Berichten

Groene Stad Workshop over biodiversiteit in de stad op de Dag van de Stad


Driekwart van de inwoners van Nederland woont nu al in grote of middelgrote steden. Dat gaat om bijna 13 miljoen mensen. En daar komen tot 2030 nog eens één miljoen mensen bij. Deze stijging betekent uitdagingen en kansen voor de bestaande, maar ook voor de nieuwe stedelijke gebieden.
Op dinsdag 31 oktober vond voor de vierde keer de Internationale Dag van de Stad van de Verenigde Naties plaats. Voorafgaand daaraan werd op maandag 30 oktober de Dag van de Stad in de Werkspoorkathedraal in Utrecht georganiseerd. Het was een bijeenkomst waarop betrokkenen bij de ontwikkeling van onze steden en stedelijke regio’s kennis en ervaring konden uitwisselen.
De Dag van de Stad werd georganiseerd door G32 en G4, de ministeries van BZK, EZ, I&M, VWS, SZW, OCW en V&J en door de VNG, Platform31 en VNO-NCW. Meer dan 1500 bestuurders, ambtenaren, vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties, wetenschappers, ondernemers en actieve, betrokken stedelingen kwamen naar Utrecht. Het doel van deze Dag van de Stad was het inspireren, informeren, agenderen, verbinden en met elkaar bouwen aan een betere stad.
In een aantal themapaviljoens kwamen uiteenlopende deelonderwerpen naar voren: de duurzame stad, de veilige stad, de gezonde stad, de ondernemende stad en de groene stad. Door middel van demonstraties, lezingen en workshops werden deze thema’s aan geïnteresseerden gepresenteerd.
Workshop ‘Biodiversiteit in de stad? Ja dat kan!’
Stichting De Groene Stad verzorgde een workshop over biodiversiteit onder de titel ‘Biodiversiteit in de stad? Ja dat kan!’. De workshop werd gecoördineerd door Robbert Snep, senior onderzoeker van de WUR. Na zijn inleiding volgden bijdragen van Jacqueline Baar van Biomygreen en de stadsecoloog van Tilburg, Mischa Cillissen.
Robbert Snel bracht een boeiende en levendige discussie op gang met twee stellingen. Zijn eerste stelling luidde: ‘Liever minder stadsgroen, maar betere ecologische kwaliteit’. Met de huidige aanpak en de staat van groenstructuren in Nederlandse steden, dragen we onvoldoende bij aan het behoud van biodiversiteit. Robbert Snel sprak over een urgentie van biodiversiteit, met als voorbeeld de aandacht voor de recent gebleken dramatische achteruitgang van insecten in Duitsland. Snep stelde dat er drie factoren belangrijk zijn voor meer biodiversiteit: voldoende ruimte voor leefgebieden, voldoende samenhang tussen leefgebieden en voldoende ecologische kwaliteit. Robbert Snel is van mening dat het in onze steden vooral aan dit laatste schort.
Zijn tweede stelling luidde: ‘Lokale overheden en gebiedseigenaren moeten bij de aanbesteding van groenbeheer meer sturen op de bijdrage aan biodiversiteitsbehoud’. Robbert Snep gaf aan dat er meer aandacht moet komen voor ecologisch groenbeheer. Dat is urgent en die urgentie moet tussen de oren komen van verantwoordelijken bij gemeenten en waterschappen, maar ook bij andere gebiedseigenaren zoals wooncorporaties en bij projectontwikkelaars, bedrijven enz. Dat kan worden bereikt door prestatieafspraken te maken met groenbeheerders.
Jacqueline Baar van Biomygreen stond stil bij het belang van de kwaliteit van de bodem. Volgens haar is het verbeteren van de bodemkwaliteit één van de manieren om meer ecologische kwaliteit te genereren. De visie van Biomygreen is: ‘duurzame bodem is economie’. Een bodem van goede kwaliteit levert optimale groei van planten, bomen en gewassen en dat geeft economisch rendement. Een duurzame bodem van goede kwaliteit is in balans wat betreft fysische, chemische en biologische eigenschappen. Jacqueline Baar constateert dat de rol van het bodemleven bij de ambitie om tot grotere biodiversiteit te komen, vaak wordt vergeten. Bodemorganismen zijn van groot belang voor het opslaan en leveren van voedingstoffen, het water regulerend vermogen en de opslag van CO2. Ze ging ook in op de sleutelrol die mycorrhizaschimmels hebben. Tot slot besprak Jacqueline Baar de meerwaarde die bomen, wadi’s en groene daken hebben voor het bodemleven en voor de bodemdiversiteit.
Als laatste kwam Mischa Cillissen aan het woord. Hij is stadsecoloog van de gemeente Tilburg en vertelde over het ‘soortenmanagementplan’ ofwel de omgang met diersoorten die gebouwen bewonen. Denk aan vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen. Deze soorten nestelen vaak in oude gebouwen. Renovatie of sloop van deze gebouwen bedreigt hun nestgelegenheid en daarmee de soort. Het doel van het Tilburgse beleid is om zo veel mogelijk kans te geven aan vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen en om calamiteiten – sloop in het broedseizoen – te voorkomen. Tilburg wil bijdragen aan instandhouding van deze soorten en is alert op mogelijkheden nestgelegenheid aan te bieden. Er worden vleermuiskasten en gierzwaluwnesten geplaatst en bij het beheer van het groen wordt rekening gehouden met de verschillende dier- en insectensoorten.

De Groene Stad geeft Workshop op Dag van de Stad: Meer biodiversiteit in de stad? Ja het kan!

De Stad van de Toekomst leeft en is groen. ‘Groen’ is een belangrijk thema tijdens de Dag van de Stad, op 30 oktober 2017 in de Werkspoorkathedraal in Utrecht. Welke planten en dieren verwelkomen we wel en welke niet in de stad en vooral: welke inzet is er nodig om de gewenste biodiversiteit te realiseren, welke zijn de randvoorwaarden? Deze en dergelijke onderwerpen komen aan de orde tijdens een werksessie, georganiseerd  door de Stichting De Groene Stad.
Deelnemers aan de discussie zijn in elk geval mensen uit de wetenschap en praktijk, zoals Robbert Snep van Wageningen Environmental Research, Jacqueline Baar van Biomygreen  en stadsecoloog Mischa Cilissen van de gemeente Tilburg.  In beginsel zijn alle bezoekers aan de Dag van Stad in Werkspoorkathedraal op 30 oktober welkom in het themapaviljoen van De Groene Stad met als enige restrictie|: vol is vol. De Workshop Biodiversiteit begint om 14.00 uur en zal ongeveer 45 minuten duren. Wij hopen u daar te ontmoeten!

Zundertse boomkwekers zaaien bloemen voor bijen en natuurlijke vijanden

Zeven boomkwekers van Treeport Zundert hebben dit jaar tussen hun gewassen stroken met een bloemenmengsel gezaaid om bijen en natuurlijke vijanden op hun kwekerij te stimuleren. Ook zijn braakliggende gronden binnen de gemeente Zundert ingezaaid. De bloemenmengsels zorgen voor voedsel en schuilgelegenheid voor allerlei insecten. Het bijvriendelijke bloemenmengsel is beschikbaar gesteld door het project Bee Deals.
In het project Bee Deals werken een groot aantal partijen aan verbetering van de leefomgeving van de bijen. Het doel van de kwekers in de Treeport is echter breder, vertelt Jolanda van Hasselt van Boomkwekerij P.C.C. van Hasselt uit Zundert. “Wij willen met de mengsels de totale biodiversiteit op kwekerijen stimuleren. We creëren niet alleen een goede leefomgeving voor alle bestuivers maar ook voor natuurlijke vijanden, die kunnen helpen om ziekten en plagen in onze gewassen te voorkomen.”
Lieveheersbeestjes zijn bekende natuurlijke vijanden van luis die kwekers helpen om bijvoorbeeld beuken vrij te houden van beukenbladluis. Een ander voorbeeld zijn zweefvliegen. Volwassen zweefvliegen leven van nectar en stuifmeel van bloemen maar van een aantal soorten jagen de larven jagen op bladluizen. Door het inzaaien van bloemenmengsels hopen kwekers dat er zich meer natuurlijke vijanden rond de boomkwekerijgewassen vestigen en er een weerbaarder ecosysteem ontstaat.
Het stimuleren van de biodiversiteit gebeurt in het kader van het project Functionele Agrobiodiversiteit Boomteelt. Dit project is onderdeel van het Koepelproject Plantgezondheid van de Raad voor de Boomkwekerij. Er worden waarnemingen gedaan om te kijken hoe de plagen en natuurlijke vijanden zich ontwikkelen. Uit de eerste waarnemingen blijkt dat de bloemenmengsels veel verschillende insecten trekken. Volgend voorjaar als de beuken uitlopen worden opnieuw waarnemingen gedaan.
 

Gevarieerde beplanting in de stad bevordert de biodiversiteit

Biodiversiteit is niet alleen iets voor in de natuur. Ook in de stad is het goed om veel verschillende planten te hebben. Praktijkonderzoek Plant & Omgeving (PPO) laat zien hoe groenbeheerders planten en bomen kunnen inzetten voor een gevarieerd dierenleven.
Wie aan biodiversiteit denkt, komt niet zo snel uit bij de stad. Toch biedt juist de stedelijke omgeving volop mogelijkheden voor allerlei insecten, vogels en andere dieren. Dan is het wel van belang om de juiste beplanting te kiezen.
Elke beplanting trekt dieren aan. De ene struik of plant is aantrekkelijk voor vlinders, de andere voor bijen en weer andere bieden een goede schuilmogelijkheid voor vogels om nesten in te bouwen. Om al die verschillende dieren te bevorderen is dan ook variatie essentieel, zodat alle verschillende soorten aan hun trekken komen.
Voor elk dier andere planten
De vraag is dan wel: welke plant of struik is goed voor welk dier? De onderzoekers van PPO hebben alle bestaande wetenschappelijke kennis hierover toegankelijk gemaakt in een brochure. Kwekers, beheerders van openbaar groen en particulieren met een eigen tuin kunnen zo precies uitzoeken welke planten ze het beste kunnen neerzetten als ze bepaalde dieren willen helpen in hun voortbestaan.
Inheemse en uitheemse soorten
Tegelijk geven de onderzoekers informatie over inheemse en uitheemse soorten. Sommige gemeentes willen alleen soorten die van oorsprong uit het gebied komen, ook wel autochtoon materiaal genoemd. Toch kunnen ook uitheemse soorten een goede keuze zijn, zeker als die het beter doen bij de toekomstige klimaatverandering. Enige kanttekening bij uitheemse soorten is dat die invasief kunnen worden waardoor inheemse soorten worden verdrongen. Maar slechts 1 op de 1000 doet dat.
Bron: wur.nl

Wethouder opent ´bloembollen plant dag´ Enkhuizen

Wethouder Gerrit Wijnne plantte samen met leerlingen uit Enkhuizen bloembollen in de kleuren van de vlag van Enkhuizen. Dit was het startsein van de ‘bloembollen plant dag’ voor de 150 kinderen. Samen plantten ze daarna, uit naam van Bulbs4Kids, 6 bloembollen tapijten van duizenden bloembollen in het Wilhelminaplantsoen.
Educatie natuur
Honderdvijftig kinderen van 6 verschillende basisscholen uit Enkhuizen gingen op bloembollen avontuur. Het begon bij MEC De Witte Schuur, waar Wethouder Gerrit Wijnne een korte toesprak gaf. Hij vertelde de aanwezige kinderen onder andere waarom hij educatie over natuur op basisscholen belangrijk vindt en waarom hij de campagne Bulbs4Kids onder de aandacht wil brengen. Hierna werd de ´bloembollen plant dag´ origineel geopend. Wijnne nodigde uit iedere klas 1 leerling uit om samen met hem een bloembollen mozaïek te maken in de kleuren van de vlag van Enkhuizen.
Bloembollen tapijten
Na de opening mochten alle kinderen zelf aan de slag. De grote groep van 150 leerlingen verplaatste zich naar het Wilhelminaplantsoen. Gehuld in een kleurrijk Bulbs4Kids hesje en gewapend met een Bukbs4Kids schepje, plantte iedere klas een eigen bloembollen tapijt van 8 vierkante meter in een specifieke kleur. Komend voorjaar zorgen deze bloembollen tapijten voor een kleur explosie waar iedereen van kan genieten. Bij elk bloembollen tapijt staat een bord met daarop de informatie wie het heeft geplant. Zo weet iedere voorbijganger in het voorjaar hoe de bloembollen tapijten zijn ontstaan. De enthousiaste bloembollenplanters zijn:

  • Groep 4/5 a van P.C. basisschool Het Mozaïek, locatie Toereppel
  • Groep 3/4/5 van P.C. basisschool Het Mozaïk, locatie Spaans Leger
  • De middenbouw van Montessorischool De Wegwijzer
  • Groep 4/5 van O.B.S. de Tweemaster
  • Groep 4/5 van Katholieke basisschool “de Hoeksteen”
  • Groep 4 b van Katholieke Basisschool Pancratius

Bulbs4Kids
De 6 klassen zijn allemaal deelnemers van Bulbs4Kids. Deze campagne laat kinderen bloembollen ontdekken. Naast dat wetenschappelijk is bewezen dat spelen in de natuur bijdraagt aan een evenwichtige en gezonde ontwikkeling van kinderen is het ook nog eens gewoon leuk! Door kinderen zelf bloembollen te laten planten, maken ze spelenderwijs op een laagdrempelige en spannende manier kennis met bloembollen en zien met eigen ogen hoe de bloembollen uitgroeien tot schitterende bloemen.
 

Drie kilometer berm in Haarlem voorzien van bloemzaad

Spaarnelanden zaait, in opdracht van gemeente Haarlem, drie kilometer berm in met bloemzaad. Het doel is om de biodiversiteit in en om de stad te vergroten en de bermen mooier te maken. De bloeiende bloemen leveren nectar aan wilde bijen, vlinders en andere insecten en het is natuurlijk een vrolijk gezicht.
De grasrijke bermen worden eerst geplagd om de voedselrijke toplaag te verwijderen. Het onderliggende zandbed wordt aangevuld en vervolgens ingezaaid met meerjarige bloemen. Het duurt een paar jaar voordat alle bloemen tot ontwikkeling komen. Er zijn in het zaadmengsel ook één- en tweejarige soorten toegevoegd zodat iedereen komend voorjaar al van de bloemenpracht kan genieten.
Maaien vanaf half juli
Spaarnelanden past het beheer van de ingezaaide bermen aan. Het maaien vindt plaats vanaf half juli, na de zaadzetting. Het maaisel blijft vervolgens een paar dagen liggen zodat het zaad eruit kan vallen. Vervolgens wordt het maaisel verwijderd zodat het aantal verschillende dieren en planten in de bermen toeneemt.
Samenwerking Landschap Noord-Holland
Het inzaaien van de bermen is onderdeel van een groot pakket aan maatregelen om de natuur in Haarlem een flinke impuls te geven. Hier werken de gemeente Haarlem en Spaarnelanden aan in samenwerking met Landschap Noord-Holland.
Bron: spaarnelanden.nl

Landschap Overijssel start actie en plant zeldzame inheemse bomen terug in het landschap

Het Landschap Overijssel is een actie gestart om zeldzame inheemse bomen terug te planten in het Overijsselse landschap. In het Overijsselse landschap zijn steeds minder inheemse bomen en struiken te vinden zoals wilde appel, fladderiep, linde of wilde roos. Boom- en plantsoorten die thuishoren in Overijssel en vroeger overal in het buitengebied te vinden waren.
De organisatie vertelt: “In landschapselementen zoals houtwallen of als alleenstaande boom in een weiland. Het aantal van dit soort landschapselementen neemt af, en hiermee ook de variatie aan bomen en struiken. En als er elementen worden teruggeplaatst, wordt er vaak gekozen voor eik en gelderse roos. Jammer, want straks bestaat ons hele landschap uit eik en gelderse roos en dat zou een grote verarming van de biodiversiteit zijn. Om hier verandering in te brengen, start Landschap Overijssel een wervingsactie gekoppeld aan een actie om inheemse plant- en boomsoorten terug te planten in het Overijsselse Landschap. www.beschermoverijssel.nl.”
Wervingsactie
Landschap Overijssel zet zich in voor het behoud, het beheer en de ontwikkeling van het Overijsselse landschap. De komende maanden voert ze actie om de organisatie verder te versterken en vraagt ze iedere huidige donateur één nieuwe donateur te werven. Want hoe meer mensen betrokken zijn, hoe beter Landschap Overijssel de natuur kan beschermen. Het geeft haar een sterkere positie en een grotere stem in het behartigen van de belangen van het Overijsselse landschap. Voor iedere tien nieuwe donateurs, die zich tot 15 februari 2017 aanmelden, plant de organisatie ergens in het landschap een groepje zeldzame bomen en struiken. Zo versterkt de organisatie zelf én het fysieke landschap in één.
“De biodiversiteit in de wereld gaat nog steeds met grote sprongen achteruit, en Overijssel blijft hier niet in achter. Steeds meer waardevolle bomen, struiken en dieren worden zeldzaam in het Overijsselse landschap, bijvoorbeeld door verkaveling, de aanleg van wegen en het kappen van bomen. Neem de prachtige fladderiep, die in Overijssel vrijwel is uitgestorven. De fladderiep is van groot belang voor de iepenpage (vlinder die voornamelijk op de fladderiep leeft). Met het terugplanten van deze inheemse bomen en struiken, hoopt Landschap Overijssel het landschap ook weer aantrekkelijk te maken voor bepaalde dieren, zoals de iepenpage.”
Bron: brugnieuws.nl

Natuur doet het goed in Amsterdam

Het gaat steeds beter met de natuur in Amsterdam, zo blijkt uit het boekje ‘Amsterdamse Natuurwaarden in kaart’ (zie bijlage). Deze Natuurwaardenkaart beschrijft hoe de natuur ervoor staat in de stad zelf, en in het Amsterdamse bos. Vooral aan de rand van de stad en in de parken neemt de biodiversiteit toe, en de kademuren langs de grachten blijken een uitstekende plek voor een aantal muurplanten.
Nieuwe soorten
Uit de vorige meting in 2009 was al een positieve trend zichtbaar en deze ontwikkeling heeft doorgezet. Zowel kwantitatief als kwalitatief is er vooruitgang waargenomen. In het Geuzenbos zijn er bijvoorbeeld meer ijsvogels en haviken aangetroffen en in het Diemerbos meer insecten, vleermuizen en ringslangen. Nieuwe soorten zijn waargenomen in het Beatrixpark, zoals de bosvleermuis en de kleine dwergvleermuis. En binnen de stadsgrenzen, in het Sloterpark, broedt nu de lepelaar.
Bijen en vlinders
Al eerder bleek dat de natuur in en om Amsterdam het buitengewoon goed doet ten opzichte van de ontwikkeling in Nederland als geheel. Terwijl het in Nederland en wereldwijd slecht gaat met de bij, is in Amsterdam het aantal soorten wilde bijen 20% gestegen tussen 2000 en 2014. Bijen en vlinders zijn graadmeters voor het stadsmilieu: als zij het beter doen, doet andere flora en fauna dat ook. Het gaat overigens niet overal gaat het beter ten opzichte van 2009: in sommige delen van Waterland en in nieuwbouwgebieden in Amsterdam Noord is de diversiteit afgenomen, voornamelijk als gevolg van intensiever of ander gebruik.
Wethouder Groen Abdeluheb Choho: ‘Het ging al goed met de Amsterdamse natuur, en gelukkig blijkt het steeds beter te gaan. Succesvolle maatregelen, zoals het anders maaien van groenstroken en het inzaaien van insectvriendelijke planten, gaan we veel breder toepassen, en Amsterdammers zullen dat de komende tijd ook gaan zien.’
Ecologische Structuur Amsterdam
Sinds 2012 is er de Ecologische Structuur Amsterdam, een netwerk van zowel grote als kleine ‘groene’ en ‘blauwe’ gebieden. Door deze gebieden aan elkaar te verbinden, kunnen dieren zich makkelijker door de stad bewegen en wordt ook het leefgebied van planten vergroot. Een mooi voorbeeld van zo’n verbinding is recent aangelegd bij de Beemsterweg in Noord.
Bron: Amsterdam.nl

Grond van soortenrijke plantengemeenschappen beste voor elke soort

Voor een voorspoedige groei creëren planten een netwerk van nuttige bodemorganismen zoals schimmels en bacteriën rond hun wortelstelsel. Toch blijken ook planten die hun eigen goede organismen huisvesten nog beter te groeien in grond die bodemorganismen herbergt van vele verschillende plantensoorten. Dat toont een onderzoeksteam aan van het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW), Wageningen University, en de Universität Leipzig in een uitgebreid experiment. In de studie, gepubliceerd in Journal of Ecology, identificeren zij de succesfactoren voor een gezond plantenleven.
Planten in de volle grond ontkomen niet aan interacties met het bodemleven; succesvolle planten maken gebruik van bodemorganismen die hun plantengroei bevorderen en vermijden de schadelijke organismen. Maar hoe is te voorspellen of een plant zijn bodemleven beter of slechter maakt voor zichzelf? En hebben planten baat bij plantendiversiteit?
Groeikracht
Om die vragen te beantwoorden gebruikten de onderzoekers 48 plantensoorten waaronder verschillende soorten grassen, stikstofbindende planten en grote en kleine kruiden. Zij testten de groeikracht van deze soorten uit op verschillende grondsoorten. Grond waarop slechts de eigen plantensoort had gegroeid en zo een soorts-eigen gemeenschap van bodemorganismen had geselecteerd. De groeikracht werd daarnaast met dezelfde plantensoorten uitgetest op grond die eerder was doorworteld door de 48 verschillende plantensoorten en dus een zeer diverse gemeenschap aan bodemorganismen had gecreëerd. De groei op deze twee grondsoorten vergeleek het onderzoeksteam met de groei van de planten op steriele grond van verder dezelfde samenstelling.
Eigen plantsoorten groeiden beter
Het internationale onderzoeksteam vond dat veel plantensoorten het slechtste groeiden op hun eigen grond, terwijl andere plantensoorten juist beter groeiden in hun eigen grond in vergelijking met gesteriliseerde grond. Echter zowel de soorten die het slecht deden als de soorten die het goed deden op hun eigen grond groeiden alle nog beter op de grond met nalatenschap van alle plantensoorten samen.
Voorspellen groei
De belangrijkste planteneigenschap om de plant-bodem wisselwerking te voorspellen blijkt de worteldikte, zo vonden de onderzoekers. Planten met dunne wortels bleken het meeste last te hebben van groei-remmende bodemorganismen. Dit effect ging echter samen met de lage kolonisatie van de wortels met groeibevorderende schimmels, die wel floreerden in plantensoorten met dikke wortels. Ongeacht of planten geremd of gestimuleerd werden door hun eigen bodemorganismen groeiden alle plantensoorten beter met de bodemorganismen van alle plantensoorten samen. “Dat wijst op een verdunningseffect van plantensoort-specifieke ziektes,” zegt onderzoeker Gerlinde De Deyn verbonden aan zowel Wageningen University als aan NIOO-KNAW. “Daarbij blijven de gunstige organismen behouden, en die zorgen voor de voortvarende groei, terwijl de onderdrukking van pathogenen voorkomt dat de groei wordt afgeremd”.
Worteldikte
De kennis dat vooral worteldikte van belang is voor de interactie met groeibevorderende en groei-remmende bodemorganismen is van nut voor onderzoekers en veredelaars. Die kennis kan helpen in de zoektocht naar gewassen die meer ziektebestendig zijn, alsook om te begrijpen hoe plantendiversiteit en plantensamenstelling de productiviteit van natuurlijke vegetatie beïnvloedt.
bron: wageningenur.nl

Bijen weten Attractiepark Toverland te vinden

In 2016 en 2017 is Toverland het decor van een biodiversiteitsonderzoek in het kader van ‘Samen voor bijen’. Het onderzoek draagt bij aan het vergroten van de biodiversiteit in het park en aan de leefomgeving voor wilde bijen en vlinders in de gehele provincie. De eerste deelresultaten zijn bekend en hoewel het park zeker een bijdrage levert aan natuur in de stedelijke omgeving, zijn er nog verbeteringen mogelijk.
Het ene groen is het andere niet
Bijen zijn voor hun voedsel volledig afhankelijk van bloemen. Voor vlinders is het van belang dat er voldoende planten zijn die nectar produceren. De beplanting van themagebied de Magische Vallei is daarom in kaart gebracht; er komen ruim 180 verschillende plantensoorten voor. Er is tevens een drachtkalender opgesteld, waarbij van alle plantensoorten in kaart is gebracht in welke mate deze interessant zijn voor vlinders en bijen. Daarnaast zijn van maart tot en met juni de aanwezige bijen en vlinders in het gebied geïnventariseerd.
Het gaat goed, maar kan beter
De Magische Vallei wordt zeer actief door wilde bijen bezocht, al is het aantal soorten gering. Anique Willems, Landschapsecoloog bij BTL Advies vertelt: “Van de 180 soorten planten en bloemen in de Magische Vallei wordt slechts een beperkt aantal door bijen en vlinders bezocht. “Een vergroting van het aantal inheemse planten kan de soortendiversiteit verrijken, waardoor er een aantrekkelijker leefgebied ontstaat.
Wereld vol magie
“We willen onze gasten volledig onderdompelen in een wereld vol magie. Natuur, waaronder bijen en vlinders, dragen in een belangrijke mate bij aan de beleving”, aldus Ruud Moors, Senior Supervisor Groen bij Toverland.” We nemen de adviezen mee als richtlijn in de Magische Vallei en de inrichting van het nieuwe themagebied dat in de komende jaren gerealiseerd wordt.”
Vervolg onderzoek
Het vervolgtraject wordt uitgevoerd door een stagiair, aangestuurd door het CITAVERDE College. Willems heeft hierbij een adviserende rol en fungeert als klankbord: “Het onderzoek loopt nog door tot eind 2017, zodat uitspraken gedaan kunnen worden over het gehele bloeiseizoen. Ook ontwikkelen wij samen met Toverland een educatieplan over biodiversiteit. Op deze manier gaan niet alleen de bijen en vlinders een mooie toekomst tegemoet, maar leren verschillende generaties bezoekers over het belang van bijen en vlinders voor ons allemaal.”
bron: btl.nl