Berichten

Zorginstellingen starten vergroeningstraject met IVN

Na een succesvolle aftrap van de werving voor Grijs, Groen & Gelukkig in januari, heeft IVN uit een grote hoeveelheid aanmeldingen twintig zorgcentra geselecteerd. Zij gaan als eerste aan de slag met het vergroenen van hun zorgcentra en het aanbieden van een natuurrijk activiteitenprogramma aan hun bewoners. In 2018 doen uiteindelijk honderd zorgcentra mee met Grijs, Groen & Gelukkig.
Contact met de natuur is goed voor een gezonder en gelukkiger oude dag. Dat blijkt uit verschillende wetenschappelijke studies. Met Grijs, Groen & Gelukkig verbindt IVN ouderen opnieuw met de natuur, door zorgcentra te helpen een belevingstuin aan te leggen, natuur in het gebouw te brengen en ouderen opnieuw in contact te brengen met natuur door het aanbieden van een natuurrijk activiteitenprogramma. Zo ervaren tienduizend ouderen welk effect natuur op hun lichamelijke en geestelijke gezondheid heeft. Grijs, Groen & Gelukkig is mogelijk gemaakt dankzij een financiële bijdrage van de Nationale Postcode Loterij.
Een droom realiseren
De twintig geselecteerde zorgcentra delen de droom van IVN om natuurbeleving onderdeel te maken van de dagbesteding in de ouderenzorg en zijn een inspiratie voor andere zorgcentra. Zij krijgen een bedrag om die droom te realiseren en een ervaren projectteam van IVN begeleidt de instellingen in het vergroeningstraject. Veel van deze maatregelen worden gekoppeld aan onderzoek in samenwerking met wetenschappers van Nederlandse universiteiten en hogescholen. In 2018 zullen in totaal honderd zorgcentra samen gaan werken met Grijs, Groen & Gelukkig, zo is de ambitie van IVN.
Bron: medicalfacts.nl

Ouderen welkom in beweeg- en beleeftuin in Nieuw-Vennep

“Ouderen in de omgeving van het Zomerpark nodig ik van harte uit om mee te doen met de trainingen in de beweegtuin. Ook als ze een beperking hebben”, zegt Duco Bauwens. De Venneper en presentator van het televisieprogramma ‘Nederland in beweging’ is één van de initiatiefnemers van de tuin.
De beweeg- en beleeftuin bij zorgcentrum In het Zomerpark is op 20 mei feestelijk geopend door wethouder Marjolein Steffens-van de Water. Bauwens is blij met het resultaat. “Het is nog een beetje kaal en de beplanting moet nog groeien, maar uiteindelijk zijn het de mensen die er aan de slag gaan die de sfeer maken.”

Toestellen

In de tuin staan onder meer een crosstrainer, fietsen – ook één die geschikt voor mensen in een rolstoel –, toestellen voor het bovenlichaam en een multifunctioneel toestel met katrollen, waarmee je volgens Bauwens ‘honderden’ oefeningen kunt doen. De beweegtuin kon worden gerealiseerd dankzij een landelijke subsidie, SportImpuls, die Bauwens samen met de gemeente en SportService Haarlemmermeer heeft aangevraagd. Twee keer per week zijn hier beweeglessen voor bewoners van het verzorgingshuis en ouderen uit de omgeving.
Bron: Haarlemmermeergemeente.nl

Groen voor Grijs voor kwetsbare ouderen

Steeds meer onderzoek toont aan dat natuurbeleving goed is voor de fysieke en mentale gezondheid van mensen. Tegelijk wil de rijksoverheid dat ouderen steeds langer thuis blijven wonen. Dit betreft vaak ook kwetsbare ouderen, die lijden aan dementie, depressie of eenzaamheid.
Het project ‘Groen voor Grijs’ onderzoekt wat groen kan bijdragen aan de kwaliteit van leven van deze kwetsbare ouderen. “We gaan het effect onderzoeken van een ‘groene interventie’, de aanleg van belevingsgericht groen en het gebruik ervan,” zegt projectleider Jana Verboom. “Dat doen we door voor de aanleg van groen, direct erna, en enige jaren later de kwaliteit van leven van kwetsbare ouderen in kaart te brengen, maar ook de belasting van mantelzorgers en het beroep op professionele zorg en voorzieningen.”
Alterra doet het onderzoek samen met de Nature Assisted Health Foundation, een Nederlands/Zweeds netwerk van universiteiten en innovatieve bedrijven uit de groensector dat zich richt op de relatie tussen natuur en gezondheid. In het project worden innovatieve groenconcepten ontwikkeld voor versteende wijken, en wordt onderzocht of een groene woon- en leefomgeving de zorgvraag van kwetsbare ouderen kan verlagen, voorkomen dat mantelzorgers overbelast raken, en de zorgkosten kan beperken.
Door de vergrijzing en de bezuinigingen in de zorg worden inwoners steeds meer afhankelijk van hun sociale omgeving dicht bij de woning. Groen voor Grijs biedt hier kansen voor de bewoners. De afgelopen maanden is de kwetsbaarheid van 200 van de 428 ouderen (65+) in de Oisterwijkse wijk Waterhoef bepaald met behulp van de zogenoemde Tilburg Frailty Indicator, door middel van interviews met vrijwilligers uit de wijk. Van deze 200 ouderen wilden 171 ouderen de komende jaren meewerken aan het onderzoek.
Voor deze nulmeting zijn de vrijwilligers geïnstrueerd door de universiteit van Tilburg. De universiteit en Alterra hebben daarnaast een meer diepgaande vragenlijst ontwikkeld, die is voorgelegd aan de 117 meest kwetsbare ouderen. Jana Verboom: “Bijzonder dat zoveel mensen mee willen doen aan het onderzoek, dat is ver boven het landelijk gemiddelde. Het werken met vrijwilligers uit de wijk bleek een gouden greep.” Het project Groen voor Grijs is een van de projecten van de Dementie Coöperatie Oisterwijk.
De gemeente Oisterwijk is koplopergemeente in het streven van de Brabantse Programmaraad Zorgvernieuwing Psychogeriatrie om voor 2020 alle gemeenten in de Provincie Noord-Brabant dementievriendelijk te maken. Oisterwijk heeft een ‘groene-kansenkaart’ gemaakt van de wijk Waterhoef, met plekken waar vanuit het oogpunt van biodiversiteit en
natuurontwikkeling winst te behalen valt.
Door studenten van de HAS is een ideeënboek ‘Minder zorgen in het groen’ voor de wijk Waterhoef ontwikkeld. Zowel de groene-kansenkaart als het ideeënboek dienen als inspiratiebron voor ontwerpsessies om samen met inwoners van de wijk Waterhoef groene plekken in de wijk te ontwerpen.
bron: Databank Gemeentelijk groenbeheer

Landelijke taxus inzamelingactie tegen kanker

Onder het motto ‘Vergroot de hoop, verklein de kanker’ vindt van 15 juni tot en met 31 augustus de nationale inzamelactie taxussnoeisel plaats. Op diverse punten in Nederland kan dan taxussnoeisel worden ingeleverd. Dit snoeisel bevat een belangrijke grondstof voor het maken van geneesmiddelen waarmee men tijdens chemotherapie kanker bestrijdt.
De Taxus baccata is een boom die in Nederland heel veel voorkomt. Bijna elke tuin heeft er wel één of meer, aangeplant als sierboom of als heg. De boom kan tot 15 meter hoog worden en heeft brede, naaldachtige blaadjes in een diep donkergroene kleur. De boom wordt veel toegepast als dichte heg in particuliere tuinen maar ook in parken, op begraafplaatsen enz. De heggen worden doorgaans in strakke lijnen gesnoeid.
Voor de productie van medicijnen voor één chemotherapie sessie is ongeveer één kubieke meter jonge twijgjes nodig. Uit de naalden wordt de stof Baccatine 3 gehaald en farmaceuten zetten deze stof via een chemisch procedure om in de stof Docetaxel, die de deling van kankercellen remt.
Taxussnoeisel kan worden ingezameld van juni tot ongeveer september. Het snoeisel moet zo snel mogelijk nadat het is gesnoeid worden verwerkt, om er zo voor te zorgen dat de werkzame stoffen behouden blijven. Dertig meter heg levert één kubieke meter jong snoeisel op, goed voor ongeveer 18 gram Baccatine. Dat is genoeg voor één chemotherapie sessie. Er is dus heel wat snoeiafval nodig. Daarbij gaat het om jonge takjes, alleen het éénjarige snoeisel bevat Baccatine 3. Het arbeidsintensieve traject voor de winning van Baccatine 3 is één van de redenen waarom chemotherapie zo kostbaar is.
Vergroot de hoop
De inzamelingsactie is een initiatief van stichting Vergroot de Hoop. De stichting heeft in de afgelopen jaren een efficiënte inzamelingsinfrastructuur opgebouwd en weet het snoeiafval succesvol te vermarkten. Op deze manier werd in de voorgaande jaren al meer dan 2 miljoen euro uitgekeerd aan tientallen projecten.
Dit jaar heeft ook branchevereniging VHG zich weer verbonden aan de actie. De VHG is met meer dan 1100 leden de grootste vereniging van hoveniers, groenvoorzieners, boomspecialisten, dak- en gevelbegroeners en interieurbeplanters in Nederland. Hierdoor zijn zij een welkome aanvulling op de actie. Onder het motto ´Hoveniers snoeien voor leven´wil de VHG zoveel mogelijk leden van de VHG betrekken bij het in de zomermaanden snoeien van taxussen.
Alle hoveniers en particulieren kunnen meedoen. Bent u inzetbaar voor snoeiwerk bij particulieren of op begraafplaatsen? Wilt u snoeisel doneren of kunt u fungeren als inzamelplaats voor snoeisel in uw gemeente? Dat kan via http://www.vhg.org/actueel-agenda/taxussnoeisel-inzamelactie

Onderzoek toont aan: groen heeft een herstellende en rustgevende werking

Herstellen van stress en geestelijke vermoeidheid? Ga niet winkelen of naar het café, maar spoed je naar een park. Internationaal onderzoek onder leiding van de Leidse psycholoog Henk Staats bevestigt de herstellende en rustgevende werking van ‘groen’.
Ruisende bladeren, frisgroen gras en vogelgekwetter worden in één adem genoemd met rustgevend en prettig. Henk Staats, sociaal en omgevingspsycholoog aan de Universiteit Leiden, werd een beetje moe van het adagium ‘de rustgevende werking van de natuur’.
,,Ik had het idee dat iedereen elkaar napraatte en er te weinig oog was voor de kwaliteit van de stedelijke omgeving’’, zegt hij.
Daarom wilde Staats onderzoeken in hoeverre ook activiteiten in de stad (shoppen, cafébezoek, lopen in een drukke winkelstraat) bijdragen aan ontspanning en herstel van stress en geestelijke vermoeidheid. En of die stadse activiteiten net zo worden gewaardeerd als een verblijf in de natuur.
Natuur als stresshersteller
Natuur scoort nog steeds het hoogst, zo blijkt uit zijn onderzoek dat hij deed in samenwerking met collega’s uit Zweden en de Verenigde Staten. De deelnemers verwachten dat zij daar beter herstellen van stress en geestelijke vermoeidheid dan door cafébezoek of winkelen. ,,Hoe vermoeider iemand was, hoe meer de natuur op prijs werd gesteld.’’
Lopen door een drukke straat valt het minste in de smaak als manier om bij te komen. Het onderzoek Urban options for psychological restoration werd onlangs gepubliceerd bij het Amerikaanse online wetenschappelijke tijdschrift Plos One (www.plosone.org).
Staats en zijn Zweedse en Amerikaanse collega’s onderzochten hoe mensen bepaalde activiteiten in de stad waarderen: zitten in groen’. een park, cafébezoek, winkelen of lopen in een drukke straat. Van welke activiteiten in en buiten de stad dachten zij beter te herstellen wanneer ze moe waren? Wat sprak ze meer aan als ze niet moe waren? En maakte het nog iets uit of zij alleen waren of in gezelschap van een familielid of goede vriend?
Naar die verschillende varianten was nog niet eerder gekeken, zegt Staats.
Opknappen in het park
De deelnemers – 80 in Nederland, 316 in Amerika en 100 in Zweden – deden op de computer opdrachten waarbij zij zich moesten inleven in uiteenlopende situaties die uitgebreid werden beschreven: stel, je hebt net een tentamen achter de rug en het komende uur ga je winkelen/door een park lopen/in het café zitten.
Wat gebeurt er met je, welke invloed hebben die activiteit en die omgeving op hoe je je voelt?
Voor alle deelnemers gold dat zij het meest opknapten van natuur, zeker als ze erg moe waren. Door de internationale samenwerking werden ook verschillen tussen de landen zichtbaar. ,,In Nederland zitten de deelnemers net zo lief alleen in het park, terwijl de Zweedse deelnemers juist meer opknapten als ze daar samen waren met een vriend of familielid.’’
Rustgevend
Hoe komt het eigenlijk dat natuur als opkikker de voorkeur verdient? Door het groen, de zuurstof, het rustgevende aanzicht van natuur, de afwezigheid van mensen?
,,Door een combinatie van die factoren’’, denkt Staats. ,,De luchtkwaliteit is er iets beter. Ook het idee over de natuur als visuele stimulus speelt een rol. Bezien in het licht van de evolutie wonen mensen nog maar kort in steden. Natuur is voor hen veel vertrouwder dan een stadse omgeving, al is die theorie niet onomstreden.”
,,Natuur is bovendien mooi om te zien en makkelijk in je op te nemen. Het biedt tegenwicht aan de drukte, het geluid en de impulsen van de stad. Mensen ervaren een veilige natuurlijke omgeving als rustgevend. Dat zorgt voor gevoelens van ontspanning en geluk.’’
Hartslag omlaag
Uit onderzoek blijkt dat mensen door ‘groen’ ook socialer en milieuvriendelijker worden, zegt hij. ,,Ze stellen zich wat gemakkelijker open voor anderen. Dat gaat gepaard met geluksgevoelens. Natuur heeft bovendien ook fysiologische effecten: hartslag en ademhaling gaan omlaag.’’

Groen bestrijdt stress en houdt ons gezond

Sjerp de Vries (Alterra) heeft 147 studies naar de effecten op de gezondheid van mensen met een meer of minder groene omgeving doorgenomen. Zijn bevindingen bieden een inzicht in de actuele ‘stand van de wetenschap’ op dit terrein: we voelen allemaal aan dat ‘groen’ goed is voor ons welbevinden, onze gezondheid. Maar hoe zit dat, met dat verband?
Causaal?
Vanzelfsprekend is het niet goed mogelijk een ‘lopend verslag’ te produceren van een dergelijke metastudie. Springen van de hak op de (groene) tak is onvermijdelijk. Toch kan een selectie van bevindingen uit het onderzoek van De Vries ons inspireren en op het spoor zetten van nieuwe argumenten, nieuwe studieonderwerpen en nieuwe plannen om onze omgeving gezonder, plezieriger – groener te maken.
Valkuilen zijn er intussen genoeg, als we op zoek gaan naar oorzakelijk verband tussen ‘groen’  en gezond’. Dat blijkt al uit een schijnbaar losse opmerking in het begin van De Vries’ rapportage: de causale relatie tussen ‘groen’ en ‘welzijn’ kan heel goed omgekeerd zijn. Mensen met wie het goed gaat, in materieel opzicht bijvoorbeeld, zullen eerder dan arme lieden in staat en bereid zijn geld uit te geven aan het wonen in een ruim opgezette, groene wijk…
Maar in het algemeen is wel degelijk een relatie vastgesteld tussen de hoeveelheid groen in aandachtswijken en het gezondheidsniveau van de bevolking. Met andere woorden: ook in een arme wijk, zeker daar, kan groen helpen de bevolking gezond te houden. Zoals ook is vastgesteld dat in groene buurten de gezondheidsverschillen tussen welvarende en minder welvarende inwoners kleiner zijn dan in ‘stenige’ buurten. Met opnieuw de waarschuwing van de wetenschapper: let op dat je oorzaak en gevolg niet verwart. Bovendien: houd er rekening mee dat een vergroeningsprogramma in een stenige wijk kan leiden tot het aantrekkelijker, dus duurder maken van de (huur)huizen – en dan schieten op den duur de arme inwoners er ook niets mee op.
Minder antidepressiva
Met dat soort waarschuwingen in het achterhoofd is het wel degelijk mogelijk verbanden te vinden tonen tussen ‘groen’ en gezond. Zo is het duidelijk aangetoond dat in gebieden met veel groen – niet alleen tuinen, parken en plantsoenen, maar bijvoorbeeld ook bomen langs de weg – minder antidepressiva worden gebruikt. Zo een bevinding wordt ondersteund in diverse andere onderzoeken: het positieve effect van de groene omgeving werkt vooral via het verminderen van stress.
Intussen komen er vanuit de wetenschap ook relativerende geluiden. Zo vonden onderzoekers die zich richtten op wachtkamers in ziekenhuizen wel verschil in welbevinden, stressvermindering, tussen bezoekers van wachtkamers met en zonder groene planten. Maar als die planten niet echt waren leek dat niet veel uit te maken, zelfs posters met planten werkten al positief. Een andere relativering: in een studie lukte het niet een verschil aan te tonen tussen het effect van een groene tuin en een stenige, betegelde tuin. Nog een kanttekening: het effect van ‘groen’  is niet altijd gemakkelijk te isoleren van dat van andere omgevingsfactoren, zoals (het afwezig zijn van) verkeerslawaai, de aan- of afwezigheid van andere mensen.
Agrarische omgeving
In elk geval is het effect van een groene omgeving op de mentale gezondheid van mensen, door vermindering van depressieve klachten, angststoornissen die worden veroorzaakt door stress, duidelijk aangetoond. Conclusie: stressreductie is het algemeen voorkomende, generieke effect van ‘groen’ in de omgeving. In het verlengde daarvan is ook een verbetering van de immuunfunctie aangetoond, het bestand zijn van ons gezonde zelf tegen ‘aanvallen’ van buitenaf.
Hoe dan ook, verblijf in een groene omgeving leidt duidelijk tot vermindering van stress, dat geldt zowel voor tuinen, parken en plantsoenen, als voor verblijf op het boerenland, in een agrarische omgeving. Ook een ‘blauwe’ omgeving, water dus, helpt tegen stress: uitzicht op zee, meer of rivier geeft, kennelijk via een vergelijkbaar mechanisme, rust.
Men zou zich kunnen voorstellen dat er een verschil is tussen ‘wilde’ natuur en natuur die wordt beheerd door mensen, tussen oerwoud en park. Maar dat blijkt niet het geval te zijn. Net zo min trouwens als ‘schoonheid’, belevingswaarde, kwaliteit van de omgeving. Agrarisch gebied, eindeloze saaie korenvelden of weiden geven evenzeer rust als fraaie parken. Wat wel een rol speelt voor veel mensen is het aspect ‘er even uit zijn’, in een andere omgeving. Anderzijds hebben mensen de neiging zelf wel een verband te leggen tussen hun eigen welbevinden, ‘zich goed voelen’ en hun ervaring van schoonheid. ‘Ik voel me prettig, dus het is hier mooi’. Dat effect is dan sterker dan dat van de objectieve hoeveelheid ‘groen’.
Nog een voor beleidsmakers interessante bevinding: ‘gebruiksgroen’, waar je iets mee kunt doen, sporten bijvoorbeeld, heeft een sterkere stressverminderende werking dan groen waar je alleen maar naar mag kijken.
Groen helpt bij het leren
Soms ligt de conclusie voor de hand, maar is het goed je vermoedens door onderzoek bevestigd te zien: er is wel degelijk een positieve relatie aangetoond tussen een groene schoolomgeving en de cognitieve ontwikkeling, het leren van kinderen. Iets dergelijks geldt voor het economische effect van groen: zowel via vermindering van ziekteverzuim als via verminderde zorgconsumptie ‘spaart’  een groene omgeving geld uit. Nog een economisch effect: de aanwezigheid van groene planten in een kantooromgeving bleek te leiden tot een 15% hogere productiviteit.
Onderzoeksagenda: wat willen we nog meer weten?
Hoewel er dus al heel veel is onderzocht, wereldwijd, blijven er ook nog heel wat ‘kennisvragen’ over. Onderzoek heeft tot nu toe vooral betrekking gehad op de restoratieve kwaliteiten van groen: het helpt ons herstellen van stress. Maar wat nog ontbreekt is onderzoek naar wat men  noemt de ‘instoratieve’ effecten van groen: maakt een groene omgeving ons sterker, beter bestand tegen stress, of is groen alleen inzetbaar als ‘medicijn’ tegen stressproblemen als we die al hebben opgedaan? Daarover is nog onvoldoende bekend, zoals we ook nog niet beschikken over lange termijn studies, naar wat men noemt ‘longitudinale effecten’.
Een ander kennistekort heeft betrekking op de langere termijn: hoe blijvend is het gezondmakende effect van groen? En nog zoiets: hoe groot is het verschil tussen het effect van alleen maar de beschikbaarheid van groen en het er feitelijk mee in contact komen? Je kunt je voorstellen dat alleen al het idee dat je zo het bos in kunt lopen, rust geeft – ook als je er feitelijk nooit aan toe komt.
Stresshormoon meten
Net zo min beschikken we over experimentele studies, epidemiologische studies, interventiestudies. Kun je bij dezelfde groep mensen die in een stenen omgeving verkeert die je vervolgens ‘groen’ maakt, gezondheidseffecten aantonen? Je kunt je voorstellen dat we bij dergelijke proefpersonen gaan meten hoeveel stresshormoon (cortisol) aanwezig is in hun haar, voor en na de aanleg (of het verwijderen!) van hun groene omgeving. Ga er maar aanstaan!
We noemden al de bevinding dat agrarisch groen evenzeer weldadige effecten heeft als recreatief groen. Toch is duidelijk dat dat agrarische groen door ‘burgers’ minder wordt gewaardeerd. Maakt die waardering veel uit voor het stressreducerende effect?
Waar we ook nog wel wat meer over zouden willen weten is het effect van zeer kleinschalig groen in de bebouwde omgeving, geveltuintjes en dergelijke. Helpt dat ook? En hoe zit het met medegenieters? Hebben we meer profijt van onze eigen tuin als andere mensen er ook van genieten, of juist niet? Een nog een: maakt de kwaliteit van groen iets uit, een keurig aangelegde gewiede tuin, helpt die meer tegen stress dan een rommelig geheel? Welke bloemen, planten en bomen hebben meer effect dan andere? Is er geen sprake van dit soort verschillen, of is het mogelijk een beoordelingsmethode te ontwikkelen voor het onderscheid tussen meer en minder gezondheid bevorderend groen? Maakt het iets uit of we groen ‘gewoon’ horizontaal aanleggen, of werkt verticaal groen, klimop bijvoorbeeld, net zo goed?
Kosten en doelstellingen
Daarmee komen we ook terecht bij de kosten: hoe is de relatie tussen beeldkwaliteit, functionaliteit, beheers- en aanlegkosten? Is biodiversiteit een doelstelling die samenhangt met de gezondheidseffecten van groen voor de mens, of moeten we het bevorderen daarvan blijven zien als een aparte doelstelling?
Ook weten we nog niet echt hoe groot het verschil is, in effect, tussen verschillende manieren om contact te hebben met de natuur: ernaar kijken (bijvoorbeeld door een raam), erin verkeren (boswandeling), ermee werken, actief zijn. Het lijkt er intussen op dat het effect van straatgroen, plantsoentjes, groter is dan dat van eigen groen, ons voortuintje. Maar grootschalig onderzoek naar de verschillen, in effect, tussen groen in huis, straatgroen, de beschikbaarheid van een park om de hoek en het bezit van een eigen tuin(tje), is nog niet verricht. Waar we het ook nog niet over hebben gehad is het effect van groen op de sociale samenhang in een buurt: samen met de buren het plantsoen onderhouden, samen vandalisme tegengaan – dergelijke aspecten.
Ten slotte: op basis van 147 door Sjerp de Vries van Alterra onderzochte studies kunnen we vaststellen dat het positieve effect van groen op onze gezondheid, vooral via stressreductie, nu echt wel is aangetoond. Tegelijk weten we dat groen niet alleen van belang is voor onze gezondheid, ons welzijn, maar ook voor ons ecosysteem. We noemden al de biodiversiteit, maar er zijn meer aspecten, zoals het waterbeheer. Kortom er is nog veel te onderzoeken: maar de hoofdconclusie is duidelijk: Groen Moet!

Save the date: Buiten Sporten Natuurlijk! symposium 19 mei 2016

Over natuurbeleving, buitensporten en het positieve effect van de interactie tussen sport en natuur.
In onze verstedelijkte omgeving raakt de mens verder verwijderd van de natuur. Buitensportbeleving kan deze kloof overbruggen. De natuur daagt ons uit. Bij diverse buitensporten vormt de interactie met de natuurlijke omgeving de essentie van de sportieve uitdaging. Deze omgeving is daarbij meer dan de ‘passieve’ ruimte waarin de sport wordt beoefend.
Natuurbeleving en sportbeleving gaan hand in hand. De bijdrage aan ons welzijn is groot. De toegevoegde waarde van bewegen in de natuur is op veel onderzoeksterreinen wetenschappelijk bewezen.Het levert positieve bijdragen aan lichamelijke en geestelijke gezondheid, cognitieve vaardigheden en sociale cohesie.
Het symposium Buiten Sporten, Natuurlijk! is gericht op het verder uitdiepen van de relatie tussen sport en natuurbeleving.
Wat is de gezondheidswaarde van sporten in de natuur?Waar en hoe worden sport en natuurbeleving nu reeds succesvol gecombineerd? Hoe kan het unieke karakter van buitensporten beter worden gecommuniceerd? Hoe kan samenwerking tussen de sportsector en de natuursector worden gestimuleerd? Welke organisaties staan open voor nieuwe samenwerkingen?
Sport en natuur, verbonden in beleving
Mensen die voldoende sporten en bewegen hebben minder kans op gezondheidsklachten. Daarom stimuleert de Rijksoverheid mensen om meer te sporten en een gezonde leefstijl te ontwikkelen. Het Nationaal Programma Preventie ‘Alles is Gezondheid’ moet ervoor zorgen dat mensen gezonder gaan leven, bijvoorbeeld door voldoende te bewegen in de natuur. De sportsector kan hieraan bijdragen door een goed sportaanbod en beweegaanbod te bieden waarin beleving centraal staat.
Sport is van alle tijden. De veranderingen in de samenleving zijn echter van grote invloed op de manier waarop sport wordt beleefd. Het individu dat wil sporten, staat centraal. Dit vraagt om aanpassing van de sportsector. Sport als beleving én gezonde leefstijl wordt steeds belangrijker. Om de optimale omstandigheden hiervoor te ontwikkelen, is samenwerking met andere sectoren nodig. Nieuwe partners, nieuwe perspectieven.
Natuur is de basis onder onze welvaart en ons welzijn. Natuur hoort midden in de samenleving thuis, want de natuur die mensen belangrijk vinden, is veel meer dan de natuur binnen beschermde natuurgebieden. Natuurbeleving staat daarom centraal in de Rijksnatuurvisie ‘Natuurlijk verder’. Van natuur beschermen tegen de samenleving naar versterking van natuur door de samenleving!

Bronovo Beweegtuin – fitness in de buitenlucht voor senioren

Als iedereen regelmatig zou bewegen zouden we ons fitter, gezonder en mentaal beter voelen. Dat geldt voor jongeren, maar zeker ook voor zestigplussers. Bij MCH-Bronovo in Den Haag wordt in april 2016 een zogenaamde beweegtuin geopend. De beweegtuin is bedoeld voor patiënten van het ziekhuis maar ook de senioren uit de buurt zijn van harte welkom en kunnen hier in de buitenlucht hun conditie opkrikken, hun spieren versterken of motoriek verbeteren.
In de ´speeltuin voor senioren´ komen eenvoudige toestellen te staan. Veel ouderen hebben door hun leeftijd, alsmede door lichamelijke en psychische gebreken een begrenzing in hun beweegmogelijkheden. Vaak is het echter zo dat er nog veel winst te behalen is. Naast dat beweging goed is voor de gezondheid heeft het samen bewegen ook eens een sociaal aspect.
Initiatief
Vanuit Bronovo kwam het initiatief van fysiotherapeut Rik van Hooff. In samenwerking met leverancier en speeltuinontwerper Yalp is gekeken naar het type toestellen dat gebruikt kan worden. Vervolgens is de Enk Groen en Golf benaderd voor het uitwerken van een ontwerp voor de tuin.
Een belevingstuin
De Enk heeft gekozen voor een belevingstuin. Niet alleen moeten de toestellen uitnodigen tot bewegen maar ook de omgeving van de tuin is hierin heel belangrijk. Kleur, belevingswaarde, biodiversiteit en afwisseling in het ontwerp zorgen ervoor dat de mensen worden uitgenodigd om te gaan bewegen op de toestellen.
Een beweegtuin heeft zowel een preventieve functie om ouderen gezond te houden, als een revaliderende functie. Volgens dhr. Van Hooff herstellen ouderen na een ingreep sneller als ze aan beweging doen. Ook als ze eenmaal zijn opgeknapt, hebben ze baat bij lichamelijke oefeningen. Je voorkomt er namelijk nieuwe afwijkingen en ongevallen mee. En in deze vorm kan dat ook nog eens op een sociale manier.
Bron: stad-en-groen.nl

Groene revolutie in de ouderenzorg

Met het programma Grijs, Groen & Gelukkig wil IVN, Instituut voor Natuureducatie en duurzaamheid, een ‘groene revolutie’ ontketenen in de ouderenzorg. Door ‘beleeftuinen’, moestuinbakken en rollatorpaden bij instellingen voor ouderenzorg in te richten, komen bewoners meer buiten en worden zij actiever, betoogt projectleider Bastiaan Verberne.
De heilzame werking van een groene omgeving dringt ook door in de ouderenzorg. Onlangs werd in woonzorgcentrum Pennemes in Zaandam de aftrap gegeven voor het programma Grijs, Groen & Gelukkig. De Zaanse instelling voor ouderenzorg doet al veel aan ‘groen’. Er zijn bijenkasten, vogelhuizen voor gierzwaluwen en groene daken. Zij is de eerste van in totaal tien koplopers en moet anderen enthousiast maken om zich ook aan te melden als koploper voor het programma Grijs, Groen & Gelukkig. Het IVN beoogt met het project uiteindelijk honderd zorgorganisaties te interesseren om meer groen voor hun bewoners in te richten en ze daarmee te activeren.
Ouderen in beweging brengen
Het ‘groene’ project is van start gegaan dankzij geld van de Nationale Postcodeloterij. Daarmee kunnen ‘beleeftuinen’ worden ingericht en moestuinen en plantenwanden worden aangelegd. ‘Uit onderzoek is bekend dat ouderen in woonzorgcentra heel weinig buiten komen’, vertelt projectleider Bastiaan Verberne. ‘Ze zitten veel stil, de verwarming staat hoog. Door het buiten aantrekkelijker te maken, komen ze meer in beweging.’
Advies en financiële ondersteuning
Zorginstellingen die interesse hebben, krijgen van IVN expertise, advies en financiële ondersteuning, bijvoorbeeld voor het maken van een goed tuinontwerp. ‘Maar het vraagt ook inzet van de zorginstelling zelf, zoals het onderhoud en het instrueren van medewerkers om de bewoners zoveel mogelijk bij de tuin te betrekken. En we willen graag gebruikmaken van de talenten en ervaringen van de ouderen zelf. Velen hebben vroeger zelf een moestuin gehad. Anderen zijn misschien op een boerderij groot gebracht.’
Natuurkoffer voor dementerenden
Buiten meer naar binnen brengen, en andersom. Dat is de bedoeling van Grijs, Groen & Gelukkig. Daarbij worden ook zogeheten Groene Zorgproducten ingezet, waaronder de Natuurkoffer, om mensen met dementie te prikkelen met natuurlijke geuren, kleuren en geluiden, en de Plantenwand. ‘Soms ruik je op bepaalde afdelingen in een ouderenzorginstelling een pregnante lucht. Samen met de Universiteit Leiden hebben we speciaal planten gekozen die de lucht zuiveren. Zo’n plantenwand wordt nu getest op een gesloten afdeling van Pennemes.’
Economisch rendabel
Samen met de tien koplopers bekijkt IVN ook hoe de Groene Zorgproducten economisch rendabel kunnen zijn. ‘We staan met een peloton medewerkers klaar om alle twijfelaars over de streep te trekken’, zegt Verberne.
Grijs, Groen & Gelukkig loopt tot en met 2018. ‘Hopelijk doen er dan zoveel organisaties voor ouderenzorg mee dat we nog jaren bezig zijn.’
bron: zorgvisie.nl

IVN vergroent zorgcentra om oudere gelukkige oude dag te bezorgen

Op maandag 25 januari was de aftrap van het project Grijs, Groen & Gelukkig bij woon- en zorgcentrum Pennemes te Zaandam. IVN vergroent de komende jaren honderd zorgcentra en wil daarmee tienduizend ouderen een gelukkiger oude dag bezorgen. Grijs, Groen & Gelukkig is mogelijk gemaakt door een financiële bijdrage van de Nationale Postcode Loterij.
Dat contact met natuur een groot effect heeft op het welzijn van mensen, is al langer bekend. Dat blijkt uit verschillende wetenschappelijke studies. Mensen die geregeld in aanraking komen met de natuur, voelen zich minder gestresst, hebben meer positieve gevoelens en brengen minder bezoeken aan de huisarts. En dat terwijl meer dan de helft van cliënten in zorginstellingen hooguit één keer per week buiten komt. IVN vertaalt met Grijs, Groen & Gelukkig die wetenschap naar de praktijk.
 
Jelle de Jong, algemeen directeur van IVN: ‘Onze droom is dat natuurbeleving een vanzelfsprekend onderdeel wordt van de dagbesteding in de ouderenzorg. Wij denken dat daarmee het welzijn van onze ouderen aanzienlijk kan worden vergroot waardoor de zorgkosten af zullen nemen.’ Door honderd zorgcentra te helpen een belevingstuin aan te leggen rondom het gebouw en ouderen opnieuw in contact te brengen met natuur door het aanbieden van een natuurrijk activiteitenprogramma, verbindt IVN ouderen opnieuw met de natuur. Zo gaat IVN honderdduizend ouderen laten ervaren welk effect natuur op hun lichamelijke en geestelijke gezondheid heeft.
Bastiaan Verberne, projectleider Grijs, Groen & Gelukkig: ‘Bij IVN weten we als geen ander dat de natuur activeert. De groene zorginterventies die wij voor ogen hebben, zijn een mooi middel om ouderen weer in contact te brengen met de natuur. De geuren en kleuren prikkelen de zintuigen van ouderen en doen herinneringen herleven. Zo draagt de natuur bij aan een gelukkige oude dag.’
bron: IVN