat Baccatine 3.
Het arbeidsintensieve traject voor de winning van Baccatine 3 was vroeger één van de redenen waarom chemotherapie zo kostbaar is. Natuurlijk geeft het verzamelen extra werk voor de VHG hoveniers. Maar onze mensen zijn professionals die weten hoe zo het snoeisel schoon kunnen houden. We doen het graag omdat we op deze manier kunnen bijdragen aan een goede zaak.
snoeien 2
Rien Schimmel vertegenwoordigt KiKa
Dit jaar zal de opbrengst van VHG actie worden geschonken aan de Stichting Kideren Kankervrij. Dat dit goed besteed is werd verteld door de Kika Ambassadeur Rien Schimmel. Kinderkanker is nog steeds doodsoorzaak nummer 1 onder kinderen, maar helaas is gericht wetenschappelijk onderzoek nog steeds een ondergeschoven kindje. Kinderen hebben andere behandelingen nodig dan volwassenen. Vermoed wordt dat kanker bij kinderen andere oorzaken heeft dan bij volwassenen. Hun lichamen zijn nog in ontwikkeling – in de groei – waardoor sommige medicijnen gewoonweg niet gebruikt kunnen worden omdat ze anders organen in de groei aantasten. Er is dan ook nog veel onderzoek nodig. Daarom is Kika zeer verheugd over de VHG-actie.
schimmel
Meer informatie over deze actie is te vinden op http://www.vhg.org/actueel-agenda/taxussnoeisel-inzamelactie

Dynamisch stuk van petunia-DNA verantwoordelijk voor grote variatie in bloemvorm en bloemkleur

Petunia’s heb je in vele soorten en maten. Mede daardoor zijn het populaire perkplanten, die in mei en juni in de tuin en op het terras verschijnen. Die variatie vind je niet alleen bij de petunia’s in de winkel, ook wilde petunia’s hebben een grote variatie in kleuren en vormen. En dan weet je één ding zeker: al die verschillende petunia’s worden waarschijnlijk bestoven door even zoveel verschillende insecten. Het ene insect wordt aangetrokken door paarse bloemen, het andere door witte, het ene insect kan een hele smalle bloem in en het andere kan als enige door een hele lange bloembuis nog nét bij de nectar komen.

Een groot internationaal team met onder andere wetenschappers van Wageningen University, heeft nu het DNA van twee wilde petunia-soorten in kaart gebracht en gepubliceerd in Nature Plants. En wat blijkt: in het stuk DNA met genen, die betrokken zijn bij bloemkleur en bloemvorm, is veel variatie tussen de twee soorten aanwezig. Je zou het een ‘hot spot’ van genetische diversiteit kunnen noemen, andere delen van het petunia-DNA variëren veel minder sterk.
Petunia’s die in de winkel te koop zijn, zijn over het algemeen nakomelingen van een kruising tussen twee wilde soorten: Petunia axillaris en Petunia inflata. De hybride petunia werd, heel toepasselijk,Petunia hybrida genoemd. Door deze hybrideplanten verder te kruisen en te selecteren ontstonden in de loop van de jaren de vele varianten. In het DNA van Petunia hybrida werden veel meer genen van de wittePetunia axillaris gevonden dan van de paarsige Petunia inflata. De onderzoekers schrijven dat dit te maken kan hebben met de witte bloemkleur van deze soort. De andere bloemkleuren komen waarschijnlijk makkelijker naar voren wanneer je als plantenveredelaar in je kruisingsprogramma’s relatief veel gebruik maakt van de witte soort.
Volgens de onderzoekers is Petunia axillaris via evolutie ontstaan uit een voorouder die sterk leek op Petunia inflata. Het axillaris-type ontstond doordat de plant via een mutatie in een gen niet meer in staat was de paarse kleurstoffen te maken. Min of meer tegelijk werd door evolutie de geur van de bloemen veel sterker. Zo werden de axillaris-planten aantrekkelijk voor motjes, terwijl de ‘originele’ inflata-bloemen juist door bijen bezocht worden.
Artikel in Nature Plants
Het artikel in Nature Plants laat ook zien dat Petunia een goed ‘modelsysteem’ is voor onderzoek aan planten. Ze groeien makkelijk, vormen snel een nieuwe generatie en je kunt eenvoudig mutaties maken en zien, bijvoorbeeld in de bloemen. Ook zit Petunia in dezelfde familie als belangrijke voedselgewassen zoals tomaat en aardappel: de Solanaceae. Omdat de planten aan elkaar verwant zijn, kunnen onderzoekers en plantenveredelaars dankzij het in kaart gebrachte petunia-DNA nog beter onderzoek doen naar de functies van genen in het DNA van tomaat en aardappel.
Ook tomaten
Aan de ontrafeling van het petunia-DNA hebben veel verschillende groepen meegewerkt, elk met hun eigen belangstelling voor petunia’s. Zo heeft de Wageningse groep, de leerstoel Biosystematiek, in het DNA gekeken naar ‘sporen’ van verdubbeling of verdrievoudiging van het gehéle genoom (al het DNA). De onderzoekers vonden inderdaad stukken DNA die daar kenmerkend voor zijn. Zo vonden ze sporen van de DNA-verdrievoudiging die ook in tomaten is gevonden en die bekend staat als specifiek voor de familie van de nachtschaden, de Solanaceae. Door de DNA stukken in petunia te vergelijken met die van tomaat en een plant uit een andere familie, konden de Wageningse onderzoekers iets zeggen over het tijdstip waarop de verdrievoudiging van het DNA plaatsvond: ongeveer 49 miljoen jaar geleden.
MiRNAs
Samen met de groep Plantengenetica van de Radboud Universiteit, Nijmegen, is gekeken naar kleine RNA’s (microRNA’s, miRNA’s) in petunia. MiRNAs zijn betrokken bij het sturen van de activiteit van genen, onder andere tijdens de ontwikkeling van de plant. Er is eerst gekeken welke miRNAs in bloemknoppen zitten en daarna zijn hun genen in het petunia DNA in kaart gebracht. Uit de DNA-bouwsteenvolgordes bleek dat Petunia axillaris en Petunia inflata dezelfde genen voor miRNAs hebben. Deze genen zijn dus al ontstaan vóórdat vanuit Petunia inflata de nieuwere soort Petunia axillara ontstond. Genen die in evolutietermen lang hetzelfde blijven, hebben overeen het algemeen een belangrijke functie.

Groen voor Grijs voor kwetsbare ouderen

Steeds meer onderzoek toont aan dat natuurbeleving goed is voor de fysieke en mentale gezondheid van mensen. Tegelijk wil de rijksoverheid dat ouderen steeds langer thuis blijven wonen. Dit betreft vaak ook kwetsbare ouderen, die lijden aan dementie, depressie of eenzaamheid.
Het project ‘Groen voor Grijs’ onderzoekt wat groen kan bijdragen aan de kwaliteit van leven van deze kwetsbare ouderen. “We gaan het effect onderzoeken van een ‘groene interventie’, de aanleg van belevingsgericht groen en het gebruik ervan,” zegt projectleider Jana Verboom. “Dat doen we door voor de aanleg van groen, direct erna, en enige jaren later de kwaliteit van leven van kwetsbare ouderen in kaart te brengen, maar ook de belasting van mantelzorgers en het beroep op professionele zorg en voorzieningen.”
Alterra doet het onderzoek samen met de Nature Assisted Health Foundation, een Nederlands/Zweeds netwerk van universiteiten en innovatieve bedrijven uit de groensector dat zich richt op de relatie tussen natuur en gezondheid. In het project worden innovatieve groenconcepten ontwikkeld voor versteende wijken, en wordt onderzocht of een groene woon- en leefomgeving de zorgvraag van kwetsbare ouderen kan verlagen, voorkomen dat mantelzorgers overbelast raken, en de zorgkosten kan beperken.
Door de vergrijzing en de bezuinigingen in de zorg worden inwoners steeds meer afhankelijk van hun sociale omgeving dicht bij de woning. Groen voor Grijs biedt hier kansen voor de bewoners. De afgelopen maanden is de kwetsbaarheid van 200 van de 428 ouderen (65+) in de Oisterwijkse wijk Waterhoef bepaald met behulp van de zogenoemde Tilburg Frailty Indicator, door middel van interviews met vrijwilligers uit de wijk. Van deze 200 ouderen wilden 171 ouderen de komende jaren meewerken aan het onderzoek.
Voor deze nulmeting zijn de vrijwilligers geïnstrueerd door de universiteit van Tilburg. De universiteit en Alterra hebben daarnaast een meer diepgaande vragenlijst ontwikkeld, die is voorgelegd aan de 117 meest kwetsbare ouderen. Jana Verboom: “Bijzonder dat zoveel mensen mee willen doen aan het onderzoek, dat is ver boven het landelijk gemiddelde. Het werken met vrijwilligers uit de wijk bleek een gouden greep.” Het project Groen voor Grijs is een van de projecten van de Dementie Coöperatie Oisterwijk.
De gemeente Oisterwijk is koplopergemeente in het streven van de Brabantse Programmaraad Zorgvernieuwing Psychogeriatrie om voor 2020 alle gemeenten in de Provincie Noord-Brabant dementievriendelijk te maken. Oisterwijk heeft een ‘groene-kansenkaart’ gemaakt van de wijk Waterhoef, met plekken waar vanuit het oogpunt van biodiversiteit en
natuurontwikkeling winst te behalen valt.
Door studenten van de HAS is een ideeënboek ‘Minder zorgen in het groen’ voor de wijk Waterhoef ontwikkeld. Zowel de groene-kansenkaart als het ideeënboek dienen als inspiratiebron voor ontwerpsessies om samen met inwoners van de wijk Waterhoef groene plekken in de wijk te ontwerpen.
bron: Databank Gemeentelijk groenbeheer

Haal met planten het fijnstof uit je huis

Wist je dat chemische uitstoot binnenshuis veel voor komt? Gewoon vanuit alledaagse producten, waarvan je het niet verwacht: bouwmaterialen, schoonmaakmiddelen, wegwerpmaterialen en printers vormen bronnen van interne luchtvervuiling. Men komt steeds meer te weten over de schadelijke gevolgen van fijnstof, maar er wordt nauwelijks aandacht besteed aan fijnstof ín onze huizen èn hoe je er zelf iets aan kan doen. Planten zijn goedkope en actieve luchtzuiveraars.
Waarom raakt het binnenklimaat steeds meer vervuild?
Er zijn twee grote redenen waarom het probleem van de luchtvervuiling in huizen, kantoren en zorginstellingen steeds groter wordt:

  • We isoleren gebouwen steeds beter en ventileren zelfs in huizen vaak al mechanisch. Vroeger kierde en tochtte het gewoon. Ventilatie was toen geen enkel probleem!
  • We halen steeds meer wegwerp- en complexe schoonmaakproducten en apparatuur in huis, en gebruiken ook steeds meer samengestelde en verlijmde bouwmaterialen. Al deze materialen en stoffen bevatten fijnstof verbindingen.

Daar kunnen we aan toevoegen dat mensen ook steeds vaker binnen werken, binnen recreëren en dus –ten opzichte van 20 jaar geleden- steeds meer tijd binnenshuis doorbrengen. Dit laatste geldt zeker voor kinderen. In het algemeen kunnen we stellen dat we 80 tot 90% van onze tijd binnenshuis doorbrengen en dat de binnenlucht 5 tot 10 keer meer vervuild is dan de buitenlucht.
Om welke stoffen en producten gaat het eigenlijk?
Chemische fijnstof verbindingen zijn toxische kleurloze, maar soms wel geurrijke stoffen die in vluchtige vorm voorkomen in de lucht die we inademen en zo klein zijn dat de neusharen ze niet tegenhouden. Ze komen dus in de longen en veroorzaken daar per stof weer andere reacties. Men is nog volop aan het onderzoeken wat de schade exact is, maar elk nieuw onderzoek geeft aan dat de gevaren groter zijn dan we daarvoor dachten. De hier genoemde producten ‘verdampen’ de toxische stoffen, Het gaat op zich meestal om kleine concentraties, maar als de ventilatie niet voldoende is, blijven ze in de lucht rondzweven. Ook, en dat staat verder niet in deze tabel, verbruiken wij mensen constant de zuurstof uit de binnenruimte, en ademen CO2 weer uit. Bij te geringe ventilatie, of te weinig planten in een ruimte, raakt de lucht vanzelf ‘op’.
Planten als luchtzuiveraar
Bijna niemand denkt aan planten als actieve luchtzuiveringsmachines. Maar dat zijn ze wel. Planten geven de wereld zuurstof en dat geldt ook voor binnenplanten. Ook binnenplanten zetten constant CO2 om in zuurstof, net als de bomen buiten. Dus in een ruimte met planten raakt de lucht minder snel op. Maar, onderzoek heeft inmiddels ook aangetoond dat planten de hier gemelde fijnstof verbindingen actief uit de lucht kunnen filteren. Niet iedere plant pakt iedere stof even hard aan, en voor sommige stoffen bestaan er zelfs specialisten.
De varen (Nephrolepsis exaltata) is een Formaldehyde expert. De Areca palm is de specialist voor het bestrijden van Xyleen en Tolueen, terwijl voor het verwijderen van Ammoniak in huis de stokpalm (Rhapis exelsa) het beste werkt. Tenslotte blijkt de lepelplant (Spathiphyllum) erg effectief in het verwijderen van Aceton.
Bron: intogreen.nl

Onderzoek toont aan: groen heeft een herstellende en rustgevende werking

Herstellen van stress en geestelijke vermoeidheid? Ga niet winkelen of naar het café, maar spoed je naar een park. Internationaal onderzoek onder leiding van de Leidse psycholoog Henk Staats bevestigt de herstellende en rustgevende werking van ‘groen’.
Ruisende bladeren, frisgroen gras en vogelgekwetter worden in één adem genoemd met rustgevend en prettig. Henk Staats, sociaal en omgevingspsycholoog aan de Universiteit Leiden, werd een beetje moe van het adagium ‘de rustgevende werking van de natuur’.
,,Ik had het idee dat iedereen elkaar napraatte en er te weinig oog was voor de kwaliteit van de stedelijke omgeving’’, zegt hij.
Daarom wilde Staats onderzoeken in hoeverre ook activiteiten in de stad (shoppen, cafébezoek, lopen in een drukke winkelstraat) bijdragen aan ontspanning en herstel van stress en geestelijke vermoeidheid. En of die stadse activiteiten net zo worden gewaardeerd als een verblijf in de natuur.
Natuur als stresshersteller
Natuur scoort nog steeds het hoogst, zo blijkt uit zijn onderzoek dat hij deed in samenwerking met collega’s uit Zweden en de Verenigde Staten. De deelnemers verwachten dat zij daar beter herstellen van stress en geestelijke vermoeidheid dan door cafébezoek of winkelen. ,,Hoe vermoeider iemand was, hoe meer de natuur op prijs werd gesteld.’’
Lopen door een drukke straat valt het minste in de smaak als manier om bij te komen. Het onderzoek Urban options for psychological restoration werd onlangs gepubliceerd bij het Amerikaanse online wetenschappelijke tijdschrift Plos One (www.plosone.org).
Staats en zijn Zweedse en Amerikaanse collega’s onderzochten hoe mensen bepaalde activiteiten in de stad waarderen: zitten in groen’. een park, cafébezoek, winkelen of lopen in een drukke straat. Van welke activiteiten in en buiten de stad dachten zij beter te herstellen wanneer ze moe waren? Wat sprak ze meer aan als ze niet moe waren? En maakte het nog iets uit of zij alleen waren of in gezelschap van een familielid of goede vriend?
Naar die verschillende varianten was nog niet eerder gekeken, zegt Staats.
Opknappen in het park
De deelnemers – 80 in Nederland, 316 in Amerika en 100 in Zweden – deden op de computer opdrachten waarbij zij zich moesten inleven in uiteenlopende situaties die uitgebreid werden beschreven: stel, je hebt net een tentamen achter de rug en het komende uur ga je winkelen/door een park lopen/in het café zitten.
Wat gebeurt er met je, welke invloed hebben die activiteit en die omgeving op hoe je je voelt?
Voor alle deelnemers gold dat zij het meest opknapten van natuur, zeker als ze erg moe waren. Door de internationale samenwerking werden ook verschillen tussen de landen zichtbaar. ,,In Nederland zitten de deelnemers net zo lief alleen in het park, terwijl de Zweedse deelnemers juist meer opknapten als ze daar samen waren met een vriend of familielid.’’
Rustgevend
Hoe komt het eigenlijk dat natuur als opkikker de voorkeur verdient? Door het groen, de zuurstof, het rustgevende aanzicht van natuur, de afwezigheid van mensen?
,,Door een combinatie van die factoren’’, denkt Staats. ,,De luchtkwaliteit is er iets beter. Ook het idee over de natuur als visuele stimulus speelt een rol. Bezien in het licht van de evolutie wonen mensen nog maar kort in steden. Natuur is voor hen veel vertrouwder dan een stadse omgeving, al is die theorie niet onomstreden.”
,,Natuur is bovendien mooi om te zien en makkelijk in je op te nemen. Het biedt tegenwicht aan de drukte, het geluid en de impulsen van de stad. Mensen ervaren een veilige natuurlijke omgeving als rustgevend. Dat zorgt voor gevoelens van ontspanning en geluk.’’
Hartslag omlaag
Uit onderzoek blijkt dat mensen door ‘groen’ ook socialer en milieuvriendelijker worden, zegt hij. ,,Ze stellen zich wat gemakkelijker open voor anderen. Dat gaat gepaard met geluksgevoelens. Natuur heeft bovendien ook fysiologische effecten: hartslag en ademhaling gaan omlaag.’’

Onderzoek naar groen op de werkplek

Alterra start in het kader van het Topsector onderzoek de Groene Agenda een breed onderzoek binnen bedrijven. Doe mee met dit meerjarige onderzoek en verdien een schone werkplek en inzicht in de kracht van planten.
Waarom dit onderzoek?
Het binnenklimaat van veel gebouwen is slecht. Planten kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan het oplossen van deze problemen. Planten brengen vocht in de lucht, kunnen de lucht reinigen van ongewenste stoffen, en creëren een fijne omgeving. Dit kan economische besparingen opleveren, zowel via de technische kant (minder kunstmatige klimaatbeheersing, energiebesparing) als via verbeterd welzijn en prestatie van gebruikers van een gebouw (bv. door verbeterde arbeidsproductiviteit en lager ziekteverzuim).
Behoefte aan harde getallen
Waarom laat grootschalige toepassing van planten op zich wachten? Er zijn onvoldoende harde getallen en nog te weinig innovatieve en toepasbare groen oplossingen. Het ontbreekt aan bekendheid en goed gefundeerde kosten baten analyses voor bedrijven die hun binnenruimten groener willen maken.
De kosten en baten van meer groen
In een consortium van kennisinstellingen en bedrijven is Alterra een onderzoek ge-start, dat moet leiden tot meer intensieve en goed afgestemde toepassing van groen in gebouwen voor duurzame inrichting en een gezond leef- en werkklimaat. We kijken niet alleen naar wat planten in fysisch opzicht aan de luchtkwaliteit in gebouwen bijdragen, maar ook wat hun invloed is op het welzijn en gezondheid van medewerkers. Wat zijn de daadwerkelijke effecten van een grootschalige toepassing van planten op het binnenmilieu? Daarbij staat een analyse van de kosten en baten voorop. Kun je besparen op de traditionele en- energievretende luchtbehandelingssystemen? Kunnen planten het ziekteverzuim terug-dringen of het concentratievermogen en de productiviteit bevorderen?
U kunt meedoen
Bent u een bedrijf die het fysiek en mentaal welbevinden van de medewerkers op een groene manier wil oppakken? En die overweegt om groen aan te brengen in de binnenruimte maar dit nog niet heeft gedaan? Doen uw werknemers veel zittend of mentaal inspannend werk zonder zicht op groen? Dan is uw bedrijf wellicht geschikt als proef-locatie in dit project.
Neem, bij belangstelling contact op met
Dr. A. (Annemieke) Smit
Alterra  – Wageningen UR
team Natuur & Samenleving
0317 486 498
annemieke.smit@wur.nl

Kennis over groen in de stad beschikbaar maken voor gemeente en kweker

Planten en bomen in de stad zijn niet langer louter een kostenpost. Tegenwoordig zetten ambtenaren van de gemeente ze welbewust in om het leven in de stad aangenamer te maken. Met dank aan Praktijkonderzoek Plant & Omgeving (PPO) dat kennis over groen in de stad beschikbaar maakt.
Bomen en planten in de stad bieden nogal wat voordelen. Zo laten bomen de temperatuur in de stad dalen, ze dempen geluid, ze leggen CO2 vast en vangen fijn stof weg. En dan helpt beplanting op de grond of op daken, ook nog om water op te vangen, zodat bij een hevige regenbui het riool niet overbelast raakt.
Tegenstrijdige effecten
Maar niet elke boom of plant is even goed in het vastleggen van CO2 of het wegvangen van fijn stof. Wie de verkeerde beplanting aanlegt of dat op de verkeerde plaats doet, kan zelfs het klimaat in de stad verslechteren. Daarnaast stelt elke soort specifieke eisen aan de groeiomstandigheden om zich goed te kunnen ontwikkelen. Groen planten in de stad vergt dan ook veel kennis over de verschillende bomen en beplanting en het effect ervan.
Onderzoekers van PPO pluizen de internationale literatuur over de werking van groen in de stad na en maken die toegankelijk voor gemeentes, kwekers en hoveniers. Die kennis geven ze weer in overzichtelijke brochures en vakbladartikelen.
Lijsten van boomsoorten
Zo stellen ze bijvoorbeeld lijsten op van boomsoorten, met per boomsoort het effect op de luchtkwaliteit. Dit doen ze op basis van algemene eigenschappen van een boom. De gemeenteambtenaren hebben hier veel profijt van omdat ze hierin bijvoorbeeld zien dat een wintergroene boom de lucht beter zuivert dan een boom die zijn blad in de winter verliest. Ook het totale bladoppervlak is van belang; dus een grote boom vangt meer vervuilende stoffen weg dan een kleine boom.
Omgekeerd kunnen planners en beheerders van groen de beplanting zo uitkiezen dat ze verschillende doelen dienen. Wie bomen als windsingels neerzet, kan bijvoorbeeld energiekosten besparen, omdat de gebruiker van het gebouw minder hoeft te stoken.
Geschikt voor gevels en daken
Specifiek voor de kwekers en hoveniers zetten de onderzoekers op een rij welke planten geschikt zijn om gevels en daken mee te beplanten. Dit geeft beide bedrijfstakken een idee van wat zij hun klanten op het gebied van dak- en gevelgroen kunnen leveren. Zo maken de onderzoekers de onderzoekskennis beschikbaar voor de praktijk.
Bron: wageningenur.nl

Onderzoek naar effect bloemen en planten op ouderen

In het Noord-Brabantse Oisterwijk start binnenkort het project ‘Groen voor Grijs’ om uit te zoeken wat daar het effect is van bloemen en planten op de gezondheid van kwetsbare ouderen. In de wijk wordt het groen aangepakt en vervolgens het welzijn van de senioren gevolgd. Dat gebeurt samen met onderzoekers van de Wageningse universiteit.
Steeds meer wetenschappelijk onderzoek toont aan dat natuurbeleving goed is voor de fysieke en mentale gezondheid van mensen. Natuur nodigt uit tot bewegen, helpt tegen somberheid en is goed voor sociale contacten. Tegelijk wil de rijksoverheid dat ouderen steeds langer thuis blijven wonen. Dit betreft vaak ook kwetsbare ouderen, die lijden aan dementie, depressie of eenzaamheid.
Belevingsgericht groen
Fase twee van het project Groen voor Grijs gaat binnenkort van start. “We gaan het effect onderzoeken van een ‘groene interventie’, de aanleg van belevingsgericht groen en het gebruik ervan”, aldus senior-onderzoeker Jana Verboom van Alterra Wageningen UR. “Dat doen we door voor de aanleg van groen, direct erna en enige jaren later, de kwaliteit van leven van kwetsbare ouderen in kaart te brengen. Maar ook de belasting van mantelzorgers en het beroep op professionele zorg en voorzieningen.”
Wageningen Universiteit doet dat samen met de Nature Assisted Health Foundation (NAHF), een Nederlands/Zweeds-netwerk van universiteiten en innovatieve bedrijven uit de groensector dat zich richt op de relatie tussen natuur en gezondheid.