Anna Yudi­na inspi­reert met haar nieuw­ste boek: De Groe­ne Stad

Anna Yudi­na is auteur van het boek ‘The Green City’ dat medio mei in een Neder­land­se ver­ta­ling ver­schijnt bij uit­ge­ve­rij TERRA. 
‘De Groe­ne Stad ver­kent nieu­we ont­wer­pop­los­sin­gen, archi­tec­to­ni­sche vor­men en ruim­te­lij­ke visies van archi­tec­ten en stads­ont­wik­ke­laars die de intel­li­gen­tie, schoon­heid en gul­heid van de natuur tot bond­ge­noot maken’.
Het is een citaat van Anna Yudi­na, schrijf­ster van The Green City, haar nieuw­ste boek dat in mei in Neder­land­se ver­ta­ling ver­schijnt. Het boek gaat in op de ver­smel­ting van natuur en archi­tec­tuur. En over hoe natuur meer ruim­te kan krij­gen in onze ste­den. Er wor­den prach­ti­ge pro­jec­ten beschre­ven. De foto’s zijn adem­be­ne­mend. Een goe­de aan­lei­ding voor een inter­view met de schrijf­ster die tegen­woor­dig in Parijs woont.
Voor wie is De Groe­ne Stad geschre­ven?
Voor archi­tec­ten, ste­den­bouw­kun­di­gen, loka­le poli­ti­ci, beleids­ma­kers en nieuws­gie­ri­ge, voor­uit­stre­ven­de bur­gers. En niet te ver­ge­ten voor de land­schaps­ar­chi­tec­ten en ande­re pro­fes­si­o­nals in het groen. Zij moe­ten de groe­ne stad hel­pen vorm­ge­ven en rea­li­se­ren.
U spreekt van ste­de­lij­ke natuur…
Over een aan­tal jaren woont 75% van de wereld­be­vol­king in ste­den. En laten we eer­lijk zijn: ste­den heb­ben erg veel voor­de­len. ‘Terug naar de natuur’ is een roman­tisch begrip waar veel men­sen voor terug­dein­zen. En dat begrijp ik. We moe­ten af van het idee dat ‘stad’ en ‘natuur’ onver­e­nig­baar zijn. We kun­nen natuur­lijk geen groot bos aan­leg­gen in de stad, maar we hoe­ven ons ook niet neer te leg­gen bij een onge­zon­de woon­om­ge­ving. Ook hoe­ven we niet vol­le­dig afge­sne­den te wor­den van de natuur. We moe­ten afstap­pen van het den­ken in tegen­stel­lin­gen als ‘natuur en stad zijn nou een­maal onver­e­nig­baar’. De uit­da­ging is om open-min­ded op zoek te gaan naar een sys­te­ma­ti­sche, intel­li­gen­te manier om ‘groen’ en ‘rood’ te com­bi­ne­ren. Dat bedoel ik met het rea­li­se­ren van ste­de­lij­ke natuur. En dát het kan illu­streer ik met mijn boek! Daar staan goe­de voor­beel­den in.

We moe­ten anders naar ste­den leren kij­ken?
Inder­daad. Er moet een omme­zwaai in het den­ken komen, gro­te ver­an­de­rin­gen gaan nu een­maal niet van­zelf. Com­mu­ni­ca­tie speelt daar­bij een onmis­ba­re rol. Je moet ken­nis delen, toe­gan­ke­lijk maken. Men­sen moe­ten zicht krij­gen op ‘the big­ger pic­tu­re’, de moge­lijk­he­den gaan zien. En gaan naden­ken over hoe ‘ver­groe­ning’ hun dage­lijk­se leven posi­tief kan beïn­vloe­den.
Wel­ke ste­den zijn al ver?
De eer­ste die me te bin­nen schiet is Kopen­ha­gen. Daar heb­ben ze voor de komen­de twin­tig jaar onge­veer 300 pro­jec­ten gepland die alle­maal zijn gericht op het beper­ken van de gevol­gen van kli­maat­ver­an­de­ring. Bij de beoor­de­ling van de pro­jec­ten speelt het cri­te­ri­um ‘natu­re based solu­ti­ons’ een belang­rij­ke rol. Ook hun plan om een net­werk van fiets- en wan­del­pa­den aan te leg­gen is fas­ci­ne­rend. Het heet The Green Bike Net­work en fiet­sers en wan­de­laars hoe­ven de weg niet lan­ger te delen met auto’s. Dat is goed voor de vei­lig­heid en de gezond­heid. In Kopen­ha­gen kie­zen maar liefst 675.000 men­sen regel­ma­tig de fiets.
Wel­ke ste­den val­len nog meer op?
Je over­valt me. OK, in wil­le­keu­ri­ge volg­or­de een paar voor­beel­den. In Parijs mogen bur­gers stuk­jes groen zelf inrich­ten. De stad stelt bud­get­ten beschik­baar die door de bewo­ners kun­nen wor­den inge­zet voor de ver­be­te­ring van hun leef­om­ge­ving. Dat kan ook wor­den inge­zet voor ver­groe­ning. Ook in Seoul vind je aan­spre­ken­de pro­jec­ten. In het kader van het Che­on­gy­e­che­on River Res­tora­ti­on pro­ject wor­den niet lan­ger gebruik­te snel­we­gen omge­to­verd in fraaie par­ken en meer recent de Seoul Sky­gar­den. Op die manier wordt groen ‘inge­we­ven’ in de stad. Deze pro­jec­ten komen voort uit een goed door­dach­te visie op hoe je natuur en stad kunt ver­bin­den. In Tai­wan wordt in de zeer ver­vuil­de stad Taichung op de plaats van een voor­ma­lig vlieg­veld het Jade Eco Park aan­ge­legd. Het is meer dan 70 ha. groot en zit vol met natuur­lij­ke kli­maat­be­heer­sings­sys­te­men en lucht­zui­ve­rings­in­stal­la­ties. Erg mooi vind vind ik ook ‘The Low Line’ in New York, een pro­ject om in een oude onder­grond­se tram­re­mi­se een park aan te leg­gen. Een park onder de grond in een van de dichtst bevolk­te delen van de stad: het is uniek in de wereld!
Wat zijn belem­me­rin­gen voor het rea­li­se­ren van een Groe­ne Stad?
Dat ver­schilt van stad tot stad. De voor­naams­te is denk ik toch het gebrek aan een gedeel­de visie, aan ken­nis, ver­beel­dings­kracht en mid­de­len. Men rea­li­seert zich onvol­doen­de dat we bij een groei­en­de bevol­king toe moe­ten naar een ‘ste­de­lij­ke trans­for­ma­tie’, naar een her­waar­de­ring van de rol van groen. Ver­groe­ning is geen deco­ra­tie of een trend. Het is een abso­lu­te voor­waar­de voor de rea­li­sa­tie van leef­ba­re ste­den.
U kent Neder­land?
Ik ben er een aan­tal keren geweest en voel­de me iede­re keer geïn­spi­reerd. In juni a.s. bezoek ik het WeMakeThe.City-festival in Amster­dam. Het the­ma is ‘Ver­bin­den­de archi­tec­tuur’. Het gaat over de rol die ont­wer­pen kun­nen spe­len bij het door­bre­ken van de een­zaam­heid van men­sen. Onge­twij­feld komt groen daar­bij ook aan bod. Bekend is dat stads­par­ken en – plant­soe­nen natuur­lij­ke ont­moe­tings­plaat­sen zijn voor men­sen. Een groe­ne stad is een vrien­de­lij­ke, leef­ba­re stad!
Het boek is onder ande­re te bestel­len via https://www.bol.com/nl/p/de-groene-stad/9200000085082466/.