Berichten

Onderzoek toont aan: mensen gezonder en gelukkiger door groene omgeving

Mensen in een groene woonomgeving voelen zich gezonder en gelukkiger dan bewoners in wijken met minder groen. Dat blijkt uit onderzoek van promovenda Yang Zhang van de Rijksuniversiteit Groningen onder 223 bewoners van de Groningse wijken Corpus den Hoorn-Noord en De Hoogte.
Zhang, promovenda bij de afdeling Planologie van de Faculteit Ruimtelijke Wetenschappen, selecteerde voor haar onderzoek de buurten Corpus den Hoorn-Noord en De Hoogte. Twee wijken met een vergelijkbare bevolking en eenzelfde hoeveelheid groen, maar met verschillende gebruikskwaliteit van dat groen.
Het percentage groenoppervlak ligt in beide buurten rond de 25%. In De Hoogte bestaat echter meer dan de helft van het groen uit niet goed toegankelijk of beperkt bruikbaar groen, zoals groenstroken langs een spoorlijn. In Corpus den Hoorn-Noord is veel meer groen toegankelijk en bruikbaar.
Bron: dvhn.nl
 

Tweederde van de Nederlanders wil meer buiten zijn

Nederlanders brengen veel meer tijd binnen door dan ze willen, zo blijkt uit landelijk onderzoek onder ruim duizend Nederlanders van 18 jaar en ouder, uitgevoerd door Wageningen University en Staatsbosbeheer in samenwerking met Bever. Maar liefst twee derde van de Nederlanders wil graag meer buiten zijn. Dit terwijl de meeste Nederlanders in de wintermaanden bijna negentig procent van de tijd of meer binnen doorbrengen. Weersomstandigheden en weinig tijd zijn verreweg de belangrijkste redenen om er in het winterseizoen niet op uit te gaan
Ruim tweederde van de Nederlanders gaat weleens de hele dag de deur niet uit in de wintermaanden. Een kwart blijft zelfs minstens één dag per week binnen, hoewel slechts 17 procent het een fijn idee vindt om de hele dag binnen door te brengen. De vrije tijd die we in de wintermaanden wel buiten vertoeven, besteden we vaak aan wandelen, fietsen en tuinieren.
De bevindingen komen voort uit een enquête onder 1069 Nederlanders van 18 jaar en ouder. De steekproef is gewogen representatief op de kenmerken geslacht, leeftijd, opleiding en regio. De enquête is eind februari 2016 afgenomen. Het onderzoek is uitgevoerd door dr. Marjolein Kloek van Staatsbosbeheer onder supervisie van prof. dr. Matthijs Schouten, hoogleraar Natuurbeheer aan Wageningen University. Het veldwerk is uitgevoerd door onderzoeksbureau Memo.
Hele dag binnen
De tijd die we buiten doorbrengen hangt onder andere samen met leeftijd. Jongeren van 18 tot 25 jaar zijn vaker een hele dag binnen dan mensen in andere leeftijdscategorieën. “Jongeren geven vaak aan het ‘te druk’ te hebben om naar buiten te gaan. Studeren, carrière en het onderhouden van sociale contacten staan naar buiten gaan en ontspannen in de natuur in de weg. Maar juist voor deze groep is het heel belangrijk om er even tussenuit te gaan, energie op te doen en weer even tot jezelf te komen”, aldus prof. dr. Matthijs Schouten. Slecht weer en geen tijd vormen de belangrijkste belemmeringen om naar buiten te gaan. ‘Te lui’, ‘geen idee over wat buiten te doen’, ‘geen gezelschap’ en ‘gezondheid’ zijn andere veelgenoemde redenen waarom Nederlanders minder buiten komen dan ze eigenlijk willen. Mensen met een hond gaan er aanzienlijk vaker op uit dan mensen zonder hond: slechts een kwart van de mensen zonder hond gaat elke dag naar buiten, terwijl dit geldt voor de helft van de mensen met een hond in de huishouding.
Buitenmensen
Hoewel de meeste Nederlanders in de wintermaanden 21 uur per dag of meer binnen doorbrengen, geeft het overgrote deel (78%) aan graag buiten te zijn. Slechts vier procent is niet graag buiten. Iets meer dan de helft van de Nederlanders (51%) noemt zichzelf zelfs een buitenmens. Buitenmensen worden vooral geassocieerd met vrijetijdsbestedingen als wandelen, fietsen en kamperen, met ‘groene’ gebieden als natuur, bos en tuin en met positieve gevoelens zoals vrijheid, genieten en rust. Mensen die graag naar buiten gaan en mensen die zichzelf een buitenmens noemen, komen meer buiten dan anderen. Mensen ouder dan 45 jaar noemen zichzelf iets vaker een buitenmens en gaan liever naar buiten dan jongere mensen.
Buiten gezond
Het grootste deel van de Nederlanders (92%) vindt dat het gezond is om buiten te zijn. Deze intuïtieve kennis wordt bevestigd door een groeiend aantal wetenschappelijke studies op dit gebied. De meest genoemde reden om er in de vrije tijd op uit te gaan is dan ook om gezond bezig te zijn. Op de tweede plaats staat ‘genieten van de natuur’, gevolgd door ‘tot rust komen’, ‘gezellig samen zijn’ en ‘om op te laden’. ‘De tuin onderhouden’ wordt als reden om naar buiten te gaan vaker genoemd naarmate de leeftijd toeneemt, en vooral door 45-plussers, terwijl ‘een sportieve uitdaging’ vooral geldt voor 18 tot 35-jarigen. Ook ‘gezellig samen zijn’ is voor jongvolwassenen een veelgenoemd motief om naar buiten te gaan. Naar buiten gaan ‘om op te laden’ wordt het meest genoemd door 25 tot 54-jarigen.
Bron: wageningenur.nl

Waterschap Aa en Maas verstrekt groene subsidie voor klimaatbestendige maatregelen

Waterschap Aa en Maas roept inwoners, verenigingen en bedrijven in dorpen en steden op om gezamenlijk aanpassingen te doen die de leefomgeving klimaatbestendig maken en verbeteren. Vanaf 1 maart 2016 wordt een subsidie verstrekt aan samenwerkende initiatiefnemers voor maatregelen als groene daken, (buurt)moestuinen, geveltuintjes, regenwater opvangen en hergebruiken en meer groen en minder tegels in de wijk. De gemeenten Oss, Uden, Veghel, Bernheze, Schijndel, Landerd en Boekel ondersteunen de subsidieregeling.’
Bestuurder William de Kleijn van waterschap Aa en Maas: “We hebben allemaal met de verandering van het klimaat te maken. Het regent tegenwoordig vaker en heviger maar in bebouwd gebied komen extreme hitte en droogte ook vaker voor. Samen met gemeenten nemen we al diverse maatregelen om met klimaatverandering om te gaan. Waterschap Aa en Maas roept juist ook inwoners, verenigingen en bedrijven in dorpen en steden op om gezamenlijk aanpassingen te doen die de leefomgeving klimaatbestendig maken en verbeteren.”
De maximale subsidie per project is 30% van de projectkosten, met een maximale bijdrage van 5.000 euro. U krijgt de subsidie in zijn geheel als voorschot voor de oplevering van uw project, op vertoon van offertes of facturen. Om subsidie te krijgen, moet het project aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • Het project vindt plaats in bebouwd gebied;
  • De maatregel(en) moet(en) een blijvende verbetering zijn voor de water- en groenstructuur;
  • Het eindresultaat mag niet alleen voor uzelf zijn. Samenwerken is dus verplicht.

Kweeksysteem op stadsdak vermindert druk op riool

Rooffood is een kweeksysteem dat groenteteelt op stadsdaken mogelijk maakt. De bijbehorende waterbuffer vermindert daarnaast de druk op het riool in de stad.
Het Rooffood-systeem, dat is ontwikkeld door het Nederlandse GrownDownTown, bestaat uit een waterbuffer waarop een laag met voedselkratjes past. Kwekerij Lindenhoff Open Tuin levert de kratjes met daarin voorgekweekte jonge groentegewassen en kruiden, en plaatst deze in het systeem.
De waterbuffer zorgt ervoor dat het dak bij heftige buien een deel van het regenwater opvangt. Dit water nemen de gewassen vervolgens zelf op. De gewassen volgroeien op het dak, waarna ze kunnen worden geoogst. Dat maakt het gebruik van het kweeksysteem interessant voor gebruik in de horeca.
Wanneer de groenten zijn geoogst, worden de kratjes vervangen door nieuwe kratjes. GrownDownTown neemt de oude kratjes terug en garandeert naar eigen zeggen het hergebruik ervan. Daarnaast zorgt het bedrijf voor het onderhoud van het kweeksysteem.
Lokale voedselvoorziening
De missie van GrownDownTown is naar eigen zeggen om de stad op innovatieve manieren te vergroenen en ‘vergroenten’. Uit onderzoek van het bedrijf blijkt dat het Rooffood-systeem daaraan kan bijdragen. Zo blijkt dat het mogelijk is om met het systeem in Amsterdam voldoende groente te produceren voor alle stadsbewoners.
Wanneer wordt gekeken naar het totale platdakoppervlak kan volgens GrownDownTown voor wel 444 procent aan de groentebehoefte worden voldaan. Naar schatting is een kwart van dit oppervlak geschikt voor het Rooffood-systeem. Dat zou betekenen dat het systeem voor 111 procent aan de totale groentebehoefte zou kunnen voldoen.
Druk op het riool
Behalve aan lokale voedselvoorziening, draagt het systeem volgens GrownDownTown ook bij aan het stormwatermanagement in steden. Bij hevige regenval vermindert de waterbuffer de druk op de riolen in de stad.
Bron: duurzaambedrijfsleven.nl

Onderzoek toont aan: Minder sterfgevallen in groene wijken

Hoe meer groen in de leefomgeving, hoe beter mensen zich voelen en hoe kleiner de kans op een ontijdige dood. Dat blijkt uit de samenvatting die Magdalena van den Berg, promovenda sociale geneeskunde bij het VU Medisch Centrum in Amsterdam, maakte van al het internationale onderzoek dat op dit gebied is verschenen.
Van den Berg heeft de kwaliteit van veertig studies naar de relatie tussen groen en gezondheid beoordeeld en concludeert dat er genoeg goede onderzoeken zijn uitgevoerd die samen bewijskracht leveren voor een positief verband. ‘Mensen voelen zich sterker als ze in een buurt met veel parkjes, bos of groenstroken wonen. Negentien studies laten een relatie zien tussen de nervositeit en somberte van bewoners en het aandeel groen in een woonwijk. Daarnaast wijzen nog eens zeven studies in Engeland, Amerika, Canada en Japan uit dat er een relatie bestaat tussen de hoeveelheid natuur in de wijk en het sterftecijfer. In een omgeving met veel groen is de kans op sterfte lager dan in een stenige wijk.’
Sociaal-economisch
Groen in de leefomgeving lijkt vooral belangrijker voor mensen met een lage sociaal-economische status. ‘Mensen met een hoge opleiding en genoeg geld hebben meer mogelijkheden zich te ontspannen’, zegt Van den Berg. ‘Zij nemen een abonnement op de sportschool, gaan op vakantie en zijn mobieler.’
Om te beoordelen hoe groen een wijk is, is in sommige onderzoeken gebruikgemaakt van Google Maps en satellietgegevens, en in andere van de inschatting van de proefpersonen. Wat betreft gezondheid gaat het om door de deelnemers zelf gerapporteerde gegevens. Sterftecijfers zijn uit overheidsregisters afkomstig.
Bij dit soort studies is zo veel mogelijk uitgesloten dat het verband kan worden verklaard door andere variabelen, zoals de sociaal-economische status, man-vrouwverhouding of de leeftijden van de deelnemers in de onderzoeksgroep.
Bron: newscientist.nl

Grijs, groen en gelukkig krijgt de benodigde steun om van start te gaan

Drie jaar geleden werd er door de Nationale Postcode loterij al 2,2 miljoen toegekend aan IVN en het Oranje Fonds om te starten met Groen Dichterbij dat als doel heeft om mensen bij elkaar te brengen en de natuur extra ruimte te geven. Dit jaar werd er een nieuwe aanvraag toegekend. Tijdens het Goed Geld Gala 2015 heeft IVN 1,9 miljoen euro voor het project ‘Grijs, Groen en Gelukkig’ toegekend gekregen. Dit zorgt ervoor dat de IVN de komende jaren aan de slag kan met zorgtuinen voor ouderen.
Met Grijs, Groen & Gelukkig gaat IVN met ouderen die in en rond zorgcentra wonen de natuur in, en haalt IVN de natuur in huis. Het doel is om tienduizend ouderen een gelukkige oude dag te bezorgen door hen de positieve effecten van de natuur te laten ervaren. Dit doen zij door de omgeving rondom zorginstellingen te vergroenen en een natuurlijk activiteitprogramma aan te bieden. Met hulp van betrokken zorgverleners, vrijwilligers en omwonenden wil IVN ouderen laten genieten van natuurbeleving, beweging en de buitenlucht.
Groene oase
Het zorgcentrum wordt een groene oase in de wijk, een trekpleister voor de gemeenschap waar je bij wilt horen. IVN brengt een landelijke beweging op gang waarin het normaal en zelfs leuk is om samen met ouderen regelmatig de natuur in te gaan. De ouderen krijgen de aandacht en frisse lucht die ze nodig hebben, en wij krijgen verhalen en wijsheden mee die we de rest van ons leven bij ons dragen en kunnen doorgeven aan onze eigen kinderen.
bron: groendichterbij.nl

Help de bij met bloeiende planten, bomen en struiken

Bijen hebben van het vroege voorjaar tot late najaar voldoende stuifmeel en nectar nodig. Je kunt bijen een handje helpen door de juiste planten, bomen en struiken in je tuin te zetten.
Nu de zon begint te schijnen en het warmer wordt, komen de honingbijen uit de bijenkast tevoorschijn op zoek naar stuifmeel en nectar. Ze halen dit uit bloeiende planten, bomen en struiken. Deze eerste stuifmeel hebben ze hard nodig na een lange winter.
Naast honingbijen komen in ons land zo’n 350 verschillende soorten wilde bijen voor zoals metselbijen, zandbijen en hommels. Deze wilde bijen vormen geen volken, maar leven alleen en worden daarom wel solitaire bijen genoemd. Ook deze bijen zijn afhankelijk van stuifmeel en nectar.
Willen we bijen een handje helpen dan moeten we zorgen dat ze het hele jaar voldoende voedsel kunnen vinden door de juiste planten, bomen en stuiken te planten of te zaaien. Dat is nodig, want het gaat over het algemeen niet goed met de honingbijen en wilde bijen. Eén van de redenen is een gebrek aan voedsel en schuilgelegenheid. Met bloeiende planten in je tuin help je de bijen aan voedsel. Groen, in de vorm van bomen en struiken, is ook van belang als schuilgelegenheid voor wilde bijen. Daarnaast kunnen insectenhotels een bijdrage leveren.
Om een bijdrage te leveren aan vitale bijen zie je diverse initiatieven waarbij braakliggende stukken grond worden ingezaaid met bijvriendelijke bloemenmengsels. Dit is een goed initiatief maar veel mengsels bloeien alleen in de zomer. Het is daarom ook van belang dat er in het voorjaar en najaar iets bloeit in de tuin of het plantsoen.  Door tevens bomen, struiken of vaste planten en bollen te planten hebben de bijen het gehele jaar door voedsel.
Niet alle bloemen worden door bijen bevlogen. Sommigen produceren geen nectar of ze doen dat wel, maar de bijen kunnen er niet goed bij. Bijen hebben namelijk een korte zuigbuis waarmee ze alleen nectar uit ondiepe bloemen of uit bloemen met een wijde kroonbuis kunnen halen. Op deze planten zie je soms wel vlinders of hommels die een langere zuigsnuit hebben. In imkertermen worden planten die aantrekkelijk zijn voor bijen drachtplanten genoemd. Honingbijen hebben behoefte aan grote aantallen drachtbloemen bij elkaar en vliegen o.a. op landbouwgewassen. Voor wilde bijen is biodiversiteit juist zeer belangrijk. Hoe meer verschillende bloemen hoe beter. Vooral ook omdat bepaalde wilde bijen kieskeurig zijn qua bloemen. Daarnaast is biodiversiteit van belang om te zorgen dat er vrijwel het hele jaar voldoende stuifmeel en nectar beschikbaar is.
Sommige mensen zijn bang voor bijen in de tuin. Wilde bijen zijn echter alles behalve wild. Steken doen ze niet en als ze dat toch zouden doen; bij verreweg de meeste solitaire bijen is de angel kort en zwak en kan hij niet door de menselijke huid dringen. Een honingbij zal alleen steken als hij in nood is, want na het steken sterft de bij. Bijen en hommels moet je dus niet verwarren met wespen. Wespen komen niet op bloemen af maar juiste de zoete dingen zoals limonade en etenswaren en zijn eerder geneigd om te steken.
In de onderstaande tabellen vind u een overzicht van diverse bomen, struiken en planten die goed zijn voor de bijen of hommels en hun bloeiperiode.
 
Knipsel 2Knipsel 3Knipsel 4
Afbeeldingen: W. Dorresteijn
Bron: Project Blij met de bij. Dit project is onderdeel van het Koepelproject Plantgezondheid Bomen en Vaste planten. Het project is een initiatief van de Raad voor de Boomkwekerij
 

Meer bomen doen overstromingswater met een vijfde afnemen

Het doelgericht aanplanten van bomen op de oevers van rivieren kan de hoeveelheid overstromingswater met twintig procent doen afnemen. Dat berekenden onderzoekers van de universiteiten van Birmingham en Southampton.
Voor hun studie onderzochten de wetenschappers het stroomgebied van New Forest, stroomopwaarts van de stad Brockenhurst in Groot-Brittannië. Ze wilden nagaan hoe het strategisch aanplanten van bomen de piekhoogte van het overstromingswater kan beïnvloeden in de lager gelegen gebieden.

Watermanagement

“Uit ons onderzoek blijkt dat het strategisch aanplanten van bomen het risico op overstromingen vermindert”, zegt Simon Dixon van het Instituut voor Bosonderzoek aan de universiteit van Birmingham en hoofdauteur van de studie.
Door bomen aan te planten op de oever van een rivier over een afstand van ongeveer een vierde van de totale lengte van de rivier, kan de hoogte van het overstromingswater tot twintig procent verminderen. Naarmate de bomen groter en ouder worden, zal de hoeveelheid water die ze vasthouden nog toenemen.
Het resultaat toont aan dat goed watermanagement vaak niet erg ver moet gezocht worden, zegt co-auteur David Sear van de universiteit van Southampton.
“Natuurlijke processen zoals het aanplanten van bomen en het beheer van bestaande bossen is vaak voldoende om aan risicoreductie te doen”. Het onderzoek is verschenen in het vakblad Earth Surfaces Processes and Landforms.
Bron: IPSnews.be

Bomen passen zich aan hogere temperaturen aan, waardoor opwarming wordt beperkt

Bomen kunnen zich aanpassen aan de stijgende temperaturen en de natuurlijke uitstoot van broeikasgassen beperken. Dit blijkt uit een studie die afgelopen woensdag is gepubliceerd in het vakblad Nature. Hierin wordt gesteld dat planten een kleinere rol hebben dan verwacht in het opwarmen van de aarde zoals kort geleden werd gesteld.
Bomen, planten en mensen produceren koolstofdioxide als afvalproduct voor het verbranden van energie. Als de temperatuur stijgt, gebruiken bomen meer energie terwijl zij ‘uitademen’ en stoten daardoor meer koolstofdioxide uit. Dat werd gesteld door een onderzoek wat recentelijk is gepubliceerd.
Onderzoekers van het vakblad Nature stellen nu echter dat bomen zich aanpassen aan de opwarming van de aarde. In het begin zullen zij door de toenemende temperatuur  meer CO2 uitstoten, maar zij zijn in staat om sneller te acclimatiseren dan gedacht. De uitstoot zal dus na verloop van tijd de beginwaarde krijgen die de boom uitstootte bij een lagere temperatuur.
Het team van onderzoekers deed jarenlang onderzoek bij 10 verschillende soorten bomen, waaronder de eik, de den en de spar. De bomen werden in kunstmatig opgewarmde ruimtes onderzocht. Uit de resultaten bleek dat bij een toename van 3,4 graden, bomen tot 80% minder uitstoot hadden en zich dus veel beter aan een hogere temperatuur kunnen aanpassen dan gedacht.
 

Gemeente Leiden ziet het belang van groene daken in

De gemeente Leiden wil een nieuwe regeling invoeren voor subsidies voor het aanleggen van nieuwe groene daken. “We hebben in de afgelopen jaren bij fondsen gezien dat er steeds meer aanvragen komen voor groene daken”, aldus wethouder duurzaamheid Frank de Wit. “Daarom komen we nu met een aparte regeling waardoor het makkelijker wordt voor Leidenaren om een cofinanciering aan te vragen.” Deze regeling wordt eerst nog voorgelegd aan de gemeenteraad.
Een groen dak kan bekleed zijn met bijvoorbeeld vetplantjes of grassoorten. Volgens wethouder Frank de Wit is het vergroenen van daken goed voor een aantal verschillende zaken. “Een groen dak is goed voor de luchtkwaliteit in de stad, maar ook voor de isolatie van je huis”, aldus De Wit. “Het is goed om een groen dak te hebben in onze versteende stad.”
bron: sleutelstad.nl