Berichten

Ook in de bebouwde stedelijke omgeving geldt het verhaal van de bloemen en de bijen. De rol van bijen, vooral wilde bijen, bij de jaarlijkse cyclus van bloei, groei en vruchtafzetting – bij het voortbestaan van onze groene omgeving, is van cruciaal belang. Zonder bijen geen groen, ook geen groene stad. Wat lag dan ook meer voor de hand dan de inzet van De Groene Stad in de strijd om behoud en verbetering van de stand van de wilde bijen in Nederland? Want, we hebben het uitgebreid kunnen volgen in de media, het toegenomen gebruik van bepaalde soorten bestrijdingsmiddelen in de landbouw heeft voor een groot aantal insecten, ook wilde bijen, fatale gevolgen gehad. Er moet worden gestreden voor het overleven en de groei van het aantal wilde bijen en de Groene Cirkel Bijenlandschap loopt voorop in die strijd.
Tijdens een succesvolle bijeenkomst van de Groene Cirkel Bijenlandschap bij Heineken in Zoeterwoude, konden de bijenliefhebbers het feit vieren dat, naast onder andere enkele gemeenten, waterleidingbedrijf Dunea en enkele scholen nu ook De Groene Stad is toegetreden tot deze Groene Cirkel Bijenlandschap, door het onderschrijven van de visie van de Groene Cirkel.
Namens De Groene Stad verwoordde Mireille van Velde haar motivatie om aansluiting te zoeken bij het Bijenlandschap: ‘Niet veel mensen weten dat een Groene Stad de beste bijenbiotoop is die je kan hebben. Er is veel meer diversiteit aan soorten dan je vindt in de monoculturen in het buitengebied. Daarom willen bewoners en gemeenten, dus de Groene Stad, zich daarvoor inzetten!
De Groene Stad stimuleert een meer doordachte inzet van ‘groen’ bij projecten die zich richten op de oplossing van lucht- en waterproblematiek, maar ook op het tegengaan van sociale en maatschappelijke verloedering in stedelijke gebieden. In onze visie kan ‘groen’ een belangrijke bijdrage leveren aan het vitaliseren onze binnensteden en – ruimer gedefinieerd – ook aan stedelijke regio’s. Groen draagt bij aan attractievere, leefbaardere en gezondere steden. Een aantrekkelijke woonomgeving speelt een positieve rol bij de economische ontwikkeling van het stedelijk gebied. Ook liggen er volop kansen om bedrijfsterreinen te vergroenen, wat leidt tot een attractievere, gezondere werkomgeving. Dat alles vergt een vernieuwing in het planologisch denken op lokaal, regionaal en landelijk niveau, mede vanuit een groene dimensie

Het aantal bedrijven dat De Groene Stad Charta ondertekent groeit. In mei ondertekende Uitgeverij Terra de charta en verbindt zich daarmee aan de doelstellingen van stichting De Groene Stad. Het bedrijf draagt vergroening een groot hart toe en brengt boeken uit onder de noemer ‘Tuin en Natuur’, waarmee zij het grote publiek informeert over het belang van groen. Onderwerpen zijn niet alleen tuinieren en natuur, maar ook groene architectuur. Het boek De Groene Stad van Anna Yudina is een recent voorbeeld. Deze auteur geeft innovatieve voorbeelden en inzicht in de integratie van groen in de ontwerpen van gebouwen en steden voor de toekomst. Stichting De Groene Stad is verheugd dat haar doelstellingen ook worden ondersteund door organisaties en bedrijven van buiten de groene sector. Terra’s betrokkenheid bij De Groene Stad kwam concreet tot uitdrukking in het aanbrengen van het Groene Stad-logo op de hele oplage van het boek De Groene Stad.
Meer informatie over de Tuin en Natuur boeken van Uitgeverij Terra vindt u op www.terralannoo.nl/nl/categorie/tuin-natuur.

Op woensdag 4 april jl. kwam De Groene Stad Charta klankbordgroep voor het eerst bijeen. Deze groep van Charta-leden geeft het bestuur van Stichting De Groene Stad advies over inhoudelijke vraagstukken en treedt op als klankbord. De eerste vergadering stond niet alleen in het teken van kennismaken. Al snel gingen de aanwezigen onder leiding van Leon Smet de diepte in. Er werd een stand van zaken opgemaakt, belangrijke stakeholders werden benoemd, thema’s voor Groene Stad bijeenkomsten werden aangereikt en belangrijke events genoemd. Op meer strategisch niveau werd stilgestaan bij de ‘bouwopgave’ en de kansen die dat biedt. Gemeenten en woningbouwcorporaties staan in de komende jaren voor de enorme taak om aanzienlijk meer woningen te realiseren. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat ‘groen’ vanaf het begin – vanaf het schets- en het tenderstadium – in de planvorming wordt meegenomen?
De klankbordgroep zal 3 – 4 maal per jaar bij elkaar komen en staat in principe open voor alle Groene Stad Charta-leden.

Arbor Consultancy, specialist in bomen en bodem heeft de Groene Charta ondertekend. Daarmee treedt Arbor Consultancy toe tot de voorhoede van het Nederlandse groene bedrijfsleven door zich te committeren aan ‘vergroening’. Samen met de Groene Stad wil Arbor Consultancy bijdragen aan het groener en leefbaarder maken van onze steden.
De steun van Arbor Consultancy betekent een steviger fundament voor Stichting De Groene Stad. Groen wordt steeds belangrijker voor ‘de stad van de toekomst’. Doordat in onze steden steeds meer mensen, gebouwen en woningen dicht bij elkaar komen, dreigt de ruimte voor groen te worden ingeperkt. Maar willen we gezonde, vitale steden dan moeten we stilstaan bij het verbeteren van de luchtkwaliteit, de effecten van hittestress en de berging van water. Groen speelt daarin een natuurlijke, kosteneffectieve rol.
Met meer dan 30 jaar ervaring hebben de consulenten van Arbor Consultancy veel kennis en ervaring met groen in de openbare ruimte. Consulent Arjan Zoontjens vindt dat bomen de basis zijn voor een goede, gezonde leefomgeving. Ook zijn collega Martijn van der Spoel is ervan overtuigd dat veel klimaatvraagstukken binnen het stedelijk gebied op een praktische manier kunnen worden opgelost met bomen en groen. Bijzonder is het project ‘Urban Forest’ waardoor de openbare ruimte in een stad wordt verrijkt met groen. Hierbij gaan nut en verfraaiing hand in hand.
Meer bomen in stedelijke gebieden is onderdeel van de ambities van stichting ‘De Groene Stad’. Daarom kijkt de ‘De Groene Stad’ uit naar de samenwerking met Arbor Consultancy.

Anna Yudina is auteur van het boek ‘The Green City’ dat medio mei in een Nederlandse vertaling verschijnt bij uitgeverij TERRA. 
‘De Groene Stad verkent nieuwe ontwerpoplossingen, architectonische vormen en ruimtelijke visies van architecten en stadsontwikkelaars die de intelligentie, schoonheid en gulheid van de natuur tot bondgenoot maken’.
Het is een citaat van Anna Yudina, schrijfster van The Green City, haar nieuwste boek dat in mei in Nederlandse vertaling verschijnt. Het boek gaat in op de versmelting van natuur en architectuur. En over hoe natuur meer ruimte kan krijgen in onze steden. Er worden prachtige projecten beschreven. De foto’s zijn adembenemend. Een goede aanleiding voor een interview met de schrijfster die tegenwoordig in Parijs woont.
Voor wie is De Groene Stad geschreven?
Voor architecten, stedenbouwkundigen, lokale politici, beleidsmakers en nieuwsgierige, vooruitstrevende burgers. En niet te vergeten voor de landschapsarchitecten en andere professionals in het groen. Zij moeten de groene stad helpen vormgeven en realiseren.
U spreekt van stedelijke natuur…
Over een aantal jaren woont 75% van de wereldbevolking in steden. En laten we eerlijk zijn: steden hebben erg veel voordelen. ‘Terug naar de natuur’ is een romantisch begrip waar veel mensen voor terugdeinzen. En dat begrijp ik. We moeten af van het idee dat ‘stad’ en ‘natuur’ onverenigbaar zijn. We kunnen natuurlijk geen groot bos aanleggen in de stad, maar we hoeven ons ook niet neer te leggen bij een ongezonde woonomgeving. Ook hoeven we niet volledig afgesneden te worden van de natuur. We moeten afstappen van het denken in tegenstellingen als ‘natuur en stad zijn nou eenmaal onverenigbaar’. De uitdaging is om open-minded op zoek te gaan naar een systematische, intelligente manier om ‘groen’ en ‘rood’ te combineren. Dat bedoel ik met het realiseren van stedelijke natuur. En dát het kan illustreer ik met mijn boek! Daar staan goede voorbeelden in.

We moeten anders naar steden leren kijken?
Inderdaad. Er moet een ommezwaai in het denken komen, grote veranderingen gaan nu eenmaal niet vanzelf. Communicatie speelt daarbij een onmisbare rol. Je moet kennis delen, toegankelijk maken. Mensen moeten zicht krijgen op ‘the bigger picture’, de mogelijkheden gaan zien. En gaan nadenken over hoe ‘vergroening’ hun dagelijkse leven positief kan beïnvloeden.
Welke steden zijn al ver?
De eerste die me te binnen schiet is Kopenhagen. Daar hebben ze voor de komende twintig jaar ongeveer 300 projecten gepland die allemaal zijn gericht op het beperken van de gevolgen van klimaatverandering. Bij de beoordeling van de projecten speelt het criterium ‘nature based solutions’ een belangrijke rol. Ook hun plan om een netwerk van fiets- en wandelpaden aan te leggen is fascinerend. Het heet The Green Bike Network en fietsers en wandelaars hoeven de weg niet langer te delen met auto’s. Dat is goed voor de veiligheid en de gezondheid. In Kopenhagen kiezen maar liefst 675.000 mensen regelmatig de fiets.
Welke steden vallen nog meer op?
Je overvalt me. OK, in willekeurige volgorde een paar voorbeelden. In Parijs mogen burgers stukjes groen zelf inrichten. De stad stelt budgetten beschikbaar die door de bewoners kunnen worden ingezet voor de verbetering van hun leefomgeving. Dat kan ook worden ingezet voor vergroening. Ook in Seoul vind je aansprekende projecten. In het kader van het Cheongyecheon River Restoration project worden niet langer gebruikte snelwegen omgetoverd in fraaie parken en meer recent de Seoul Skygarden. Op die manier wordt groen ‘ingeweven’ in de stad. Deze projecten komen voort uit een goed doordachte visie op hoe je natuur en stad kunt verbinden. In Taiwan wordt in de zeer vervuilde stad Taichung op de plaats van een voormalig vliegveld het Jade Eco Park aangelegd. Het is meer dan 70 ha. groot en zit vol met natuurlijke klimaatbeheersingssystemen en luchtzuiveringsinstallaties. Erg mooi vind vind ik ook ‘The Low Line’ in New York, een project om in een oude ondergrondse tramremise een park aan te leggen. Een park onder de grond in een van de dichtst bevolkte delen van de stad: het is uniek in de wereld!
Wat zijn belemmeringen voor het realiseren van een Groene Stad?
Dat verschilt van stad tot stad. De voornaamste is denk ik toch het gebrek aan een gedeelde visie, aan kennis, verbeeldingskracht en middelen. Men realiseert zich onvoldoende dat we bij een groeiende bevolking toe moeten naar een ‘stedelijke transformatie’, naar een herwaardering van de rol van groen. Vergroening is geen decoratie of een trend. Het is een absolute voorwaarde voor de realisatie van leefbare steden.
U kent Nederland?
Ik ben er een aantal keren geweest en voelde me iedere keer geïnspireerd. In juni a.s. bezoek ik het WeMakeThe.City-festival in Amsterdam. Het thema is ‘Verbindende architectuur’. Het gaat over de rol die ontwerpen kunnen spelen bij het doorbreken van de eenzaamheid van mensen. Ongetwijfeld komt groen daarbij ook aan bod. Bekend is dat stadsparken en – plantsoenen natuurlijke ontmoetingsplaatsen zijn voor mensen. Een groene stad is een vriendelijke, leefbare stad!
Het boek is onder andere te bestellen via https://www.bol.com/nl/p/de-groene-stad/9200000085082466/.
 
 

 

Als een gemeente (of een regio, een provincie, of een land) één primaire verantwoordelijkheid heeft, één kerntaak, dan is het wel de leefbaarheid. Letterlijk: Hoe geschikt en aantrekkelijk is een gebied of gemeenschap om er te wonen en te werken? Dat fundamentele begrip ‘leefbaarheid’ verdwijnt nog weleens naar de achtergrond, in achteloze discussies over prioriteiten in het overheidsbeleid. Maar een bestuur dat zich bewust is van die kerntaak zorgt ervoor dat het in elk geval weet hoe het ervoor staat, met de kwaliteit, de leefbaarheid – dus met het ‘groen’, de duurzaamheid.
Vervolgens zal men bij elke stap die wordt gezet in het omgevingsbeheer, bijvoorbeeld bij de voorbereiding van ruimtelijke projecten, moeten zorgen dat de consequenties van die projecten voor de leefomgeving duidelijk in beeld zijn. Dat is trouwens een verplichting die de nieuwe Omgevingswet ons oplegt.
NL Greenlabel, bekend onder meer van de tv-tuinman Lodewijk Hoekstra, biedt een handvat aan, voor het in beeld brengen van de uitgangssituatie: hoe staan we ervoor, als het gaat om leefbaarheid? Deze ‘Quickscan’ kan dienen als instrument, bij de start van een nieuw project, maar ook als eerste stap bij het schrijven van een Omgevingsvisie, zoals elke gemeente die zal moeten ontwikkelen. Een gemeente zal duidelijk met de omgevingsvisie moeten aangeven hoe te komen tot een duurzame aantrekkelijke leefomgeving en welke kansen er zijn om te komen tot een integrale visie. Daarbij is het van groot belang dat je duurzaamheid ook meetbaar kunt maken, aldus Lodewijk. Op die manier wordt het pas echt mogelijk om van een visie tot en met realisatie en beheer ook thema’s als landschap, ecologie en gezondheid te borgen. Dit kan tegenwoordig makkelijker met bijvoorbeeld een NL Gebiedslabel, waarbij je ook de bewijslast creëert voor de aantoonbare verbetering van de leefomgeving.
 

Het eerste Tiny Forest van Europa werd door de initiatiefnemer Daan Bleichrodt van IVN, het Instituut voor Natuureducatie en Duurzaamheid, 2015 in Nederland gepland. De grondlegger van het Tiny Forest, een klein dichtbegroeid bos, is de Indiase ingenieur Shubhendu Sharma. Hij was geïnspireerd door de Miyawaki methode van botanicus Akira Miyawaki.  Een Tiny Forest is goed voor de biodiversiteit, maar ook voor de gezondheid van de mens, de sociale omgang en de klimaatbestendigheid van de buurt.
Het idee van Tiny Forest is begonnen met..
De Japanse Akira Miyawaki was in de jaren ‘70 de ontwerper om natuurlijke, inheemse bossen te herstellen en met succes: na tien jaar had hij ruim 1700 bossen aangelegd en 96,7% daarvan had zich ontwikkeld tot een zeer goed ecosysteem. Vervolgens gebruikte de Shubhendu Sharma deze methode als inspiratie voor het planten van een klein bos, een Tiny Forest, in een stedelijke omgeving. De IVN haalde in 2015 Sharma naar Nederland om hier het initiatief van Tiny Forest uit te zetten. Het resultaat was het eerste formele Tiny Forest in Europa, in Zaandam in het Darwin park: de Groene Woud. Daarna volgde in het Darwin park het tweede Tiny Forest, het Gouwse Bos. Inmiddels is het Tiny Forest-idee door heel Nederland verspreid, het wordt in steeds meer plaatsen uitgevoerd, in samenwerking met IVN.
Een 200m2 dichtbegroeid bosje
Een Tiny Forest is een dichtbegroeid bosje met een grootte van 200m2. Het wordt gepland midden in een stedelijke of bebouwde omgeving. Het IVN heeft de naam ‘Tiny Forest’ officieel vastgelegd als Registered Trademark. Een ‘echt’ Tiny Forest heeft altijd drie kenmerken:

  1. Buurtbewoners en scholen worden betrokken bij de aanleg van het Kleine Bos;
  2. Bij het Kleine Bos ligt een buitenlokaal,
  3. Scholieren zijn de ‘wilde wachters’; zij zorgen telkens een maand voor het Kleine Bos.

Het stukje groen middenin de stad is goed voor veel biodiversiteit, van vogels tot bijen en vlinders. Dat is bewezen door het onderzoek van Wageningen Environmental Research naar de Tiny Forest in Zaandam. In een krantenartikel in Trouw vertelt een van de auteurs van het onderzoek, Fabrice Ottburg, dat de groei in de dichtbegroeide bosjes van de aantal soortgroepen en individuen meer is dan in referentiebossen. Volgens het IVN heeft het levendige bosje ook positieve effecten op de sociale samenhang in de buurt. Buurtbewoners en kinderen zijn betrokken bij het beheren van het bos en de mensen worden meer verbonden met de natuur en aan elkaar. Daarbij is het Tiny Forest ook een kracht voor de klimaatbestendigheid van wijken: het bergt de (grote) hoeveelheden water door extreme neerslag en het filtert fijnstof en verkoelt de lucht in stedelijke omgevingen. Groen, dat wordt binnengebracht door het planten van dit kleine bosje, doet het goed voor het klimaat, de sociale samenhang en de menselijke gezondheid.
 
 Gebruikte bronnen
IVN. 2018. Achtergrondinformatie Tiny Forest. Geraadpleegd op 18-04-2018 via: https://www.ivn.nl/tiny-forest-nl/achtergrondinformatie /.
IVN. 2018. Wat is een Tiny Forest. Geraadpleegd op 18-04-2018 via: https://www.ivn.nl/tiny-forest-nl/over-tiny-forest.
Ottburg, F.G.W.A., D.R. Lammertsma, J. Bloem, W.J. Drimmers, H.A.H. Jansmans en R.M.A. Wegman, 2018. Tiny Forest Zaanstad; Citizen Science en het bepalen van biodiversiteit in Tiny Forest Zaanstad. Wageningen, Wageningen Environmental Research, Rapport, 2870.
Verlouw, C. A (2018, 6 april). Het Tiny Forest rukt op. Geraadpleegd op 18-04-2018 via: https://www.trouw.nl/groen/het-tiny-forest-rukt-op~af168db5/

 

Booking.com en Stichting Rooftop Revolution kickstarten vandaag de vergroening van 450 Amsterdamse hoteldaken. Op basis van een uitgebreide dakscan wordt per dak bekeken hoe hier een groen dak van te maken is, van simpel sedum dak tot daktuin met bomen en bijenhotel. Één gelukkig hotel krijgt een gratis groen dak en voor 10 kantoorpanden van Booking.com wordt een ontwerp gemaakt. Roof service is the new room service!
450 hotel daken krijgen dakscan
Amsterdam is populair bij toeristen. Tussen 2005 en 2016 is het aantal bezoekers van de stad gegroeid van 11 miljoen tot bijna 18 miljoen (bron: Amsterdam Marketing). Om Amsterdam groen en gezond te houden wil  booking.com iets terug doen voor de stad. Samen met Rooftop Revolution begint het bedrijf daarom een grootschalige actie om een nieuw natuurgebied aan te leggen op het grootst braakliggend terrein van de hoofdstad: de daken. 450 hotels ontvangen een gratis dakscan en onder de hotels wordt één dak uitgeloot dat van Booking.com een volledig groen dak ontvangt. In januari 2018 hebben de werknemers van Booking.com 15.000 bij-vriendelijke bloemen gepland bij Stichting Beelease, die komend jaar zullen worden verplaatst naar de hotel daken in de stad.
5.000 m2 groen dak
Booking.com wil graag 5.000 m2 groen dak toe voegen aan de stad en de hotelpartners inspireren om een actieve rol te spelen bij het bijdragen aan een groener Amsterdam. De 450 partners krijgen deze week via e-mail een uitnodiging met instructies voor het plannen van hun gratis scan van Rooftop Revolution. Nadat de scans voltooid zijn, krijgt een deelnemende hotelpartner een gratis groen dak aangeboden, speciaal ontworpen voor hun dak.
“20 jaar geleden richtten wij Booking.com op in Amsterdam, onze thuishaven. We houden van onze stad en dragen graag ons steentje bij aan de duurzame toekomst van Amsterdam.” aldus Gillian Tans, CEO van Booking.com. “We zoeken continue naar innovatieve manieren die de algemene gezondheid van de stad begunstigen, als werkgever, maar ook als goede buur. Dit project met Rooftop Revolution geeft ons de perfecte kans om onze hotel partners te betrekken in ons doel om de stad groener te maken en om een duurzame toekomst voor de toeristenindustrie op een hyper lokaal niveau te stimuleren.”
Wethouder Abdeluheb Choho (D66) is positief over het initiatief. “De doelstelling van Booking.com om 5.000 m2 groen dak toe te voegen aan de stad sluit goed aan op de ambitie van de gemeente zelf om 50.000 m2 groen dak te realiseren deze collegeperiode. Dat Booking.com bij wil dragen aan klimaatadaptatie en het vergroenen van de stad is een mooi signaal dat ook de private sector aan de slag wil” 
Roof service is the new room service
“Wij vinden het fantastisch om met Booking.com te partneren in zo’n groot en ambitieus project”, aldus Jaap de Jong, mede-oprichter van Rooftop Revolution, “Momenteel is slechts 1,5% van het daklandschap in Amsterdam groen. Onze droom is geen dak onbenut. Zo’n 15 hotels hebben al een groen dak, compleet met dak-kas, dak-tuin of bijenhotel. Samen met Booking.com laten we de teller flink oplopen en komt onze ambitie dichterbij. Roof service is the new room service!”
Kantoorpanden Booking.com          
Booking.com kijkt ook naar het eigen vastgoed. Rooftop Revolution maakt voor 10 van de 19 kantoorpanden van het bedrijf in Amsterdam een dak ontwerp. In 2020 krijgt Booking.com een nieuw hoofdkantoor op het Oosterdok waar tevens een prachtige daktuin wordt aangelegd.

© Rooftop Revolution, fotograaf Alice Wielinga


De groene hoteldaken dragen bij aan een toekomstbestendige stad:

  • Een groen dak vangt water op tijdens piekbuien zodat de riolering niet overbelast raakt en het water eventueel kan worden hergebruikt;
  • Een groen dak houdt de omgeving koel, gaat hittestress tegen;
  • Het dak wordt beter geïsoleerd, waardoor energiekosten worden bespaard;
  • Meer plantjes zorgen voor een nieuw onderkomen van bijen, vlinders, insecten en vogels;
  • Groene daken dempen stadsgeluid;
  • Groen werkt stress verlagend en laat je gezonder voelen.


Paul Dirkse, Wethouder Onderwijs Sport & Duurzaamheid en Marcel Belt, programmamanager Duurzaamheid van de gemeente Leiden, Jeroen Haan van het Hoogheemraadschap van Rijnland, Hilde Blank, kwartiermaker/stadsstedenbouwer Leiden en de vijf-praktijkcasehouders openden op donderdag 15 maart 2018 het GOED-event in de Leidse Stadsgehoorzaal. Aan het eind van het GOED-event ondertekende de wethouder Dirkse de Groene Charta met de Groene Stad voorzitter Henk Westerhof. Hierdoor zet Leiden zichzelf neer als voorhoedegemeente in het streven naar vergroening van de Nederlandse stedelijke omgeving.
Aan die ondertekening was een symposium voorafgegaan, getiteld ‘Samenwerken aan den Groene Stad’. Daaraan namen 200 vertegenwoordigers van woningcorporaties, ontwikkelaars, bouwers, adviseurs, ontwerpers en gemeenteambtenaren actief deel. In twaalf workshops en vijf praktijkcases kwamen allerlei mogelijkheden langs – uitdagingen en valkuilen, die aan de orde kunnen komen bij het streven naar stedelijke vergroening.
Tijdens de plenaire sessie, die werd afgesloten met de ondertekening van de Groene Charta door wethouder Dirkse, werden afspraken en andere resultaten van de workshops en de praktijkcases gepresenteerd. De Stichting Groene Stad ziet uit naar een vruchtbare groene samenwerking met de gemeente Leiden.
 

Hoe maak je een succesvolle openbare ruimte? Rosemarie Maas en Kyra Kuitert geven in het Handboek Prettige Plekken, vooral bestemd voor bestuurders en ambtenaren, antwoord op deze vraag. Zij schreven dit boek, omdat ze hadden gemerkt dat er te weinig concrete informatie beschikbaar was over de relatie tussen het gebruik en inrichting van de openbare ruimte – juist nu overal in het land gemeentebesturen vaststellen dat hun gemeente moet ‘vergroenen’. Doelstellingen genoeg (wie wil er niet een gezonde, groene openbare ruimte?), maar de concrete kennis die nodig is om deze doelstellingen te realiseren, ontbrak nog dikwijls.
Aan de hand van zeven thema’s benoemen Kuitert en Maas in ‘Prettige Plekken’ ruim 500 ontwerprichtlijnen. Deze richtlijnen zijn ingedeeld naar schaalniveau (blok, buurt, stad) voor parken en pleinen. Ze zijn gebaseerd op hun jarenlange werkervaring in planning en ontwerp van de openbare ruimte, het bestuderen van vele locaties en een uitgebreid literatuuronderzoek. De zeven thema’s zijn: 1. aantrekkelijk, 2. sociaal veilig, 3. toegankelijk en bereikbaar, 4. beweegvriendelijk, 5. sociaal, 6. kindvriendelijk en 7. groen.
Praktisch
Er staan in het boek leuke weetjes, unieke richtlijnen en foto’s van projecten en plekken uit meer dan 50 steden in binnen- en buitenland. Een expertgroep, met onder andere hoofd landschapsarchitectuur Gemeente Den Haag, Jantje Beton en het Kenniscentrum Sport, heeft feedback gegeven op specifieke onderdelen van het boek en de richtlijnen getoetst aan de eigen praktijkervaring. Maas en Kuitert baseren de richtlijnen op de behoeften van de (toekomstige) gebruiker; wat wil hij doen, zien en ervaren in de openbare ruimte? Vanuit dit uitgangspunt formuleren de auteurs vier basisvoorwaarden waaraan elke plek moet voldoen: 1. veiligheid, 2. variatie, 3. verblijf en 4. verplaatsing.
 Sfeer en gebruikswaarde
Rosemarie Maas formuleert twee rollen voor ‘groen’ in de openbare ruimte: “Allereerst moet het groen bijdragen aan een prettige sfeer. Prettig voor het oog, voor het aanzien van de straat; er moet een logische samenhang zijn tussen groen en inrichting.” De tweede rol die groen in de visie van Rosemarie heeft is gelegen in de gebruikswaarde. De gebruikswaarde kan variëren van tuinieren in volkstuinen tot sporten of spelen in het park. In de nabije toekomst verwacht Maas een sterke vergroening van de bebouwde omgeving, onder meer als gevolg van de toegenomen aandacht voor het klimaat. Zij benoemt in dat verband de positieve effecten van groen tegen hittestress en het waterbufferend vermogen.
Veilig
Rosemarie Maas signaleert dat eind jaren zeventig, begin jaren tachtig van de vorige eeuw, veel gemeenten grootschalig groen hebben verwijderd of omgevormd vanwege het onveilige karakter. Men vond deze groene openbare ruimtes onoverzichtelijk: door (verwilderd) struikgewas bood het vaak te weinig doorzicht. Zij benoemt de oplossing: “Meer werken met diverse soorten gras en wilde bloemen. Zo blijft het groen laag, aantrekkelijk en behoudt de groene plek een open en veilig karakter”.

www.prettigeplekken.nl.