VHG nomineert drie groene initiatieven voor de Groenprijs

Met alle respect, maar niet iedereen zal bij het horen van ‘Rotterdam’ onmiddellijk denken: een Groene Stad’. Toch is werkstad Rotterdam de thuishaven van een uniek initiatief, een Dakpark, negen meter boven het maaiveld (bereikbaar met de lift). Uitstekend onderhouden groen, zoals je in niet veel steden tegenkomst.
Het ‘Dakpark’ is, de naam zegt het al, een park dat is aangelegd op het dak van een grote parkeergarage. Het ligt aan de S114, zuidelijk van de wijk Tussendijken en oostelijk van Nieuw-Mathenesse, grenzend aan het oude (noordelijke) havengebied. Preciezer: tussen metro/tramstation Marconiplein en het Hudsonplein, aan de Vierhavenstraat in Rotterdam-West. Het is het grootste op een dak aangelegde park in Europa.
Minstens zo belangrijk: het Dakpark is voortgekomen uit een oorspronkelijk bewonersinitiatief van een jaar of 15 geleden. Planvorming, aanleg en beheer ervan kenmerkt zich door een unieke samenwerking tussen – uiteraard – de gemeente Rotterdam, projectontwikkelaars en vrijwilligersteams, die ook nu nog zich inzetten voor allerlei taken. Zij houden zich bezig met onderhoud van het groen, maar ook met het rondleiden van belangstellenden – onder wie veel geïnteresseerde bestuurders van gemeenten.
Slimdak
Het Rotterdamse Dakpark is een van de drie genomineerden voor de Groenprijs van de VHG, de branchevereniging van hoveniers en groenvoorzieners in Nederland. Een tweede kandidaat voor de VHG Groenprijs is overigens ook Rotterdams van origine en heeft ook iets met de Rotterdamse daken: Slimdak, ook bekend als de Dakakker. Daar gaat het om het benutten van vierkante meter dak voor de aanleg van een moestuin, waar groenten en fruit worden verbouwd en bijen gehouden. De Dakakker is een project van Stadsinitiatief De Luchtsingel.
Africa Wood Grow
De derde genomineerde voor de VHG Groen[prijs is een initiatief van ontwikkelingswerker Roeland Lelieveld. African Wood Grow richt zich op kleinschalige commerciële bosbouw in Kenia, met gebruikmaking van lokale gewoontes.

Bomenstichting en VHG brengen brochure over integratie bomen in bouwplannen uit

Het inpassen van ‘groen’, in het bijzonder van bomen, is voor veel opdrachtgevers in de bouw nog lang niet vanzelfsprekend. In de ontwerpen voor bouwprojecten worden bomen wel ingetekend, maar is het de vraag of de aangegeven plaats wel geschikt is om de boom tot volle wasdom te laten komen. Bovendien wordt nauwelijks gebruik gemaakt van de mogelijkheden van de al aanwezige bomen op de bouwplaats. Te vaak gaan ontwerpers uit van een blanco situatie, alsof er nooit bomen en struiken hebben gestaan. 
Het is een gemiste kans als bestaand groen niet geïntegreerd wordt in een bouwplan. Net geplante bomen hebben jaren nodig om tot volle wasdom te komen. Grote bomen hebben een enorme waarde. Ze bieden verkoeling en helpen daarmee hittestress te voorkomen. Bovendien zuiveren bomen de lucht, dragen bij aan een evenwichtige waterhuishouding, vangen fijn stof af en dienen als windscherm. Bomen leveren zo een bijzonder belangrijke bijdrage aan de kwaliteit van onze leefomgeving en ons welbevinden.
De bijdrage van bomen aan een beter leefklimaat kan nóg groter worden als ontwerpers en ruimtelijke planners van meet af aan rekening houden met bomen. Deze gedachte wordt uitgewerkt in de brochure ‘Bouwen met Bomen’, een nieuwe uitgave van de Bomenstichting in samenwerking met VHG, de branchevereniging voor ondernemers in het groen. In het kort wordt beschreven hoe bestaande bomen kunnen worden ingepast in ontwerpen, hoe nieuwe bomen een plan kunnen verrijken en hoe oudere, waardevolle bomen kunnen worden behouden door ze te verplaatsen. Op hun nieuwe standplaats kunnen ze opnieuw de omgeving verrijken en hun ‘groene’ bijdragen leveren. In de brochure zijn voorbeelden opgenomen van mogelijkheden om tegen relatief lage kosten een hoogwaardige groene omgeving te creëren of in stand te houden. De schrijvers zijn mensen uit de praktijk. Dat betekent dat de brochure veel herkenbare situaties met oplossingen bevat.
De publicatie is gratis te downloaden op de websites van de Bomenstichting en de VHG.
 
 

In de afgelopen jaren is steeds meer bekend geworden over de positieve rol die groen speelt in het leefbaar houden van steden door het leveren van baten. Sommige van deze baten hangen af van het totale oppervlak of het volume groen, maar voor andere leveren specifieke typen groen of bepaalde soorten een extra grote bijdrage. Dit is een overzicht van de baten van groen waaraan rozen een belangrijke bijdrage kunnen leveren.
Biodiversiteit
Het stimuleren van biodiversiteit in de stad is iets waar veel gemeentes op het moment aandacht aan geven. Om bewoners enthousiast te maken ligt de nadruk vooral op het stimuleren van aantrekkelijke soorten, zoals vlinders en zangvogels. Ook soorten met nut voor bestuiving (bijen) of biologische bestrijding (lieveheersbeestje, zweefvliegen, vogels die rupsen eten) zijn ambassadeurs voor biodiversiteit.
Rozenperken zijn belangrijk voor veel insecten. Rozen bezitten geen nectar, vandaar dat er weinig vlinders op te vinden zijn. Maar ze maken wel zeer veel stuifmeel, en dat is een belangrijke voedselbron voor allerlei soorten bijen, hommels, zweefvliegen en kevers, omdat het veel eiwit bevat. Het stuifmeel komt vooral aan het eind van de ochtend in grote hoeveelheden vrij, waardoor harige insecten soms helemaal geel bepoederd wegvliegen. Roos begint te bloeien rond de langste dag van het jaar, dus na de bloeipiek van veel inheemse kruiden. Het is dan ook een welkome voedselbron. Hiervoor is het wel nodig dat de insecten bij het stuifmeel kunnen komen. Bij enkelbloemige en halfgevulde rozen lukt dat prima, maar volledig gevulde rozen zijn voor de biodiversiteit minder interessant. Alle rozen lokken insecten, maar als ze ook nog geuren dan hebben ze een streepje voor: het kost insecten dan minder energie om hun voedsel te vinden.
Na de bloei maken rozensoorten en sommige cultivars ook nog bottels, die eetbaar zijn voor mens en dier. In de stad eten vooral vogels ervan. Voor lijsters en merels is het vlezige deel van de bottel welkom voedsel in de winter. Puttertjes en andere zaadeters peuteren de zaden uit de bottels; vooral die van de hondsroos en de Japanse rimpelroos (Rosa rugosa) zijn favoriet.

Sociale en psychologische baten van groen
Rozen zijn een bijzondere plantengroep in het openbaar groen, aangezien zij in vergelijking met een gemiddelde beplanting een zeer hoge sierwaarde hebben, en dat gedurende een lange tijd. Dit speelt een belangrijke rol bij de sociale en psychologische baten van groen. Het is bekend dat dit type baten hoog is bij beplantingen met veel kleur en variatie, die er verzorgd uitzien. Die zijn met rozen uitstekend te realiseren; bij moderne heesterrozen zelfs met extensief beheer. Rozen aanplanten kan het sociale en psychologische effect van een vak openbaar groen verhogen, doordat ze het een kwaliteitsimpuls geven, zonder dat het oppervlak groter hoeft te worden. Ook geur helpt mee om het effect van beplanting te vergroten.
Als met rozen een wijk aantrekkelijk wordt gemaakt, zijn een aantal effecten te verwachten op het gedrag van mensen. Het best bestudeerde effect is dat op gezondheid. Uitzicht op mooi groen en actief zijn in het groen is goed voor ons. Geestelijk helpt het ons te ontspannen en sneller te
herstellen van stress dan in een puur stedelijke omgeving. Lichamelijk nodigt het uit tot bewegen en zelfs een simpel ommetje door de wijk kan veel extra effecten hebben. Het brengt mensen met elkaar in contact, wat goed is voor de sociale samenhang van de wijk en tegen eenzaamheid. Mensen op straat in een verzorgd ogende woonbuurt geven een veilig gevoel en veroorzaken een meetbare daling in criminaliteit, door de hogere sociale controle. Rozen zijn ook geschikt voor beplantingen specifiek voor kwetsbare groepen mensen, omdat ze niet giftig zijn en er ook doornloze rassen bestaan.
Een aantrekkelijke wijk heeft financiële gevolgen: hoe meer mooie beplanting er is, hoe hoger het woongenot en de huizenprijzen zijn, en hoe beter het vestigingsklimaat voor bedrijven. Dit is niet alleen gunstig voor wie er woont en werkt, maar ook voor de gemeente, die de inspanning voor een mooie openbare ruimte beloond ziet met hogere belastinginkomsten van onroerend goed.
Door hun lange geschiedenis in de tuincultuur zijn rozen ook bij uitstek leveranciers van culturele baten. We passen ze om die reden dan ook veel toe op A-locaties. We hebben daarbij de keus uit klassieke rozen met grote gevulde bloemen, die bijvoorbeeld goed passen bij historische locaties, of uit moderne heesterrozen, die locaties extra cachet geven tegen een lage onderhoudsbehoefte.

Fysieke leefomgeving
Voor Nederlandse steden is de invloed van groen op de fysieke leefomgeving belangrijk en al goed onderzocht. Het gaat daarbij om zaken als waterhuishouding, koeling tijdens hittepieken en luchtreiniging. Het totale oppervlak aan rozen in steden is niet hoog, dus de bijdrage die zij kunnen leveren zal lager zijn dan bijvoorbeeld het totaal aan straatbomen of grasvelden. Maar rozen hebben enkele eigenschappen die positief uitwerken.
De meeste rozen zijn goed droogtetolerant, dus ook tijdens droge perioden is watergeven zelden nodig. Als een plantvak met rozen bij hevige regen onder water loopt, zullen de meeste rozensoorten en -cultivars dat overleven, als het niet langer duurt dan enkele uren. In de winter kan spatwater op sommige plekken ook strooizout bevatten. De meeste rozen kunnen daar niet tegen, maar sommige cultivars, bijvoorbeeld van Rosa rugosa (Japanse rimpelroos) of Rosa pimpinellifolia (Duinroos) wel. Rozen worden vaak dicht bij zitjes of langs wandel- en fietspaden gebruikt. Hun verdamping helpt de omgeving af te koelen bij hitte. Rozen langs een rijbaan helpen om de grovere stofdeeltjes die de auto’s opwervelen te laten neerslaan. Cultivars met ruw blad, zoals Rosa rugosa, zijn ook nog goed in het vasthouden van fijnstof, dat schadelijker is voor de gezondheid dan grovere deeltjes. Rozen leggen CO2 vast, waarbij vooral de opslag in de takken zorgt voor vastlegging voor enkele jaren.
Een bijzondere toepassing van klimrozen is als groene wand. Een begroeide huismuur is koel in de zomer, maar in de winter kan de zon wel de (zuid)muur verwarmen. Dit spaart kosten voor koeling en verwarming. Daarnaast dempen klimplanten op muren weerkaatsende geluiden. Daardoor klinkt de buitenruimte naast de muur minder hol en is het er aangenamer toeven. Zeker als de roos ook nog geurende bloemen op neushoogte heeft.

Welke eigenschappen maken rozen geschikt voor gebruik in de openbare ruimte?
Rozen worden zowel in particuliere tuinen als in de openbare ruimte aangeplant. In de afgelopen jaren zijn er steeds meer rozen specifiek voor openbaar groen geselecteerd. Deze moeten aan strenge eisen voldoen, die vooral te maken hebben met het beheer en het gebruik. Zo moeten de planten zeer goed onkruid onderdrukken, omdat hiertegen niet meer gespoten mag worden. Ook moeten de rozen op eigen wortel goed groeien. De arbeid die nodig is voor het weghalen van wilde scheuten van een onderstam wordt niet meer geaccepteerd. Als het snoeien mechanisch kan gebeuren – bijvoorbeeld met een klepelmaaier – is dat een pluspunt.
– Sierwaarde De bloei moet lang duren, liefst tot in oktober; bottels, herfstkleur of geur zijn extraatjes. Het gaat vooral om het aantrekkelijke totaalbeeld van de bloeiende struik; het aantal bloemen is belangrijker dan de grootte ervan.
– Bloemen Er moet een groot scala aan bloemkleuren beschikbaar zijn. Bloemen moeten bestand zijn tegen regenweer en felle zon. Uitgebloeide bloemblaadjes moeten vanzelf afvallen. Enkelbloemige en halfgevulde bloemen zijn goed voor de biodiversiteit.
– Hoogte
Rozenstruiken die tussen de 30 en 80 cm hoog zijn tijdens de eerste bloei zijn het meest gewild. Om lang te bloeien moeten rozen na de eerste bloei nieuwe scheuten maken met bloemknoppen. Deze scheuten moeten regelmatig verdeeld zijn over de struik en mogen niet zo hoog worden dat verkeersdeelnemers er niet meer overheen kunnen kijken.
– Groeiwijze De plant moet stevig rechtop blijven staan, flink vertakken en mooi regelmatig groeien om goed het plantvak te vullen. Een breed opgaande groeiwijze werkt beter dan een liggende.
– Blad De plant moet op tijd uitlopen en zijn blad lang gezond vasthouden om onkruid te onderdrukken.
– Stekels Planten zonder stekels houden weinig zwerfvuil vast en zijn gemakkelijk te beheren. Maar voor defensieve beplantingen kunnen stekels wel gewenst zijn.
– Gezondheid
De plant moet van nature goed bestand zijn tegen ziektes en vorst, zodat de sierwaarde en het functioneren niet in gevaar komt en geen bestrijding nodig is.

april 2017, Margareth Hop

TOPBOMEN

De Bomenstichting introduceert ‘Bomen van de Ereklasse’. Daarin krijgen de oudste, mooiste en meest bijzondere bomen van ons land een plaats. Deze ‘toppers’ zijn opgenomen in het Landelijk Register van Monumentale Bomen. Iedere maand wordt de ‘top tien’ van één van onze provincies bekend gemaakt. De bomen worden beoordeeld op schoonheid, omvang, soort, een ‘bijzonder verhaal’ enz. Een belangrijk criterium is bovendien dat ze zichtbaar zijn voor iedereen.
Vandaag publiceren we de ‘top tien’ van bomen in Friesland!
Landelijke spreiding
Bij het samenstellen van de Ereklasse per provincie houdt de Bomenstichting rekening met de verscheidenheid aan soorten. Natuurlijk komen landelijke beroemdheden als de Linde van Sambeek, de Troeteleik van Ulvenhout, de Kroezebomen, de Kastanje bij de Koningstunnel in Den Haag e.a. in aanmerking. Maar ook lokale grootheden als de ‘Poppebeam’ in Jubbega en de ‘dikke platanen van Dordrecht’.
Maandelijkse publicatie van de topbomen  
Op de website van de Bomenstichting wordt maandelijks de top tien van telkens een nieuwe provincie gepubliceerd. De ‘top tien’ bomen van Friesland staat vanaf vandaag op onze site:
http://www.bomenstichting.nl/monumentale-bomen/bomen-van-de-ereklasse/10-bijzondere-bomen-in-friesland.html
Onbekende helden
Tijdens de zoektocht naar geschikte kandidaten ontdekte de Bomenstichting ook schitterende, nog onbekende bomen. Op de begraafplaats in Lutten staat b.v. ‘de Apostelenbeuk’ en de oudste peer van Nederland stamt uit 1647 en staat op een hofje in Den Haag.
Jeroen Philippona van de werkgroep Monumentale Bomen: ‘Het idee voor deze Ereklasse is van Frans Baltussen, een veteraan als het gaat om boomverzorging. Hij vond dat we naast de categorieën  ‘monumentale’ en ‘potentieel monumentale bomen’ nog een derde moesten kiezen. Wij, als Bomenstichting, vinden dat een mooi plan. We zullen de eenmaal gekozen topbomen op onze – voor iedereen toegankelijke – website plaatsen. Onze vrijwilligers voegen er de meest recente foto’s en gegevens van de gekozen bomen aan toe. Hoewel bomen natuurlijk langzaam groeien en erg oud worden, zijn er toch voortdurend ontwikkelingen te zien. Bomen waaien om, worden bedreigd door bouwplannen, verliezen onverwacht een deel van hun kroon, worden ziek enzovoort. Als Bomenstichting vinden we het belangrijk om op deze manier aandacht te vragen voor de belangrijke plaats van bomen in onze natuur en cultuur’.
Websites
Bomen van de Ereklasse:
http://www.bomenstichting.nl/monumentale-bomen/bomen-van-de-ereklasse/10-bijzondere-bomen-in-friesland.html
Het Landelijk Register van Monumentale Bomen: www.monumentalebomen.nl
_____________________________________________________________________________
Illustratie 1

De Poppebeam van Jubbega
De Poppebeam is geplant in 1861, de omtrek bedraagt 5,85 m en de boom is ca. 23 meter hoog.
Een werkelijk monumentale boom: enorm dik, met een machtige volle kroon, markant langs de weg en de Schoterlandse Compagnonsvaart èn met een bijzonder verhaal! Hij vormt een twee-eenheid met een minuscuul vervenershuisje, het onderkomen van een turfsteker en zijn gezin. Nadat de bouw was voltooid in 1861 plantte eigenaar Berend Oedszes Weidema samen met zijn broer een beukje voor het huis. De boom overschaduwt inmiddels dit huisje volledig.
De beuk staat ook bekend als ‘Poppebeam’: pop is Fries voor baby. Het is een boom waar volgens overlevering de kindertjes vandaan komen. In vroeger tijden werd een dergelijk verhaal aan kinderen verteld. In Friesland hebben in het verleden minstens twaalf ‘poppebeamen’ gestaan. Waarschijnlijk werd in een regio een oude, vaak holle boom deze functie toegedicht. De beuk van Jubbega is beslist dik maar nog altijd niet hol! De kinderen werden misschien tussen zijn takken gevonden!
Illustratie 2

De witte paardenkastanje bij het Poptaslot in Marssum
De boom is geplant in 1840, de stam heeft een omtrek van 4,75 m en de boom is ca. 19 m. hoog.
De kastanje bij het Poptaslot in Marssum mag worden gerekend tot de fraaiste bomen in Friesland. Hij staat centraal in de tuin aan de oostzijde van dit pittoreske kasteeltje, dat ook Heringastate wordt genoemd. De tuin is in 1840 ontworpen door L.P. Roodbaard: in dat jaar liet hij de kastanje en enkele omringende esdoorns planten. De takken van de kastanje rijken rondom tot op de grond. Om te voorkomen dat ze afleggers vormen die de moederboom gaan beconcurreren, belet de tuinbaas dat ze gaan wortelen
 

De Atlas Natuurlijk Kapitaal toont de bijdrage van groen en water aan de tempering van het stedelijk hitte-eiland effect.

Temperend

Steeds meer Nederlanders wonen in steden. Steden groeien de komend decennia nog fors. De huidige klimaatuitdagingen én de leefbaarheid dienen daarbij wel in het oog gehouden te worden. Niemand vindt het prettig tussen veel steen te wonen. Bovendien absorbeert steen geen water van hoosbuien. Én steen veroorzaakt extra verhitting tijdens hete zomerperioden.
Het RIVM en VITO (Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek) hebben kaarten gemaakt waarmee de hitte-effecten visueel inzichtelijk worden. Iedereen kan nu in een oogopslag zien hoe rood zijn of haar stad of dorp ‘scoort’ tijdens een periode van hoge temperaturen. En hoe roder, des te meer warmte er in de stad blijft hangen. De kaart ‘Stedelijk hitte-eiland effect in Nederland’ toont het verschil tussen het stedelijke en het omringende landelijke gebied. Daar waar het aandeel steen groot en het aandeel groen en water klein is, geeft de kaart een dieprode kleur. Parkrijke locaties tonen daarentegen meer gele en groenblauwe kleuren. Dergelijke terreinen kunnen het stedelijk hitte-eiland effect namelijk temperen.

Rekenmodel

Er is een relatie tussen het hitte-eiland effect enerzijds en de combinatie van bevolkingsdichtheid en windsnelheid op 10 meter hoogte anderzijds. Deze correlatie is meegenomen in de berekeningen die voor deze kaart zijn gemaakt. Voor de verdere modellering zijn steden en dorpen in rasters verdeeld, waarna het percentage groen en blauw (water) rondom elke rastercel is berekend. Ook het aandeel verharding in een straal van een kilometer rondom de rastercel vormt onderdeel van de invoer.

Apeldoorn

Het is goed te zien hoe parken en open groene plekken bijdragen aan het verzachten van het hitte-eiland effect. Als voorbeeld tonen we Apeldoorn. Op de kaart hieronder is te zien hoe het

buitengebied de randen van de stad positief beïnvloedt (druk op de kaart voor een vergroting). De lichtblauwe kleur geeft aan dat de etmaalgemiddelde temperatuur dan wel 0,6 tot 0,8 graden hoger is dan in het buitengebied, maar ten opzichte van meer centraal gelegen delen van de stad is dat zeer bescheiden. Het centrum van Apeldoorn heeft het grootste hitte-eiland effect. Her en der zijn plekken te zien die ook relatief koel zijn: parken, sportvelden, bossen.
Interessanter wordt het nog in de tweede kaart die door het RIVM en VITO is ontwikkeld. Op deze kaart ‘Verkoelend effect van groen en blauw’ wordt zichtbaar welke plekken in de stad de hitte temperen. Voor Apeldoorn geldt dat er diverse groenblauwe lobben aanwezig zijn. Deze relatief koele lobben komen overeen met sportvelden, parken en plekken met weinig
bebouwing. De groene stroken bestaan deels uit laanbeplanting. Bij verder inzoomen komt een wijk als De Par

ken tamelijk goed uit de bus. Daar staan de huizen ver uit elkaar, zijn er naast diverse parken ook grote groene tuinen en zijn er vrij veel oude bomen.

En nu uw eigen woonplaats

Ook uw eigen stad of dorp kunt u nu heel snel met behulp van de Atlas Natuurlijk Kapitaal aan een hitte-onderzoekje onderwerpen. Ga naar de kaart Stedelijk hitte-eiland effect of de kaart Verkoelend effect van groen en blauw. Deze kaarten kunnen misschien wel de aanzet zijn tot een gesprek over het aandeel groen in uw buurt.
Bron: http://www.atlasnatuurlijkkapitaal.nl

Groene Coalitie pleit voor meer groene kinderopvang en scholen
Op 16 mei was het de dag van de Groene Kinderopvang. In Perscentrum Nieuwspoort in Den Haag werd het Groene Manifest, waarin gepleit wordt voor meer groene speelpleinen bij de kinderopvang en groene schoolpleinen bij basisscholen, ondertekend door de stichting Groen Cement, Branchevereniging VHG (de branchevereniging voor ondernemers in het groen), Springzaad en het vaktijdschrift Kinderopvang. Daarmee willen zij het komende kabinet oproepen tot voortdurende en structurele aandacht in de kinderopvang en op de basisschool voor natuurbeleving en vrij buitenspel in een natuurlijke omgeving.
De initiatiefnemers presenteerden het manifest aan Tweede Kamerlid Suzanne Kröger van Groen Links. Ook haar partijgenoot en collega-Kamerlid Lisa Westerveld was hierbij aanwezig. Mevrouw Kröger gaf aan dat haar partij dit thema heel belangrijk vindt en zich er hard voor zal maken. De komende periode zullen nog meer organisaties het manifest ondertekenen.
Groene volwassenen Natuur is belangrijk voor alle kinderen. Natuurbeleving en vrij buitenspel in een natuurlijke omgeving is goed voor het welzijn van kinderen. Het draagt bij aan de ontwikkeling van hun sociaal-emotionele, cognitieve en motorische vaardigheden. Een uitdagende groene omgeving prikkelt de verbeeldingskracht en creativiteit van kinderen. ‘Groene kinderen worden groene volwassenen’, zo luidt de kernboodschap van het manifest. Wie op jonge leeftijd in contact is met de natuur zal er later goed voor willen zorgen en sneller kiezen voor een duurzamere leefstijl en gezonder voedingspatroon.
Brede oproep De ondertekenaars van het manifest richten zich niet alleen tot de politiek, maar ook tot beleidsmakers, kinderopvangorganisaties, scholen, de GGD, de opleidingen voor pedagogisch medewerkers en leerkrachten, de NME-sector en ouders om mee te werken aan deze groene verandering.

Op de themabijeenkomst Groene Verstedelijking van De Groene Stad in samenwerking met de provincie Zuid-Holland, zijn dinsdagmiddag 18 april in Den Haag de eerste factsheets gepresenteerd.
In deze publicaties worden de uitkomsten van wetenschappelijk onderzoek naar het effect van groen op onze woonomgeving, leerprestaties, gezondheid en werkomgeving op een toegankelijke manier beschreven. De onderzoeken vonden plaats in het kader van het onderzoekproject ‘De Groene Agenda’. De factsheets tonen aan dat groen niet alleen een mooi decor biedt maar ook meerwaarde levert op diverse maatschappelijke terreinen.
Hetti van Hamersveld, senior beleidsmedewerker groenbeleid,  –nam namens de provincie Zuid-Holland de eerste exemplaren in ontvangst.
Op dit moment zijn vijf factsheets beschikbaar. De thema’s zijn:

  1. Groen, meer dan mooi en gezond
  2. Groen en Leren
  3. Groen en Wonen
  4. Groen en Herstellen
  5. Groen en Werken

De uitgaven zijn onderdeel van ‘De Groene Agenda’, een programma waarin kennisinstellingen samen met ondernemers innovatieve groenconcepten ontwikkelen en testen. De Groene Stad werkt hierin samen met Royal Flora Holland en vooraanstaande kennisinstellingen zoals de WUR en de VU.
Met deze uitgaven wordt het belang van het werk van De Groene Stad wordt onderstreept. Om dat te kunnen voortzetten is het belangrijk dat bedrijven, overheden en andere organisaties de schouders onder De Groene Stad zetten. Dat kan door ondertekening van De Groene Stad Charta.
Ook werd er een doorkijkje naar de toekomst gegeven. Een rol voor De Groene Stad is om het groene denken op de agenda te houden. De Groene Stad biedt een platform aan waar bedrijven, overheden en organisaties elkaar kunnen ontmoeten rond het thema groen. Verder vertaalt De Groene Stad de uitkomsten van wetenschappelijk onderzoek naar de praktijk en deelt geslaagde praktijkcases uit binnen- en buitenland met overheden en bedrijfsleven.

Tijdens de themabijeenkomst Groene Verstedelijking in de Statenzaal van het Provinciehuis van Zuid-Holland vond een gedachtewisseling plaats van Zuid-Hollandse topambtenaren, wetenschappers, natuurorganisaties, bedrijfsleven en beleidsambtenaren van gemeenten.
De factsheets zijn te vinden op www.degroenestad.nl/factsheets
 

Dertien natuurgebieden strijden om de titel ‘Mooiste Natuurgebied van Nederland’. De gebieden zijn vandaag genomineerd door een vakjury onder leiding van professor Pieter van Vollenhoven. Het publiek bepaalt de uiteindelijke winnaars. Vanaf vandaag tot en met 31 oktober kan het publiek stemmen.

De vakjury maakte de nominaties bekend in het televisieprogramma De Wereld Draait Door. Op basis van vooraf vastgestelde criteria heeft de jury een selectie gemaakt uit twintig geldige inzendingen. In haar voordracht schrijft de jury dat zij buitengewoon enthousiast is over de inspirerende inzendingen. “Het denken over een grotere ruimtelijke samenhang, duurzaam beheer en samenwerking tussen eigenaars, beheerders en bestuurders van de belangrijkste Nederlandse landschappen heeft een belangrijke impuls gekregen”, aldus de jury.
De genomineerden zijn (in alfabetische volgorde):

  • NLDelta Biesbosch – Haringvliet (Noord-Brabant, Zuid-Holland);
  • Nationaal Park Drentsche Aa (Drenthe);
  • De Friese WIJlanden (Friesland);
  • GrensparkLimburg (Limburg);
  • Nationaal Park Heuvelrug (Utrecht, Noord-Holland);
  • Nationaal Park Hollandse Duinen (Zuid-Holland);
  • Nationaal Park Nieuw Land (Flevoland);
  • Nationaal Park Oosterschelde (Zeeland);
  • Saba en omringende zee (Saba);
  • Van Gogh Nationaal Park (Noord-Brabant);
  • De Veluwe (Gelderland);
  • Het Nederlandse Waddengebied (Noord-Holland, Friesland en Groningen)
  • Weerribben – Wieden (Overijssel)

natuurgebieden
Het publiek kan zijn stem uitbrengen tot maandag 31 oktober 13.00 uur. Nog diezelfde avond wordt de uitslag bekend gemaakt. De drie gebieden met de meeste stemmen ontvangen elk een bedrag van maximaal 300.000 euro om te investeren in kwaliteitsverbetering van hun gebied. Ook worden de winnaars de komende jaren in binnen- en buitenland gepromoot als iconen van de Nederlandse natuur. Naast de drie gebieden die door het publiek worden gekozen, kan de vakjury nog een vierde gebied aanwijzen. Staatssecretaris Martijn van Dam van Economische Zaken: “We hebben prachtige inzendingen uit alle windstreken van Nederland gekregen. De vakjury heeft een selectie gemaakt en nu is de keuze aan het publiek.”
De verkiezing van het ‘Mooiste Natuurgebied van Nederland’ is een initiatief van staatssecretaris Van Dam. Met de publieksverkiezing wil hij mensen meer betrekken bij wat onze natuur te bieden heeft en natuurgebieden de kans geven zich te ontwikkelen tot nationale iconen, net zoals bijvoorbeeld Amsterdam, Hollandse tulpen en molens. Onder meer door te investeren in de kwaliteit van de natuur, de verbinding van natuur- en cultuurlandschappen en het verbeteren van activiteiten en voorzieningen moeten de gebieden aantrekkelijker worden voor binnen- en buitenlandse bezoekers. Hierbij is het van groot belang dat er een goede balans blijft tussen het beschermen en het beleven van de natuur.
Televisiemaker, reiziger en pleitbezorger van de natuur Floortje Dessing is bereid om ambassadeur voor deze publieksverkiezing te zijn. Van Dam: “Geweldig dat zij ambassadeur wil zijn van deze verkiezing. Floortje Dessing heeft de mooiste plekken van de wereld bezocht en heeft ons laten zien hoe belangrijk het is de wereldwijde natuur en onze mondiale culturele verscheidenheid te koesteren. Alleen al het feit dat zij dit wil doen, laat zien dat ook onze Nederlandse natuur zeer de moeite waard is en het verdient beschermd en bezocht te worden!”
Bron: Rijksoverheid

De Haagse natuur staat onder druk door steeds meer bouwplannen en door de aanleg van nieuwe wegen. Gebouwen worden bovendien zo gebouwd dat huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen geen nestelgelegenheden meer hebben. Ook is er gebrek aan groen in veel Haagse wijken en belemmeren bouwprojecten verbindingen tussen het Haagse groen, waardoor dieren in de verdrukking komen. enovatie en nieuwbouw bieden kansen voor meer natuur in de stad. Door eenvoudige aanpassingen kan rekening gehouden worden met de natuur. De Partij voor de Dieren heeft meerdere keren bij het stadsbestuur aangedrongen op ‘natuurinclusief bouwen’. Naar aanleiding van de PvdD-motie die in 2015 werd aangenomen heeft het college natuurinclusief bouwen onderzocht. Hieruit is een maatregelenpakket voortgekomen.
De gemeente gaat nu in gesprek met woningbouwcorporaties en gaat bewoners en andere partijen wijzen op hoe zij de natuur meer centraal kunnen stellen bij nieuw- of verbouw. Ook bij de inrichting van de openbare ruimte gaat de gemeente meer rekening houden met de natuur in de stad. Daarnaast starten twee proefprojecten op het Erasmusveld en in de Binckhorst, waarbij natuurinclusief bouwen een centrale rol zal spelen. Lees hier het volledige maatregelenpakket.
Gemeenteraadslid Christine Teunissen: “Het is een goede zaak dat bij toekomstige bouwontwikkelingen in de stad de natuur een centralere rol gaat spelen. Op die manier kan de stad worden vergroend en worden de leefomstandigheden van dieren verbeterd. Het zorgt ervoor dat diersoorten zoals de mus niet uit onze stad verdwijnen en dat er een gezondere en groenere woonomgeving ontstaat.“

De gemeente Breda ontvangt subsidie van de provincie Noord-Brabant om de natuur in Breda en natuurbeleving onder haar inwoners te versterken. In totaal stelt de provincie zo’n 250.000 euro beschikbaar om een tweetal projecten in Breda uit te voeren.
De gemeente ontvangt voor het Ulvenhoutse Bos een subsidie van 146.720 euro om te werken aan het hydrologisch herstel van het bos. Tevens wordt de parkeersituatie gewijzigd om de bermen te beschermen. De te nemen maatregelen zijn opgesteld samen met de provincie, het waterschap en Staatsbosbeheer en zullen in de loop van 2017 worden uitgevoerd. Het Ulvenhoutse bos heeft een natura 2000-status. Dit is de hoogste status die vanuit Europa aan een natuurgebied kan worden gegeven. Met de maatregelen verwacht de gemeente samen met partners dat het Ulvenhoutse bos veerkrachtiger wordt en daarmee minder kwetsbaar voor stikstof.
De provincie stelt tevens 100.000 euro beschikbaar voor het project Natuur in de wijk in Breda. De gemeente draagt zelf 30.000 euro bij aan het project. Hiermee wil de gemeente natuurbeleving onder de bewoners in het centrum en Belcrum versterken en gericht maatregelen nemen voor behoud van een aantal stedelijke diersoorten zoals vleermuizen en huismussen. Natuur in de wijk kent een looptijd van drie jaar en zal starten met een onderzoek naar het voorkomen van soorten in de stad. Binnen het project wordt de nadruk op zowel beleving, voorlichting als soortbescherming gelegd.
Wethouder Paul de Beer: “Met deze subsidies versterken we de ingezette lijn vanuit het college om de natuur in Breda een flinke impuls te geven. Hiermee kunnen we natuur in de stad op een aantrekkelijke en moderne manier onder de aandacht brengen bij onze inwoners. Denk bijvoorbeeld aan het zichtbaar maken van vleermuizen aan de hand van hun sonargeluiden. De subsidie voor het Ulvenhoutse Bos is een mooie blijk van waardering voor de weg die we samen met andere partijen zijn ingeslagen om dit unieke gebied verder te versterken en te beschermen.”
Bron: breda.nl