Groene Stad Workshop over biodiversiteit in de stad op de Dag van de Stad


Driekwart van de inwoners van Nederland woont nu al in grote of middelgrote steden. Dat gaat om bijna 13 miljoen mensen. En daar komen tot 2030 nog eens één miljoen mensen bij. Deze stijging betekent uitdagingen en kansen voor de bestaande, maar ook voor de nieuwe stedelijke gebieden.
Op dinsdag 31 oktober vond voor de vierde keer de Internationale Dag van de Stad van de Verenigde Naties plaats. Voorafgaand daaraan werd op maandag 30 oktober de Dag van de Stad in de Werkspoorkathedraal in Utrecht georganiseerd. Het was een bijeenkomst waarop betrokkenen bij de ontwikkeling van onze steden en stedelijke regio’s kennis en ervaring konden uitwisselen.
De Dag van de Stad werd georganiseerd door G32 en G4, de ministeries van BZK, EZ, I&M, VWS, SZW, OCW en V&J en door de VNG, Platform31 en VNO-NCW. Meer dan 1500 bestuurders, ambtenaren, vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties, wetenschappers, ondernemers en actieve, betrokken stedelingen kwamen naar Utrecht. Het doel van deze Dag van de Stad was het inspireren, informeren, agenderen, verbinden en met elkaar bouwen aan een betere stad.
In een aantal themapaviljoens kwamen uiteenlopende deelonderwerpen naar voren: de duurzame stad, de veilige stad, de gezonde stad, de ondernemende stad en de groene stad. Door middel van demonstraties, lezingen en workshops werden deze thema’s aan geïnteresseerden gepresenteerd.
Workshop ‘Biodiversiteit in de stad? Ja dat kan!’
Stichting De Groene Stad verzorgde een workshop over biodiversiteit onder de titel ‘Biodiversiteit in de stad? Ja dat kan!’. De workshop werd gecoördineerd door Robbert Snep, senior onderzoeker van de WUR. Na zijn inleiding volgden bijdragen van Jacqueline Baar van Biomygreen en de stadsecoloog van Tilburg, Mischa Cillissen.
Robbert Snel bracht een boeiende en levendige discussie op gang met twee stellingen. Zijn eerste stelling luidde: ‘Liever minder stadsgroen, maar betere ecologische kwaliteit’. Met de huidige aanpak en de staat van groenstructuren in Nederlandse steden, dragen we onvoldoende bij aan het behoud van biodiversiteit. Robbert Snel sprak over een urgentie van biodiversiteit, met als voorbeeld de aandacht voor de recent gebleken dramatische achteruitgang van insecten in Duitsland. Snep stelde dat er drie factoren belangrijk zijn voor meer biodiversiteit: voldoende ruimte voor leefgebieden, voldoende samenhang tussen leefgebieden en voldoende ecologische kwaliteit. Robbert Snel is van mening dat het in onze steden vooral aan dit laatste schort.
Zijn tweede stelling luidde: ‘Lokale overheden en gebiedseigenaren moeten bij de aanbesteding van groenbeheer meer sturen op de bijdrage aan biodiversiteitsbehoud’. Robbert Snep gaf aan dat er meer aandacht moet komen voor ecologisch groenbeheer. Dat is urgent en die urgentie moet tussen de oren komen van verantwoordelijken bij gemeenten en waterschappen, maar ook bij andere gebiedseigenaren zoals wooncorporaties en bij projectontwikkelaars, bedrijven enz. Dat kan worden bereikt door prestatieafspraken te maken met groenbeheerders.
Jacqueline Baar van Biomygreen stond stil bij het belang van de kwaliteit van de bodem. Volgens haar is het verbeteren van de bodemkwaliteit één van de manieren om meer ecologische kwaliteit te genereren. De visie van Biomygreen is: ‘duurzame bodem is economie’. Een bodem van goede kwaliteit levert optimale groei van planten, bomen en gewassen en dat geeft economisch rendement. Een duurzame bodem van goede kwaliteit is in balans wat betreft fysische, chemische en biologische eigenschappen. Jacqueline Baar constateert dat de rol van het bodemleven bij de ambitie om tot grotere biodiversiteit te komen, vaak wordt vergeten. Bodemorganismen zijn van groot belang voor het opslaan en leveren van voedingstoffen, het water regulerend vermogen en de opslag van CO2. Ze ging ook in op de sleutelrol die mycorrhizaschimmels hebben. Tot slot besprak Jacqueline Baar de meerwaarde die bomen, wadi’s en groene daken hebben voor het bodemleven en voor de bodemdiversiteit.
Als laatste kwam Mischa Cillissen aan het woord. Hij is stadsecoloog van de gemeente Tilburg en vertelde over het ‘soortenmanagementplan’ ofwel de omgang met diersoorten die gebouwen bewonen. Denk aan vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen. Deze soorten nestelen vaak in oude gebouwen. Renovatie of sloop van deze gebouwen bedreigt hun nestgelegenheid en daarmee de soort. Het doel van het Tilburgse beleid is om zo veel mogelijk kans te geven aan vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen en om calamiteiten – sloop in het broedseizoen – te voorkomen. Tilburg wil bijdragen aan instandhouding van deze soorten en is alert op mogelijkheden nestgelegenheid aan te bieden. Er worden vleermuiskasten en gierzwaluwnesten geplaatst en bij het beheer van het groen wordt rekening gehouden met de verschillende dier- en insectensoorten.

Gezondheidsraad: Meer Groen in en om de stad

Recreatie in het groen is belangrijk voor de volksgezondheid in Nederland. De afgelopen decennia is de aanleg van ‘gezond groen’ achtergebleven bij de groei en veranderde samenstelling van de stedelijke bevolking. De Gezondheidsraad adviseert in en om steden meer groen voor recreatie aan te leggen. De Omgevingswet biedt gemeenten de gelegenheid om dit groen in te passen in hun plannen voor een gezonde, duurzame en klimaatbestendige stad. Zoals al langer bekend is, zijn met groene recreatie positieve gezondheidseffecten te bereiken. Nieuw zijn cijfers waaruit blijkt dat er een stijgend tekort is aan gelegenheden voor groene recreatie in de stedelijke omgeving. Dat tekort wordt alleen maar groter aangezien de bevolking verder groeit en vergrijst, waardoor meer mensen meer tijd hebben om buiten te verpozen. Volgens de Gezondheidsraad zijn er wettelijk geen beletsels om de mogelijkheden voor ‘groene recreatie’ in de stedelijke omgeving uit te breiden. De Omgevingswet biedt gemeenten in Nederland daartoe alle ruimte. Meer gezond ‘groen’ in en om de stad is volgens de raad niet alleen gezond, maar helpt ook bij de waterberging en verkoeling bij hittegolven. De publicatie Gezond groen in en om de stad (nr. 2017/05) is te downloaden van www.gezondheidsraad.nl.

Seminar 'de groene, gezonde wijk'

Een groene omgeving is goed voor onze gezondheid, zo blijkt uit wetenschappelijke onderzoek. Groen en natuur werken ontspannend, dragen bij aan de luchtkwaliteit, sociale contacten nemen toe als de buurt groener is en we bewegen en sporten graag in de natuur. De uitdaging voor de komende decennia is die kennis te vertalen naar de inrichting van de groene openbare ruimte. Dit seminar brengt kennis bij elkaar over dat vraagstuk; hoe ziet een groene, gezonde wijk eruit als we die nu zouden willen ontwerpen? Deze kennis is relevant voor stedelijke herinrichtsprojecten, maar ook voor bouw van nieuwe woonwijken. Verschillende onderzoekers zullen hun nieuwste onderzoeksresultaten presenteren en Niek Roozen, landschapsarchitect en grondlegger van het concept Groene Stad, zal daarna de discussie leiden waarin we antwoord willen krijgen op de vraag hoe we dit vertalen naar die groene, gezonde wijk van de toekomst en welke kennis daarvoor nog ontbreekt. Daarbij zal een link met de Floriade 2022 en de nieuwe wijk Almere-Floriade (na 2022) niet ontbreken.
Aeres Hogeschool

 

Datum:   4 mei 2017
Tijd:         12.30 – 17.00 uur
Locatie:   Aeres Hogeschool Almere, Stadhuisstraat 18, Almere

Aanmelden kan via:
https://www.aeres.nl/hogeschool/agenda/20170504seminargroenegezondewijk
 

Themabijeenkomst Groene Verstedelijking

 
Tot voor kort waren ‘stad’ en ‘groen’ elkaars tegengestelden. Maar dat beeld is aan het veranderen. Stap voor stap vinden we een weg om verstedelijking en vergroening met elkaar te verbinden.
Het besef van het belang van groen groeit snel. We realiseren ons steeds meer dat we dat moeten verankeren in beleid. Het werk van stichting De Groene Stad is niet langer een toekomstvisie of ideaal. Kennis van de relatie ‘groen en mens’ landt steeds meer in beleid, in de manier waarop overheden willen werken aan vergroening van de stedelijke omgeving. Wij – en daar vinden de provincie Zuid-Holland en De Groene Stad elkaar – zien de duurzame verstedelijkingsopdracht als een kans om tegenstellingen te overbruggen. Een trendbreuk die ruimte schept voor onze gezamenlijke ambitie om groen ‘integraal mee te nemen’ in de planvorming.
De Groene Stad ondersteunt overheden en bedrijven die met de groene verstedelijkingsopgave aan de slag gaan. Dat doen we door ze te inspireren, maar ook bijvoorbeeld door een actueel overzicht te publiceren van relevant wetenschappelijke onderzoek.
Op de themabijeenkomst Groene Verstedelijking maakt u als eerste kennis met de factsheets met daarin actuele samenvattingen van bestaande onderzoeken naar ‘de meerwaarde van groen’. Thema’s zijn ‘groen + wonen’, ‘groen + leren’, ‘groen + herstellen’ en ‘groen + werken’. Ze kwamen tot stand in het kader van het programma De Groene Agenda.
 
Presentaties
Om dit feestelijke moment te markeren zijn er presentaties van Dr. Wim Timmermans over ‘De stad als biotoop’, van landschapsarchitect Niek Roozen die spreekt over ‘verstedelijking en natuur’ en van Arie Cees de Jong, manager Stadsbeheer van de gemeente Zoetermeer. Hij spreekt over ‘de praktijk van het groenbeleid in verstedelijkt gebied’. In het bijgesloten programma vindt u er meer over.
Samenwerking
De rol van gastheer die de provincie op zich neemt, markeert de voorgenomen samenwerking tussen De Groene Stad en de provincie Zuid-Holland rond het thema Groen en Verstedelijking.

U bent welkom in de Statenzaal van het Provinciehuis aan de Zuid-Hollandlaan vanaf 13.30 uur. Het officiële deel begint om 14.00 uur en duurt tot 16.00 uur. Tijdens de bijeenkomst is er ruimte is voor vragen aan de sprekers. Tussen 16.00 en 17.00 uur is er gelegenheid om in een informele setting na te praten met sprekers en kennis te maken met de aanwezigen.
Uw aanwezigheid stellen we op prijs
Het bestuur van De Groene Stad nodigt u hierbij van harte uit om deze bijeenkomst bij te wonen. U kunt zich aanmelden voor deze bijzondere themabijeenkomst via info@degroenestad.nl .
 

Groen spelen in de natuurspeeltuin in Voorschoten

Groen spelen is gezond. In Voorschoten wordt momenteel hard gewerkt aan de realisatie van een natuurspeeltuin waarbij zelf een kinderpanel inbreng heeft. Wij waren bij de presentatie van het ontwerp en kwamen tot de conclusie dat van peuterplek met modderkeuken tot eiland met moeraspad – in de Natuurspeeltuin zal ieder kind de juiste speelomgeving vinden. Ook aan kinderen met een beperking is gedacht bij het uitwerken van het gepresenteerde ontwerp. Het grootste gedeelte van de speeltuin zal toegankelijk zijn voor iedereen, ook voor kinderen in een rolstoel.
Op maandag 13 februari 2017 presenteerde landschapsarchitecte Fanni Tesselhof van ontwerpbureau Groene Spil tijdens een goed bezochte vrijwilligersbijeenkomst een schitterend ontwerp voor de natuurspeeltuin, die de volgende speelmogelijkheden zal bieden:
– Een peuterplek waar de allerkleinsten vooral zintuigelijke ervaringen kunnen op  doen in de modderkeuken, bij de aardbeienbak  en met een waterpomp.
– Een speelbos met veel los materiaal om zelf een hut of schuilkuil te bouwen, te klimmen en slingeren in de bomen en je heel goed te verstoppen.
– Een strandwal met hoogteverschillen, een tien meter lange tunnel en een natuurlijke waterloop.
– Het favoriete onderdeel van de leden van ons kinderpanel: een eiland met verschillende oversteekmogelijkheden, een dwaalbos en natuurvriendelijke oeverbeplanting/moerasgebied.
– En ten slotte een boomgaard waar kinderen zelf fruit kunnen plukken en dit ontspannen op kunnen eten in een hangmat.
Alle vijf speelwerelden zullen grotendeels rolstoeltoegankelijk worden gemaakt door de aanleg van (half)verharde paden. De Natuurspeeltuin Voorschoten werkt hiervoor nauw samen met stichting Nadja, specialist in het ontwikkelen van vrijetijdsmogelijkheden voor kinderen met een beperking. (www.stichtingnadja.nl)
Na de presentatie van het ontwerp gingen alle werkgroepen meteen aan de slag om de plannen verder uit te werken. De komende maand zal een geschikte partij worden gezocht om de speeltuin aan te leggen. Wij hopen in april te kunnen starten met de aanleg. Er zullen klusdagen worden georganiseerd voor vrijwilligers die willen helpen met de aanleg.
Voorafgaand aan de vrijwilligersbijeenkomst is het kinderpanel van de natuurspeeltuin voor de derde keer bijeen gekomen. Het kinderpanel was erg blij met het gepresenteerde ontwerp, het klimeiland is nu al favoriet. Ook heeft het kinderpanel nagedacht over het organiseren van activiteiten waarmee we nog meer geld kunnen ophalen voor de aanleg van de speeltuin.
Voor meer informatie zie: http://natuurspeeltuinvoorschoten.nl/

De Groene Agenda: Planten voor een beter binnenklimaat

De Groene Agenda is een programma waarin kennisinstellingen samen met ondernemers innovatieve groenconcepten ontwikkelen en testen. De komende decennia wordt de samenleving geconfronteerd met extremere weersomstandigheden, vergrijzing van de bevolking en toenemende verstedelijking. Daarnaast zal de dalende kwaliteit van de woon-, werk- en leefomgeving een groeiend negatief effect hebben op de gezondheid en het welbevinden van de mens. Groen kan een bijdrage leveren aan de oplossing van dit soort problemen. De positieve effecten van groen zijn in verschillende onderzoeken aangetoond. Dankzij het Programma de Groene Agenda kan deze kennis nu worden omgezet naar kunde en verdienmodellen. De looptijd van het programma is vijf jaar.
Planten voor een prima binnenklimaat is een project om de kosten en baten van groenoplossingen in gebouwen te kwantificeren zodat planten van een ‘kostenpost’ veranderen in een ‘kostenbesparing’.
Het binnenklimaat in veel gebouwen is slecht. Dit komt de gezondheid en het welzijn van de mens niet ten goede. Planten kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan het oplossen van binnenklimaat-problemen.
• Ze brengen vocht in de lucht en kunnen lucht reinigen van giftige vluchtige stoffen.
• Ze zorgen ervoor dat er minder kunstmatige klimaatbeheersing nodig is (lagere energiekosten).
• Ze leiden tot betere prestaties van gebruikers en minder ziekteverzuim.
In het project ‘Planten voor een prima binnenklimaat’ meten kennisinstellingen zowel fysische parameters als het welzijn van de gebruiker over een langere periode. De verzamelde gegevens vormen de basis voor een model waarmee kosten en baten en ook innovatieve plantsystemen verder ontwikkeld kunnen worden.
Zo ontstaat een brede en breed gedragen economische en maatschappelijke basis voor het toepassen van planten in de binnenruimte van vooral kantoren (en scholen). En zo veranderen planten van “kostenpost” in “kostenbesparing”.
Zo stelt Coca-Cola een hele verdieping van haar Rotterdamse kantoor ter beschikking voor onderzoek, uitgevoerd door Wageningen University & Research (Wageningen Environmental Research (Alterra) en Meteorologie en Luchtkwaliteit) en Fytagoras. Het onderzoek richt zich op het monitoren van de effecten van planten op de kwaliteit van het binnenklimaat en het welbevinden van medewerkers.

Tijdens het onderzoek worden verschillende claims onderzocht, zoals een betere luchtkwaliteit en een verbeterde beleving van de kantooromgeving. Daarbij wordt gekeken wat de effecten zijn van het uitzicht op groen voor de vermindering van stress, verbeteren van de concentratie en het vergroten van het werkplezier.

Voor meer informatie: http://www.wur.nl/nl/project/Planten-voor-een-prima-binnenklimaat.htm
 
 

Opbrengst taxusinzamelingsactie VHG goed voor 250 chemotherapieën en € 7.677,-

Afgelopen zomer vond onder het motto ‘VHG-hoveniers snoeien voor Leven’ de inzamelactie van taxussnoeisel plaats. Aan de actie namen ruim 100 VHG-hoveniers deel. Het uiteindelijke resultaat is dat er meer dan 255 kubieke meter aan taxussnoeisel is ingezameld. Daarmee kunnen 255 chemotherapieën worden geproduceerd.  Daarnaast heeft het ingezamelde taxussnoeisel voor een geldbedrag van Euro 7.677,- opgebracht. VHG schenkt dit bedrag, namens de deelnemende bedrijven, aan de Stichting Kinderen Kankervrij (KiKa). Vandaag overhandigde VHG-directeur Egbert Roozen een cheque met dit bedrag aan Rien Schimmel van KiKa. Twee deelnemende hoveniersbedrijven hebben er voor gekozen om hun deel van de opbrengst te bestemmen voor een andere stichting op het gebied van kankerbestrijding.   
Egbert Roozen, directeur van Branchevereniging VHG: ‘Ik ben erg blij met het geweldige resultaat van de taxusinzamelactie en ongelofelijk trots op en dankbaar voor de inzet van de deelnemende bedrijven. We hebben samen onze schouders gezet onder de strijd tegen kanker. Ik hoop van harte, dat de door ons ingezamelde taxus meehelpt aan het bieden van perspectief op genezing voor mensen met kanker. Het bedrag dat het taxussnoeisel heeft opgeleverd, schenken we aan de Stichting Kinderen Kankervrij. Graag steunen wij daarmee het goede werk van deze stichting’.  VHG is van plan om de actie ‘VHG-hoveniers snoeien voor leven’ ook in 2017 te voeren. 

Park om de Hoek middel tegen 85.000 eenzame Amsterdammers

Amsterdammers hebben een voorheen versteende plek op de Wibautstraat zelf veranderd in een buurtpark. Het is de start van een nieuwe manier van samenwerken tussen bewoners, bedrijven en overheid om de openbare ruimte beter vorm te geven.

Amsterdam heeft meer dan 300 potentiële locaties voor buurtparken. Dit zijn vaak versteende plekken die geen functie hebben en niet uitnodigen tot een bezoek. Met de beperkte openbare ruimte in de stad is het noodzaak om dergelijke locaties juist goed te benutten. ‘Dat begint bij het ontwerpproces’, aldus projectleider Raksha Hoost van conceptontwikkelaar De Gezonde Stad. ‘In het project Park om de Hoek gaan bewoners, publieke en private partijen samen aan de ontwerptafel zitten. Dit zorgt ervoor dat de openbare ruimte beter aansluit op de wensen en behoeften van de gebruiker.’
Stedelingen aan zet
Amsterdammers bepalen waar in de stad nieuwe parken worden aangelegd via de website www.parkomdehoek.nl. Initiatiefnemers helpen elkaar via het platform en De Gezonde Stad geeft begeleiding bij het ontwikkelen van een Park om de Hoek. Buurtbewoners pakken na de realisatie zelf het onderhoud en beheer van het park op.
Parken om de Hoek nodigen uit tot ontmoeting in een stad waar ruim 85.000 Amsterdammers eenzaam zijn. Een groene plek in de buurt zorgt ook voor een fijne en gezonde leefomgeving, en biedt een bijdrage aan stedelijke uitdagingen zoals hittestress en wateroverlast. De ambitie is om een toolkit voor de realisatie van groene ontmoetingsplekken in steden te ontwikkelen. Hoost: ‘Het moet voor iedereen mogelijk en eenvoudig zijn om een Park om de Hoek in zijn of haar buurt te realiseren.’
De Ruyschtuin
De Green Junkies-planten in biodiversiteitspark De Ruyschtuin zorgen voor een luchtzuiverende werking op de drukke Wibautstraat. Daarnaast zorgen het groen en de halfverharding voor een waterbergende functie. De Ruyschtuin wordt op 19 oktober feestelijk geopend door Ivar Manuel (stadsdeelvoorzitter Oost).
Bron: stadszaken.nl

Zorginstellingen starten vergroeningstraject met IVN

Na een succesvolle aftrap van de werving voor Grijs, Groen & Gelukkig in januari, heeft IVN uit een grote hoeveelheid aanmeldingen twintig zorgcentra geselecteerd. Zij gaan als eerste aan de slag met het vergroenen van hun zorgcentra en het aanbieden van een natuurrijk activiteitenprogramma aan hun bewoners. In 2018 doen uiteindelijk honderd zorgcentra mee met Grijs, Groen & Gelukkig.
Contact met de natuur is goed voor een gezonder en gelukkiger oude dag. Dat blijkt uit verschillende wetenschappelijke studies. Met Grijs, Groen & Gelukkig verbindt IVN ouderen opnieuw met de natuur, door zorgcentra te helpen een belevingstuin aan te leggen, natuur in het gebouw te brengen en ouderen opnieuw in contact te brengen met natuur door het aanbieden van een natuurrijk activiteitenprogramma. Zo ervaren tienduizend ouderen welk effect natuur op hun lichamelijke en geestelijke gezondheid heeft. Grijs, Groen & Gelukkig is mogelijk gemaakt dankzij een financiële bijdrage van de Nationale Postcode Loterij.
Een droom realiseren
De twintig geselecteerde zorgcentra delen de droom van IVN om natuurbeleving onderdeel te maken van de dagbesteding in de ouderenzorg en zijn een inspiratie voor andere zorgcentra. Zij krijgen een bedrag om die droom te realiseren en een ervaren projectteam van IVN begeleidt de instellingen in het vergroeningstraject. Veel van deze maatregelen worden gekoppeld aan onderzoek in samenwerking met wetenschappers van Nederlandse universiteiten en hogescholen. In 2018 zullen in totaal honderd zorgcentra samen gaan werken met Grijs, Groen & Gelukkig, zo is de ambitie van IVN.
Bron: medicalfacts.nl

Annemiek van Loon: ‘bomen zijn essentieel om een stad leefbaar te maken’

Annemiek van Loon is een van de auteurs van het boek ‘leve(n)de speelplekken’. Dit boek is recent uitgegeven door de Bomenstichting en vooral gewijd aan het belang voor kinderen van de aanwezigheid van bomen. Als bomenconsulent heeft zij uiteenlopende werkzaamheden. Tijd voor een interview met haar over het boek, het beleid rondom bomen en het belang van bomen en groen voor een stad en kinderen.  
U bent bomenconsulent. Kunt u kort uitleggen wat dat inhoudt en waar u zich dagelijks mee bezig houdt?
‘Mijn beroep is heel divers maar bomen staan centraal. Ik heb jaren lesgegeven op het HBO, Larenstein in Velp. Vanuit het docentschap beplantingsleer, vegetatiekunde en Urban forestry heb ik mezelf uiteindelijk gespecialiseerd in de bomen. Mijn werkzaamheden gaan over advisering voor de technische inrichting van groeiplaatsen in druk stedelijk gebied tot aan het stimuleren van biodiversiteit door middel van ecologisch beheer. Hierover schrijf ik, adviseer ik, geef cursussen en versterk ik gemeentelijke teams bij de totstandkoming van nieuwe plannen. Momenteel werk ik voor de gemeente Bronckhorst aan een bomenbeleids- en beheerplan. Daarin worden keuzes gemaakt over hoe er nu en in de toekomst met de bomen moet worden omgegaan. Want wanneer het om bomen gaat moet je ver vooruit kijken. Binnen een beleidsplan wordt daarom rekening gehouden met klimaatkwesties, stedelijke ontwikkeling, ondergrondse infrastructuur maar ook vragen over de voordelen en nadelen van bomen langs een drukke weg spelen een rol bij de planvorming.’
‘Belangrijk is dat je ook goed luistert naar de inwoners zelf. Wat willen zij met bomen en groenaanleg? Onder de inwoners is heel veel kennis aanwezig. Bomenkennis maar ook onmisbare kennis over de geschiedenis, cultuurhistorie en het dagelijkse gebruik van het gebied. Allemaal belangrijke aspecten om een duurzaam plan te maken. Binnen een stad moet er voor bomen plek gemaakt worden. Over 50 jaar moeten er in steden nog steeds bomen te zien zijn, die behouden zijn gebleven dankzij ons huidige groenbeleid.’
Vindt u dat gemeenten in hun omgevingsbeleid genoeg aandacht hebben voor groen en bomen?
‘Nee, al is er wel een positieve ontwikkeling. Natuur en bomen staan wel hoog op de agenda maar wanneer daadwerkelijk gekozen moet worden tussen een parkeerplaats of een boom dan blijkt de parkeernorm zwaarder te wegen. Juist in de uitvoering is nog veel winst te behalen. Als je niet weet hoe een boom groeit kun je hem niet goed houden en kun je een nieuwe boom ook niet goed aanplanten.’
‘Mensen vinden groen en bomen vaak een vanzelfsprekendheid, maar een boom groeit niet vanzelf, zeker niet in een stad. Bewustwording over het belang van bomen voor de stad en meer kennis over hoe bomen nu werkelijk groeien kan enorm helpen om te voorkomen dat bomen onbedoeld uit onze steden verdwijnen. Dit boek is daarvoor een prima middel.’
‘Het lijkt soms wel of een boom té vanzelfsprekend is, daardoor wordt er onder andere vaak te weinig aandacht besteed aan de aanplant. Als je een boom aanplant moet je het besef hebben deze op die plek uit moet kunnen groeien. Met bomen moet je 40 of 80 jaar vooruit durven kijken. Daarom is een goede groeiplaats zo belangrijk’
Binnen een gemeente moeten er ook bomen gekapt worden. Soms is een boom niet meer veilig. Soms is de boom in een slechte conditie waardoor deze heel veel tijd en geld aan beheermaatregelen kost. Deze bomen nemen de plek in van een boom die het op die plaats veel beter zou doen. Ook dan moet je naar de toekomst kijken. Het blijven investeren is een must om steden groen te houden. Bomen die onvoldoende functioneren kunnen dan beter worden vervangen door bomen met toekomst. Denken in ontwikkeling is belangrijker dan denken vanuit behoud. Dat is ook een belangrijk aspect in de communicatie naar bewoners. En natuurlijk doe je voor sommige bijzondere bomen harder je best. Het boek Leve(n)de speelplekken laat ook zien hoe je bomen oud kunt laten worden en hoe je jonge bomen duurzaam aanplant.’
Waarom is het belangrijk dat mensen meer te weten komen over de positieve eigenschappen van bomen?
‘Overal waar bomen zijn er mensen met klachten. Bijvoorbeeld dat er te veel bladval is, dat ze de zon wegnemen en ga zo maar door. En ja, een boom weet altijd wel iets te bedenken om mensen pesten. Als je daar echter de positieve effecten tegenover zet, wordt tijdelijke overlast voor deze mensen veel acceptabeler. Wanneer je je verder verdiept in bomen en de positieve effecten, ga je ze ook meer waarderen. Bomen zorgen bijvoorbeeld voor de afname van heat islands tijdens hittegolven. Bomen verkoelen de stad enorm. Ze zorgen voor schaduw en verdampen bovendien enorme hoeveelheden water. Met bomen is het prettiger om buiten te zijn en kinderen worden mindere blootgesteld aan de zon. Hoe minder bomen je in de stad hebt, des te minder je die effecten hebt. Er zijn de afgelopen jaren al veel dure airco’s aangeschaft voor basisscholen. Maar je kunt ook verkoeling realiseren door op een strategische manier bomen te planten. Die filteren bovendien veel fijn stof uit de lucht’
‘We hopen dat dit boek helpt om de positieve effecten van bomen meer mee te laten tellen. En dat mensen voorbij hun eigen tuintje gaan kijken. De voordelen van bomen wegen uiteindelijk veel zwaarder dan de nadelen.’
Afgelopen week is het boek ‘Leve(n)de Speelplekken, Bomen in het Middelpunt’ gepubliceerd. Waar kwam dat idee vandaan?
‘Het initiatief voor dit boek kwam van de Bomenstichting onder leiding van Hanna Hirsch. De aanleiding daarvoor was een gesprek met de VHG, de beroepsorganisatie van de Nederlandse hoveniers. Die heeft vorig jaar zomer een ‘Handleiding Groene Schoolpleinen’ uitgebracht over het belang en de mogelijkheden op het gebied van natuurlijk spelen. Een prima uitgangspunt, maar wij merkten dat er ruimte was voor aanvullende informatie wat betreft het belang en de mogelijkheden van bomen. De VHG stond open voor een aanvulling van de Bomenstichting van enkele pagina’s voor beide websites. Dit is in al het enthousiasme een boek geworden met acht hoofdstukken.’
Het moest een boek worden dat voor iedereen interessant is om te lezen, ook voor iemand die niet per se opgeleid is in bomen. Door het allemaal wat speelser te brengen kun je toch aandacht krijgen voor belangrijke basale dingen.’
Voor wie is het boek bedoeld en wat willen jullie ermee bereiken?
‘We hebben ingestoken op beleidsmedewerkers en plannenmakers, maar de uiteindelijke doelgroep voor die plannenmakers zijn de kinderen. Dat is de indirecte doelgroep van het boek. Aan de hand van Pien, een meisje dat ‘alles’ weet over bomen, wordt kinderen op een laagdrempelige manier allerlei nuttige informatie over bomen verschaft. Dat maakt de informatie een stuk toegankelijker, ook voor volwassenen. Kinderen gaan zichzelf vragen stellen en dit boek geeft daarvoor hele goede input. Het is niet alleen om te lezen, maar het jaagt kinderen ook naar buiten, om zelf te onderzoeken en uit te vinden. We hopen dat er een besef ontstaat dat bomen voor een stad heel belangrijk zijn. Als je je gaat verdiepen in de positieve eigenschappen van bomen, wat zij doen voor een stad en de mensen in een stad, zal iedereen het belang ervan inzien. Met dit boek hopen wij dit te bereiken.’
pientje
 
In ‘Levende Speelplekken’ leren kinderen aan de hand van Pien alles over bomen en natuur. Waarom is het belangrijk dat kinderen op jonge leeftijd hiermee te maken krijgen en kennis opdoen van de natuur?
‘Er zijn al veel onderzoeken gedaan waarbij duidelijk is geworden dat kinderen baat hebben bij buiten leren en spelen. Een trendsetter was een aantal jaren geleden het boek ‘Het laatste kind in het bos’ van R. Louv. Dit boek gaat over de negatieve gevolgen van het feit dat kinderen steeds minder naar buiten gaan. Je ontwikkelt je motorisch veel beter als je buiten speelt. Het klimmen in een boom is nadenken, je wordt op je vingers getikt als je iets nog niet kunt. Een mooie, dikke boom prikkelt de fantasie, vergeleken bij een hapklare speeltuin. Wat je als kind meekrijgt draag je de rest van je leven mee. Daarnaast zijn we in dit land nogal opruimerig. Er zijn geen overhoekjes meer waar kinderen kuilen kunnen graven en met afgebroken takken kunnen rommelen. Je moet kinderen de ruimte geven om de natuur in te gaan, om in bomen te klimmen en vies te worden. Bomen geven mensen én kinderen heel veel.’