Berichten

VHG en NVTL ondertekenen de City Deal ‘Waarden van groen en blauw in de stad’

VHG en NVTL hebben onlangs de City Deal ‘Waarden van groen en blauw in de stad’ ondertekend. Samen met RIVM en gemeenten worden de waarden van natuurlijk kapitaal in de stad in kaart gebracht.

De City Deal is op dinsdag 31 mei ondertekend tijdens de Europese conferentie ‘Evidence-based policy making for sustainable cities’ in Utrecht. Tijdens deze conferentie, georganiseerd door het ministerie van Infrastructuur en Milieu, gemeente Utrecht en het RIVM, presenteerde de Europese Commissie een beoordelingskader waarmee steden de waarde van ecosystemen kunnen meewegen bij stedelijke ontwikkeling.
Atlas Natuurlijk Kapitaal
Binnen het samenwerkingsverband delen gemeenten, private partijen en kennisinstituten gebruikerservaringen en nieuwe kennis om de Atlas Natuurlijk Kapitaal nog beter te laten aansluiten bij de behoefte in de uitvoeringspraktijk.
De City Deal beoogt ook om de TEEB-stadtool, een instrument om groen en blauw in de stad te waarderen, verder te verfijnen met locatiespecifieke informatie en deze onder te brengen in de atlas.
Zo wordt voor gemeenten en hun inwoners duidelijk hoe natuurlijk kapitaal kan bijdragen aan een duurzame en gezonde stad. Het versterkt de samenwerking tussen ruimtelijk ontwerpers, hydrologen, civieltechnici, ecologen, milieu- en gezondheidsdeskundigen in planprocessen.
Partners
De City Deal is tot stand gekomen op initiatief van de gemeenten Amersfoort, Apeldoorn, Den Haag, Dordrecht, Haarlem, Rotterdam en Utrecht. Onder de partners bevinden zich naast het RIVM de Hogeschool van Amsterdam en de Rijksuniversiteit Groningen.

Groen voor Grijs voor kwetsbare ouderen

Steeds meer onderzoek toont aan dat natuurbeleving goed is voor de fysieke en mentale gezondheid van mensen. Tegelijk wil de rijksoverheid dat ouderen steeds langer thuis blijven wonen. Dit betreft vaak ook kwetsbare ouderen, die lijden aan dementie, depressie of eenzaamheid.
Het project ‘Groen voor Grijs’ onderzoekt wat groen kan bijdragen aan de kwaliteit van leven van deze kwetsbare ouderen. “We gaan het effect onderzoeken van een ‘groene interventie’, de aanleg van belevingsgericht groen en het gebruik ervan,” zegt projectleider Jana Verboom. “Dat doen we door voor de aanleg van groen, direct erna, en enige jaren later de kwaliteit van leven van kwetsbare ouderen in kaart te brengen, maar ook de belasting van mantelzorgers en het beroep op professionele zorg en voorzieningen.”
Alterra doet het onderzoek samen met de Nature Assisted Health Foundation, een Nederlands/Zweeds netwerk van universiteiten en innovatieve bedrijven uit de groensector dat zich richt op de relatie tussen natuur en gezondheid. In het project worden innovatieve groenconcepten ontwikkeld voor versteende wijken, en wordt onderzocht of een groene woon- en leefomgeving de zorgvraag van kwetsbare ouderen kan verlagen, voorkomen dat mantelzorgers overbelast raken, en de zorgkosten kan beperken.
Door de vergrijzing en de bezuinigingen in de zorg worden inwoners steeds meer afhankelijk van hun sociale omgeving dicht bij de woning. Groen voor Grijs biedt hier kansen voor de bewoners. De afgelopen maanden is de kwetsbaarheid van 200 van de 428 ouderen (65+) in de Oisterwijkse wijk Waterhoef bepaald met behulp van de zogenoemde Tilburg Frailty Indicator, door middel van interviews met vrijwilligers uit de wijk. Van deze 200 ouderen wilden 171 ouderen de komende jaren meewerken aan het onderzoek.
Voor deze nulmeting zijn de vrijwilligers geïnstrueerd door de universiteit van Tilburg. De universiteit en Alterra hebben daarnaast een meer diepgaande vragenlijst ontwikkeld, die is voorgelegd aan de 117 meest kwetsbare ouderen. Jana Verboom: “Bijzonder dat zoveel mensen mee willen doen aan het onderzoek, dat is ver boven het landelijk gemiddelde. Het werken met vrijwilligers uit de wijk bleek een gouden greep.” Het project Groen voor Grijs is een van de projecten van de Dementie Coöperatie Oisterwijk.
De gemeente Oisterwijk is koplopergemeente in het streven van de Brabantse Programmaraad Zorgvernieuwing Psychogeriatrie om voor 2020 alle gemeenten in de Provincie Noord-Brabant dementievriendelijk te maken. Oisterwijk heeft een ‘groene-kansenkaart’ gemaakt van de wijk Waterhoef, met plekken waar vanuit het oogpunt van biodiversiteit en
natuurontwikkeling winst te behalen valt.
Door studenten van de HAS is een ideeënboek ‘Minder zorgen in het groen’ voor de wijk Waterhoef ontwikkeld. Zowel de groene-kansenkaart als het ideeënboek dienen als inspiratiebron voor ontwerpsessies om samen met inwoners van de wijk Waterhoef groene plekken in de wijk te ontwerpen.
bron: Databank Gemeentelijk groenbeheer

Haal met planten het fijnstof uit je huis

Wist je dat chemische uitstoot binnenshuis veel voor komt? Gewoon vanuit alledaagse producten, waarvan je het niet verwacht: bouwmaterialen, schoonmaakmiddelen, wegwerpmaterialen en printers vormen bronnen van interne luchtvervuiling. Men komt steeds meer te weten over de schadelijke gevolgen van fijnstof, maar er wordt nauwelijks aandacht besteed aan fijnstof ín onze huizen èn hoe je er zelf iets aan kan doen. Planten zijn goedkope en actieve luchtzuiveraars.
Waarom raakt het binnenklimaat steeds meer vervuild?
Er zijn twee grote redenen waarom het probleem van de luchtvervuiling in huizen, kantoren en zorginstellingen steeds groter wordt:

  • We isoleren gebouwen steeds beter en ventileren zelfs in huizen vaak al mechanisch. Vroeger kierde en tochtte het gewoon. Ventilatie was toen geen enkel probleem!
  • We halen steeds meer wegwerp- en complexe schoonmaakproducten en apparatuur in huis, en gebruiken ook steeds meer samengestelde en verlijmde bouwmaterialen. Al deze materialen en stoffen bevatten fijnstof verbindingen.

Daar kunnen we aan toevoegen dat mensen ook steeds vaker binnen werken, binnen recreëren en dus –ten opzichte van 20 jaar geleden- steeds meer tijd binnenshuis doorbrengen. Dit laatste geldt zeker voor kinderen. In het algemeen kunnen we stellen dat we 80 tot 90% van onze tijd binnenshuis doorbrengen en dat de binnenlucht 5 tot 10 keer meer vervuild is dan de buitenlucht.
Om welke stoffen en producten gaat het eigenlijk?
Chemische fijnstof verbindingen zijn toxische kleurloze, maar soms wel geurrijke stoffen die in vluchtige vorm voorkomen in de lucht die we inademen en zo klein zijn dat de neusharen ze niet tegenhouden. Ze komen dus in de longen en veroorzaken daar per stof weer andere reacties. Men is nog volop aan het onderzoeken wat de schade exact is, maar elk nieuw onderzoek geeft aan dat de gevaren groter zijn dan we daarvoor dachten. De hier genoemde producten ‘verdampen’ de toxische stoffen, Het gaat op zich meestal om kleine concentraties, maar als de ventilatie niet voldoende is, blijven ze in de lucht rondzweven. Ook, en dat staat verder niet in deze tabel, verbruiken wij mensen constant de zuurstof uit de binnenruimte, en ademen CO2 weer uit. Bij te geringe ventilatie, of te weinig planten in een ruimte, raakt de lucht vanzelf ‘op’.
Planten als luchtzuiveraar
Bijna niemand denkt aan planten als actieve luchtzuiveringsmachines. Maar dat zijn ze wel. Planten geven de wereld zuurstof en dat geldt ook voor binnenplanten. Ook binnenplanten zetten constant CO2 om in zuurstof, net als de bomen buiten. Dus in een ruimte met planten raakt de lucht minder snel op. Maar, onderzoek heeft inmiddels ook aangetoond dat planten de hier gemelde fijnstof verbindingen actief uit de lucht kunnen filteren. Niet iedere plant pakt iedere stof even hard aan, en voor sommige stoffen bestaan er zelfs specialisten.
De varen (Nephrolepsis exaltata) is een Formaldehyde expert. De Areca palm is de specialist voor het bestrijden van Xyleen en Tolueen, terwijl voor het verwijderen van Ammoniak in huis de stokpalm (Rhapis exelsa) het beste werkt. Tenslotte blijkt de lepelplant (Spathiphyllum) erg effectief in het verwijderen van Aceton.
Bron: intogreen.nl

Onderzoek toont aan: groen heeft een herstellende en rustgevende werking

Herstellen van stress en geestelijke vermoeidheid? Ga niet winkelen of naar het café, maar spoed je naar een park. Internationaal onderzoek onder leiding van de Leidse psycholoog Henk Staats bevestigt de herstellende en rustgevende werking van ‘groen’.
Ruisende bladeren, frisgroen gras en vogelgekwetter worden in één adem genoemd met rustgevend en prettig. Henk Staats, sociaal en omgevingspsycholoog aan de Universiteit Leiden, werd een beetje moe van het adagium ‘de rustgevende werking van de natuur’.
,,Ik had het idee dat iedereen elkaar napraatte en er te weinig oog was voor de kwaliteit van de stedelijke omgeving’’, zegt hij.
Daarom wilde Staats onderzoeken in hoeverre ook activiteiten in de stad (shoppen, cafébezoek, lopen in een drukke winkelstraat) bijdragen aan ontspanning en herstel van stress en geestelijke vermoeidheid. En of die stadse activiteiten net zo worden gewaardeerd als een verblijf in de natuur.
Natuur als stresshersteller
Natuur scoort nog steeds het hoogst, zo blijkt uit zijn onderzoek dat hij deed in samenwerking met collega’s uit Zweden en de Verenigde Staten. De deelnemers verwachten dat zij daar beter herstellen van stress en geestelijke vermoeidheid dan door cafébezoek of winkelen. ,,Hoe vermoeider iemand was, hoe meer de natuur op prijs werd gesteld.’’
Lopen door een drukke straat valt het minste in de smaak als manier om bij te komen. Het onderzoek Urban options for psychological restoration werd onlangs gepubliceerd bij het Amerikaanse online wetenschappelijke tijdschrift Plos One (www.plosone.org).
Staats en zijn Zweedse en Amerikaanse collega’s onderzochten hoe mensen bepaalde activiteiten in de stad waarderen: zitten in groen’. een park, cafébezoek, winkelen of lopen in een drukke straat. Van welke activiteiten in en buiten de stad dachten zij beter te herstellen wanneer ze moe waren? Wat sprak ze meer aan als ze niet moe waren? En maakte het nog iets uit of zij alleen waren of in gezelschap van een familielid of goede vriend?
Naar die verschillende varianten was nog niet eerder gekeken, zegt Staats.
Opknappen in het park
De deelnemers – 80 in Nederland, 316 in Amerika en 100 in Zweden – deden op de computer opdrachten waarbij zij zich moesten inleven in uiteenlopende situaties die uitgebreid werden beschreven: stel, je hebt net een tentamen achter de rug en het komende uur ga je winkelen/door een park lopen/in het café zitten.
Wat gebeurt er met je, welke invloed hebben die activiteit en die omgeving op hoe je je voelt?
Voor alle deelnemers gold dat zij het meest opknapten van natuur, zeker als ze erg moe waren. Door de internationale samenwerking werden ook verschillen tussen de landen zichtbaar. ,,In Nederland zitten de deelnemers net zo lief alleen in het park, terwijl de Zweedse deelnemers juist meer opknapten als ze daar samen waren met een vriend of familielid.’’
Rustgevend
Hoe komt het eigenlijk dat natuur als opkikker de voorkeur verdient? Door het groen, de zuurstof, het rustgevende aanzicht van natuur, de afwezigheid van mensen?
,,Door een combinatie van die factoren’’, denkt Staats. ,,De luchtkwaliteit is er iets beter. Ook het idee over de natuur als visuele stimulus speelt een rol. Bezien in het licht van de evolutie wonen mensen nog maar kort in steden. Natuur is voor hen veel vertrouwder dan een stadse omgeving, al is die theorie niet onomstreden.”
,,Natuur is bovendien mooi om te zien en makkelijk in je op te nemen. Het biedt tegenwicht aan de drukte, het geluid en de impulsen van de stad. Mensen ervaren een veilige natuurlijke omgeving als rustgevend. Dat zorgt voor gevoelens van ontspanning en geluk.’’
Hartslag omlaag
Uit onderzoek blijkt dat mensen door ‘groen’ ook socialer en milieuvriendelijker worden, zegt hij. ,,Ze stellen zich wat gemakkelijker open voor anderen. Dat gaat gepaard met geluksgevoelens. Natuur heeft bovendien ook fysiologische effecten: hartslag en ademhaling gaan omlaag.’’

Onderzoek naar groen op de werkplek

Alterra start in het kader van het Topsector onderzoek de Groene Agenda een breed onderzoek binnen bedrijven. Doe mee met dit meerjarige onderzoek en verdien een schone werkplek en inzicht in de kracht van planten.
Waarom dit onderzoek?
Het binnenklimaat van veel gebouwen is slecht. Planten kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan het oplossen van deze problemen. Planten brengen vocht in de lucht, kunnen de lucht reinigen van ongewenste stoffen, en creëren een fijne omgeving. Dit kan economische besparingen opleveren, zowel via de technische kant (minder kunstmatige klimaatbeheersing, energiebesparing) als via verbeterd welzijn en prestatie van gebruikers van een gebouw (bv. door verbeterde arbeidsproductiviteit en lager ziekteverzuim).
Behoefte aan harde getallen
Waarom laat grootschalige toepassing van planten op zich wachten? Er zijn onvoldoende harde getallen en nog te weinig innovatieve en toepasbare groen oplossingen. Het ontbreekt aan bekendheid en goed gefundeerde kosten baten analyses voor bedrijven die hun binnenruimten groener willen maken.
De kosten en baten van meer groen
In een consortium van kennisinstellingen en bedrijven is Alterra een onderzoek ge-start, dat moet leiden tot meer intensieve en goed afgestemde toepassing van groen in gebouwen voor duurzame inrichting en een gezond leef- en werkklimaat. We kijken niet alleen naar wat planten in fysisch opzicht aan de luchtkwaliteit in gebouwen bijdragen, maar ook wat hun invloed is op het welzijn en gezondheid van medewerkers. Wat zijn de daadwerkelijke effecten van een grootschalige toepassing van planten op het binnenmilieu? Daarbij staat een analyse van de kosten en baten voorop. Kun je besparen op de traditionele en- energievretende luchtbehandelingssystemen? Kunnen planten het ziekteverzuim terug-dringen of het concentratievermogen en de productiviteit bevorderen?
U kunt meedoen
Bent u een bedrijf die het fysiek en mentaal welbevinden van de medewerkers op een groene manier wil oppakken? En die overweegt om groen aan te brengen in de binnenruimte maar dit nog niet heeft gedaan? Doen uw werknemers veel zittend of mentaal inspannend werk zonder zicht op groen? Dan is uw bedrijf wellicht geschikt als proef-locatie in dit project.
Neem, bij belangstelling contact op met
Dr. A. (Annemieke) Smit
Alterra  – Wageningen UR
team Natuur & Samenleving
0317 486 498
annemieke.smit@wur.nl

Onderzoek naar effect bloemen en planten op ouderen

In het Noord-Brabantse Oisterwijk start binnenkort het project ‘Groen voor Grijs’ om uit te zoeken wat daar het effect is van bloemen en planten op de gezondheid van kwetsbare ouderen. In de wijk wordt het groen aangepakt en vervolgens het welzijn van de senioren gevolgd. Dat gebeurt samen met onderzoekers van de Wageningse universiteit.
Steeds meer wetenschappelijk onderzoek toont aan dat natuurbeleving goed is voor de fysieke en mentale gezondheid van mensen. Natuur nodigt uit tot bewegen, helpt tegen somberheid en is goed voor sociale contacten. Tegelijk wil de rijksoverheid dat ouderen steeds langer thuis blijven wonen. Dit betreft vaak ook kwetsbare ouderen, die lijden aan dementie, depressie of eenzaamheid.
Belevingsgericht groen
Fase twee van het project Groen voor Grijs gaat binnenkort van start. “We gaan het effect onderzoeken van een ‘groene interventie’, de aanleg van belevingsgericht groen en het gebruik ervan”, aldus senior-onderzoeker Jana Verboom van Alterra Wageningen UR. “Dat doen we door voor de aanleg van groen, direct erna en enige jaren later, de kwaliteit van leven van kwetsbare ouderen in kaart te brengen. Maar ook de belasting van mantelzorgers en het beroep op professionele zorg en voorzieningen.”
Wageningen Universiteit doet dat samen met de Nature Assisted Health Foundation (NAHF), een Nederlands/Zweeds-netwerk van universiteiten en innovatieve bedrijven uit de groensector dat zich richt op de relatie tussen natuur en gezondheid.
 

Onderzoek toont aan: bomenrijke straat goed voor gezondheid

Wonen in een groene wijk met veel bomen in de straat zorgt er voor dat bewoners zich gezonder voelen.
Dat blijkt uit een onderzoek van de University of Chicago, zo meldt het Nederlandse Gezondheidsnet.
De wetenschappers keken naar de bevolking van Toronto, een grote stad in Canada. Ze onderzochten het verband tussen een groene omgeving en gezondheid. Hiervoor combineerden ze satellietbeelden en informatie over bomen met gegevens uit 31.000 ingevulde vragenlijksten over hoe mensen hun gezondheid in het algemeen ervaarden, cardiometabole aandoeningen zoals hartziekten en diabetes en psychische klachten uit de Ontario Health Study.
Gezonder voelen
Uit verschillende analyses bleek dat mensen die in een wijk wonen met een hogere dichtheid aan bomen in de straat zich een stuk gezonder voelen en minder vaak last hebben van cardiometabole ziekten. Tien extra bomen per huizenblok bleken hoe gezond bewoners zich voelden in ongeveer dezelfde mate te verhogen als een inkomensstijging van 9000 euro per jaar of zeven jaar jonger zijn. De onderzoekers corrigeerden deze resultaten voor demografische factoren, zoals inkomen, leeftijd en opleiding.
Hoewel de onderzoekers een verband vonden tussen de hoeveelheid groen en gezondheid, is niet bewezen dat bomen je gezondheid verbeteren of op welke manier ze dat zouden doen. Mogelijk verhogen ze de luchtkwaliteit en misschien verminderen ze stress of zetten ze bewoners aan tot bewegen.
Bron: cgconcept.be

Groen bestrijdt stress en houdt ons gezond

Sjerp de Vries (Alterra) heeft 147 studies naar de effecten op de gezondheid van mensen met een meer of minder groene omgeving doorgenomen. Zijn bevindingen bieden een inzicht in de actuele ‘stand van de wetenschap’ op dit terrein: we voelen allemaal aan dat ‘groen’ goed is voor ons welbevinden, onze gezondheid. Maar hoe zit dat, met dat verband?
Causaal?
Vanzelfsprekend is het niet goed mogelijk een ‘lopend verslag’ te produceren van een dergelijke metastudie. Springen van de hak op de (groene) tak is onvermijdelijk. Toch kan een selectie van bevindingen uit het onderzoek van De Vries ons inspireren en op het spoor zetten van nieuwe argumenten, nieuwe studieonderwerpen en nieuwe plannen om onze omgeving gezonder, plezieriger – groener te maken.
Valkuilen zijn er intussen genoeg, als we op zoek gaan naar oorzakelijk verband tussen ‘groen’  en gezond’. Dat blijkt al uit een schijnbaar losse opmerking in het begin van De Vries’ rapportage: de causale relatie tussen ‘groen’ en ‘welzijn’ kan heel goed omgekeerd zijn. Mensen met wie het goed gaat, in materieel opzicht bijvoorbeeld, zullen eerder dan arme lieden in staat en bereid zijn geld uit te geven aan het wonen in een ruim opgezette, groene wijk…
Maar in het algemeen is wel degelijk een relatie vastgesteld tussen de hoeveelheid groen in aandachtswijken en het gezondheidsniveau van de bevolking. Met andere woorden: ook in een arme wijk, zeker daar, kan groen helpen de bevolking gezond te houden. Zoals ook is vastgesteld dat in groene buurten de gezondheidsverschillen tussen welvarende en minder welvarende inwoners kleiner zijn dan in ‘stenige’ buurten. Met opnieuw de waarschuwing van de wetenschapper: let op dat je oorzaak en gevolg niet verwart. Bovendien: houd er rekening mee dat een vergroeningsprogramma in een stenige wijk kan leiden tot het aantrekkelijker, dus duurder maken van de (huur)huizen – en dan schieten op den duur de arme inwoners er ook niets mee op.
Minder antidepressiva
Met dat soort waarschuwingen in het achterhoofd is het wel degelijk mogelijk verbanden te vinden tonen tussen ‘groen’ en gezond. Zo is het duidelijk aangetoond dat in gebieden met veel groen – niet alleen tuinen, parken en plantsoenen, maar bijvoorbeeld ook bomen langs de weg – minder antidepressiva worden gebruikt. Zo een bevinding wordt ondersteund in diverse andere onderzoeken: het positieve effect van de groene omgeving werkt vooral via het verminderen van stress.
Intussen komen er vanuit de wetenschap ook relativerende geluiden. Zo vonden onderzoekers die zich richtten op wachtkamers in ziekenhuizen wel verschil in welbevinden, stressvermindering, tussen bezoekers van wachtkamers met en zonder groene planten. Maar als die planten niet echt waren leek dat niet veel uit te maken, zelfs posters met planten werkten al positief. Een andere relativering: in een studie lukte het niet een verschil aan te tonen tussen het effect van een groene tuin en een stenige, betegelde tuin. Nog een kanttekening: het effect van ‘groen’  is niet altijd gemakkelijk te isoleren van dat van andere omgevingsfactoren, zoals (het afwezig zijn van) verkeerslawaai, de aan- of afwezigheid van andere mensen.
Agrarische omgeving
In elk geval is het effect van een groene omgeving op de mentale gezondheid van mensen, door vermindering van depressieve klachten, angststoornissen die worden veroorzaakt door stress, duidelijk aangetoond. Conclusie: stressreductie is het algemeen voorkomende, generieke effect van ‘groen’ in de omgeving. In het verlengde daarvan is ook een verbetering van de immuunfunctie aangetoond, het bestand zijn van ons gezonde zelf tegen ‘aanvallen’ van buitenaf.
Hoe dan ook, verblijf in een groene omgeving leidt duidelijk tot vermindering van stress, dat geldt zowel voor tuinen, parken en plantsoenen, als voor verblijf op het boerenland, in een agrarische omgeving. Ook een ‘blauwe’ omgeving, water dus, helpt tegen stress: uitzicht op zee, meer of rivier geeft, kennelijk via een vergelijkbaar mechanisme, rust.
Men zou zich kunnen voorstellen dat er een verschil is tussen ‘wilde’ natuur en natuur die wordt beheerd door mensen, tussen oerwoud en park. Maar dat blijkt niet het geval te zijn. Net zo min trouwens als ‘schoonheid’, belevingswaarde, kwaliteit van de omgeving. Agrarisch gebied, eindeloze saaie korenvelden of weiden geven evenzeer rust als fraaie parken. Wat wel een rol speelt voor veel mensen is het aspect ‘er even uit zijn’, in een andere omgeving. Anderzijds hebben mensen de neiging zelf wel een verband te leggen tussen hun eigen welbevinden, ‘zich goed voelen’ en hun ervaring van schoonheid. ‘Ik voel me prettig, dus het is hier mooi’. Dat effect is dan sterker dan dat van de objectieve hoeveelheid ‘groen’.
Nog een voor beleidsmakers interessante bevinding: ‘gebruiksgroen’, waar je iets mee kunt doen, sporten bijvoorbeeld, heeft een sterkere stressverminderende werking dan groen waar je alleen maar naar mag kijken.
Groen helpt bij het leren
Soms ligt de conclusie voor de hand, maar is het goed je vermoedens door onderzoek bevestigd te zien: er is wel degelijk een positieve relatie aangetoond tussen een groene schoolomgeving en de cognitieve ontwikkeling, het leren van kinderen. Iets dergelijks geldt voor het economische effect van groen: zowel via vermindering van ziekteverzuim als via verminderde zorgconsumptie ‘spaart’  een groene omgeving geld uit. Nog een economisch effect: de aanwezigheid van groene planten in een kantooromgeving bleek te leiden tot een 15% hogere productiviteit.
Onderzoeksagenda: wat willen we nog meer weten?
Hoewel er dus al heel veel is onderzocht, wereldwijd, blijven er ook nog heel wat ‘kennisvragen’ over. Onderzoek heeft tot nu toe vooral betrekking gehad op de restoratieve kwaliteiten van groen: het helpt ons herstellen van stress. Maar wat nog ontbreekt is onderzoek naar wat men  noemt de ‘instoratieve’ effecten van groen: maakt een groene omgeving ons sterker, beter bestand tegen stress, of is groen alleen inzetbaar als ‘medicijn’ tegen stressproblemen als we die al hebben opgedaan? Daarover is nog onvoldoende bekend, zoals we ook nog niet beschikken over lange termijn studies, naar wat men noemt ‘longitudinale effecten’.
Een ander kennistekort heeft betrekking op de langere termijn: hoe blijvend is het gezondmakende effect van groen? En nog zoiets: hoe groot is het verschil tussen het effect van alleen maar de beschikbaarheid van groen en het er feitelijk mee in contact komen? Je kunt je voorstellen dat alleen al het idee dat je zo het bos in kunt lopen, rust geeft – ook als je er feitelijk nooit aan toe komt.
Stresshormoon meten
Net zo min beschikken we over experimentele studies, epidemiologische studies, interventiestudies. Kun je bij dezelfde groep mensen die in een stenen omgeving verkeert die je vervolgens ‘groen’ maakt, gezondheidseffecten aantonen? Je kunt je voorstellen dat we bij dergelijke proefpersonen gaan meten hoeveel stresshormoon (cortisol) aanwezig is in hun haar, voor en na de aanleg (of het verwijderen!) van hun groene omgeving. Ga er maar aanstaan!
We noemden al de bevinding dat agrarisch groen evenzeer weldadige effecten heeft als recreatief groen. Toch is duidelijk dat dat agrarische groen door ‘burgers’ minder wordt gewaardeerd. Maakt die waardering veel uit voor het stressreducerende effect?
Waar we ook nog wel wat meer over zouden willen weten is het effect van zeer kleinschalig groen in de bebouwde omgeving, geveltuintjes en dergelijke. Helpt dat ook? En hoe zit het met medegenieters? Hebben we meer profijt van onze eigen tuin als andere mensen er ook van genieten, of juist niet? Een nog een: maakt de kwaliteit van groen iets uit, een keurig aangelegde gewiede tuin, helpt die meer tegen stress dan een rommelig geheel? Welke bloemen, planten en bomen hebben meer effect dan andere? Is er geen sprake van dit soort verschillen, of is het mogelijk een beoordelingsmethode te ontwikkelen voor het onderscheid tussen meer en minder gezondheid bevorderend groen? Maakt het iets uit of we groen ‘gewoon’ horizontaal aanleggen, of werkt verticaal groen, klimop bijvoorbeeld, net zo goed?
Kosten en doelstellingen
Daarmee komen we ook terecht bij de kosten: hoe is de relatie tussen beeldkwaliteit, functionaliteit, beheers- en aanlegkosten? Is biodiversiteit een doelstelling die samenhangt met de gezondheidseffecten van groen voor de mens, of moeten we het bevorderen daarvan blijven zien als een aparte doelstelling?
Ook weten we nog niet echt hoe groot het verschil is, in effect, tussen verschillende manieren om contact te hebben met de natuur: ernaar kijken (bijvoorbeeld door een raam), erin verkeren (boswandeling), ermee werken, actief zijn. Het lijkt er intussen op dat het effect van straatgroen, plantsoentjes, groter is dan dat van eigen groen, ons voortuintje. Maar grootschalig onderzoek naar de verschillen, in effect, tussen groen in huis, straatgroen, de beschikbaarheid van een park om de hoek en het bezit van een eigen tuin(tje), is nog niet verricht. Waar we het ook nog niet over hebben gehad is het effect van groen op de sociale samenhang in een buurt: samen met de buren het plantsoen onderhouden, samen vandalisme tegengaan – dergelijke aspecten.
Ten slotte: op basis van 147 door Sjerp de Vries van Alterra onderzochte studies kunnen we vaststellen dat het positieve effect van groen op onze gezondheid, vooral via stressreductie, nu echt wel is aangetoond. Tegelijk weten we dat groen niet alleen van belang is voor onze gezondheid, ons welzijn, maar ook voor ons ecosysteem. We noemden al de biodiversiteit, maar er zijn meer aspecten, zoals het waterbeheer. Kortom er is nog veel te onderzoeken: maar de hoofdconclusie is duidelijk: Groen Moet!

Betere groeiplaatsen voor stadsbomen

De stedelijke omgeving is niet ideaal voor bomen. De wortels komen soms in verdrukking of staan in verkeerde grond. Je kunt er wel wat aan doen. Vakblad Boomzorg besteedt in drie artikelen aandacht aan stadsbomen.
De problemen waar bomen in een stedelijke omgeving mee kampen zijn divers. Ze staan letterlijk in de verdrukking, de wortels worden door het gewicht van geparkeerde auto’s platgedrukt, ze hebben te weinig ruimte om te groeien of de grond waarin ze staan deugt niet.
Dirk Doornenbal vindt in zijn artikel ‘Voor- en nadelen van groeiplaatsverbetering met luchtdrukapparatuur’ dat je goed moet kijken naar de precisie oorzaak van groeiproblemen.
Substraat
Henk Werner van Pius Floris maakt duidelijk hoe je met een substraat de bomengrond kunt verbeteren in het artikel ‘Hiermee krijgen stadsbomen wat ze verdienen’.
Boomverzorger Pius Floris heeft een substraat ontwikkeld dat je toe kunt voegen aan de groeiplaats van bomen. Het substraat – dat veen, compost, perlite en biologische preparaten bevat – zorgt voor een schimmel- en humusrijk bodemleven. De groei van bomen wordt er zichtbaar door verbeterd, zegt Henk Werner, medewerker van Pius Floris. Maar hij maakt zich wel zorgen over de groeiruimte die bomen krijgen. Veel stadsbomen hebben te weinig ruimte om uit te groeien tot volwassen bomen.
Fouten
En groeiplaatsspecialist Werner Hendrix laat in het artikel ‘Tien don’ts op het gebied van groeiplaatsinrichting’ zien welke fouten in de praktijk gemaakt worden.
Hendrix heeft een lijst van tien veel voorkomende fouten. Zo is de bestekomschrijving soms zo vaag dat het ruimte laat voor foute interpretaties. Als het bestek vermeldt dat er steenhoudend substraat gebruikt moet worden bij de groeiplaats, dan kun je een granulaat toepassen, maar hij ziet dat beheerders soms ook gewoon overgebleven teelaarde met puin gebruiken. Dat laatste was niet zo bedoeld. Het toezicht is soms onvoldoende, de beheerders houden te weinig rekening met een hoge grondwaterstand of er is onvoldoende aanvoer van water.
Bron: cgconcept.be

Meer bomen doen overstromingswater met een vijfde afnemen

Het doelgericht aanplanten van bomen op de oevers van rivieren kan de hoeveelheid overstromingswater met twintig procent doen afnemen. Dat berekenden onderzoekers van de universiteiten van Birmingham en Southampton.
Voor hun studie onderzochten de wetenschappers het stroomgebied van New Forest, stroomopwaarts van de stad Brockenhurst in Groot-Brittannië. Ze wilden nagaan hoe het strategisch aanplanten van bomen de piekhoogte van het overstromingswater kan beïnvloeden in de lager gelegen gebieden.
Door bomen aan te planten op de oever van een rivier over een afstand van ongeveer een vierde van de totale lengte van de rivier, kan de hoogte van het overstromingswater tot twintig procent verminderen. Naarmate de bomen groter en ouder worden, zal de hoeveelheid water die ze vasthouden nog toenemen.
Natuurlijke processen zoals het aanplanten van bomen en het beheer van bestaande bossen is vaak voldoende om aan risicoreductie te doen. Het onderzoek is verschenen in het vakblad Earth Surfaces Processes and Landforms.
Bron: cgconcept.be