Berichten

Dakgoeroe Janssen: ‘Vergroen de daken van bedrijfsgebouwen’

Dakinnovator, ambassadeur van innovatief groen, dakgoeroe, creator van urban jungles – het ontbreekt bouwkundige Stef Janssen niet aan naamgevingen en andere teksten, in zijn rol als stimulator van de vergroening van onze steden. In VHG-magazine, het nieuwsmagazine voor ondernemers in het groen, doet hij een aanstekelijke poging om de groene ondernemers in te schakelen bij de realisatie van zijn visie: de 600 vierkante kilometers ongebruikt plat dakoppervlak van bedrijfsgebouwen inzetten voor de vergroening van steden en bedrijventerreinen. ‘De duurste vierkante kilopmeters in Nederland liggen op het dak en worden nauwelijks gebruikt!’
Janssen ziet een stad als Singapore als voorbeeld van hoe het kan. Biotopen creëren, op een beperkt oppervlak, en die op elkaar laten aansluiten. Hij pleit voor oases in de stad, waar verschillende biotopen zich kunnen ontwikkelen: ‘Zo kun je de functiescheiding tussen het buitengebied en de stad opheffen’. Zelf neemt hij de taak op zich om daar waar politici en beleidsmakers steeds vaker deals en afspraken maken om bij ontwikkelplannen ruimte te scheppen voor groen, het groene bedrijfsleven te helpen daarop in te haken – op een innovatieve manier.
Bron: VHG-magazine jaargang 8, nummer 6, december 2014

De Levende Tuin wordt een beweging

‘Iedereen kan bijdragen aan een gezonde en groene omgeving’
De Levende Tuin wordt een beweging. Daartoe hebben initiatiefnemers Branchevereniging VHG en NL Greenlabel vandaag met een kerngroep van organisaties een eerste stap gezet. Met het ondertekenen van het Manifest De Levende Tuin onderstrepen de partners dat zij zich actief zullen inzetten om consumenten, bedrijven en overheden te overtuigen om duurzame keuzes te maken voor tuinen en andere buitenruimten.
De initiatiefnemers willen De Levende Tuin als beweging breed neerzetten. Daarom zijn ze verheugd dat zij met de volgende partijen het Manifest hebben kunnen afsluiten: Tuinbranche Nederland, GNL Stadswerk, Netwerk Groene Bureaus, de Vlinderstichting, de Vogelbescherming, de Nederlandse Vereniging van Tuin- en Landschapsarchitecten en Wageningen Universiteit/Alterra. Binnenkort zal het Manifest worden aangeboden aan de Ministeries van Economische Zaken en Infrastructuur & Milieu. Met deze ministeries werd eerder al een Green Deal afgesloten voor het realiseren van meer duurzame buitenruimten.
Elke handeling telt
Uitgangspunt van de beweging is dat ieder individu kan bijdragen aan een gezonde en groene leefomgeving. Elke handeling telt, hoe klein ook. De deelnemende partijen zullen binnen hun achterban en netwerk de principes van De Levende Tuin zichtbaar maken en makkelijk toepasbaar. Ook zullen ze de effecten ervan tonen en samenwerken om deze duurzame beweging groter te maken.
Verbindende schakel
“De Levende Tuin is een filosofie”, aldus Egbert Roozen, directeur van Branchevereniging VHG. “Het vormt de verbindende schakel tussen vele afzonderlijke initiatieven. Denk aan de promotie van groen, maar ook aan initiatieven om de tuin vriendelijk(er) te maken voor vogels, egels, vlinders en bijen. Aan de aanpak van energie- en watervraagstukken, aan de gezondheid van mensen en aan het stimuleren van duurzame producten in de tuinen en openbare ruimten. Deze beweging kan al deze afzonderlijke boodschappen nog sterker zichtbaar maken.”
Herstel evenwicht mens en natuur
Lodewijk Hoekstra, presentator van het tv-programma Eigen Huis en Tuin en mede-oprichter van NL Greenlabel benadrukt dat het streven vooral is om mensen bewust te maken van de natuur en hun omgang daarmee. “Het zijn kleine dingen die het verschil maken. Iedereen kan meedoen. Alle handelingen samen zorgen voor een grote, echte verandering: een beter evenwicht tussen mens en natuur.”
De Levende Tuin
De Levende Tuin is een concept – ontwikkeld door Branchevereniging VHG – voor het realiseren van tuinen (en andere buitenruimten) waarin de natuur te zien, voelen, horen, ruiken én proeven is. Door gebruik van groen en natuurlijke materialen ontstaat een prettige omgeving voor mens en dier. Bovendien biedt een levende tuin tal van voordelen: de groene omgeving vangt fijnstof en CO2  op en houdt regenwater langer vast. Daarnaast verhoogt zo’n tuin de waarde van de woning.
De ondertekenaars van het Manifest De Levende Tuin
Rien van der Spek, voorzitter Branchevereniging VHG
Egbert Roozen, directeur Branchevereniging VHG
Jacco Wisman, voorzitter VHG Vakgroep Hoveniers
Richard Maaskant, hoofd Ledencontact en secr. VHG Vakgroep Hoveniers
Lodewijk Hoekstra, directeur NL Greenlabel
Brenda Horstra, adjunct-directeur Tuinbranche Nederland
Maarten Loeffen, directeur GNL Stadswerk
Johan Burger, voorzitter Netwerk Groene Bureaus
Titia Wolterbeek, directeur Vlinderstichting
Jip Louwe Kooijmans, Vogelbescherming
Frans Boots, voorzitter Nederlandse Vereniging van Tuin- en Landschapsarchtitecten

Egbert Roozen presenteert Groene Stad in Estland

De Groene Stad timmert internationaal stevig aan de weg. De afgelopen maanden werden op een aantal buitenlandse symposia en bijeenkomsten presentaties verzorgd over het belang van groen volgens het “Groene Stad” principe. Op 30 oktober waren VHG-directeur Egbert Roozen en bestuursvoorzitter Rien van der Spek op uitnodiging van Jos Schellaars – de Nederlandse ambassadeur in Estland- aanwezig op het 25-jarig jubileum van de Estse zusterorganisatie van VHG.
Egbert Roozen verzorgde tijdens deze dag een lezing, waarin hij onder andere schetste waar op dit moment de maatschappelijke uitdagingen liggen in Nederland, wat deze voor de branche en voor de vereniging betekenen en hoe VHG in het kader van iVerde en De Groene Stad de nieuwe uitdagingen in concrete handvatten omzet. In zijn presentatie over het Groene Stad principe stonden nieuwe concepten die in ontwikkeling zijn (groene schoolpleinen, groen in ziekenhuizen, groene wanden in gebouwen) centraal. Ook bood hij een korte vooruitblik op de Floriade 2022.
Bij de Estlandse branchevereniging zijn naast hoveniers, groenvoorzieners en tuin- en landschaparchitecten ook fruittelers, groentekwekers en sierteelkwekers aangesloten. Het doel van het congres was een toekomstvisie voor de sector te ontwikkelen en het 25-jarig bestaan van de vereniging te vieren. Het programma kwam tot stand met medewerking van de Nederlandse ambassade. De ambassadeur organiseerde de dag ervoor een ontvangst op de ambassade om Nederlandse en Estse vertegenwoordigers met elkaar in contact te brengen. Ook verzorgde de ambassadeur tijdens het congres een introductie over Nederland.

Groene wanden voor gezonde lucht in de klas

Op 10 oktober, de dag van de duurzaamheid, is het project ‘Groene wanden in de klas’ van start gegaan in de Haarlemmermeer. Vanuit het Groen Onderwijscentrum gaan studenten van Wellant mbo de effecten meten van een plantenwand in de klas. Het is de bedoeling dat de ervaringen van dit project leiden tot een systeem dat ook voor andere scholen bruikbaar is. Into Green zal laten zien hoe andere scholen net zulke plantenwanden kunnen aanschaffen via bijvoorbeeld crowdfunding.
Uit onderzoek is bekend geworden dat er een directe relatie is tussen luchtkwaliteit en leerprestaties. In hoeverre kunnen plantenwanden in de klas de luchtkwaliteit verbeteren? Dat gaan prof. dr. Agnes van den Berg en prof. dr. Bert van Duijn van het bedrijf Fytagoras en vier studenten van Wellant mbo uit Aalsmeer onderzoeken.
De luchtkwaliteit wordt gemeten, er worden testen gedaan en enquêtes afgenomen. Het onderzoeksteam wil aan kunnen tonen dat een plantenwand in de klas de luchtkwaliteit op en betaalbare en effectieve manier kan verbeteren.
Het project ‘Groene wanden in de klas’ is een breed gedragen initiatief van de gemeente Haarlemmermeer, FloraHolland, Greenport Aalsmeer, Stadsregio Amsterdam, Groen Onderwijscentrum en Into Green (een platform van Branchevereniging VHG voor hoveniers en groenvoorzieners en VGB, de branchevereniging voor de groothandel in bloemen en planten).

Wethouders lichten groene coalitieplannen toe tijdens Groene Poort

Hoe groen kleuren de werkprogramma’s van de nieuwe Colleges van Burgemeester en Wethouders? Dat is de vraag die centraal stond tijdens de ‘Groene Poort’ op 30 september – de halfjaarlijkse bijeenkomst in Nieuwspoort waar politici, wetenschappers en het groene bedrijfsleven elkaar treffen. Vijf wethouders gaven tijdens de Groene Poortbijeenkomst inzicht in hun plannen. Hun ambitie is duidelijk: meer groen realiseren, ook al moet er worden bezuinigd. Met subsidies, burgerparticipatie en creatieve verbindingen blijkt er veel mogelijk.
 
 Foto: van links naar rechts wethouder D. Verbeek van de gemeente Brielle, wethouder C. Koppenol van de gemeente Papendrecht, wethouder O.G. Prinsen van de gemeente Apeldoorn, wethouder R. Van Harten van de gemeente Vlaardingen en wethouder M. Borsboom van de gemeente Rijswijk.
 
De gemeente Rijswijk werkt samen met inwoners, bedrijven en instellingen aan een groenere stad. Er is extra budget vrijgemaakt om te investeren in groen. De groene paragraaf maakt integraal onderdeel uit van duurzaamheid en is een aparte opgave in het coalitieakkoord. In Vlaardingen moet flink worden bezuinigd, maar wordt er via een aparte stichting die bewoners hebben opgericht subsidie ontvangen voor groene initiatieven. Ook Brielle kampt met financiële krapte. De uitdaging daar is vooral het groen in het binnen- en buitengebied te behouden en verstening van buurten tegen te gaan. Papendrecht is erin geslaagd Europese subsidie te bemachtigen om meer groen in de gemeente te brengen. In Apeldoorn wordt groen, maar ook water bewust ingezet om de binnenstad aantrekkelijker te maken, hittestress te bestrijden en regenwater vast te houden.
Burgerparticipatie
In alle gemeenten wordt nauw samengewerkt met de bewoners en worden burgerinitiatieven gestimuleerd. Niet alleen uit financiële noodzaak, maar ook om draagvlak en bewustwording te creëren. Dat betekent niet dat er groene professionals overbodig zijn; voor de uitvoering van grotere projecten bijvoorbeeld en ook voor advies over wat groen kan doen is hun inzet gewenst. ‘De groenbranche biedt tal van oplossingen om te vergroenen, via een integrale aanpak waarin ook water wordt meegenomen’, aldus de boodschap aan de bestuurders.
 

‘Stimuleer zorgorganisaties om hun patiënten in het groen te laten bewegen. Richt parken bewust in voor ontspanning en beweging en koppel er activiteiten aan. Het is de kunst om de doelgroep te verleiden.’
 

Groen en gezondheid
Dat een groene omgeving ook gunstige effecten heeft op de gezondheid van burgers, daar zijn de wethouders zich van bewust en ze noemden er ook voorbeelden van. Desondanks geven ze toe dat er meer mogelijk is. Apeldoorn zet inmiddels de tool TEEB-stad in om de waarde van groen in geld uit te drukken, het aspect gezondheid blijft daarin volgens de wethouder nog wat onderbelicht. Onderzoeker Jolanda Maas stelde dat met een doordachte aanpak veel winst valt te behalen: ‘Stimuleer zorgorganisaties om hun patiënten in het groen te laten bewegen. Richt parken bewust in voor ontspanning en beweging en koppel er activiteiten aan. Het is de kunst om de doelgroep te verleiden.’
Over Groene Poort
Groene Poort brengt vier disciplines op één platform bij elkaar: politiek, bedrijfsleven, overheid en kennisinstituten. Genodigden zijn leden van de Eerste en Tweede Kamer, functionarissen bij de rijksoverheid, portefeuillehouders bij provincies, veiligheidsregio’s, gemeenten, kennisinstituten, bestuursleden van brancheorganisaties en directies en commissarissen van groenbedrijven met een branchevertegenwoordigende functie. De volgende Groene Poort vindt plaats in het voorjaar van 2015. Groene Poort is een gezamenlijk initiatief van Branchevereniging VHG en de Nederlandse Vereniging van Tuin- en Landschapsarchitecten (NVTL), in samenwerking met Zuydgeest Communicatie.

Green Deal Groene Daken wordt 10 september ondertekend

Op 10 september wordt tijdens de Nationale Groendag in Groningen de Green Deal Groene Daken ondertekend door staatssecretaris Dijksma van Economische Zaken, Erik Steegman, directeur Leven op Daken, Egbert Roozen, directeur Branchevereniging VHG en enkele anderen. Groene daken bieden voordelen en kansen om ecosystemen te versterken in de gebouwde omgeving. De Green Deal Groene Daken stimuleert het meer toepassen van groene daken. 

Ondanks het feit dat verschillende gemeenten subsidies geven voor de aanleg van begroeide gebruiksdaken, zien potentiële eigenaren nog te veel bezwaren om er in te investeren. Ze weten niet precies wat de voordelen zijn en sommige baten zoals de waterbuffering komen niet bij de investeerder terecht.

Benutten van kansen
Via een open proces zoeken bedrijven, overheden, financiële instellingen en kennisinstellingen samen naar het benutten van kansen. Zo ook tijdens haalbaarheidsgesprekken voor de Green Deal. Een aantal suggesties is naar voren gekomen, zoals korting op de rioolheffing, en/of de opstalverzekering of een onderling verdienmodel met een bank. Een zogenaamd Natural Capital Impact Bond. Met bijvoorbeeld de methodiek van The Economics of Ecosystems and Biodiversity (TEEB) worden de baten van het groene dak zichtbaar en eventueel verrekenbaar gemaakt. Doel van het gezamenlijke proces is ook om knelpunten omtrent groene daken te signaleren en adresseren. Zo wordt naast het maatschappelijk verdienmodel samen gewerkt aan een stimulerende context voor het toepassen van groene daken.

Pilots
De voorstellen voor het maatschappelijk verdienmodel worden uitgewerkt en getoetst met behulp van pilots. Deze pilots worden in de loop van het traject gezamenlijk vastgesteld. Het kan gaan om koopwoningen, een kantoor, een ziekenhuis of bijvoorbeeld huurwoningen. De aanleg van de groene daken zelf valt buiten de scope van dit traject.

Vierkante meter tuintjes op gezonde schoolpleinen

Kinderen van twintig Nederlandse basisscholen hebben in de afgelopen weken samen met een hovenier van Branchevereniging VHG de laatste hand gelegd aan een nieuwe vogel- en vlindertuin of moestuin op het schoolplein. Dat gebeurde in het kader van de Nationale Tuinweek, met als thema ‘Tegel eruit, plant erin’. De tuin is één vierkante meter groot en wordt aangeboden door Branchevereniging VHG, vereniging Groei & Bloei en het Instituut voor Natuureducatie en duurzaamheid (IVN).
De twintig scholen zijn de eerste scholen die zijn geselecteerd voor het project Gezonde Schoolpleinen. Tussen 2014 en 2016 realiseren in Nederland zeventig scholen een Gezond Schoolplein. Op zo’n schoolplein kunnen leerlingen leren van en over de natuur.
Hoveniers 
De scholen konden kiezen uit een educatieve groente- en fruittuin of een vogel- en vlindertuin, ontworpen door Richard de Jong van Nova Tuinen. Hoveniers van Branchevereniging VHG zorgden samen met de leerlingen voor de aanleg en schenken materialen en planten.
Lespakket
De vrijwilligers van Groei & Bloei geven bij een aantal scholen uitleg over het onderhoud en beheer van de tuin. IVN zorgt voor een bijpassend lespakket met docentenhandleiding, zodat de tuin gelijk als ‘buitenlokaal’ gebruikt kan worden.
Groene initiatieven
De Nationale Tuinweek vond plaats van 14 tot en met 21 juni. Het is een initiatief van tuinvereniging Groei & Bloei en werd dit jaar voor het eerst georganiseerd. Doel is om actief tuinieren met bloemen en planten in Nederland en Vlaanderen te bevorderen. In beide landen staan tijdens de tuinweek tal van  ‘groene’ initiatieven op het programma: van plantenmarkten en tuinenfietstochten tot natuur-educatiewandelingen, workshops, lezingen en rondleidingen door (moes)tuinen en parken.
 
Bron: VHG

JD Brabant: ‘Durbanisatie’ noodzakelijk in veranderende wereld

Op woensdag 4 juni stond de activiteit over ‘durbanisatie’ (duurzaamheid + urbanisatie) van de commissie Breda van de Brabantse Jonge Democraten (de jongerenafdeling van dD66) in samenwerking met de landelijke werkgroep MELV (Milieu, Energie, Landbouw en Voedsel), op het programma. Verstedelijking is een wereldwijd fenomeen, wat er in de komende jaren voor zal zorgen dat uiteindelijk 70% van de wereldbevolking in een stad gaat wonen. Maar hoe kunnen we ervoor zorgen dat die verstedelijking duurzaam verloopt? Kan groen in de stad daar aan bijdragen?
Als directeur van de brancheorganisatie voor hoveniers VHG weet Egbert Roozen hier veel van. Hij presenteerde de verschillende positieve effecten die groen in de stad kan hebben. Hij vertelde dat wetenschappelijk is aangetoond dat groen in de leefomgevig onder andere positieve effecten heeft op de gezondheid van mensen, hun welzijn, en de waarde van hun huis.
Vervolgens werd de vraag gesteld: ‘Wat moet er worden gedaan om groen te stimuleren?’ De heer Roozen kwam met enkele voorbeelden uit de praktijk van gemeenten die op verschillende manieren meer groen in het straatbeeld hebben gebracht. Zo zijn er gemeenten die kiezen voor initiatieven als gezamenlijke tuinen, terwijl andere gemeenten kijken naar mogelijkheden om grond te verkopen (dunne stroken langs de weg die als reserve dienden) waar de koper verplicht groen op moet zetten.
Na dit inspirerende verhaal en een korte pauze ging de commissie onder leiding van portefeuillehouder MELV Arend Meijer in discussie over het onderwerp. Zij waren het er al snel over eens dat groen belangrijk is, omdat het zulke uiteenlopende en grote voordelen biedt.
De  vraag bleef echter bestaan of de gemeente initiatieven moet nemen, of dat zij juist uit moet gaan van burgerinitiatieven . Hoewel het laatste veel voordelen biedt, brengt het met zich mee dat de kans aanwezig is dat er geen of gebrekkige initiatieven komen. Of, dat na realisatie het onderhoud achterwege blijft. Concluderend werd gesteld dat  gemeenten het initatief zouden moeten blijven nemen tot groenvoorziening in de stad, waarbij zij uiteraard moeten blijven luisteren naar de wensen van de inwoners.
Op deze avond zijn de aanwezige JDers tot nieuwe inzichten gekomen op het gebied van duurzaamheid. Met iets op het oog simpels als een boom voor de deur, kan veel worden bereikt op het gebied van een duurzame inrichting van de stad. Het is belangrijk om nú in te zetten op deze durbanisatie, voordat er geen plek meer is

Branchevereniging VHG adopteert openbaar groen in Houten

Wethouder M. (Michiel) van Liere van de gemeente Houten en Egbert Roozen, directeur van Branchevereniging VHG, hebben woensdag 30 april aan De Molen samen de eerste bedrijfstuin in het openbare groen van Houten geopend. Dit initiatief past uitstekend in de plannen voor groenadoptie van de gemeente. En VHG, branchevereniging van onder andere de hoveniers en groenvoorzieners, heeft nu een kantoorpand dat ook als ‘huis van de groene ondernemers’ herkenbaar is.   

Een tuinontwerper maakte een plan met vaste en deels bloeiende planten. De tuin groeit helemaal dicht en vraagt daardoor weinig onderhoud. Onderdeel van het ontwerp is een grote tuinbank waarop medewerkers tussen de middag heerlijk kunnen ontspannen.

Groene gemeente
“Houten is een groene gemeente en dat willen we heel graag blijven”, zegt Michiel van Liere. “Maar de manier waarop we dat willen bereiken, verandert. We kijken of we het onderhoud van het openbare groen kunnen overdragen aan burgers en bedrijven. Als gemeente kunnen we niet meer alles voor iedereen doen. En natuurlijk zit er ook een financiële noodzaak achter. De grond blijft van de gemeente. We noemen het groenadoptie. VHG reageerde alert op onze plannen met dit prachtige resultaat. Andere goede ideeën op dit terrein zijn van harte welkom.”

Meewerken aan een gezonde leefomgeving
Egbert Roozen van Branchevereniging VHG hoopt dat dit soort initiatieven landelijk navolging krijgen. “Als branche pleiten wij voor een gezonde leefomgeving voor iedereen en dus meer groen. Noodzakelijke bezuinigingen brengen die ontwikkeling in gevaar. Prima als het initiatief bij burgers en bedrijven komt te liggen. Dat biedt kansen voor onze leden. Bedrijven moeten inspelen op deze ontwikkelingen. Een groene omgeving is van grote waarde, zowel economisch als maatschappelijk. Denk aan het belang van de bestrijding van fijnstof. En een pand met een mooi aangelegde tuin is meer waard.”

De gemeente Houten wil meer bedrijven en burgers voor een dergelijk initiatief interesseren. “Als bedrijven de handen ineenslaan ontstaat hier misschien wel De Molenallee”, filosofeerde de wethouder.

Drie groene vragen aan…Egbert Roozen

Egbert Roozen
Directeur branchevereniging VHG

1. Waarom vindt u het belangrijk dat ‘De Groene Stad’ nieuw leven is ingeblazen?
De Groene Stad is aan de ene kant een doelstelling: wij vinden dat steden in Nederland, de bebouwde omgeving in het algemeen, groener moet worden. Daarvoor hebben wij talloze argumenten en motivaties verzameld, die we op een overtuigende, vakkundige wijze onder de aandacht willen brengen van beslissers in politiek, bestuur en bedrijfsleven.  Dat ‘nieuwe leven’ zie ik vooral in de verdere professionalisering van het uitdragen van onze groene boodschap en de samenwerking met betrokken partijen rondom het groene thema.
2. Wat zijn voor de VHG de belangrijkste doelstellingen voor en van De Groene Stad?
Wij zien ‘De Groene Stad’ vooral ook als een samenwerkingsverband van het ‘groene’ bedrijfsleven in Nederland en vele ‘groene’ stakeholders, dat in gezamenlijkheid de verspreiding van onze boodschap organiseert. Onze ambitie is om met De Groene Stad bij te dragen aan een meer doordachte inzet van ‘groen’. Dat vergt een vernieuwing in het planologisch denken, lokaal, nationaal en internationaal. Door het geven van voorlichting, het belichten van succesvolle praktijkvoorbeelden en het delen van nieuwe wetenschappelijke inzichten willen wij ‘groener denken’ te stimuleren. Samengevat: ‘De Groene Stad’ werkt in het algemeen belang, dat naadloos aansluit bij waar we als het groene bedrijfsleven voor willen staan.
3. Welke rol speelt de VHG in dit geheel?
Als hoveniers en groenvoorzieners hechten wij vooral sterk aan de professionele aanpak van de vergroening van onze steden en dorpen. Ik bedoel maar: je bent er niet, als gemeente, door een aantal planten, struiken en bomen te bestellen. Ze moeten vooral ook op de juiste manier worden geplant en vervolgens onderhouden. Dat is waar onze leden goed in zijn en dat willen wij graag overal uitdragen. In die zin spelen de hovenier en de groenvoorziener, en daarmee de VHG, een verbindende rol te midden van de leveranciers aan de groene sector, de opdrachtgevers van groenprojecten en de eindgebruikers van het groen.