Berichten

Branchevereniging VHG adopteert openbaar groen in Houten

Wethouder M. (Michiel) van Liere van de gemeente Houten en Egbert Roozen, directeur van Branchevereniging VHG, hebben woensdag 30 april aan De Molen samen de eerste bedrijfstuin in het openbare groen van Houten geopend. Dit initiatief past uitstekend in de plannen voor groenadoptie van de gemeente. En VHG, branchevereniging van onder andere de hoveniers en groenvoorzieners, heeft nu een kantoorpand dat ook als ‘huis van de groene ondernemers’ herkenbaar is.   

Een tuinontwerper maakte een plan met vaste en deels bloeiende planten. De tuin groeit helemaal dicht en vraagt daardoor weinig onderhoud. Onderdeel van het ontwerp is een grote tuinbank waarop medewerkers tussen de middag heerlijk kunnen ontspannen.

Groene gemeente
“Houten is een groene gemeente en dat willen we heel graag blijven”, zegt Michiel van Liere. “Maar de manier waarop we dat willen bereiken, verandert. We kijken of we het onderhoud van het openbare groen kunnen overdragen aan burgers en bedrijven. Als gemeente kunnen we niet meer alles voor iedereen doen. En natuurlijk zit er ook een financiële noodzaak achter. De grond blijft van de gemeente. We noemen het groenadoptie. VHG reageerde alert op onze plannen met dit prachtige resultaat. Andere goede ideeën op dit terrein zijn van harte welkom.”

Meewerken aan een gezonde leefomgeving
Egbert Roozen van Branchevereniging VHG hoopt dat dit soort initiatieven landelijk navolging krijgen. “Als branche pleiten wij voor een gezonde leefomgeving voor iedereen en dus meer groen. Noodzakelijke bezuinigingen brengen die ontwikkeling in gevaar. Prima als het initiatief bij burgers en bedrijven komt te liggen. Dat biedt kansen voor onze leden. Bedrijven moeten inspelen op deze ontwikkelingen. Een groene omgeving is van grote waarde, zowel economisch als maatschappelijk. Denk aan het belang van de bestrijding van fijnstof. En een pand met een mooi aangelegde tuin is meer waard.”

De gemeente Houten wil meer bedrijven en burgers voor een dergelijk initiatief interesseren. “Als bedrijven de handen ineenslaan ontstaat hier misschien wel De Molenallee”, filosofeerde de wethouder.

Bloembollen in openbaar groen

Openbaar groen heeft een positief effect heeft op mensen omdat het sierwaarde en variatie brengt in de omgeving wat de leefbaarheid verhoogt. Twee voorwaarden zijn dat de beplanting op de juiste plaats staat en er verzorgd uitziet. Bloembollen zijn bij uitstek geschikt als fleurige afwisseling in het vaak nog fletse groen vlak na de winter. Ze brengen vroeg in het voorjaar kleur en variatie in het straatbeeld.
Flinke groepen krokussen en narcissen in de berm langs de weg, een kleurrijk herkenningspunt in de wijk of het park met tulpen, of een grote container met hyacinten op een plein geeft iedereen een flinke impuls tot activiteit. Er valt voor iedere situatie iets te kiezen, of het nu gaat om de aankleding van wegbermen, gazons, rotondes, klassieke bloemperken of onderbeplanting van hoge bomen.

D66 Den Haag zet in op meer openbaar groen

Een groene en duurzame openbare ruimte voor Den Haag. Dat was voor D66 de belangrijkste inzet tijdens de gemeenteraadsvergadering van donderdag 22 november.
Raadslid Kim Waanders, woordvoerder bij de behandeling van de Kadernota openbare ruimte, zette vol in op toegankelijk groen in de stad. €œEen groene buurt is een leefbare buurt. Als meest dichtbevolkte gemeente van Nederland is openbaar toegankelijk groen helaas geen vanzelfsprekendheid in Den Haag. Daarom is het zo belangrijk dat de inwoners van onze stad kunnen genieten van het groen dat er wel is€, aldus Waanders.
Meer groen
Zij riep het college daarom op om meer duidelijkheid te verschaffen over wat er wel en niet is toegestaan in de vele parkjes en parken in Den Haag, en om nog eens kritisch te kijken of het niet mogelijk is om in zogenaamd €˜zichtgroen€™ toch te kunnen recreëren. Bovendien vroeg ze het college te kijken naar mogelijkheden om park Sorghvliet toegankelijker te maken, zonder dat het unieke karakter van het park verloren gaat. Tot slot stelde ze samen met raadslid Tobias Dander voor om de openbare ruimte met meer groen, meer water en minder steen in te richten. Dat voorstel voor een mooier en klimaatbestendig Den Haag werd aangenomen.
Bron:
D66 Den Haag
 
 

Gemeenten onderschatten positieve invloed openbaar groen

Gemeenten onderschatten nog steeds de positieve invloed van openbaar groen op de leefomgeving. Aanleg en onderhoud van kwaliteitsgroen betaalt zichzelf dik terug in hogere huizenprijzen, lagere gezondheidskosten, minder vandalisme en afnemende (hitte)stress.

Dat stelt directeur Peter van Rooy van onderzoeksbureau Accanto. Hij ondersteunt hiermee het pleidooi van de Partij voor de Dieren om steden meer te vergroenen. Tijdens een hittegolf dreigt een wijk zonder park of ander groen voor veel ouderen onleefbaar te worden.

Lees het volledige bericht op Binnenlands Bestuur »

Lees ook:
Dierenpartij wil meer stadsgroen »

Bron:
Binnenlands Bestuur

Laanbomencongres pleit voor ketenaanpak bij verbetering openbaar groen

Samenwerking en kennisuitwisseling tussen alle partijen betrokken bij het openbaar groen – van boomkweker tot eindafnemer – is een must om te komen tot kwaliteitsverbetering van het groen in de openbare ruimte. Zo luidde de centrale boodschap van het congres ‘Bomen, essentieel voor een vitale groene stad’, samengevat door dagvoorzitter Bert Gijsberts, voorzitter van branchevereniging Vereniging van Hoveniers en Groenvoorzieners (VHG).

Dit congres vond plaats op woensdag 27 juni op de Floriade in Venlo. Onder de ruim honderd aanwezigen bevonden zich onder andere boomkwekers, groenvoorzieners, onderzoekers, bestuurders en uitvoerders van gemeenten.

De laatste ontwikkelingen en onderzoeksresultaten met betrekking tot de rol van bomen in de vitale stad en hun maatschappelijke en economische waarde stonden deze dag centraal.

Gebruikswaardeonderzoek laanbomen
Onderzoeker Jelle Hiemstra van Praktijkonderzoek Plant & Omgeving (PPO) lichtte in zijn lezing het onderzoeksproject ‘Gebruikswaardeonderzoek laanbomen’ toe. In de afgelopen vijftien jaar zijn in 17 gemeenten en 3 proeftuinen testbeplantingen aangelegd van in totaal 75 soorten en cultivars. In deze beplantingen is de ontwikkeling van de bomen gedurende een periode van 7-10 jaar gedetailleerd gevolgd en zijn de ervaringen met onderhoud en beheer in beeld gebracht. Daarnaast is ook gewerkt aan een tiental meer algemene thema’s, zoals snoei, wortelopdruk, substraat, groeiplaats,klimaat en bomen. Na afloop van het congres werd het boek ‘De juiste boom op de juiste plaats’ gepresenteerd. Meer informatie over dit onderzoek is te vinden op straatbomen.nl »

Belang van groen voor steden
Bomen maken de stad meer waard en gezond! Dat was de centrale boodschap van Leendert Koudstaal, bomenspecialist bij de gemeente Den Haag. Koudstaal benadrukte het maatschappelijke en economische belang van groen voor steden. “Ondanks de bezuinigingen blijft Den Haag investeren in groen. Gemeentebestuur, bedrijven en inwoners zien het belang van groen voor de leefbaarheid van de stad steeds meer in. Naast de functionele waarde van het groen, zoals tegengaan van hittestress, afvangen van fijn stof en opnemen van overtollig regenwater, is ook de economische waarde van groot belang”. Dit geldt niet alleen voor de wethouder van financiën die dit soort cijfers nodig heeft om beslissingen te nemen, maar ook voor bijvoorbeeld de bouwsector. “De rode sector ziet steeds meer de toegevoegde waarde van het groen in voor het onroerend goed”, aldus Koudstaal. Meer informatie over de groenvisie van Den Haag is hier te vinden »  

Baten van groenblauwe maatregelen
Centraal in de presentatie van Ursula Kirchholtes van ingenieursbureau Witteveen + Bos,   stond het internationale project The Economics of Ecosystems and Biodiversity (TEEB) Stad. TEEB Stad is een methode om de maatschappelijke baten van groenblauwe maatregelen als vanzelfsprekend mee te nemen in de besluitvorming over inrichtingsplannen. Witteveen + Bos hebben in dit project een instrument ontwikkeld, waarmeer zichtbaar wordt wanneer groen- en waterbaten ontstaan, hoe hoog die baten zijn en hoe baathouders betrokken kunnen worden als investeerders. Naast het ingenieursbureau werken elf Nederlandse gemeenten en twee ministeries (EL&I en I&M) mee in het project TEEB Stad. Kirchholtes liet aan de hand van een voorbeeld zien dat inzicht in de baten van groen belangrijk is. “De aanplant van dertig bomen in het centrum van Almelo was een enorme kostenpost voor de gemeente. Toen daar de baten tegenover werden gezet, werd inzichtelijk dat het niet alleen om kosten gaat. Deze informatie hebben de investeerder, de gemeente maar ook ondernemers, nodig om te kunnen investeren in een leefbare omgeving.”
Meer informatie over TEEB is te vinden in het magazine De Groene Stad:

Organisatie
Het congres ‘Bomen, essentieel voor een vitale groene stad’ werd georganiseerd door LTO Cultuurgroep Laan-, Bos- en Parkbomen in het programma van De Groene Stad, Gebruikswaardeonderzoek Laanbomen, Praktijkonderzoek Plant en Omgeving en Plant Publicity Holland.

Bewoners Middelburg willen openbaar groen behouden

De bewoners van de Middelburgse binnenstad krijgen enkele weken de tijd om zelf met initiatieven te komen zodat de gemeente niet gedwongen wordt om in het kader van de bezuinigingen (8000 euro per jaar) de heggetjes langs de binnengrachten te verwijderen.

Dit meldt de krant PZC. Gisteravond, tijdens de bijeenkomst van de Wijkbeheergroep Binnenstad, bleek dat er onder de bewoners veel weerstand bestaat tegen het verwijderen van die heggen. Ze zien het als aantasting van hun omgeving en vrezen ook dat het gevaarlijker wordt voor spelende kinderen omdat zonder die heggetjes er geen barrière is tussen de straat en het water.

Groene stad is een leefbare stad 
Bezoeker André Groenenberg riep aanwezigen op om inzet te tonen bij het behoud van het openbaar groen. Hij stelde dat een groene stad een leefbare stad is. Zelf heeft hij met wat buren een rozenperk geadopteerd. Volgens hem leidt dat werk niet alleen tot behoud van het groen maar zorgt het ook nog eens voor binding tussen de buren.

Bron:
PZC

Onderzoek naar vorm, inhoud en betekenisgeving van openbaar groen in de naoorlogse stedenbouw

Het recente onderzoek ‘Vorm, inhoud en betekenisgeving van openbaar groen in de naoorlogse stedenbouw’ van Jan van Merriënboer gaat zoals de naam van het rapport aangeeft in op de vormgeving, inhoud en betekenisgeving van het openbaar groen in de naoorlogse stedenbouw. De aanleiding voor het onderzoek was een artikel in de Volkskrant uit 2007 waarin de kop luidde ‘Winsemius wil meer groen in VINEX-wijken’.

Toenmalig minister Pieter Winsemius van Ruimtelijke Ordening pleitte destijds voor een inhaalslag om VINEX-wijken, zoals bijvoorbeeld het Haagse Ypenburg, de Leidsche Rijn bij Utrecht en het Amsterdamse IJburg ‘groener’ te maken. De intentie van de minister kwam voort uit een tevredenheidonderzoek waaruit bleek dat de nieuwbouwbewoners wel tevreden zijn over de woning, maar niet tevreden zijn over het aantal bomen, parken en parkjes.

Op de schop
Het artikel uit de Volkskrant gaf aanleiding tot filosoferen over het feitelijk ontworpen en aangebrachte openbaar groen in de alledaagse woonomgeving en de betekenisgeving die dit groen heeft voor de gebruikers. In het artikel wordt het openbaar groen van nieuwbouwwijken in de VINEX – locaties besproken, maar is het probleem wat zich hier ontvouwt niet van alle tijden. Wat te denken van de op stapel staande vernieuwingen en herstructureringen van de naoorlogse woonwijken. Op dit moment gaat de aandacht uit naar de wijken uit de periode 1945-1970, welke het eerst aan de beurt zullen zijn. In de nabije toekomst zullen de wijken uit de periode 1970-1985 ook niet meer voldoen en gaan ongetwijfeld ‘ook op de schop’.

Openbaar groen heeft grote waarde
Er moet bij worden stilgestaan dat hier een grote opgave wordt gesteld voor het juist omgaan met de ‘erfenis’ van het in deze wijken royaal aangebrachte openbare groen. De te verwachten vernieuwingsslagen met de opdracht ‘het bijstellen van de woningvoorraad’ zullen de komende decennia vele wijken een ander gezicht geven. Sommige wijken hebben al een gedaanteverandering ondergaan. Met het slopen van grote aantallen flats en eengezinswoningen verdwijnen ook grote arealen openbaar groen. Dit ruim aanwezige openbaar groen geeft deze wijken een grote waarde, maar door een gelaagde geschiedenis zeer zeker ook een eigen identiteit. Hoe wordt hiermee omgegaan en waarop zijn de keuzen en hieruit voorkomende plannen op gebaseerd? Wordt het groen op (historische) waarde geschat, en zo ja, op basis van welke criteria gebeurt dat dan? Dit onderzoek levert daar een bijdrage aan.

Onderzoeker Jan van Merriënboer is docent beplantingsleer aan hogeschool VanHall Larenstein.

Download hier het onderzoek »

 

Nieuwe technieken zijn een uitdaging voor het onderhoud in het openbaar groen

Onderhoud openbaar groen met behoud van biodiversiteit vraagt om een nieuwe manier van aanpak. Kennis en ervaringen van uit de akkerbouw en vollegrondsgroenten sector kunnen ook in het openbaar groen prima ingezet worden. Een uitdaging voor gemeentes, en specialisten in de groenvoorziening en cultuurtechniek. Daarnaast zullen planologen rekening moeten houden met de nieuwe manier van aanpak bij de plannen voor de inrichting van het stedelijk gebied.

Een uitdaging die niet van vandaag op morgen tot stand zal komen, maar er wel voor kan zorgen dat het onderhoud betaalbaar blijft. Een nieuwe aanpak is nodig omdat er bijna geen chemische onkruidbestrijdingsmiddelen ingezet mogen worden in het openbaar groen en de kans bestaat dat dit over een aantal jaren helemaal niet meer mogelijk is.

Download het artikel »

Bewoners van Akkrum en Nes vragen aandacht voor openbaar groen

Akkrum-Oost en Nes komen met een ‘groenplan’. Het gaat om een totaalplan van groene elementen zoals bomen, struiken, hagen en fruitbomen. Ook de inrichting van parken, straten, bankjes en speelvoorzieningen is hier onderdeel van. De aanleiding voor dit project is de nieuwe dorpsvisie van Akkrum-Nes. Daarin vragen de bewoners van de dorpen aandacht voor openbaar groen.

Landschapsbeheer Friesland is de trekker van dit ‘Doarpen yn’t Grien’ project en zij vroegen hiervoor subsidie aan bij de provincie via Plattelânsprojekten. Het gebiedsplatform Plattelânsprojekten Noardwest Fryslân beoordeelt het project positief. Landschapsbeheer Friesland kan een subsidiebedrag van € 21.166 verwachten. De totale kosten van het project zijn € 42.333. 
 

Dorpsbewoners vormen groencomissie
De dorpen willen ook de vervuiling van de openbare ruimte aanpakken. Dorpsbewoners vormen een groencommissie. Deze commissie maakt het groenplan. Landschapsbeheer Friesland werkt samen met de groencommissie het plan verder uit. Tijdens de ontwikkeling van het plan is er afstemming met verschillende partijen, zoals de gemeente en terreineigenaren. De groencommissie en Landschapsbeheer Friesland presenteren het plan vervolgens aan alle dorpsbewoners. Deze kunnen reageren op het plan. Met de inbreng van de bewoners stelt de Dorpsbelangenvereniging het groenplan vast.

Uitvoering
De dorpsbewoners helpen Landschapsbeheer Friesland bij de uitvoering. Landschapsbeheer organiseert een aantal werkdagen waarbij de bewoners helpen met groen aanplanten. Landschapsbeheer en de gemeente zorgen daarbij voor de voorbereiding, gereedschap en begeleiding. Wanneer mogelijk voeren plaatselijke ondernemers grotere werkzaamheden uit, zoals het graven van een poel of de aanleg van wandelpaden.

Bron:
Provincie Friesland

——————————————————————————–

Deze website is powered by Plant Publicity Holland, Groenforum Nederland en wordt mogelijk gemaakt door Productschap Tuinbouw.
 
 

 

 

 

 

 

 
 

Meer openbaar groen, minder hittestress in steden

In Wageningen is het op een doorsnee dag 2,4 graden warmer dan buiten de stad. ’s Zomers en ’s winters. Maar geen nood: meer groen zorgt voor verkoeling.  “Met een procent meer groenbedekking neemt het effect 0,06 graad af.” En dat is belangrijk voor stadsontwerpers.

Het verschil in temperatuur tussen stad en platteland kan op een warme zomerdag wel oplopen tot meer dan vijf graden. Meteorologen noemen dit het warmte-eiland effect (heat island effect): de stad als warm eiland op een koeler platteland. Onderzoeker Gert-Jan Steeneveld (Meterologie en luchtkwaliteit) berekende samen met collega’s en studenten het effect voor ruim twintig Nederlandse steden.

Probleem werd onderkend
Dat steden warmte vasthouden is een bekend gegeven. We houden er lange zomeravonden op warme terrassen aan over. Maar als een probleem werd die warmte in ons land tot voor kort niet gezien. “Door ons milde klimaat dacht men dat het hier wel mee zou vallen”, zegt Steeneveld. Maar klimaatverandering en een serie hete zomers heeft daar verandering in gebracht. Hittestress en wat je daartegen kunt doen zijn ‘hot’.

Verschillen zijn relatief groot
De Wageningse onderzoeker berekende een maximaal dagelijks eiland-effect door het verschil te nemen tussen de stadstemperatuur en de temperatuur van het dichtstbijzijnde KNMI-station. Wageningen komt dan op 2,4 graden, een gemiddeld warmte-eiland effect in ons land. Maar de verschillen zijn relatief groot. Rotterdam bijvoorbeeld komt tot 2,8 graden, terwijl Groningen nog niet de helft daarvan haalt. Dat komt door de locatie dicht bij zee en de sterkere wind in het noorden.
Steeneveld berekende daarnaast ook de hittestress die dat eiland-effect met zich mee kan brengen. In doorsnee valt het met die stress wel mee. De (empirische) drempel wordt zelden overschreden. Toch heeft een derde van de steden jaarlijks zeven dagen te maken met hittestress. Voor een stad als Rotterdam loopt dat zelfs op tot het dubbele aantal dagen.

Eenvoudige oplossing: meer groen
Het goede nieuws is dat er een eenvoudige remedie is tegen hitte: meer groen. Steeneveld toont keihard aan dat er een lineair verband is tussen groen en warmte-eiland effect. “Met een procent meer groenbedekking neemt het effect 0,06 graad af.”  En dat is belangrijk voor stadsontwerpers. Steeneveld: “Die hebben twee elementen om mee te sturen: water en groen. Het effect van water hebben we ook onderzocht, maar dat is minder duidelijk.”

Bebouwing
Dat steden warmte vasthouden heeft onder meer te maken met de bebouwing. Door hoge en dichte bebouwing kan minder warmte rechtstreeks weg. Steden met hoge bevolkingsdichtheid hebben daardoor meer te maken met het warmte-eiland effect. Dat heeft overigens ook een keerzijde: hoge gebouwen zorgen ’s ochtends voor een koelere stad.

Eerste keer in kaart gebracht
Steeneveld is de eerste die het eiland-effect voor Nederlandse steden in kaart bracht. Daarvoor gebruikte hij gegevens van amateurmeteorologen. Noodgedwongen, want officiële weerstations in steden zijn er nauwelijks. Het KNMI meet niet in steden. Amateurs wel, en meestal met dure professionele apparatuur en over een lange tijd. Die amateurgegevens zijn dus een uitkomst. 

 

Bron:
Resource WUR

——————————————————————————–

Deze website is powered by Plant Publicity Holland, Groenforum Nederland en wordt mogelijk gemaakt door Productschap Tuinbouw.