Berichten

Ga Groen in Leiden op 15 maart a.s. want een Groene Stad maak je samen! Komt u ook?

 Op 15 maart vindt ‘Ga Groen’ plaats. Een dag waarop meer dan 150 mensen zich buigen over hoe we Leiden gezonder en leefbaarder kunnen maken. Hoe we samen kunnen bouwen aan een groener Leiden. Een dag met presentaties, workshops, praktijk cases en ruim gelegenheid om te netwerken. Stadsontwikkeling anno 2018!
Op ‘Ga Groen’ ontmoeten professionals elkaar. Ze wisselen kennis en ervaring uit. Wie? We begroeten vertegenwoordigers van woningcorporaties, projectontwikkelaars, universiteiten, bouwondernemingen, het hoogheemraadschap, verschillende adviesbureaus, ondernemersorganisaties enz. Maar ook zzp’ers, architecten, communicatiedeskundigen en brancheorganisaties. In feite iedereen die een rol speelt bij de bouwopgave die voor ons ligt, maar wil werken en denken vanuit de duurzaamheidsambities van de Gemeente Leiden.
Voelt u zich betrokken bij de ontwikkeling van Leiden naar een stad die de uitdaging van de bouwopgave op zich neemt, maar thema’s als duurzaamheid, leefbaarheid en vergroening belangrijk vindt? Kom dan naar ‘Ga Groen’ op 15 maart in de Stadsschouwburg in Leiden. Op deze dag bent u gast van de Gemeente Leiden, deelname is kosteloos. Direct aanmelden kan via gagoed@degroenestad.nl. Het volledige programma is te vinden op: https://www.gagoed.nl/goed-event/

Brabantse schoolpleinen kleuren groen

Zij willen zo veel mogelijk Brabantse scholen en gemeenten enthousiast krijgen voor dit idee. Groene ‘schoolpleinen van de toekomst’ hebben verschillende voordelen: ze zijn gezond, aantrekkelijk en leerzaam, bevorderen de biodiversiteit, leveren een bijdrage aan het klimaatbestendig maken van de leefomgeving en het kunnen zo plekken worden waar kinderen, ouders en buurtgenoten ook na schooltijd nog graag zijn. Onderzoek wijst uit dat kinderen op ‘groene scholen’ ook minder pestgedrag vertonen.

Impuls

Om die redenen willen de samenwerkende partijen een financiële, organisatorische en communicatieve impuls te geven aan de Brabantse scholen. De provincie trekt er de komende vier jaar € 1,6 miljoen euro voor uit. Dit jaar kunnen de eerste 50 basisscholen daar al van meeprofiteren.

Grote kans

Gedeputeerde Erik van Merrienboer (Ruimte) van de provincie: ‘Juist op een schoolplein ligt een grote kans om kinderen, ouders en buurtbewoners zelf te laten meewerken aan een gezonde leef- en speelplek. Als je op jonge leeftijd al in contact komt met de natuur, zul je er later ook goed voor willen zorgen en sneller kiezen voor een duurzame leefstijl en een gezonder voedingspatroon. Het hogere doel van dit project is dan ook: gezonde burgers die zich bewust zijn van natuur, klimaat en gezondheid en zich actief inzetten voor hun dagelijkse leefomgeving’.

Enthousiasme

Er is nu al grote belangstelling van scholen, gemeenten, hoveniers en groenbedrijven en andere partijen om in de praktijk aan de slag te gaan. Omdat het niet voor iedereen meteen duidelijk is hóe je een schoolplein kunt vergroenen, steken de initiatiefnemers ook energie in het bij elkaar brengen van de nodige kennis en ervaring.

Subsidieregeling

Naar verwachting wordt de subsidieregeling in april opengesteld. De provincie subsidieert maximaal 50% van de inrichtingskosten van groene schoolpleinen, tot een maximum van € 10.000 euro per plein. Met de bijdrage van de andere projectpartners is € 14.000 euro per schoolplein beschikbaar. Om het project te laten slagen, is betrokkenheid en eigenaarschap vanuit gemeenten, school en ouders essentieel.

Wetenschap en praktijk komen samen op Groene Poort over klimaatverandering

Dinsdag 18 april vond in het Internationaal Perscentrum Nieuwspoort weer een Groene Poortbijeenkomst plaats. Deze keer was de bijeenkomst gewijd aan groen en klimaatverandering. Peter Kuipers Munneke, weerpresentator bij de NOS en polair meteoroloog (glacioloog), belichtte de oorzaken en gevolgen van klimaatverandering. Vervolgens toonden landschapsarchitecten en hoveniers enkele inspirerende voorbeelden van groene klimaatrobuuste gebiedsinrichtingen.
Kuipers Munneke legde uit waarom het klimaat verandert en wat ons te wachten staat. “Scenario’s van het KNMI laten zien dat we in de toekomst jaarlijks zo’n 60% meer dagen met behoorlijk veel regen kunnen verwachten. Dat geldt ook voor de temperatuur: er zullen meer dagen zijn met hittestress. Groen kan zeker helpen om de gevolgen daarvan op te vangen. “Het zou goed zijn als we steden meer op een bos laten lijken. Grote en kleine groene oplossingen zorgen voor meer infiltratie, temperatuurdemping enzovoorts. En dan heb ik het nog niet eens over andere effecten van groen zoals fijnstofopname en waardestijging van onroerend goed.” Steden klimaatadaptief inrichten is volgens de wetenschapper een goede zaak, maar niet genoeg. “We moeten de verdere opwarming van de aarde tegengaan door onze CO2-uitstoot te verminderen. Daarom pleit ik voor ‘re-use, reduce & recycle’.”
Praktijkvoorbeelden
Na deze confronterende presentatie lieten enkele landschapsarchitecten en hoveniers zien al volop met groene klimaatrobuuste gebiedsinrichtingen bezig te zijn. Zij presenteerden inspirerende voorbeelden van openbare tuinen met aandacht voor biodiversiteit, wateropvang, energie, hergebruik van materialen en een duurzaamheidsvisie voor de langere termijn.
Boodschap aan het kabinet
VHG-directeur Egbert Roozen vindt deze Groene Poortbijeenkomst een goede gelegenheid om het belang van groen en de behoefte aan een coördinerend bewindspersoon op dit gebied weer eens onder de aandacht te brengen. “Iedereen ziet het belang van groen. Een gecoördineerde, landelijke aanpak van het Deltaplan Groen is naar ons idee noodzakelijk voor de groene, gezonde steden van de toekomst. Dat willen we graag meegeven aan de deelnemers in de kabinetsformatie.”
Over Groene Poort
Groene Poort brengt vier disciplines op één platform bij elkaar: politiek, bedrijfsleven, overheid en kennisinstituten. Genodigden zijn leden van de Eerste en Tweede Kamer, functionarissen bij de rijksoverheid, portefeuillehouders bij provincies, veiligheidsregio’s, gemeenten, kennisinstituten, bestuursleden van brancheorganisaties en directies en commissarissen van groenbedrijven met een branchevertegenwoordigende functie. De volgende Groene Poort vindt plaats in het najaar van 2017. Groene Poort is een gezamenlijk initiatief van Branchevereniging VHG en de Nederlandse Vereniging voor Tuin- en Landschapsarchitectuur (NVTL), in samenwerking met Zuydgeest Communicatie.

Haags initiatiefvoorstel ‘De stad gaat voor groen’ aangenomen

De stad gaat voor groen’, een initiatiefvoorstel van de Partij voor de Dieren en de Haagse Stadspartij, is gisteren door een ruime meerderheid in de Haagse gemeenteraad aangenomen. In het plan staat een groot aantal maatregelen waarmee het groen in Den Haag beter wordt beschermd, er meer groen bijkomt en bewoners beter bij het groen in hun wijk worden betrokken.  
Het groen binnen de Haagse stadsgrenzen is ongelijk verdeeld over de wijken en met het bestaande groen springt de gemeente slordig om. Het stadsbestuur heeft de ambitie uitgesproken om 25.000 nieuwe woningen te bouwen. Door deze bouwplannen komt ruimte voor groen onder druk te staan, terwijl dit essentieel is voor een leefbare stad.   Nu het initiatiefvoorstel is aangenomen, gaat het stadsbestuur onder andere een plan opstellen voor meer banen in het groenonderhoud en onderzoeken of het project ‘Tuinman (m/v) in de wijk’ kan worden ingevoerd in Den Haag.
Christine Teunissen (PvdD): “zo’n tuinman of -vrouw in de wijk gaat samen met buurtbewoners onnodige verharding aanpakken en geveltuintjes aanleggen. Dat is goed om de stad klimaatbestendig te maken en zorgt ook voor meer gezelligheid in de wijk.”
Van Vulpen (HSP):”De Universiteit Wageningen gaat hitte-eilanden in versteende wijken onderzoeken. Ons voorstel vraagt het college om uit te rekenen hoeveel bomen en groene daken moeten worden toegevoegd en hoeveel tegels eruit moeten om tot leefbare wijken te komen.”
Bron: midvliet.com

Plan voor meer groen in het Stadshart Lelystad

Plantenbakken, bomen en een boombank: voor het Stadshart is een ‘vergroeningsplan’ gemaakt. Daarin staat beschreven wat er op de korte en langere termijn moet gebeuren om de betonnen uitstraling tegen te gaan.
‘Meer groen in het Stadshart’ was één van de maatregelen die in het rapport van Paul Tankink is opgenomen om het Stadshart van Lelystad weer toekomstperspectief te bieden. Het centrum wordt ervaren als grijs en saai en meer groen is één van de middelen om dat tegen te gaan.
Korte termijn
Daarom is er een vergroeningsplan gemaakt. ‘Op korte termijn willen we aan de slag met de gebieden waar geen ontwikkelingen worden voorzien,’ zegt wethouder Janneke Sparreboom. Zo worden er bomen bijgeplaatst in de Promesse, komt er een boombank ter hoogte van de voormalige kaasboetiek aan de Waagpassage en worden er in het zogenaamde winkelrondje meer plantenbakken geplaatst. Dat laatste geldt ook voor de Zilverparkkade. ‘Dat moet wat meer een verblijfsplek worden. Daarnaast willen we de Zuil van Lely opnieuw oplichten.’
Lange termijn
Voor de gebieden waar wel ontwikkelingen op het programma staan, zoals de Agorahof waar een nieuwe bioscoop gepland staat, is het natuurlijk lastiger om op dit moment te vergroenen. ‘Acties die we daar plannen zijn afhankelijk van die toekomstige ontwikkelingen. Zo wordt er gedacht aan het plaatsen van monumentale bomen en waterelementen.’
Co-creatie
Er is ook ruimte voor kleinere initiatieven door ondernemers zelf. ‘Je kan denken aan het beplanten van plantenbakken of omgaan met gebieden die braakliggen. Voor co-creatie, waarbij gemeente en ondernemers samenwerken, is ook nog wat geld beschikbaar.’
Het vergroeningsplan wordt voorgelegd aan de gemeenteraad.
bron: flevopost.nl

Landschap Overijssel start actie en plant zeldzame inheemse bomen terug in het landschap

Het Landschap Overijssel is een actie gestart om zeldzame inheemse bomen terug te planten in het Overijsselse landschap. In het Overijsselse landschap zijn steeds minder inheemse bomen en struiken te vinden zoals wilde appel, fladderiep, linde of wilde roos. Boom- en plantsoorten die thuishoren in Overijssel en vroeger overal in het buitengebied te vinden waren.
De organisatie vertelt: “In landschapselementen zoals houtwallen of als alleenstaande boom in een weiland. Het aantal van dit soort landschapselementen neemt af, en hiermee ook de variatie aan bomen en struiken. En als er elementen worden teruggeplaatst, wordt er vaak gekozen voor eik en gelderse roos. Jammer, want straks bestaat ons hele landschap uit eik en gelderse roos en dat zou een grote verarming van de biodiversiteit zijn. Om hier verandering in te brengen, start Landschap Overijssel een wervingsactie gekoppeld aan een actie om inheemse plant- en boomsoorten terug te planten in het Overijsselse Landschap. www.beschermoverijssel.nl.”
Wervingsactie
Landschap Overijssel zet zich in voor het behoud, het beheer en de ontwikkeling van het Overijsselse landschap. De komende maanden voert ze actie om de organisatie verder te versterken en vraagt ze iedere huidige donateur één nieuwe donateur te werven. Want hoe meer mensen betrokken zijn, hoe beter Landschap Overijssel de natuur kan beschermen. Het geeft haar een sterkere positie en een grotere stem in het behartigen van de belangen van het Overijsselse landschap. Voor iedere tien nieuwe donateurs, die zich tot 15 februari 2017 aanmelden, plant de organisatie ergens in het landschap een groepje zeldzame bomen en struiken. Zo versterkt de organisatie zelf én het fysieke landschap in één.
“De biodiversiteit in de wereld gaat nog steeds met grote sprongen achteruit, en Overijssel blijft hier niet in achter. Steeds meer waardevolle bomen, struiken en dieren worden zeldzaam in het Overijsselse landschap, bijvoorbeeld door verkaveling, de aanleg van wegen en het kappen van bomen. Neem de prachtige fladderiep, die in Overijssel vrijwel is uitgestorven. De fladderiep is van groot belang voor de iepenpage (vlinder die voornamelijk op de fladderiep leeft). Met het terugplanten van deze inheemse bomen en struiken, hoopt Landschap Overijssel het landschap ook weer aantrekkelijk te maken voor bepaalde dieren, zoals de iepenpage.”
Bron: brugnieuws.nl

Na aangenomen motie Partij voor de Dieren gaat Den Haag ‘natuurinclusief bouwen’

De Haagse natuur staat onder druk door steeds meer bouwplannen en door de aanleg van nieuwe wegen. Gebouwen worden bovendien zo gebouwd dat huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen geen nestelgelegenheden meer hebben. Ook is er gebrek aan groen in veel Haagse wijken en belemmeren bouwprojecten verbindingen tussen het Haagse groen, waardoor dieren in de verdrukking komen. enovatie en nieuwbouw bieden kansen voor meer natuur in de stad. Door eenvoudige aanpassingen kan rekening gehouden worden met de natuur. De Partij voor de Dieren heeft meerdere keren bij het stadsbestuur aangedrongen op ‘natuurinclusief bouwen’. Naar aanleiding van de PvdD-motie die in 2015 werd aangenomen heeft het college natuurinclusief bouwen onderzocht. Hieruit is een maatregelenpakket voortgekomen.
De gemeente gaat nu in gesprek met woningbouwcorporaties en gaat bewoners en andere partijen wijzen op hoe zij de natuur meer centraal kunnen stellen bij nieuw- of verbouw. Ook bij de inrichting van de openbare ruimte gaat de gemeente meer rekening houden met de natuur in de stad. Daarnaast starten twee proefprojecten op het Erasmusveld en in de Binckhorst, waarbij natuurinclusief bouwen een centrale rol zal spelen. Lees hier het volledige maatregelenpakket.
Gemeenteraadslid Christine Teunissen: “Het is een goede zaak dat bij toekomstige bouwontwikkelingen in de stad de natuur een centralere rol gaat spelen. Op die manier kan de stad worden vergroend en worden de leefomstandigheden van dieren verbeterd. Het zorgt ervoor dat diersoorten zoals de mus niet uit onze stad verdwijnen en dat er een gezondere en groenere woonomgeving ontstaat.“

Natuur doet het goed in Amsterdam

Het gaat steeds beter met de natuur in Amsterdam, zo blijkt uit het boekje ‘Amsterdamse Natuurwaarden in kaart’ (zie bijlage). Deze Natuurwaardenkaart beschrijft hoe de natuur ervoor staat in de stad zelf, en in het Amsterdamse bos. Vooral aan de rand van de stad en in de parken neemt de biodiversiteit toe, en de kademuren langs de grachten blijken een uitstekende plek voor een aantal muurplanten.
Nieuwe soorten
Uit de vorige meting in 2009 was al een positieve trend zichtbaar en deze ontwikkeling heeft doorgezet. Zowel kwantitatief als kwalitatief is er vooruitgang waargenomen. In het Geuzenbos zijn er bijvoorbeeld meer ijsvogels en haviken aangetroffen en in het Diemerbos meer insecten, vleermuizen en ringslangen. Nieuwe soorten zijn waargenomen in het Beatrixpark, zoals de bosvleermuis en de kleine dwergvleermuis. En binnen de stadsgrenzen, in het Sloterpark, broedt nu de lepelaar.
Bijen en vlinders
Al eerder bleek dat de natuur in en om Amsterdam het buitengewoon goed doet ten opzichte van de ontwikkeling in Nederland als geheel. Terwijl het in Nederland en wereldwijd slecht gaat met de bij, is in Amsterdam het aantal soorten wilde bijen 20% gestegen tussen 2000 en 2014. Bijen en vlinders zijn graadmeters voor het stadsmilieu: als zij het beter doen, doet andere flora en fauna dat ook. Het gaat overigens niet overal gaat het beter ten opzichte van 2009: in sommige delen van Waterland en in nieuwbouwgebieden in Amsterdam Noord is de diversiteit afgenomen, voornamelijk als gevolg van intensiever of ander gebruik.
Wethouder Groen Abdeluheb Choho: ‘Het ging al goed met de Amsterdamse natuur, en gelukkig blijkt het steeds beter te gaan. Succesvolle maatregelen, zoals het anders maaien van groenstroken en het inzaaien van insectvriendelijke planten, gaan we veel breder toepassen, en Amsterdammers zullen dat de komende tijd ook gaan zien.’
Ecologische Structuur Amsterdam
Sinds 2012 is er de Ecologische Structuur Amsterdam, een netwerk van zowel grote als kleine ‘groene’ en ‘blauwe’ gebieden. Door deze gebieden aan elkaar te verbinden, kunnen dieren zich makkelijker door de stad bewegen en wordt ook het leefgebied van planten vergroot. Een mooi voorbeeld van zo’n verbinding is recent aangelegd bij de Beemsterweg in Noord.
Bron: Amsterdam.nl

Groentool adviseert aanplanting van stedelijk groen

De Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO) in Mol heeft op vraag van de stad Antwerpen een kaartapplicatie ontwikkeld waarmee de stadsplanners de beste groensoort kunnen selecteren om hitte en geluid tegen te gaan. De tool kan volgens de onderzoeker ook elders gemakkelijk worden ingezet. Eerder was al duidelijk dat stedelijke omgevingen in extreme gevallen tot acht graden Celsius warmer kunnen zijn dan het platteland en een heus “hitte-eiland” kunnen vormen. VITO adviseert steden al langer over de meest effectieve opties om zich te wapenen tegen de gevolgen van de klimaatopwarming.

In 2013 bestudeerde VITO het effect van extreme hittedagen in de steden Antwerpen en Gent. De conclusies waren verbijsterend. In de stad is het in de late middag, avond en vooral ‘s nacht tot 8 graden warmer dan op het platteland. Alleen groene oases in de stad – zoals het stadspark of de dierentuin – zorgden voor een aanzienlijke temperatuurdaling. Dit zogenaamd stedelijk hitte-eilandeffect doet zich voor in alle (middel)grote steden.
Nu hebben onderzoekers van VITO in opdracht van de stad Antwerpen de hittekaart in een kaartapplicatie ingevoerd en gecombineerd met zo’n 100 soorten groen. “Men stelde vast dat er weinig kennis was over de inplanting van groen en de voordelen die het kan hebben. Zo kan beplanting hitte helpen bestrijden of de waterhuishouding en luchtkwaliteit regelen”, zegt onderzoeker Stijn Janssen. “Met de tool kunnen stadsplanners zien welk soort groen het beste resultaat heeft op een concrete locatie voor in totaal zeven parameters. Al onze kennis over ecosystemen, biodiversiteit en de verschillende milieuthema’s is in de Groentool verwerkt.”
Het Antwerpse stadsbestuur stelt zich tot doel de stad gerichter te vergroenen en zo het leefklimaat in de binnenstad te verbeteren. De tool van VITO maakt het voor stadsplanners mogelijk om reeds tijdens de ontwerpfase inzicht te verwerven in de mogelijkheden die groen biedt om de leefkwaliteit in een specifieke wijk of buurt te verbeteren. “Het groen moet passen, natuurlijk. Heidegroen valt moeilijk op de drukke Groenplaats te integreren, maar kan elders wel interessant zijn. Ook toont het de huidige nabijheid van groen, die sterk uiteen kan lopen”, klinkt het bij VITO.
Bron: vilt.be

Maak kennis met de tuinen van Eetbaar Park

Verscholen in Den Haag vind je drie zinnenprikkelende tuinen van Stichting Eetbaar Park. In deze ‘proeftuinen’ bij Madestein, het Zuiderpark en op Nut & Genoegen wordt gewerkt aan een gezonde, groene stad. ‘Goed voor de aarde, goed voor de mens en eerlijk delen’, is de leidraad. Concreet betekent dit een plek om te tuinieren, maar ook om te leren duurzaam om te gaan met voeding, energie, grondstoffen en afval.
Op zondag 4 september a.s. houdt Eetbaar Park een introductiedag. Op deze dag kun je kennis komen maken met de cursussen en workshops die komend najaar zullen plaatsvinden. Zo geeft gastdocent Taco Blom een inleiding over zijn cursus ‘Voedselbosrand ook voor kleinere tuinen’. Een 4-daagse cursus waarin je leert hoe je een eigen succesvolle bostuin kunt ontwerpen.
Ook kan men kennismaken met de workshop ‘Oogstverwerking’. In deze workshop leer je het beste moment om te oogsten en hoe je de enorme opbrengst van je tuin kunt bewaren; fermenteren, inmaken en pekelen voor dummies. Favoriet onder de bezoekers is de workshop ‘EHBO kruiden’. Gastdocent Suzanne Luppens vertelt over deze workshop en legt uit hoe je met kruiden een eigen natuurlijke EHBO-kit kan maken. En mocht je een plan zoeken om milieuvriendelijk je keukenafval te verwerken, docent en tuincoördinator Menno Swaak vertelt je over zijn workshop ‘wormencompostbak’; alles wat je altijd hebt willen weten over wormen en compost.
Het volledige programma is hier te lezen