Berichten

Workshop TEEB Stad tijdens de Groene Ochtend op Dag van de Openbare Ruimte

Op woensdag 10 oktober wordt op de Dag van de Openbare Ruimte de Groene Ochtend georganiseerd. Het programma staat dit jaar in het teken van de studie TEEB Stad. TEEB staat voor The Economics of Ecosystems and Biodiversity, dit is een internationale studie naar de economische betekenis van biodiversiteit en ecosysteemdiensten.

Onderzoek laat zien dat groen en water vele baten opleveren, onder andere lagere zorgkosten, een hogere waarde van onroerend goed, besparing op energiekosten en vermindering van de kosten voor afvoer en zuivering van regenwater. Het doel van TEEB is om die maatschappelijke baten van groenblauwe maatregelen als vanzelfsprekend mee te nemen in investeringskeuzes en besluitvorming rond ruimtelijke projecten.
In het project TEEB Stad ontwikkelde ingenieursbureau Witteveen+Bos een instrument waarmee zichtbaar wordt wanneer groen- en waterbaten ontstaan, hoe hoog de voordelen zijn en hoe baathouders betrokken kunnen worden als investeerder. In het project draait alles om redeneren, rekenen en verdienen.

Programma
Geïnteresseerden zijn 10 oktober a.s. vanaf 10:30  van harte welkom om een workshop over TEEB gratis bij te wonen.  Het programma bestaat uit:

Batenspel door Ursula Kirchholtes van ingenieursbureau Witteveen+Bos.
Met het batenspel van natuur en water maakt u kennis met de kern van de maatschappelijke kostenbatenanalyse (MKBA): het maken van maatregel-kwaliteit-baatcombinaties (tritet). Diegene met de meeste tritetten wint. U wordt uitgedaagd tot samenwerken en het creatief zoeken naar baten buiten uw eigen sector.

Lezing over de toepassing van baten in het planproces door Ursula Kirchholtes van Witteveen+Bos.
Na een korte toelichting op het ontstaan van baten laten we u zien hoe gemeenten baten hebben toegepast bij het ontwerp, de verantwoording van de investering en de onderhandeling met investeerders. Dit wordt geïllustreerd aan de hand van de case Almelo.

Discussie over het toepassen van baten in de praktijk onder leiding van Dinand Ekkel, lector Natuurlijk Gezond Samen-leven bij hogeschool CAH Almere. In de discussie komen zaken aan bod als ontwerpen met groen, communiceren met baathouders, bewonersparticipatie, onderhandelen, bezuinigingen en beeldkwaliteit.

Doelgroep
De Dag van de Openbare Ruimte is het jaarlijkse ontmoetingsmoment voor iedereen die werkzaam is binnen het werkveld openbare ruimte: ontwerp, inrichting, onderhoud en beheer.
De workshop TEEB is gericht op uitvoerders en beleidsmakers. Na afloop ontvangt iedere deelnemer het boek Groen Loont met TEEB Stad met daarin de resultaten van het project van het afgelopen jaar. Dit boek wordt door staatssecretaris Bleker van het ministerie van Economische Zaken, Landbouw & Innovatie aangeboden aan de Tweede Kamer. Maximaal 60 personen kunnen deelnemen aan deze workshop.

Registreren
Via www.dagvandeopenbareruimte.nl kunt u zich gratis registeren voor een toegangskaart voor de Dag van de Openbare Ruimte. U hoeft zich niet aan te melden voor de workshop.

Initiatiefnemers Groene Ochtend
De Groene Ochtend wordt georganiseerd door Groenkeur, HIC – promotie van groen, Branchevereniging VHG en Plant Publicity Holland in samenwerking met ingenieursbureau Witteveen+Bos en TEEB Stad.
 

 

 

 

 

 

Baten van een goed ingerichte en beheerde openbare ruimte

Een goede openbare ruimte draagt bij aan actuele maatschappelijke thema’s zoals sociale samenhang, gezondheid, mobiliteit, leefbaarheid en vastgoedwaarde. Een gemeente die investeert in een goed ontworpen en onderhouden openbare ruimte, investeert dus ook in de sociale cohesie in een wijk en in de gezondheid van zijn burgers.

Daarnaast is er financieel voordeel. Voor een gemeente zijn WOZ-inkomsten een belangrijke inkomstenbron. Als die waarde omhooggaat doordat de openbare ruimte bij woningen aantrekkelijk is, heeft de gemeente ook geldelijk profijt van haar investering. Maar hoe stel je dergelijke opbrengsten vast?

MKBA voor de openbare ruimte
De recent verschenen CROW-publicatie 312 ‘Baten van de openbare ruimte’ biedt uitkomst. Deze publicatie beschrijft hoe een maatschappelijke kosten-/batenanalyse (MKBA) voor de openbare ruimte gemaakt kan worden; bevat enkele nieuwe kengetallen waarmee de maatschappelijke baten van beheer en (her)inrichting berekend kunnen worden; en bevat een reeks meetlatten om de kwaliteit van de openbare ruimte te meten. Dankzij deze hulpmiddelen is het mogelijk de baten een duidelijke plek op de jaarrekening te geven, naast de kosten. Daarbij biedt het input voor de beleidsdiscussie.

Deze publicatie is voor professionals uit de praktijk die zich bezighouden met het ontwerpen, inrichten en beheren van openbare ruimtes.

Gebruikers beleven openbare ruimte anders dan professionals beogen

Professionals hebben vaak een ander beeld van wat belangrijk is voor openbare plekken zoals pleinen en winkelstraten dan gebruikers. Dit is één van de conclusies uit het onderzoek ‘Openbare ruimte als professionele opgave en alledaagse omgeving’, voortkomend uit een consortium van Nicis Institute in samenwerking met verschillende universiteiten en gemeenten. Op 6 plaatsen in Amsterdam, Rotterdam en Utrecht is gekeken naar gebruik en beleving van pleinen en straten met een belangrijke wijk- of straatfunctie.

Bescheiden opstelling
De onderzoekers interviewden professionals en gebruikers van de openbare ruimte. Professionals zijn ontwikkelaars, ontwerpers, bouwers en financiers. Zij hechten vooral belang aan levendigheid en zien de openbare ruimte als ontmoetingsplaats. Dit is vaak te ambitieus. Gebruikers zijn vaak maar kortstondig op een plek. De ontmoetingen zijn vluchtig en worden niet altijd als positief ervaren.

Fysieke kenmerken hebben beperkte invloed op gebruik
Professionals moeten oppassen voor ruimtelijk determinisme. De fysieke kenmerken van een openbare ruimte zijn niet bepalend voor het uiteindelijke gebruik ervan. Juist de sociale sfeer speelt een grote rol. Voor gebruikers is het vooral belangrijk of er überhaupt mensen in de openbare ruimte zijn en hoe de mensen die ruimte vervolgens gebruiken. Onder professionals is er een continue tendens voor het hervormen van de openbare ruimte. Er moet onderscheid zijn in zinvol preventief optreden en het afzien van te veel professionele hebzucht.

Activiteiten in openbare ruimte
De wensen en ervaringen van gebruikers zijn erg uiteenlopend. Het is dan ook lastig om een openbare ruimte te ontwerpen naar ieders wensen. Waar de ene gebruiker veel mensen op een plek veilig vindt, kan een ander dit juist als onveilig ervaren. Wel blijkt dat de programmering van activiteiten belangrijk wordt gevonden door gebruikers. Dit varieert van een braderie tot de mogelijkheid van het lenen van speelgoed. Vooral de hierdoor ontstane levendigheid stemt tevreden.

Meer informatie
Het rapport ‘Openbare ruimte als professionele opgave en alledaagse omgeving’ is onderdeel van het onderzoeksprogramma ‘Kennis voor krachtige Steden’ van Nicis Institute. Dit onderzoek is onder leiding van prof. dr. Jack Burgers uitgevoerd in samenwerking met de Erasmus Universiteit Rotterdam, de Universiteit van Amsterdam, Onderzoeksinstituut OTB/TU Delft, de Humboldt Universität Berlijn en de gemeenten Amsterdam, Rotterdam en Utrecht. Download het rapport »

Woonconsument spreekt voorkeur uit voor dorps woonmilieu in kwalitatief goede openbare ruimte

Een onderzoek onder Utrechtse woonconsumenten heeft een schat aan informatie opgeleverd over hoe mensen willen wonen in de nieuwe Utrechtse wijk Haarzicht. Een ruime meerderheid (70 procent) kiest voor een dorps woonmilieu in een kwalitatief goede openbare ruimte met bijvoorbeeld grote bomen.

Het merendeel van de respondenten wil wonen in een twee-onder-een-kap-, hoek- of vrijstaande woning, waarvoor ze een prijs willen betalen die ligt tussen de € 300.000 en € 400.000.

Gebieds- en vastgoedontwikkelaar AM gebruikt de uitkomsten van het onderzoek voor de planontwikkeling zodat de opzet van de nieuwe wijk en het ontwerp van de woningen aansluiten op de wensen van de toekomstige bewoners. Aan het onderzoek deden een kleine driehonderd huishoudens mee.

Natuur, groen en veiligheid zijn de belangrijkste woonwaarden
De respondenten van het onderzoek voor Haarzicht zijn voornamelijk gezinnen uit de regio Utrecht. De leeftijdscategorie van 35 tot 45 jaar is met veertig procent het beste vertegenwoordigd. De prijs-kwaliteitverhouding, natuur en groen en veiligheid zijn de belangrijkste woonwaarden die worden genoemd voor Haarzicht. Respondenten geven aan meer te willen betalen voor een nieuwbouwwoning als de openbare ruimte meer kwaliteit heeft, bijvoorbeeld door het planten van volwassen bomen. Bijna de helft van de respondenten vindt Haarzuilens het aansprekendste dorp uit de regio.

Kleinschalige buurt
Haarzicht ligt ten noordwesten van de kern Vleuten. De nieuwe wijk wordt een kleinschalige buurt met ruim vijfhonderd woningen. Haarzicht krijgt een dorps woonmilieu, een gebiedseigen identiteit en een ontspannen sfeer. De woonwijk ligt in een landelijke omgeving met ten westen het Landinrichtingsplan Haarzuilens, dat wordt ingericht als recreatiegebied, en ten noorden de Thematervelden en de Haarrijnseplas. Naast woningen komen er ook voorzieningen in Haarzicht, waaronder een basisschool en buitenschoolse opvang. Volgens de huidige planning worden de eerste woningen in 2015 opgeleverd.

Crowdsourcing
Het onderzoek is uitgevoerd volgens de methode van crowdsourcing. Met deze methode worden woonconsumenten uitgenodigd via internet mee te denken over de ontwikkeling van een nieuwe woon- en leefomgeving. AM hanteert deze methode al meerdere jaren, maar met de beschikbaarheid van social media en internetsites als Funda en Google is het bereik nu vele malen groter. AM zal crowdsourcing in de toekomst in meerdere projecten toepassen.

Bron:
Binnenlands Bestuur / Dagblad Trouw

——————————————————————————–

Deze website is powered by Plant Publicity Holland, Groenforum Nederland en wordt mogelijk gemaakt door Productschap Tuinbouw.
 
 
 
 

Structuurvisie Amersfoort: ‘meer ruimte voor het verbinden van grote groengebieden’

Amersfoort wil de ambitie waarmaken om een vitale en duurzame stad te zijn met een centrumfunctie voor de regio. In de basisrichting voor de Structuurvisie Amersfoort 2030 doet het college voorstellen aan de gemeenteraad, zoals bijvoorbeeld meer ruimte voor het verbinden van de grote groengebieden in de stad.

De basisrichting voor de structuurvisie is tot stand gekomen in samenspraak met de brede participatiegroep en is gebaseerd op de ambities die de raad eerder vaststelde. Die richting bestaat uit de stedelijke opgaven die Amersfoort heeft: het versterken van groene verbindingen in de stad en met het buitengebied; het verbeteren van de bereikbaarheid voor openbaar vervoer, fiets en auto in samenhang met de verbetering van de openbare ruimte; meer (regionale) voorzieningen en stedelijke woon- en werkmilieus in en rondom het Stadshart; intensiveren van de stedelijke knooppunten (meer woningen en werkgelegenheid rondom de stations) en behouden van de karakteristiek van de verschillende Amersfoortse wijken en werklocaties.

 


Ruimtelijke toekomst van de stad
“De Structuurvisie mondt uit in een stip aan de horizon: een beeld van de ruimtelijke toekomst van onze stad. Allerlei initiatieven uit de stad toetsen we in de toekomst aan de gewenste richting. De Structuurvisie Amersfoort 2030 is daarmee een ontwerpopgave voor iedereen die wil meebouwen aan het Amersfoort van 2030″, zegt wethouder Mirjam Barendregt (ruimtelijke ontwikkeling). “Het is zaak de sterke structuurbepalende elementen in onze stad te benutten en verder te versterken, zoals het spoor, de Eem en het groen in en om de stad.”

Grote groengebieden
De voorgestelde richting biedt bijvoorbeeld meer ruimte voor het verbinden van de grote groengebieden in de stad met het buitengebied zoals Park Randenbroek met Heiligenberg en De Schammer.

Volledige bericht ‘Voorstel voor basisrichting Structuurvisie Amersfoort 2030’ »

Bron:
Gemeente Amersfoort

——————————————————————————–

Deze website is powered by Plant Publicity Holland, Groenforum Nederland en wordt mogelijk gemaakt door Productschap Tuinbouw.
 
 

 

 

Themadagen over gebruiksgericht ontwerpen en beheren van de openbare ruimte

Hoe maken we een Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR), Inrichtingshandboek of Standaard Programma van Eisen Openbare Ruimte tot een instrument dat ons echt helpt in de diverse projectfasen bij een (her)inrichting van de openbare ruimte? Dat is het centrale onderwerp van de nieuwe serie themadagen van Vereniging Stadswerk Nederland.

Termen als beheerbewust inrichten en ontwerpbewust beheren kennen we allemaal. En we proberen ook op deze manier te werken. Veel gemeenten hebben instrumenten ontwikkeld om beheerbewust in te richten en ontwerpbewust te beheren. Een Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR) is een voorbeeld van zo’n instrument. Er zijn meerdere schaalniveaus (gebied-, straat- en elementniveau) waarop in een gemeente de ontwikkeling en het beheer van de openbare ruimte plaatsvinden en een LIOR van nut zou kunnen zijn. 

In de praktijk lijkt het echter vooral te gaan om het straatniveau. En zelfs op dit schaalniveau leidt het werken volgens een LIOR vaak niet tot het gewenste resultaat. Tijdens de themadagen krijgen deelnemers handvatten om een LIOR te maken die op alle schaalniveaus en in alle projectfasen te gebruiken is. Omdat het gebruik centraal moet staan in de planprocessen voor (her)inrichting van de openbare ruimte zal dit aspect een prominentere plaats moeten krijgen in de LIOR.

Ervaringsdeskundigen
Zoals gebruikelijk op de themadagen van Stadswerk komen er ook deze keer deskundigen aan het woord en is er volop gelegenheid om uw eigen praktijksituaties naar voren te brengen. Ook krijgt u informatie en tips over de inrichting, het beheer en het gebruik van de openbare ruimte. Zo is één van de sprekers socioloog van beroep en komt ook een omgevingstechnoloog aan het woord.

Doelgroep
De themadagen zijn bedoeld voor ontwerpers, beheerders, wijkcoördinatoren, bestuur- en beleidsadviseurs openbare ruimte die werken bij of voor gemeenten.

Informatie en deelname
Voor meer informatie, het opvragen van de uitnodigingsbrochure met daarin onder meer het precieze programma of opgave aan ̩̩n van de themadagen kan contact worden opgenomen met het Stadswerk Verenigingsbureau, 0318 Р692 721 of info@stadswerk.nl of www.stadswerk.nl.

De themadagen vinden plaats op:

  • Donderdag 7 april 2011 op de HAS Den Bosch in ‘s Hertogenbosch
  • Vrijdag 15 april 2011 op de CAH in Dronten

      

 

 

 

Aanleg openbare ruimte gebaat bij meer flexibiliteit

Opdrachtgevers en -nemers moeten vaker samen optrekken in het realiseren van de openbare ruimte. Het gebeurt nog te vaak dat straten, pleinen en parken verslonzen of weer ingrijpend worden aangepast omdat niet wordt overlegd.

Dat zeggen gemeentelijk ontwerper van de openbare ruimte Frank van der Zanden in Utrecht en zijn collega Rob van der Ham in Den Haag. Bij de aanleg is flexibiliteit in de openbare ruimte belangrijk omdat de functies steeds veranderen, maar gemeenten moeten ook de durf hebben bepaalde onderdelen in de plannen vast te timmeren.

Omlooptijd van een boom
Van der Ham: “De gemiddelde omlooptijd van een boom in de gemeente Den Haag is vijftien jaar. Terwijl een boom pas na zo’n vijftig jaar echt een belangrijk onderdeel van de openbare ruimte wordt.”

Bron:
Cobouw

Park Sonsbeek verkozen tot beste Openbare Ruimte

Park Sonsbeek in Arnhem is zowel door de vakjury als het publiek gekozen tot Beste Openbare Ruimte van 2010. Op de vakbeurs Urban Design kregen zij op 14 april 2010 de prijs uitgereikt door Henk Hartzema, lector Urbanism aan de Academie van Bouwkunst. Naast Park Sonsbeek waren Park Valkenberg in Breda en het Kralingse Bos in Rotterdam genomineerd voor de Award Beste Openbare Ruimte 2010.

De vakjury koos bijna unaniem voor het park met de meest heldere formule, dat met grote zorgvuldigheid wordt beheerd en waar de communicatie met gebruikersgroepen grote aandacht krijgt. En dat is Park Sonsbeek. Volgens het juryrapport worden ‘in dit park alle opties aangegrepen en is de visie overtuigend: wat de betrokkenen in hun hoofd hebben, komt ook uit hun handen. Deze visie is helder en dat wordt tot in de grassprietjes doorgevoerd. Daarom is dit monumentale stadspark een voorbeeld voor andere plaatsen’

Burger staat centraal
De vakjury was onder de indruk van Park Sonsbeek. De burger staat er centraal en met een vast team wordt het monumentale stadspark beheerd. Zij zorgen dat het park schoon, heel en veilig is en dat het door de gebruiker zo goed mogelijk gebruikt kan worden. Dat blijkt onder meer uit de goede toegankelijkheid van het park (er zijn maar liefst 75 ingangen), de goede relatie met het bedrijfsleven en een heuse ijsvogelbroedplaats. Maar ook wordt er nagedacht over innovatieve concepten als wandelrecepten via de huisarts, revalidatie in de buitenlucht en natuurlijke speelplekken. Uit het beheer van Park Sonsbeek wordt vervolgens duidelijk dat ‘continuïteit’ een belangrijke waarde is. Gratis internet via een Wifi-verbinding kan hierbij een nieuwe impuls geven. Ook de samenwerking met het bedrijfsleven mag niet onopgemerkt blijven. Daarmee voldoet Park Sonsbeek aan de eis om van maatschappelijke en economische meerwaarde te zijn. Ook het publiek koos Park Sonsbeek als winnaar.

Lees het volledige bericht en de juryrapporten »

Bron:
Stedelijk Interieur

 

 

 

Meer aandacht besteden aan behouden en versterken van groene ruimte

Een groene stad is een gezonde stad. Het behouden en versterken van de groene ruimte verdient meer aandacht. De stad wordt daar mooier van en groen is belangrijk voor ons dagelijkse welzijn. Dit meldt GroenLinks Amsterdam op haar website.

Groengebieden zijn nodig om te kunnen ontspannen, spelen, luieren, wandelen en sporten. Groen in de directe omgeving maakt een locatie ook aantrekkelijker voor bedrijven.

Amsterdam is uniek om zijn omliggende groene zones, water en scheggen die de stad direct met het groen verbinden. De groene scheggen van Amsterdam steken diep de stad in en vormen de stedelijke hoofdgroenstructuur. De versterking van deze structuur heeft prioriteit.

 

Hoofdgroenstructuur beter onderling verbinden
Groen heeft ook functies voor dieren en planten in de stad. Veel dier- en plantensoorten in de stad hebben het moeilijk. Mussen verdwijnen uit het straatbeeld en vlinders zie je nauwelijks meer. Om vogels en vlinders te beschermen wil GroenLinks de hoofdgroenstructuur beter onderling verbinden en koppelen aan de bestaande natuur buiten de stad. In parken en groenstroken wordt gekozen voor ecologisch beheer, zodat deze bloemrijker worden en schuilplaatsen voor dieren behouden blijven. Bij aanleg van nieuw groen wordt bij voorkeur gekozen voor planten met bessen en bloemen, waar de stadse dieren van kunnen eten. 

Lees hier het volledige bericht »

Bron:
GroenLinks Amsterdam

Nieuwe website met informatie over milieu, natuur en ruimte in Nederland

Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en de Universiteit Wageningen hebben onlangs de site www.compendiumvoordeleefomgeving.nl gelanceerd.

Deze website geeft informatie over de actuele kwaliteit van het milieu, de natuur en de ruimte in Nederland.

Waar wordt gebouwd in Nederland en wordt het landschap dan niet aangetast? Hoe staat het met de luchtkwaliteit? En hoe gaat het met de natuur? Discussies over deze onderwerpen hebben baat bij feiten en cijfers. Cijfers die ons vertellen welke ruimtelijke ontwikkelingen er zijn,  wat de milieukwaliteit is en welke veranderingen in de natuur optreden.

 

Relevant
Compendiumvoordeleefomgeving.nl brengt de relevante gegevens bijeen die in Nederland beschikbaar zijn op het gebied van ruimte, natuur en milieu. De informatie op de website beslaat de volle breedte van de genoemde vakgebieden: van afvalproblematiek tot klimaatverandering en van biodiversiteit tot bereikbaarheid. Het gaat veelal om informatie over Nederland. In enkele gevallen ook om informatie over regio’s of over Europa, als dit van belang is voor de  besluitvorming op nationaal niveau.