Berichten

Groene Poort in teken van leefbare duurzame steden

Europa investeert in natuuroplossingen
“In Brussel praten we niet alleen over leefbare, duurzame steden, we investeren er ook in”. Dat zei gastspreker Kurt Vandenberghe gisteren tijdens de Groene Poortbijeenkomst in Den Haag. Vandenberghe is Directeur Climate Action and Resource Efficiency bij de Europese Commissie. In het kader van Horizon 2020 heeft de Europese Commissie een nieuw programma gelanceerd: ‘Nature Based Solutions in Renaturing the Cities’. Er is 250 miljoen euro beschikbaar voor grootschalige demonstratieprojecten.
Vandenberghe gaf aan dat de Europese Commissie ruim 20 jaar heeft geïnvesteerd in onderzoek naar onder andere biodiversiteit. “We hebben veel kennis opgedaan. Nu is het tijd die te kapitaliseren en te investeren in natuuroplossingen. Als we daar een Europese Agenda voor maken, kunnen we er schaalgrootte en reikwijdte aan geven en zo nog meer investeerders betrekken. We gaan dat doen samen met wetenschap, overheid, bedrijfsleven en burgers.” Ook sprak Vandenberghe de hoop uit dat Nederland deze visie volgend jaar bij haar voorzitterschap van de Europese Unie zal ondersteunen.
Grootschalige aanpak
Het programma Nature Based Solutions is ontwikkeld door een expertgroep waaraan ook VHG-directeur Egbert Roozen heeft deelgenomen. Het plan beoogt een systematische aanpak, die niet alleen gericht is op technologische innovaties, maar ook nieuwe businessmodellen onderzoekt. Bovendien zal innovatie op bestuurlijk en regelgevend niveau nodig zijn. Verder richt het programma zich op het ontwikkelen van nieuwe kennis en vaardigheden en op sociale innovaties.
Interessante spin-off
Met nadruk stelde Vandenberghe dat het programma tot doel heeft om nieuwe natuuroplossingen te ontwikkelen die Europees en zelfs mondiaal toepasbaar zijn. Ik voorspel dat dat veel interessante spin-off gaat opleveren, ook voor ondernemers in de Nederlandse groenbranche.”
Blij met Europa
Tweede Kamerlid Henk Leenders (PvdA) toonde zich verheugd over dit plan. “We zijn in Nederland niet altijd blij met Europa, maar het Europese natuurbeleid is beter dan het Nederlandse beleid ooit is geweest.” Leenders kondigde aan dat hij het Kabinet gaat bevragen over het Nature Based Solutions-rapport. Bovendien is hij van plan een initiatiefnota te maken om alle groene initiatieven in kaart te brengen die er momenteel in Nederland worden ontplooid.
Coalities
“Hier ligt een enorme kans die we samen moeten oppakken”, reageerde VHG-directeur Egbert Roozen. “Europa agendeert, wij kunnen het nationaal invullen en uitrollen. Ook op lokaal niveau kan men aanhaken. Laten we om tafel gaan en coalities vormen”
 


Beelden: Henk Snaterse fotografie

Iepenwacht op de bres voor ’s lands meest aansprekende boom

‘De uil zat in de olmen, bij ’t vallen van de nacht’, een prachtig Oudhollands lied dat veel mensen nog wel kennen. Maar wat veel mensen niet weten is dat de olm gewoon een deftig woord is voor iep (ulmus in het Latijn). En iepen, die kennen we allemaal. De Amsterdamse grachtengordel staat er vol mee en ook langs onze kustlijn, van Zeeuws-Vlaanderen tot aan Groningen, groeien vele iepen. En even verderop – over de grens met onze zuiderburen -werd de beroemde stad Ieper vernoemd naar deze boom.
De voordelen van iepen
Iepen zijn onmisbare windbrekers en kunnen langs de kust de kans op het opstuwen van water en overstromingen enorm beperken. Daarbij zou zonder deze bomen de landschappelijke kustbeplanting zich nauwelijks kunnen ontwikkelen. Bovendien leven veel organismen van de iep, zoals kevers, vlinders, mossen en paddenstoelen.
Op het platteland en in de stad zorgen groeps- en laanbeplanting voor de nodige luwte, schaduw en klimaatregulatie. Daarnaast is de iep een ideale stadsboom: hij stelt weinig eisen aan de grond en is redelijk bestand tegen luchtvervuiling. Ook laat door zijn open kroon veel zonlicht door en kan hij zonder al te veel moeite honderden jaren oud worden.
De Iepenwacht
Maar, de iep is ook kwetsbaar. Zo verdween tussen 1919 en 2000 zeker 90% van het aantal iepen in Nederland door de schimmel Ophiostoma ulmi, die de zogenaamde iepziekte veroorzaakt. Omdat de boom tot ons historisch erfgoed behoort, is er een organisatie opgericht die zich om de iep bekommert: de Iepenwacht.
De Iepenwacht is een samenwerkingsverband van verschillende organisaties voor het behoud van de iep in ons land en heeft afdelingen in Friesland, Groningen en Zuid-Holland. Het doel is de instandhouding van de boom tegen aanvaardbare kosten. Binnen de Iepenwacht werken verschillende partijen, zoals gemeenten, provincie en private beheerders nauw samen. Samen bestrijden zij de iepziekte en zorgen zij voor nieuwe aanwas van iepen in het straatbeeld. Boomkwekerij M. van den Oever is één van de private partijen die een actieve bijdrage levert aan de groenprojecten van de Iepenwacht. Lees hier wat er zoal in het kader van ‘Iepenwacht Fryslan’ gebeurt.
Goed iepenbeheer
De Iepenwacht heeft het boekje ‘Handleiding Goed Iepenbeheer’ uitgebracht. Het boekje staat vol praktische informatie over goed iepbeheer. De handleiding is een uitgave van het IepenBeraad en is bedoeld om de kennis rond iepen te bevorderen en verspreiden. De iepenwacht werkt volgens deze richtlijnen.
U kunt het boekje hier downloaden.
 
Foto: Bomenbieb

Europese impuls voor Groene Infrastructuur

‘Groene Infrastructuur’ is het thema van een internationaal congres dat op 25 en 26 februari a.s. wordt gehouden in Milaan (Italië). De bijeenkomst vindt plaats in de aanloop naar de Expo 2015 in Milaan, waarvoor het motto is gekozen ‘Feeding the Planet, Energy for Life’. Egbert Roozen, is een van de sprekers.
Nederland behoort tot de zes Europese landen waar het initiatief van de Groene Stad / the Green City actief is opgepakt. De andere vijf zijn Italië, Duitsland, Hongarije, Frankrijk en Groot-Brittannië. De Europese Commissie in Brussel heeft zich voluit achter het Groene Stap concept geschaard, wat onder meer tot uitdrukking zal komen in toespraken  van  Pia Bucella, directeur Milieubeleid en Kurt Vandenberghe, directeur Klimaatbeleid bij de Commissie.
Europese Commissie
De Europese Commissie verwoordt haar standpunt over de noodzaak van vergroening van de Europese steden aldus: ‘Groene Infrastructuur is gebaseerd op het beginsel dat de noodzaak van bescherming en verbetering van de natuur en de natuurlijke processen, zowel als de vele voordelen die de natuur de menselijke samenleving biedt, kunnen worden geïntegreerd in ruimtelijke ordening en ontwikkeling. Door groene infrastructuur verwezenlijken in stedelijke gebieden versterkt men het gemeenschapsgevoel en bestrijdt men uitsluiting en sociaal isolement. Deze benadering komt zowel individuele burgers ten goede als de samenleving als geheel, in haar fysieke, psychische en sociaaleconomische ontwikkeling.
Groene Infrastructuur komt zowel de mens als de natuur ten goede. Ze dient te worden ontworpen en beheerd als een multifunctionele hulpbron die een breed scala aan opbrengsten kan genereren in een en dezelfde ruimte. Groene Infrastructuur omvat natuur en semi-natuur, groene elementen en groene ruimten – van grote onontgonnen gebieden tot groene daken op gebouwen, in landelijke en stedelijke gebieden, te land in meren en rivieren, in kustgebieden en op zee. Door versterking van de Groene Infrastructuur kunnen waardevolle landschappelijke elementen worden onderhouden of gecreëerd, wat bijdraagt aan gezonde ecosystemen  en biodiversiteit. De Resource Efficiency Roadmap, de weergave van het element ‘duurzaamheid’ in de door de Europese Commissie gepresenteerde strategie EU 2020, noemt investeringen in Green Infrastructure een belangrijke stap in de richting van een betere bescherming van natuurlijk erfgoed, in de richting van slimme, duurzame en inclusieve groei, als prioritaire doelstelling van de EU.
Strategie
Doel van de bijeenkomst in Milaan is het verder ontwikkelen van een strategie voor groenere steden in Europa. Een van de voorbeeldprogramma’s is het Klimaat Energie Plan van Parijs, dat ernaar streeft de uitstoot van broeikasgassen te verminderen met 75% vóór 2050.

28 januari TEDxZwolle: Climate Active Cities

Op woensdag 28 januari 2015 zal TEDxZwolle plaatsvinden. Een inspirerende en enerverende dag waarin (inter)nationale sprekers en performers je meenemen in de wereld van water, weersextremen, stedenbouwkunde en de vernieuwende krachten van onderop. Geen standaard congres, maar een dag met korte TED-talks en entertainment  die al je zintuigen prikkelen en waardoor je met een hoofd vol inspiratie  naar huis gaat.
Wil jij er ook bij zijn? Schrijf je dan vandaag nog in via www.tedxzwolle.nl. Je ontvangt dan van het laatste nieuws en een persoonlijke uitnodiging waarin je leest hoe je aan een ticket voor 28 januari kunt komen.
Climate-Active-Cities
Nederland is een waterrijk land. De zee is, met uitzondering misschien van zuid-oost Nederland, nooit ver weg. Ons land is rijk aan prachtige meren en machtige rivieren. Het water-landschap levert ons prachtige vergezichten, beweging, (be)spiegeling en recreatie. Maar water kan ook voor problemen zorgen. Hoosbuien met enorme files tot gevolg, rivieren die buiten hun oevers treden, onder gelopen straten en kelders, schade aan energiecentrales en ziekenhuizen. De kwetsbaarheid van Nederland voor dit soort extreem weer neemt bovendien toe. Verstedelijking en klimaatverandering zorgen voor heviger regen, maar ook voor hittestress en langdurige droogte. Om de maatschappelijke en economische schade te beperken zijn er nieuwe, slimme oplossingen nodig die onze steden waterrobuust en klimaatbestendig maken. Dat is niet alleen een uitdaging voor de overheid, architecten, bedrijven en maatschappelijke organisaties. Ook samenwerking met en initiatieven van bewoners voor hun eigen leefomgeving  vormen de sleutel tot een nieuwe stad. In TEDxZwolle 2015 komt het allemaal aan bod. Kom daarom 28 januari 2015 naar de Nieuwe Buitensociëteit in Zwolle ‘’for ideas worth spreading”.
Klik hier voor meer informatie

Hoe we onze steden klimaatbestendig kunnen houden

Europese steden zijn nog niet genoeg aangepast aan klimaatverandering, en lopen dus extra risico onder extreme weersomstandigheden zoals overstromingen of hittegolven. De verantwoordelijkheid voor aanpassing moet helder verdeeld worden. Dat schrijft promovenda Heleen Mees van de Universiteit Utrecht in haar proefschrift.

Kwetsbaar

Steden in Europa krijgen steeds meer te maken met overlast van klimaatextremen door klimaatverandering, zoals hevige regenbuien, hittegolven en extreme droogte. Deze extreme weersomstandigheden gaan de komende jaren alleen maar toenemen in intensiteit en in frequentie. Omdat een stad heel veel mensen, kapitaal en vitale infrastructuur herbergt, is ze extra kwetsbaar voor dit soort veranderingen. Ook speelt mee dat steden vaak dichtbij zee en rivieren liggen en dat ze door de verstening nog heter worden en moeilijker grote hoeveelheden regenwater kunnen verwerken.

Groeiend probleem

Het achterblijven van stedelijke aanpassing aan het veranderende klimaat is een groeiend probleem. Dat blijkt wel uit het verleden: de hittegolf van 2003 kostte 15 duizend Parijzenaren het leven, en orkaan Sandy veroorzaakte in 2012 voor bijna 70 miljard dollar aan schade in New York en omstreken. Desalniettemin zijn Europese steden nog maar mondjesmaat begonnen met het maken van plannen en het nemen van maatregelen.

Verantwoordelijkheid

Zonder een duidelijke afgebakende verdeling van verantwoordelijkheden tussen burgers, bedrijven en gemeenten komt die aanpassing niet van de grond, schrijft promovenda Heleen Mees in haar proefschrift. “Mijn onderzoek laat zien dat daar waar steden in actie komen, gemeenten nu veel verantwoordelijkheid op zich nemen”, vertelt ze. “En burgers en bedrijven beperken zich tot het uitvoeren van enkele maatregelen. Maar door de toenemende effecten van klimaatverandering zal de druk op de gemeenten toenemen en zullen ze de hulp van bedrijven en burgers moeten inschakelen. Ik heb voor mijn promotie een methode ontwikkeld om die verantwoordelijkheden op een afgewogen manier en in samenspraak met belanghebbende private partijen te kunnen verdelen.”

Verdeelmethode

“Mijn methode laat beleidsmakers bewust nadenken over bij wie ze bepaalde verantwoordelijkheden neer kunnen leggen, op basis van een gebalanceerde set van belangrijke maatschappelijke overwegingen”, vervolgt Mees. “Dat voorkomt dat men terugvalt op de gebaande paden en routines, en zorgt voor een verantwoorde verdeling van verantwoordelijkheden tussen de gemeenten , burgers en bedrijven. Daarmee kunnen steden uiteindelijk klimaatbestendig gemaakt worden.”

Bron: Universiteit Utrecht

Stedelijk groen voor leefbaarheid

Steden zijn kwetsbaar voor de effecten van klimaatverandering. Het vergroten van de klimaatbestendigheid van steden is het meest efficiënt bij veel relatief kleine en lokale maatregelen. Die kunnen vaak tegelijkertijd met groot onderhoud of renovaties worden uitgevoerd. Dat blijkt uit het deze week verschenen eindrapport van het onderzoekprogramma Climate Proof Cities.

Climate Proof Cities (CPC) heeft veel kennis opgeleverd om Nederlandse steden klimaatbestendig te maken, met een focus op hittestress en wateroverlast door piekbuien. De leerstoelgroepen Meteorologie en Luchtkwaliteit en Landschapsarchitectuur hebben samen met Alterra een prominente rol in het CPC-onderzoek gespeeld. ”Wij hebben een essentiële bijdrage geleverd aan het uitvoeren en analyseren van meteorologische metingen op alle schaalniveaus in de stad,” zegt mede-auteur Bert van Hove van Wageningen University. “Ook hebben wij belangrijke bedrage geleverd aan de verdere ontwikkeling van weersmodellen om de invloed van het toekomstige klimaat op het weer tot op wijkniveau te voorspellen. Met metingen en modelsimulaties hebben we het huidige en toekomstige stadsklimaat voor Nederlandse steden in kaart gebracht en zijn we de processen die het klimaat en thermisch comfort in de stad bepalen beter gaan begrijpen.”

Stedelijk groen voor leefbaarheid

Essentieel in het CPC-project was ook de Wageningse inbreng met betrekking tot het ontwerp van stedelijk groen. Daarbij stond de vraag centraal: hoe kunnen we stedelijk groen zo effectief mogelijk inzetten om de leefbaarheid in de stad  onder een veranderend klimaat met meer hittestressdagen en extreme buien  te behouden? Daarnaast is Wageningen betrokken bij de ontwikkeling van handreikingen en hulpmiddelen voor beleidsmakers en stadsontwikkelaars: om het klimaatbestendig en water-robuust inrichten van de stad ‘handen en voeten’ te geven (www.ruimtelijkeadaptatie.nl).

Consortium universiteiten en kennisinstellingen

Het programma is uitgevoerd door een consortium van tien universiteiten en kennisinstellingen. Behalve uit Wageningen University en Alterra bestond het consortium uit TNO, Deltares, TU Eindhoven, TU Delft, Universiteit Utrecht, Radboud Universiteit, Unesco-IHE, KWR en de Universiteit van Amsterdam. Om antwoorden te geven op praktijkvragen is nauw samengewerkt met Rotterdam, Den Haag, Amsterdam, Utrecht, Arnhem, Rijswijk, Tilburg, Noord-Brabant, de STOWA, Hoogheemraadschap van Delfland, Waternet, Waterschap Hollandse Delta, Hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard en het Deltaprogramma Nieuwbouw en Herstructurering.
Climate Proof Cities is onderdeel van het nationale onderzoekprogramma Kennis voor Klimaat, mede gefinancierd door het ministerie van Infrastructuur en Milieu.
 
Bron: Wageningen UR

Arnhemse Klimaatboom de eerste ter wereld

Op 16 september is in Arnhem op het Graaf Ottoplein, de eerste ‘stadsklimaatboom’ ter wereld geplant. Het is een jonge honingboom die symbolisch is omgedoopt to ‘stadsklimaatboom’. De boom is een initiatief van onder meer de gemeente Arnhem naar aanleiding van de presentatie in november vorig jaar van het boek ‘Het weer in de stad’ van Sanda Lenzholzer, verbonden aan de Universiteit van Wageningen en zelf bewoner van de wijk. In haar boek zet Sanda Lenzholzer uiteen op welke manieren in het ontwerp van steden rekening gehouden kan worden met ‘thermisch comfort’. Kortom: hoe richten we onze steden zo in dat het in de zomers niet te warm en in de winters niet te koud is.
Urban heat island effect
Het Sonsbeekkwartier is een wijk die kampt met hitteproblemen, het zogenoemde ‘urban heat island effect’(hitte-eiland effect). Hieronder wordt het fenomeen verstaan dat de temperatuur in een stedelijk gebied gemiddeld hoger is dan in het omliggende landelijk gebied. De belangrijkste oorzaken van het urban heat island effect zijn de absorptie van zonlicht door de in de stad aanwezige donkere materialen en de relatief lage windsnelheden.
‘Deze zomer hebben velen weer last gehad van de stadse hitte: vaak was het te warm om te werken of te slapen. Dat is een van de gevolgen van stedelijke hitte-eilanden. “Maar er zijn manieren om dit aan te pakken,” zegt Sanda Lenzholzer. “Een van de meest effectieve daarvan is het planten van bomen. Bomen geven schaduw en verhinderen zo de opwarming van de stad. Ze verdampen water via de huidmondjes, wat de temperatuur extra tempert. Daarnaast zorgt een boom voor het filteren van fijn stof en andere luchtvervuiling. Een boom beïnvloedt het stadsklimaat dus heel positief.”
Mini symposium
Wethouder Henk Kok, namens Groenlinks verantwoordelijk voor het dossier duurzaamheid, mocht de boom feestelijk inwijden. Daarna volgde een mini-symposium over het stadsklimaat in de wijk, waar lokale sprekers inzicht gaven in veelbelovende manieren om het stadsklimaat te verbeteren.
 
Foto: Han Koppers (www.hankoppers.nl)

Toekomstbestendig openbaar groen centraal op Innovatiedag Bomen voor de toekomst

Op donderdag 11 september organiseert DLV Plant in samenwerking met het Praktijknetwerk Duurzame aanpak van ziekten, plagen en onkruiden en ZLTO de innovatiedag ‘Bomen voor de toekomst’ bij boomkwekerij Ebben BV in Cuijk. De dag is bedoeld voor iedereen die actief is in de groenketen en staat in het teken van een duurzame toekomst van het openbaar groen. Tijdens het ochtendprogamma geven enkele prominente mensen uit de groenketen hun visie en is er een forumdiscussie. Tijdens het middagprogramma zijn diverse innovaties te bekijken.
Een groene omgeving bevordert de leefbaarheid, draagt bij aan het welzijn van mensen en is dus belangrijk voor de toekomst. In de praktijk krijgt groen echter niet altijd de aandacht die het verdient. De inkoop van plantmateriaal en de aanleg en onderhoud van het openbaar groen is dikwijls een sluitpost in veel projecten en bij het huidige aanbestedingsbeleid is de inkoopprijs vaak leidend. Dit gaat ten koste van de kwaliteit, duurzaamheid en kosten op de lange termijn. In de praktijk hebben gemeenten en groenvoorzieners te maken met het moeilijk aanslaan van bomen en planten en veel uitval.
“Dit kan beter”, vindt Henk Raaijmakers, vicevoorzitter van de LTO vakgroep Bomen en vaste planten. Hij is één van sprekers op de Innovatiedag ‘Bomen voor de toekomst’ en zal samen met andere forumleden en aanwezige bezoekers discussiëren over de toekomst van duurzaam openbaar groen. Raaijmakers vindt dat niet prijs maar kwaliteit leidend moet zijn bij aanbestedingen. Ook Peter Henssen van Henssen BV, een cultuurtechnisch bedrijf in Schinnen (L), heeft deze mening. Henssen vindt dat er meer gekeken moet worden naar Total Cost of Ownership. “Nu op een goede manier de planning, inkoop en aanplant van kwalitatief goed groen oppakken, betekent op de lange termijn kosten besparen.” Naast Raaijmakers en Henssen nemen ook gedeputeerde Johan van den Hout van de Provincie Noord-Brabant, Harm Horlings voorzitter van de Vereniging Duurzame Boomkwekers Nederland en Leendert Koudstaal van de gemeente Den Haag en deel aan het forum.
Toekomstbestendig en duurzaam sortiment
Leendert Koudstaal, beleidsmedewerker groen van de Gemeente Den Haag en tevens voorzitter van het de themawerkgroep Bomen van de Vereniging Stadswerk is overtuigd dat overheden geld kunnen besparen op onderhoud door bij de aankoop meer te kijken naar kwaliteit en betere plantomstandigheden. “We moeten naar een toekomstbestendige en klimaatbestendige stad. Dat betekent enerzijds dat er al in de tekentafelfase nagedacht moet worden over een optimaal plantgat. Anderzijds moeten er andere keuzes gemaakt worden als het gaat om sortiment. Denk aan warmte- en windbestendige soorten. Maar ook variatie en afwisseling als het gaat om soorten. Tijdig de juiste keuzes maken, betekent kosten besparen op de langere termijn”, aldus Koudstaal.
Harm Horlings houdt als voorzitter van de vereniging Duurzame Boomkwekers Nederland een korte inleiding over de rol van keurmerken bij de inkoop van duurzaam groen. In 2008 hebben overheden de ambitie geformuleerd om in 2015 100% duurzaam te gaan inkopen. De gemeenten Boxtel en Schijndel namen in 2008 het voortouw met de inkoop van duurzaam geproduceerd plantmateriaal. Inmiddels zijn enkele jaren verstreken. Maar kwekers van duurzaam geteeld plantmateriaal zoals Milieukeur, Groenkeur, MPS QualiTree of EKO zien ondanks deze ambities dat de vraag naar duurzaam groen beter kan. Ondanks deze constatering heeft het bestuur van DBN besloten om van Milieukeur over te stappen naar Groenkeur. Horlings gaat tijdens het forum in op de beweegredenen.
Aansluitend aan de forumdiscussie kunnen bezoekers via een rondleiding kennismaken met Boomkwekerij Ebben BV. Het ochtendprogramma wordt afgesloten met een netwerklunch.
Demonstraties van innovaties
De innovatiedag bestaat uit een apart ochtend en middagprogramma. Tijdens het middagprogramma zijn er rondleidingen langs demonstraties en proeven en is er een infomarkt waar diverse innovaties worden getoond op het gebied van o.a. duurzame onkruidbestrijding, bodemoptimalisatie, verbetering plantomstandigheden, schoon water en een duurzame aanpak van ziekten en plagen. Ook zijn er enkele lezingen. Jan P. Mauritz van Mauritz adviseurs & Taxateurs BV gaat in op het toekomstbestendige sortiment en gebruikt daarbij als voorbeeld een tiental bomen van Boomkwekerij Ebben. Henri Kuppen, adviseur bij Terra Nostra, geeft een innovatieve en toekomstbestendige kijk op openbaar groen. Ook vinden er inleidingen plaats over groeiplaatsverbetering.
Het middagprogramma is interessant voor uitvoerenden in het openbaar groen of in de boomkwekerij, maar ook voor beleidsmakers, ambtenaren openbaar groen, hoofd-groenvoorzieners en boomkwekerijondernemers die graag de nieuwste ontwikkelingen in de praktijk willen zien.
Geïnteresseerden kunnen hier meer informatie vinden over de innovatiedag op internet of zich opgeven voor deelname.

Amsterdam werkt aan smogalarm

Amsterdam gaat deze zomer onderzoek doen naar de invoering van een lokaal smogalarm, naar aanleiding van een voorstel van de Partij voor de Dieren. Volgens deze partij informeert Nederland zijn inwoners nauwelijks actief over luchtvervuiling, terwijl de gezondheid van risicogroepen zoals longpatiënten extra te lijden heeft onder de aanwezigheid van bijvoorbeeld fijnstof en stikstofoxiden. Juist bij stedelijke verkeersaders komen deze stoffen soms in grote hoeveelheden in de lucht voor. In de gemeenteraadsvergadering van 2 juli is besloten dat de gemeente zelf het initiatief moet nemen om Amsterdammers te informeren over gevaarlijke vormen van luchtvervuiling. Het college komt na de zomer met een voorstel.
Amsterdam voldoet niet aan de Europese normen voor luchtkwaliteit die vanaf 2015 overal gaan gelden. In september 2013 vroegen ruim 10.000 Amsterdammers de gemeenteraad daarom via een petitie van Milieudefensie om hardere maatregelen te nemen voor schone lucht. Johnas van Lammeren, fractievoorzitter van de Partij voor de Dieren Amsterdam: ‘De Amsterdamse lucht is nog steeds ongezond. Ondanks de petitie zijn maatregelen die het probleem bij de bron aanpakken, zoals uitbreiding van de milieuzone, nog steeds niet ingevoerd. Financiële belangen hebben steeds aan het langste eind getrokken. En dat terwijl mensen hun gezondheid het allerbelangrijkste vinden. We zijn ingehaald door steden als Utrecht en Rotterdam die wel strengere milieuzones hebben ingevoerd. Met een smogalarm kunnen we er nu in elk geval voor zorgen dat mensen hun dagindeling kunnen aanpassen aan de situatie van de lucht. Dat komt de gezondheid Amsterdammers enorm ten goede. Wij blijven ons daarnaast inzetten voor aanpak bij de bron, zoals we dat de afgelopen jaren ook hebben gedaan.’
 
 
 
 
 
 
Bron: Partij voor de Dieren Amsterdam