Berichten

Biodiversiteit begint bij gevarieerd groen in de stad

De stad is bij uitstek de plek voor meer flora en fauna in Nederland. Er liggen daar volop kansen voor inrichting van verschillende leefgebieden. Of het nu gaat om wild begroeide gebieden of fijn afgestemde beplantingen, natte oeverzones of een verticaal bos langs de gevel van hoogbouw. De plant heeft hierin de sleutelpositie. Biodiversiteit begint bij gevarieerd groen. 
In de stad staat de biodiversiteit onder druk door de sobere inrichting van de buitenruimte, efficiënt en traditioneel beheer en versteende tuinen waardoor groen verloren gaat. Toch ligt dáár juist een kans om het tij te keren.
Sleutelpositie Plant
De plant heeft de sleutelpositie. Een rijk insecten- en dierenleven begint bij gevarieerd groen. Vooral bomen, bloembollen, heesters en (vaste) planten die bestuivende insecten aantrekken zijn belangrijk voor de biodiversiteit. Deze insecten houden de botanische rijkdom in stand. Ze zijn een belangrijke schakel in het ecosysteem. De planten en de insecten zijn op hun beurt een voedselbron voor vogels en andere dieren.
Kleine Ingreep, Groot Effect
Wat insecten en dieren nodig hebben, verschilt niet zoveel van onze behoeften: voldoende eten, een veilige woning en een geschikte leefomgeving. Het liefst zo gevarieerd mogelijk en niet ver van elkaar verwijderd. Dan vindt elke soort wat van zijn gading. “Met relatief kleine ingrepen in beheer kan er al veel bereikt worden voor de biodiversiteit zonder hoge kosten”, zegt Joop Spijker, senior onderzoeker team Vegetatie, Bos – en Landschapsecologie bij Wageningen Environmental Research. In bermen of andere grasvegetaties ontstaat een bloemrijke berm als je minder frequent maait, niet alles tegelijk maait en het maaisel na enkele dagen weghaalt. Hoeveel je moet laten staan, hangt af van waar het ecologisch te beheren groen ligt. In de stad waar meer kleinere biotopen zijn, is de vuistregel dat je 10% van het hele gebied in de winter laat overstaan zodat insecten en kleine dieren daar hun toevlucht kunnen zoeken.
Klaarzetten voor Natuur
“Bij aanleg van nieuw groen kun je een gebied zo inrichten dat je het klaarzet voor natuurlijke processen”, aldus Spijker. Dat betekent dat je de bodem niet verrijkt door standaard teeltaarde te gebruiken, maar dat je uitgaat van de oorspronkelijke bodem of juist zorgt voor een schrale bodem en geleidelijke overgangen. Een zandige bodem is een goede uitgangssituatie voor een kruidenrijke vegetatie. Natte terreinen kun je gebruiken om natuurlijke vijvers met een geleidelijke overgang van oeverplanten en rietkragen naar drogere plekken te creëren. Maar ook gevarieerde hagen met vruchten en een geleidelijke overgang tussen grasvegetatie en een bomenrij is belangrijk voor de soortenrijkdom. In stedelijk gebied liggen op het dak nog ongebruikte kansen voor natuur. Net als langs de gevel.  In de factsheet ‘Groen: meer dan mooi en gezond’ uit het programma Groene Agenda staat dat de stad al een goed leefgebied kan zijn voor vlinders en (wilde) bijen als 10% van het oppervlak voorzien is van gevarieerd groen. Deze flora moet dan wel verspreid door de stad liggen, zodat ze van plek naar plek kunnen vliegen,
Van Nature en van Verre
De biodiversiteit heeft het meeste baat bij planten die van nature in Nederlandse gebieden voorkomen. Sommige wilde bijen bijvoorbeeld vliegen alleen op heel specifieke plantensoorten. Toch betekent dit niet dat je alleen inheems sortiment moet aanplanten. Gecultiveerde bomen en planten kunnen het bloeiseizoen verlengen, waardoor insecten langer van voedsel worden voorzien. De welbekende vlinderstruik is oorspronkelijk niet inheems. Toch zijn de vlinders er dol op.
Wat van belang is bij toepassing van uitheemse soorten is dat ze voldoende nectar en stuifmeel bieden. Ook heeft bij het uitzaaien van wilde planten het absolute voorkeur om zaad van Nederlandse soorten te nemen en niet van varianten uit andere klimaatzones. Deze zijn vaak minder geschikt voor de insecten en kunnen de oorspronkelijke soorten wilde planten verdringen.
Cultuursoorten zorgen voor fleur en kleur in stadskernen, op rotondes en parken. En dat wordt gewaardeerd door de inwoners. Joop Spijker: “Biodiversiteit maakt mensen blij.” Wat mooi is, willen mensen mooi houden. Dat scheelt zwerfafval. Bij een aantrekkelijke, stedelijke leefomgeving voor mens, insect en dier gaat het dus om de balans tussen inheemse en gecultiveerde soorten.
Verticaal Bos
Het Trudo Vertical Forest in de Eindhovense wijk Strijp-S is een voorbeeld van een innovatieve toepassing van stedelijk groen die de biodiversiteit verhoogt. Het verticale bos is een ontwerp van de Italiaanse architect Stefano Boeri. De groene woontoren krijgt 125 sociale huurwoningen met elk een balkon en twee grote plantenbakken. Straks groeien daar 125 volwassen inheemse bomen en 5.200 struiken en planten in grijs- en roodtinten. Brenda Swinkels is als groenadviseur betrokken bij het project. “We hebben gekozen voor variatie in sterke boomsoorten die in een bak kunnen groeien, windbestendig zijn en ziekteresistent. Acer campestre, Amelanchier lamarckii, Sorbus ‘Dodong’, Prunus x yedoensis en Cotinus coggygria ‘Royal Purple’ zijn soorten die straks de gevel in het groen zetten. Voor Swinkels is het duidelijk: “We moeten zo langzamerhand af van het traditioneel bouwen en de natuur terugbrengen in de stad.”
 

De Groene Agenda: Planten voor een beter binnenklimaat

De Groene Agenda is een programma waarin kennisinstellingen samen met ondernemers innovatieve groenconcepten ontwikkelen en testen. De komende decennia wordt de samenleving geconfronteerd met extremere weersomstandigheden, vergrijzing van de bevolking en toenemende verstedelijking. Daarnaast zal de dalende kwaliteit van de woon-, werk- en leefomgeving een groeiend negatief effect hebben op de gezondheid en het welbevinden van de mens. Groen kan een bijdrage leveren aan de oplossing van dit soort problemen. De positieve effecten van groen zijn in verschillende onderzoeken aangetoond. Dankzij het Programma de Groene Agenda kan deze kennis nu worden omgezet naar kunde en verdienmodellen. De looptijd van het programma is vijf jaar.
Planten voor een prima binnenklimaat is een project om de kosten en baten van groenoplossingen in gebouwen te kwantificeren zodat planten van een ‘kostenpost’ veranderen in een ‘kostenbesparing’.
Het binnenklimaat in veel gebouwen is slecht. Dit komt de gezondheid en het welzijn van de mens niet ten goede. Planten kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan het oplossen van binnenklimaat-problemen.
• Ze brengen vocht in de lucht en kunnen lucht reinigen van giftige vluchtige stoffen.
• Ze zorgen ervoor dat er minder kunstmatige klimaatbeheersing nodig is (lagere energiekosten).
• Ze leiden tot betere prestaties van gebruikers en minder ziekteverzuim.
In het project ‘Planten voor een prima binnenklimaat’ meten kennisinstellingen zowel fysische parameters als het welzijn van de gebruiker over een langere periode. De verzamelde gegevens vormen de basis voor een model waarmee kosten en baten en ook innovatieve plantsystemen verder ontwikkeld kunnen worden.
Zo ontstaat een brede en breed gedragen economische en maatschappelijke basis voor het toepassen van planten in de binnenruimte van vooral kantoren (en scholen). En zo veranderen planten van “kostenpost” in “kostenbesparing”.
Zo stelt Coca-Cola een hele verdieping van haar Rotterdamse kantoor ter beschikking voor onderzoek, uitgevoerd door Wageningen University & Research (Wageningen Environmental Research (Alterra) en Meteorologie en Luchtkwaliteit) en Fytagoras. Het onderzoek richt zich op het monitoren van de effecten van planten op de kwaliteit van het binnenklimaat en het welbevinden van medewerkers.

Tijdens het onderzoek worden verschillende claims onderzocht, zoals een betere luchtkwaliteit en een verbeterde beleving van de kantooromgeving. Daarbij wordt gekeken wat de effecten zijn van het uitzicht op groen voor de vermindering van stress, verbeteren van de concentratie en het vergroten van het werkplezier.

Voor meer informatie: http://www.wur.nl/nl/project/Planten-voor-een-prima-binnenklimaat.htm
 
 

Grond van soortenrijke plantengemeenschappen beste voor elke soort

Voor een voorspoedige groei creëren planten een netwerk van nuttige bodemorganismen zoals schimmels en bacteriën rond hun wortelstelsel. Toch blijken ook planten die hun eigen goede organismen huisvesten nog beter te groeien in grond die bodemorganismen herbergt van vele verschillende plantensoorten. Dat toont een onderzoeksteam aan van het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW), Wageningen University, en de Universität Leipzig in een uitgebreid experiment. In de studie, gepubliceerd in Journal of Ecology, identificeren zij de succesfactoren voor een gezond plantenleven.
Planten in de volle grond ontkomen niet aan interacties met het bodemleven; succesvolle planten maken gebruik van bodemorganismen die hun plantengroei bevorderen en vermijden de schadelijke organismen. Maar hoe is te voorspellen of een plant zijn bodemleven beter of slechter maakt voor zichzelf? En hebben planten baat bij plantendiversiteit?
Groeikracht
Om die vragen te beantwoorden gebruikten de onderzoekers 48 plantensoorten waaronder verschillende soorten grassen, stikstofbindende planten en grote en kleine kruiden. Zij testten de groeikracht van deze soorten uit op verschillende grondsoorten. Grond waarop slechts de eigen plantensoort had gegroeid en zo een soorts-eigen gemeenschap van bodemorganismen had geselecteerd. De groeikracht werd daarnaast met dezelfde plantensoorten uitgetest op grond die eerder was doorworteld door de 48 verschillende plantensoorten en dus een zeer diverse gemeenschap aan bodemorganismen had gecreëerd. De groei op deze twee grondsoorten vergeleek het onderzoeksteam met de groei van de planten op steriele grond van verder dezelfde samenstelling.
Eigen plantsoorten groeiden beter
Het internationale onderzoeksteam vond dat veel plantensoorten het slechtste groeiden op hun eigen grond, terwijl andere plantensoorten juist beter groeiden in hun eigen grond in vergelijking met gesteriliseerde grond. Echter zowel de soorten die het slecht deden als de soorten die het goed deden op hun eigen grond groeiden alle nog beter op de grond met nalatenschap van alle plantensoorten samen.
Voorspellen groei
De belangrijkste planteneigenschap om de plant-bodem wisselwerking te voorspellen blijkt de worteldikte, zo vonden de onderzoekers. Planten met dunne wortels bleken het meeste last te hebben van groei-remmende bodemorganismen. Dit effect ging echter samen met de lage kolonisatie van de wortels met groeibevorderende schimmels, die wel floreerden in plantensoorten met dikke wortels. Ongeacht of planten geremd of gestimuleerd werden door hun eigen bodemorganismen groeiden alle plantensoorten beter met de bodemorganismen van alle plantensoorten samen. “Dat wijst op een verdunningseffect van plantensoort-specifieke ziektes,” zegt onderzoeker Gerlinde De Deyn verbonden aan zowel Wageningen University als aan NIOO-KNAW. “Daarbij blijven de gunstige organismen behouden, en die zorgen voor de voortvarende groei, terwijl de onderdrukking van pathogenen voorkomt dat de groei wordt afgeremd”.
Worteldikte
De kennis dat vooral worteldikte van belang is voor de interactie met groeibevorderende en groei-remmende bodemorganismen is van nut voor onderzoekers en veredelaars. Die kennis kan helpen in de zoektocht naar gewassen die meer ziektebestendig zijn, alsook om te begrijpen hoe plantendiversiteit en plantensamenstelling de productiviteit van natuurlijke vegetatie beïnvloedt.
bron: wageningenur.nl

Interactieve planten-app herkent plantensoorten

Vier Franse onderzoeksinstellingen (Cirad, INRA, Inria en IRD) en Tela Botanica hebben een planten-app ontwikkeld die in staat is meer dan 6.000 West-Europese plantensoorten te herkennen. Dankzij het sociale netwerk rond Plantnet komen er steeds meer foto’s en gegevens van planten bij.
Deze app determineert aan de hand van bloem, blad, fruit en bast met welke plantensoort we te maken hebben. Overigens moet je als gebruiker nog wel zelf een selectie maken uit een aantal soorten die de app als suggestie aanbiedt.
De app bestaat zowel voor Android als voor Apple.
Bron: cgconcecpt.be.

Open huis plantenonderzoek in Weekend van de Wetenschap

Tijdens het Weekend van de Wetenschap, zaterdag 1 en zondag 2 oktober 2016, zetten Wageningse plantenonderzoekers op twee verschillende locaties de deuren open. Op zaterdag 1 oktober is het open huis op de Bleiswijkse glastuinbouw-locatie van Wageningen UR. Op zondag 2 oktober is iedereen van harte welkom op Wageningen Campus.

Het Weekend van de Wetenschap is in Nederland inmiddels een bekend fenomeen. Ieder jaar krijgt het publiek door heel Nederland de kans om een kijkje te nemen achter de schermen van wetenschap en technologie. Met veel activiteiten, die gericht zijn op de jeugd. Wageningen UR doet praktisch ieder jaar wel mee, bijvoorbeeld met publiekslezingen. Dit jaar pakken de plantenonderzoekers van Wageningen UR groot uit: ze zetten op twee locaties de deuren open.

Glastuinbouwonderzoek

De locatie voor glastuinbouwonderzoek in Bleiswijk, met een groot complex van onderzoekkassen, bestaat tien jaar. Dat is een mooie gelegenheid om op zaterdag 1 oktober een klein beetje terug te blikken en vooral vooruit te kijken. De onderzoekers laten zien wat voor kennis er nu ontwikkeld wordt en welke innovaties er in de pijplijn zitten voor de (glas)tuinbouw van de toekomst.

Planten van de toekomst

Op zondag 2 oktober is het thema ‘Planten van de toekomst’. Op Wageningen Campus laten het onderzoekprogramma Groene Veredeling en Wageningen UR bijvoorbeeld zien hoe onderzocht wordt hoe we in de toekomst ook op Mars misschien wel ons eigen kostje kunnen verbouwen. Niet alleen de planten zelf, maar ook de techniek rondom die planten van de toekomst komt aan bod.
bron: wageningenur.nl

Elke donderdag een filmpje over planten en dieren in Tilburgs bos te zien

Op de website van het Stadbos013 en op de Facebook-pagina is vanaf 16 juni elke donderdag een filmpje over planten en dieren in het bos te zien.
Er worden 12 filmpjes gemaakt. Ecoloog Rob van Dijk en Rob Vereijken, expeditieleider van het bos, vertellen in de items iets over de verschillenden planten en dieren die in het gebied leven. Onderwerpen die aan bod komen, zijn onder meer de vistrap, de verschillende salamanders die in het bos leven en het veenmos. De filmpjes zijn te zien op de website stadsbos013.nl en op facebook.com/stadsbos013.
Aan de zuidwestkant van Tilburg wil de gemeente een stadsbos maken. Het gebied omvat onder meer de Oude Warande, het Wandelbos en het groen ten westen van de Blaak. De gemeente wil van het Stadsbos013 een groot recreatie- en natuurgebied maken voor en door Tilburgers. Het wordt goed bereikbaar en er komt ruimte voor biodiversiteit. Met het Stadsbos013 verbetert de leefbaarheid van de stad voor bewoners, bezoekers én planten/dieren en daarmee wordt de stad aantrekkelijker. Maar het doel is ook te komen tot een verrijking van het gebied. Met het bos moet de natuur dichterbij de stad komen en andersom.
Samenwerking
Met de ontwikkeling van het Stadsbos013 is de gemeente bewust op zoek gegaan naar andere vormen van samenwerking. Iedereen kan meedenken en -praten over hoe het bos de kwaliteiten krijgt die voor de Tilburger belangrijk zijn. Een idee indienen kan via de website van het stadsbos.

Gratis plantje voor inwoners van Dalfsen

Iedere inwoner van Dalfsen kan een gratis plantje ophalen om de voortuin extra mooi aan te kleden. Dalfsen probeert namelijk het groenste dorp van Europa te worden en doet mee aan de Entente Florale Europe.
Op de website van de gemeente staat dat onder het motto ‘Samen gaan we voor goud!’ mensen een plantje kunnen ophalen bij de groenwinkel Welkoop in Dalfsen.De jury van de internationale groen-wedstrijd komt 8 juli naar Dalfsen om het dorp te beoordelen, dan hoopt Dalfsen ook dat de tuinen van de mensen zelf er fleurig en mooi bijliggen. Dalfsen doet mee omdat ze de bewoners bewust wil maken van de groene omgeving waarin ze leven.
Wedstrijd met foto
Om het voor de inwoners aantrekkelijk te maken om mee te doen schrijft Dalfsen een wedstrijd uit. Als ze een foto maken van het plantje in de tuin en dat insturen maken ze kans op een prijs. Het plantje is af te halen door een bon uit het huis-aan-huis-blad te knippen en in te leveren. Naast Dalfsen dingt ook Ootmarsum mee naar de titel groenste dorp van Europa. Dalfsen doet officieel mee in de categorie kleine steden, dat heeft te maken met het inwoners aantal. In 2013 won Dalfsen goud bij de Nederlandse Entente Florale.
Bron: RTV Oost

Haal met planten het fijnstof uit je huis

Wist je dat chemische uitstoot binnenshuis veel voor komt? Gewoon vanuit alledaagse producten, waarvan je het niet verwacht: bouwmaterialen, schoonmaakmiddelen, wegwerpmaterialen en printers vormen bronnen van interne luchtvervuiling. Men komt steeds meer te weten over de schadelijke gevolgen van fijnstof, maar er wordt nauwelijks aandacht besteed aan fijnstof ín onze huizen èn hoe je er zelf iets aan kan doen. Planten zijn goedkope en actieve luchtzuiveraars.
Waarom raakt het binnenklimaat steeds meer vervuild?
Er zijn twee grote redenen waarom het probleem van de luchtvervuiling in huizen, kantoren en zorginstellingen steeds groter wordt:

  • We isoleren gebouwen steeds beter en ventileren zelfs in huizen vaak al mechanisch. Vroeger kierde en tochtte het gewoon. Ventilatie was toen geen enkel probleem!
  • We halen steeds meer wegwerp- en complexe schoonmaakproducten en apparatuur in huis, en gebruiken ook steeds meer samengestelde en verlijmde bouwmaterialen. Al deze materialen en stoffen bevatten fijnstof verbindingen.

Daar kunnen we aan toevoegen dat mensen ook steeds vaker binnen werken, binnen recreëren en dus –ten opzichte van 20 jaar geleden- steeds meer tijd binnenshuis doorbrengen. Dit laatste geldt zeker voor kinderen. In het algemeen kunnen we stellen dat we 80 tot 90% van onze tijd binnenshuis doorbrengen en dat de binnenlucht 5 tot 10 keer meer vervuild is dan de buitenlucht.
Om welke stoffen en producten gaat het eigenlijk?
Chemische fijnstof verbindingen zijn toxische kleurloze, maar soms wel geurrijke stoffen die in vluchtige vorm voorkomen in de lucht die we inademen en zo klein zijn dat de neusharen ze niet tegenhouden. Ze komen dus in de longen en veroorzaken daar per stof weer andere reacties. Men is nog volop aan het onderzoeken wat de schade exact is, maar elk nieuw onderzoek geeft aan dat de gevaren groter zijn dan we daarvoor dachten. De hier genoemde producten ‘verdampen’ de toxische stoffen, Het gaat op zich meestal om kleine concentraties, maar als de ventilatie niet voldoende is, blijven ze in de lucht rondzweven. Ook, en dat staat verder niet in deze tabel, verbruiken wij mensen constant de zuurstof uit de binnenruimte, en ademen CO2 weer uit. Bij te geringe ventilatie, of te weinig planten in een ruimte, raakt de lucht vanzelf ‘op’.
Planten als luchtzuiveraar
Bijna niemand denkt aan planten als actieve luchtzuiveringsmachines. Maar dat zijn ze wel. Planten geven de wereld zuurstof en dat geldt ook voor binnenplanten. Ook binnenplanten zetten constant CO2 om in zuurstof, net als de bomen buiten. Dus in een ruimte met planten raakt de lucht minder snel op. Maar, onderzoek heeft inmiddels ook aangetoond dat planten de hier gemelde fijnstof verbindingen actief uit de lucht kunnen filteren. Niet iedere plant pakt iedere stof even hard aan, en voor sommige stoffen bestaan er zelfs specialisten.
De varen (Nephrolepsis exaltata) is een Formaldehyde expert. De Areca palm is de specialist voor het bestrijden van Xyleen en Tolueen, terwijl voor het verwijderen van Ammoniak in huis de stokpalm (Rhapis exelsa) het beste werkt. Tenslotte blijkt de lepelplant (Spathiphyllum) erg effectief in het verwijderen van Aceton.
Bron: intogreen.nl

Rotterdam maait minder ter bevordering van dieren en planten

Dit voorjaar maait de gemeente het gras minder vaak
Zo kunnen langzaam andere plantensoorten groeien, waar bijvoorbeeld bijen en vlinders op af komen. Op diverse plekken in de stad wordt het gras minder vaak gemaaid, bijvoorbeeld in wegbermen. Zo kunnen, waar eerst strakke gazons waren, langzaam andere plantensoorten groeien.
Die verschillende bloemen en kruiden zien er niet alleen aantrekkelijk uit voor de Rotterdammers. Bijen, vlinders en andere insecten, maar bijvoorbeeld ook vogels komen op de nieuwe planten af.
Bloemrijk grasland
Hoe snel het gras zich ontwikkelt tot zogenoemd bloemrijk grasland, is afhankelijk van de plek en de bodem. In de schaduw groeien minder verschillende soorten dan op een zonnige plek. Ook de bodemsoort en vocht in de grond hebben invloed op de soorten grassen en planten die er kunnen groeien.
Drie keer maaimachines
Dit jaar wordt op de plekken waar het gras een meer natuurlijke uitstraling krijgt nog drie keer gemaaid. Tussen half mei en begin juni wordt voor het eerst gemaaid. Het maaisel blijft een paar dagen liggen, zodat het zaad van uitgebloeide bloemen in de bodem terechtkomt. Rond juli en september komen de maaimachines opnieuw. Op deze kaart staan de plekken waar het gras minder vaak wordt gemaaid.
Verkeersveiligheid
Op plekken waar het zicht belangrijk is, bijvoorbeeld bij kruispunten en oversteekplaatsen, wordt extra gemaaid om het gras laag te houden. Ook bij uitstapstroken bij parkeerplaatsen en hondenuitlaatzones wordt vaker gemaaid.
Bron: gemeente Rotterdam

Kennis over groen in de stad beschikbaar maken voor gemeente en kweker

Planten en bomen in de stad zijn niet langer louter een kostenpost. Tegenwoordig zetten ambtenaren van de gemeente ze welbewust in om het leven in de stad aangenamer te maken. Met dank aan Praktijkonderzoek Plant & Omgeving (PPO) dat kennis over groen in de stad beschikbaar maakt.
Bomen en planten in de stad bieden nogal wat voordelen. Zo laten bomen de temperatuur in de stad dalen, ze dempen geluid, ze leggen CO2 vast en vangen fijn stof weg. En dan helpt beplanting op de grond of op daken, ook nog om water op te vangen, zodat bij een hevige regenbui het riool niet overbelast raakt.
Tegenstrijdige effecten
Maar niet elke boom of plant is even goed in het vastleggen van CO2 of het wegvangen van fijn stof. Wie de verkeerde beplanting aanlegt of dat op de verkeerde plaats doet, kan zelfs het klimaat in de stad verslechteren. Daarnaast stelt elke soort specifieke eisen aan de groeiomstandigheden om zich goed te kunnen ontwikkelen. Groen planten in de stad vergt dan ook veel kennis over de verschillende bomen en beplanting en het effect ervan.
Onderzoekers van PPO pluizen de internationale literatuur over de werking van groen in de stad na en maken die toegankelijk voor gemeentes, kwekers en hoveniers. Die kennis geven ze weer in overzichtelijke brochures en vakbladartikelen.
Lijsten van boomsoorten
Zo stellen ze bijvoorbeeld lijsten op van boomsoorten, met per boomsoort het effect op de luchtkwaliteit. Dit doen ze op basis van algemene eigenschappen van een boom. De gemeenteambtenaren hebben hier veel profijt van omdat ze hierin bijvoorbeeld zien dat een wintergroene boom de lucht beter zuivert dan een boom die zijn blad in de winter verliest. Ook het totale bladoppervlak is van belang; dus een grote boom vangt meer vervuilende stoffen weg dan een kleine boom.
Omgekeerd kunnen planners en beheerders van groen de beplanting zo uitkiezen dat ze verschillende doelen dienen. Wie bomen als windsingels neerzet, kan bijvoorbeeld energiekosten besparen, omdat de gebruiker van het gebouw minder hoeft te stoken.
Geschikt voor gevels en daken
Specifiek voor de kwekers en hoveniers zetten de onderzoekers op een rij welke planten geschikt zijn om gevels en daken mee te beplanten. Dit geeft beide bedrijfstakken een idee van wat zij hun klanten op het gebied van dak- en gevelgroen kunnen leveren. Zo maken de onderzoekers de onderzoekskennis beschikbaar voor de praktijk.
Bron: wageningenur.nl