Berichten

Zakboek voor de bijentuin

Helder boek om een tuin, balkon en zelfs je buurt bij-vriendelijk te maken van Bart Vandepoele, Bruno Remaut en Marc Verachtert
– Draag je steentje bij aan het milieu en maak van je tuin een bijvriendelijke plek
– Maak kennis met de belangrijkste bijensoorten en de mooiste planten en struiken die van je tuin een paradijs maken
– Tips voor kleine en grote tuinen, balkons, scholen en openbaar groen
De lezer wordt in dit zakboek meegenomen in een boeiend verhaal van bestuiving, kleurrijke, zoemende borders en snoephagen. Je maakt kennis met de belangrijkste bijensoorten, maar ook met de mooiste planten en struiken die van je tuin een waar bijenparadijs maken. Het boek is niet alleen bedoeld voor tuin- en plantenliefhebbers. Ook leerkrachten en verantwoordelijken voor openbaar groen vinden heel wat inspiratie om de omgeving bijvriendelijk te maken.
Voor meer informatie: https://www.lannoo.be/nl/zakboek-voor-de-bijentuin
 

Column Lodewijk Hoekstra: Bouwen plus biodiversiteit

Het klinkt ietwat tegenstrijdig; bouwen en biodiversiteit. Bouwen gaat over het samenstellen van diverse dode materialen tot één object terwijl biodiversiteit gaat over ecosystemen die vanzelf groeien. De economie floreert op het moment en er moet daarom flink gebouwd worden om te wonen en te werken. Naast de beoogde 75.000 nieuwe woningen per jaar verrijzen nieuwe solarparken, infrastructurele projecten en bedrijfsterreinen als paddestoelen uit de grond. In de praktijk gaat de bouw nu vaak ten koste van bestaand groen en draagt weinig of niets bij aan biodiversiteit terwijl deze nu al zwaar onder druk staat onder toedoen van menselijke activiteiten. Zo hebben we te maken met een ongekende afname van natuur en biodiversiteit. Er wordt geschat dat in Nederland op sommige plekken al 75% van het vliegende insectenleven is verdwenen of zwaar onder druk staat. Het lijkt alsof we moeten kiezen tussen twee noodzakelijke behoeftes: er moet gebouwd worden terwijl we als mens ook sterk afhankelijk zijn van een florerende natuur. Het blijkt in de praktijk lastig om deze totaal verschillende zaken te combineren.
Wie is er nou verantwoordelijk voor natuur als biodiversiteit als die zo belangrijk is voor ons als mens? Het Rijk heeft het natuurbeheer als taak gedelegeerd naar de provincies en de gemeenten. De provincies doen hun best deze taak te vervullen, maar weten vaak niet goed hoe ze hiermee om moeten gaan. Er zijn wel succesvolle projecten zoals ‘Ruimte voor de rivieren’, maar het eigenlijke doel daarvan is het veiliger en bestendiger maken van Nederland. Gemeenten worstelen ook erg met het thema natuur en hebben het bovendien al lastig genoeg met de andere opgaven die er de afgelopen jaren zijn bijgekomen. Denk bijvoorbeeld aan het ‘gasvrij maken’, de circulaire economie en het klimaatadaptief maken van de leefomgeving door middel van diverse stresstesten en alles wat erbij komt kijken. De natuurorganisaties hebben het de afgelopen jaren sterk laten liggen en werken ook niet goed samen. De groenvoorzieners bemoeien zich meer met de opgave in en rondom steden waar ze groen, of wat er van over is, vaak tegen kostprijs dienen aan te brengen. De realiteit is dat natuur en vooral biodiversiteit in Nederland het veelal af moet leggen tegen andere ‘belangrijkere’ thema’s zoals economische belangen, het faciliteren van multinationals en bijvoorbeeld grootschalige landbouw. Met andere woorden, natuur delft vaak het onderspit in Nederland.
Toch is het, ondanks de schijnbare tegenstelling, heel erg goed mogelijk bouwen en biodiversiteit te combineren. Het antwoord is natuurinclusief bouwen; het integreren van elementen aan de buitenkant van gebouwen waar dieren en planten kunnen leven. Door isolatie zijn er steeds minder hoekjes en gaten waar bijvoorbeeld mussen of zwaluwen hun nesten kunnen bouwen. Natuurinclusief bouwen ruimt plek in voor nestgelegenheden, groene gevels of groene daken zodat gebouwen opgaan in het stedelijke ecosysteem.
Dit soort kleine, maar belangrijke aanpassingen in het ontwerp zijn nog niet vanzelfsprekend. Dat kan het wel worden door deze opgave aan te vliegen op projectniveau en ambities en doelstellingen concreet vast te leggen in de uitvraag en het programma van eisen. Hoewel veel gemeenten denken niets voor te mogen schrijven is het wel degelijk mogelijk om zaken als natuur, biodiversiteit en groen met ecologische toegevoegde waarde af te dwingen. Sterker nog, veel projectontwikkelaars zouden hier graag aan bij willen dragen, maar missen duidelijke richtlijnen op dit vlak. Zaak is wel om in te zetten op integrale duurzame gebiedsontwikkeling waarbij alle aspecten van duurzaamheid aan bod komen en deze vervolgens ook middels heldere maatstaven, oftewel KPI’s, vast te leggen. Als duurzaamheid niet meetbaar is, kan er geen borging plaatsvinden van de eerder gestelde ambities en brokkelen eerder gestelde ambities af tot een bedenkelijk niveau. Met name groen en ecologie verworden dan vaak tot de bekende kostenpost en dragen in de praktijk weinig bij aan waarde voor flora en fauna.
Gelukkig zijn veel gemeenten en provincies steeds meer bezig met het zogenaamde ‘meekoppelen’ waarbij men inzet op het combineren van verschillende opgaven en doelstellingen binnen gebiedsontwikkeling. Ook een dergelijke aanpak kan een positieve bijdrage leveren aan het duurzaam vergroenen van de leefomgeving, mits wederom helder geformuleerde KPI’s worden toegepast en nageleefd.
Zo is het dus heel erg goed mogelijk om te komen tot verdichting in steden, infrastructuur en industrieterreinen terwijl die ontwikkelingen meetbaar bijdragen aan het in stand houden of zelfs het verbeteren van biodiversiteit. Ook zijn er steeds meer handvatten voorhanden om concreet invulling te geven aan deze opgave. Denk aan de Groene Agenda, De Levende Tuin, Gebiedslabeling, Operatie Steenbreek, de nieuwe Omgevingswet en Tijdelijke Natuur. Ook is er door RVO een prijsvraag in het leven geroepen om opdrachtgevers te belonen die het beste natuur in hun uitvraag weten in te bedden. Benieuwd naar inspiratie? Kijk dan eens op www.bouwenplusbiodiversiteit.nl

Lubbe Lisse Groene Stad Charta Partner

 Bloembollen geven de Groene Stad kleur…
Lubbe Lisse Groene Stad Charta Partner
Als eerste bollenkweker sluit Lubbe Lisse zich als Charta Partner aan bij de Groene Stad. Het meer dan 100 jaar oude familiebedrijf heeft een toonaangevende positie verworven als kweker en leverancier van bloembollen en vaste planten. Ook buiten Nederland.
Lubbe & Zoon B.V. levert aan overheden, scholen, universiteiten en themaparken. Niet alleen met bloembollen en vaste planten, maar ook op het vlak van landscaping heeft het bedrijf een goede reputatie opgebouwd. Voordat de keus voor de beplanting wordt gemaakt wordt grondig stilgestaan bij het klimaat, de waterhuishouding, de grondsoort, de schaduwligging enz. Dat leidt tot maatwerk bij de keus van de beplanting.
Ronald Lubbe vormt samen met zijn neef Michael de directie. Het is al weer de vierde generatie Lubbe’s in het familiebedrijf. Ronald licht de keus voor het Charta Partnership toe.
‘Wij volgen De Groene Stad al langere tijd. De inhoudelijke, creatieve manier waarop De Groene Stad stelselmatig aandacht vestigt op de rol die natuurlijk groen kan spelen bij het oplossen van milieuproblemen, spreekt ons aan. In onze bedrijfsvoering houden we zoveel mogelijk rekening met duurzaamheid. Biodiversiteit bijvoorbeeld is binnen ons bedrijf al jaren een belangrijk thema. Vlinders en bijen worden met uitsterven bedreigt, maar spelen een grote rol bij het in standhouden en vergroten van de soortenrijkdom. In de keus van de bollen en vaste planten in ons sortiment is hun rol als ‘stuifmeelleveranciers’ een belangrijk punt. Dat is de bijdrage van ons bedrijf aan het helpen oplossen van vraagstukken rond de leefbaarheid van onze steden en – in het verlengde daarvan- van onze wereld’.
De Groene Stad is blij met de toetreding van Lubbe & Zoon B.V. tot de voorhoede van het groeiende netwerk van Groene Stad Charta Partners.
 

Tuin helpt biodiversiteit te bevorderen

Een tuin gaat pas echt leven als er beestjes in rondscharrelen. Stadsmensen anno 2018 zijn soms geneigd elk levend wezen te zien als ongedierte dat moet worden bestreden, met soms desastreuze gevolgen. Maar gelukkig zien we steeds meer in dat enig dierlijk leven er toch echt bij hoort. Sterker nog: biodiversiteit – de verscheidenheid aan verschillende vormen van leven –  is tegenwoordig een hip thema. Voor alle duidelijkheid: niet elk dier is welkom in onze tuin. Maar hoe zorgen we ervoor dat welkome dierlijke gasten zoals egels (die trouwens onze gastvrijheid belonen door slakken te bestrijden), bijen, vlinders, vogels en allerlei andere dieren of insecten het in onze tuin naar hun zin hebben? Hoe gevarieerder de tuin, hoe beter het is voor insecten, vlinders en vogels. De basis voor een diervriendelijke tuin is dan ook goede beplanting. Met vaste planten in uw tuin is het echt mogelijk een tuin gastvrij in te richten voor insecten, vlinders, vogels en zoogdieren.
Bijen
Dat bloemen en bijen bij elkaar horen weet ieder kind. Maar het belang van de bijen vereist bijvoorbeeld dat ze in een tuin op verschillende momenten bloeiende planten kunnen vinden. Zo kunnen bijen doorlopend verschillende soorten stuifmeel verzamelen. Je kunt bijen een plek geven door veel verschillende soorten (vooral inheemse) bloemen te planten. Verder kunnen we onze tuin voor bijen aantrekkelijk maken door ze plekken te bieden om te nestelen. Verschillende soorten bijen nestelen op verschillende plekken nestelen. De een maakt een nest op de grond, de ander vindt dood hout, plantenstengels, slakkenhuizen of muizenholletjes. Ook bundels rietstengels, bamboe en houtblokken met gaten (bijenhotels) geven bijen een kans om te nestelen. Voor de bijen is het prettig als we voor de winter niet al te grondig de tuin opruimen, rommelhoekjes in stand laten en bijvoorbeeld plantenstengels laten staan. Hagen, struiken, planten en gazons geven de wilde bijen een grotere kans op overleving.
Vlinders
Vlinders zijn niet kieskeurig als het gaat om bloemen en planten. Als er maar genoeg staan, komen ze wel langs. Als verblijfplaats zoeken vlinders graag een beschut plekje op: schuren en zolders maar ook een hoop bladeren. Speciale vlinderkasten zijn vanzelfsprekend heel geschikt als gastenverblijf. Waar vlinders in elk geval op af komen is nectar. Die halen ze uit de bloemen van bijvoorbeeld de buddleja (de vlinderstruik), lavendel, hemelsleutel, herfstaster, koninginnekruid en enkelbloemige afrikaantjes. Intussen worstelen vlinders natuurlijk wel met hun vernielzuchtige  puberteit: maar weinig tuiniers zijn blij met rupsen. Maar zo lang we niet hoeven te spreken van een plaag, horen de rupsen er toch echt bij!
Vogels
Vogels zijn op zichzelf niet veeleisend. Veiligheid, beschutting tegen roofvogels en katten is van belang, naast uiteraard voedsel. Dat voedsel bestaat naast allerlei zaden, veelal uit diertjes, insecten bijvoorbeeld, die we naar onze tuin toe willen lokken. Zo werken we aan onze eigen biodiversiteit! Om meer en verschillende vogels in uw tuin te krijgen, is het belangrijk te kiezen voor levende materialen. Plaats dus een heg in plaats van een schutting. Ook mag de tuin niet te netjes zijn, zo behouden de vogels plekken om voedsel te vinden en te schuilen.
De Top 5 van biodiversiteit bevorderende planten, lokkers voor bijen en vlinders:

    1. Veronica longifolia – Lange ereprijs
    2. Aruncus dioicus – Geitenbaard
    3. Thymus serpyllum – Wilde tijm
    4. Stachys byzantina – Ezelsoor
    5. Verbena bonariensis – IJzerhard

Biodiversiteit op bedrijventerreinen

Biodiversiteit kan beknopt gedefinieerd worden als een gevarieerde natuur met veel planten- en diersoorten. Hoewel het inzetten op een bedrijventerrein met veel biodiversiteit in eerste instantie misschien niet de meest voor de hand liggende keuze lijkt, kleven er niettemin tal van voordelen aan! Bijvoorbeeld:
– Van een kwalitatief hoogwaardig bedrijventerrein is het bekend dat het fungeert als een visitekaartje naar klanten en zakenpartners. Biodiversiteit kan een enorm effectieve wijze zijn op de kwaliteit van een bedrijventerrein te verhogen, en hiernaast ook nog eens een overtuiging tot duurzaam ondernemen onderstrepen!
– Een groene werkomgeving is gezond. Zo hebben mensen minder last van stress en depressies in een groene werkomgeving, en wordt beweging door een dergelijke omgeving gestimuleerd. Dit betekent weer een hogere arbeidsproductiviteit en een vermindering van het aantal verzuimdagen.
– Consumenten spenderen meer tijd én geld op groene (retail)terreinen, en het beheer van natuurlijke terreinen is vaak goedkoper dan conventioneel groenbeheer.
Zorgen voor de aanwezigheid van biodiversiteit op een bedrijventerrein hoeft niet moeilijk te zijn. Wanneer de juiste omstandigheden maar worden gecreëerd, ontstaat het vaak vanzelf. Er zijn verschillende wijzen waarop een bedrijventerrein biodiverser kan worden gemaakt. Bijvoorbeeld door middel van:
– Het aanwezig laten zijn van bloemrijke bermen en percelen, gecombineerd met zogenoemde ‘insectenhotels’. Vlinders zullen hierdoor bijvoorbeeld waarschijnlijk in ruime mate op het bedrijventerrein aanwezig zijn.
– Het kiezen voor groene erfafscheidingen, zoals hagen of houtwallen, in plaats van (ijzeren) hekken.
– Het aanplanten van natuur dat eetbare zaken voortbrengt, zoals vruchtbomen of een moestuin.
Dit zal zoals gezegd niet alleen een positieve rol kunnen spelen bij de arbeidsproductiviteit, het ziekteverzuim, en de (directe) verkoop, maar kan ook fungeren als een visitekaartje, waaruit uw overtuiging tot duurzaam ondernemen blijkt!
Klik voor innovatieve praktijkvoorbeelden van hoe biodiversiteit kan worden ingebracht op bedrijventerreinen, op de volgende link:
– Best Practices https://nl.thegreencity.eu/best-practices/

Biodiversiteit begint bij gevarieerd groen in de stad

De stad is bij uitstek de plek voor meer flora en fauna in Nederland. Er liggen daar volop kansen voor inrichting van verschillende leefgebieden. Of het nu gaat om wild begroeide gebieden of fijn afgestemde beplantingen, natte oeverzones of een verticaal bos langs de gevel van hoogbouw. De plant heeft hierin de sleutelpositie. Biodiversiteit begint bij gevarieerd groen. 
In de stad staat de biodiversiteit onder druk door de sobere inrichting van de buitenruimte, efficiënt en traditioneel beheer en versteende tuinen waardoor groen verloren gaat. Toch ligt dáár juist een kans om het tij te keren.
Sleutelpositie Plant
De plant heeft de sleutelpositie. Een rijk insecten- en dierenleven begint bij gevarieerd groen. Vooral bomen, bloembollen, heesters en (vaste) planten die bestuivende insecten aantrekken zijn belangrijk voor de biodiversiteit. Deze insecten houden de botanische rijkdom in stand. Ze zijn een belangrijke schakel in het ecosysteem. De planten en de insecten zijn op hun beurt een voedselbron voor vogels en andere dieren.
Kleine Ingreep, Groot Effect
Wat insecten en dieren nodig hebben, verschilt niet zoveel van onze behoeften: voldoende eten, een veilige woning en een geschikte leefomgeving. Het liefst zo gevarieerd mogelijk en niet ver van elkaar verwijderd. Dan vindt elke soort wat van zijn gading. “Met relatief kleine ingrepen in beheer kan er al veel bereikt worden voor de biodiversiteit zonder hoge kosten”, zegt Joop Spijker, senior onderzoeker team Vegetatie, Bos – en Landschapsecologie bij Wageningen Environmental Research. In bermen of andere grasvegetaties ontstaat een bloemrijke berm als je minder frequent maait, niet alles tegelijk maait en het maaisel na enkele dagen weghaalt. Hoeveel je moet laten staan, hangt af van waar het ecologisch te beheren groen ligt. In de stad waar meer kleinere biotopen zijn, is de vuistregel dat je 10% van het hele gebied in de winter laat overstaan zodat insecten en kleine dieren daar hun toevlucht kunnen zoeken.
Klaarzetten voor Natuur
“Bij aanleg van nieuw groen kun je een gebied zo inrichten dat je het klaarzet voor natuurlijke processen”, aldus Spijker. Dat betekent dat je de bodem niet verrijkt door standaard teeltaarde te gebruiken, maar dat je uitgaat van de oorspronkelijke bodem of juist zorgt voor een schrale bodem en geleidelijke overgangen. Een zandige bodem is een goede uitgangssituatie voor een kruidenrijke vegetatie. Natte terreinen kun je gebruiken om natuurlijke vijvers met een geleidelijke overgang van oeverplanten en rietkragen naar drogere plekken te creëren. Maar ook gevarieerde hagen met vruchten en een geleidelijke overgang tussen grasvegetatie en een bomenrij is belangrijk voor de soortenrijkdom. In stedelijk gebied liggen op het dak nog ongebruikte kansen voor natuur. Net als langs de gevel.  In de factsheet ‘Groen: meer dan mooi en gezond’ uit het programma Groene Agenda staat dat de stad al een goed leefgebied kan zijn voor vlinders en (wilde) bijen als 10% van het oppervlak voorzien is van gevarieerd groen. Deze flora moet dan wel verspreid door de stad liggen, zodat ze van plek naar plek kunnen vliegen,
Van Nature en van Verre
De biodiversiteit heeft het meeste baat bij planten die van nature in Nederlandse gebieden voorkomen. Sommige wilde bijen bijvoorbeeld vliegen alleen op heel specifieke plantensoorten. Toch betekent dit niet dat je alleen inheems sortiment moet aanplanten. Gecultiveerde bomen en planten kunnen het bloeiseizoen verlengen, waardoor insecten langer van voedsel worden voorzien. De welbekende vlinderstruik is oorspronkelijk niet inheems. Toch zijn de vlinders er dol op.
Wat van belang is bij toepassing van uitheemse soorten is dat ze voldoende nectar en stuifmeel bieden. Ook heeft bij het uitzaaien van wilde planten het absolute voorkeur om zaad van Nederlandse soorten te nemen en niet van varianten uit andere klimaatzones. Deze zijn vaak minder geschikt voor de insecten en kunnen de oorspronkelijke soorten wilde planten verdringen.
Cultuursoorten zorgen voor fleur en kleur in stadskernen, op rotondes en parken. En dat wordt gewaardeerd door de inwoners. Joop Spijker: “Biodiversiteit maakt mensen blij.” Wat mooi is, willen mensen mooi houden. Dat scheelt zwerfafval. Bij een aantrekkelijke, stedelijke leefomgeving voor mens, insect en dier gaat het dus om de balans tussen inheemse en gecultiveerde soorten.
Verticaal Bos
Het Trudo Vertical Forest in de Eindhovense wijk Strijp-S is een voorbeeld van een innovatieve toepassing van stedelijk groen die de biodiversiteit verhoogt. Het verticale bos is een ontwerp van de Italiaanse architect Stefano Boeri. De groene woontoren krijgt 125 sociale huurwoningen met elk een balkon en twee grote plantenbakken. Straks groeien daar 125 volwassen inheemse bomen en 5.200 struiken en planten in grijs- en roodtinten. Brenda Swinkels is als groenadviseur betrokken bij het project. “We hebben gekozen voor variatie in sterke boomsoorten die in een bak kunnen groeien, windbestendig zijn en ziekteresistent. Acer campestre, Amelanchier lamarckii, Sorbus ‘Dodong’, Prunus x yedoensis en Cotinus coggygria ‘Royal Purple’ zijn soorten die straks de gevel in het groen zetten. Voor Swinkels is het duidelijk: “We moeten zo langzamerhand af van het traditioneel bouwen en de natuur terugbrengen in de stad.”
 

Gelderse Natuurmakers organiseren groen festival op 28 juni a.s.

Voor uw agenda: donderdag 28 juni Apeldoorn

Gelderse Natuurmakers organiseren groen festival

 

 
Op donderdag 28 juni a.s. vindt op het Zwitsal-terrein in Apeldoorn tussen 16.00 – 20.30 uur het festival ‘Gelderse Natuurmakers’ plaats. Centraal thema is hoe inwoners van de provincie Gelderland de vergroening in eigen hand nemen. De inwoners zorgen samen met het groene netwerk ‘Gelderse Natuurmakers’ voor de ontwikkeling en het beheer van de natuur.
Waarom is deelname interessant?
Het ontwikkelen van natuur en de aanleg van meer groen is van groot belang voor biodiversiteit, klimaatadaptatie en het bestrijden van fijn stof. Tijdens het festival wordt aandacht besteed aan bestaande of nieuwe burgerinitiatieven. Ook worden leerervaringen gedeeld en vinden sessies plaats over het ontwikkelen van natuur(initiatieven).
Gedeputeerde Peter Drenth is een van de gastsprekers, hij vertelt waarom Gelderse Natuurmakers juist nu relevant zijn. De directeur van GreenWish, Rinske van Noortwijk beschrijft de positieve energie en daadkracht die burgerinitiatieven vaak kenmerken. Ze legt een verband met de mogelijkheden die overheden verschaffen. Verder worden inspirerende initiatieven zoals ‘Buur maakt natuur’, ‘Co-Bomen’, ‘De Toren Tuin’, ‘Emerpark’, ‘Marke Gorsselse heide’ en ‘Arnhem Klimaatbestendig’ belicht.
Eén van de workshops behandelt de scrum-techniek van IVN-Gelderland en in een andere behandelt Arjan Klopstra het samenspel tussen groene burgerinitiatieven en overheden. Ook als u meer wilt weten over de samenwerking met gemeenten, bent u op het festival op het goede adres.
Heeft u belangstelling voor de vraag op welke manier samenwerking een rol speelt bij het realiseren van een groenere, beter leefbare woon-en werkomgeving? Bezoek dan het festival op donderdag 28 juni in Apeldoorn. Het is een goede stap in de groene richting.
Deelname is gratis en aanmelden kan via: https://geldersenatuurmakers.nl/netwerk/bijeenkomsten/ .

De Groene Stad is partner in Groene Cirkel Bijenlandschap

Ook in de bebouwde stedelijke omgeving geldt het verhaal van de bloemen en de bijen. De rol van bijen, vooral wilde bijen, bij de jaarlijkse cyclus van bloei, groei en vruchtafzetting – bij het voortbestaan van onze groene omgeving, is van cruciaal belang. Zonder bijen geen groen, ook geen groene stad. Wat lag dan ook meer voor de hand dan de inzet van De Groene Stad in de strijd om behoud en verbetering van de stand van de wilde bijen in Nederland? Want, we hebben het uitgebreid kunnen volgen in de media, het toegenomen gebruik van bepaalde soorten bestrijdingsmiddelen in de landbouw heeft voor een groot aantal insecten, ook wilde bijen, fatale gevolgen gehad. Er moet worden gestreden voor het overleven en de groei van het aantal wilde bijen en de Groene Cirkel Bijenlandschap loopt voorop in die strijd.
Tijdens een succesvolle bijeenkomst van de Groene Cirkel Bijenlandschap bij Heineken in Zoeterwoude, konden de bijenliefhebbers het feit vieren dat, naast onder andere enkele gemeenten, waterleidingbedrijf Dunea en enkele scholen nu ook De Groene Stad is toegetreden tot deze Groene Cirkel Bijenlandschap, door het onderschrijven van de visie van de Groene Cirkel.
Namens De Groene Stad verwoordde Mireille van Velde haar motivatie om aansluiting te zoeken bij het Bijenlandschap: ‘Niet veel mensen weten dat een Groene Stad de beste bijenbiotoop is die je kan hebben. Er is veel meer diversiteit aan soorten dan je vindt in de monoculturen in het buitengebied. Daarom willen bewoners en gemeenten, dus de Groene Stad, zich daarvoor inzetten!
De Groene Stad stimuleert een meer doordachte inzet van ‘groen’ bij projecten die zich richten op de oplossing van lucht- en waterproblematiek, maar ook op het tegengaan van sociale en maatschappelijke verloedering in stedelijke gebieden. In onze visie kan ‘groen’ een belangrijke bijdrage leveren aan het vitaliseren onze binnensteden en – ruimer gedefinieerd – ook aan stedelijke regio’s. Groen draagt bij aan attractievere, leefbaardere en gezondere steden. Een aantrekkelijke woonomgeving speelt een positieve rol bij de economische ontwikkeling van het stedelijk gebied. Ook liggen er volop kansen om bedrijfsterreinen te vergroenen, wat leidt tot een attractievere, gezondere werkomgeving. Dat alles vergt een vernieuwing in het planologisch denken op lokaal, regionaal en landelijk niveau, mede vanuit een groene dimensie

Informatieve video! Hebben we bomen nodig?

Boomkwekers van Greenport Midden Brabant hebben een educatieve animatiefilm gelanceerd. De film geeft informatie over de groene (bomen)kraamkamer rondom de N65 en laat zien dat met goede keuzes in groen de grootste klimatologische, economische en sociaal-maatschappelijke thema’s van vandaag beter opgelost kunnen worden.
De kwekers van Greenport Midden Brabant (www.greenportmb.nl) hebben een bijzondere en onderhoudende educatieve animatiefilm voor jong en oud gemaakt. Hierin wordt op een laagdrempelige wijze uitgelegd, doch wetenschappelijk onderbouwd, wat de waarde is van bomen voor mens en dier op deze aarde met betrekking tot klimaat, ecologie, economie en gezondheid. De film beleefde zijn première op 21 maart 2018 tijdens het evenement ‘De Waarde van Groen’ dat plaatsvond bij Boomkwekerijen M. van den Oever te Haaren, Midden Brabant. Er waren meer dan 100 mensen aanwezig met zeer verschillende achtergronden o.a  architecten, designers, gemeenten, waterschappen, groenbeheerder en o.a. gedeputeerde Johan van den Hout van provincie Brabant en ZLTO en LTO voorzitters.
De kwekers van Greenport Midden Brabant hebben de film gemaakt in samenwerking met de Provincie Brabant, Stuurgroep Landbouw Innovatie Brabant, Adviesbureau Ivanhoe Management en Brabants Kenniscentrum Kunst en Cultuur, omdat zij in de praktijk merkten dat veel mensen zijn vergeten of vaak niet weten wat de eigenlijke opbrengsten van groen zijn en in het bijzonder de waarde van bomen. Elke school, gemeente of ‘groene stakeholder’ kan de film inzetten om de meerwaarde van groen en vooral bomen over de bühne te brengen op een luchtige en toegankelijke wijze in een zeer korte kijktijd. Ook in de www.groenxylotheek.nl, een andere initiatief van de kwekers, zal de film te zien zijn.
Op een verhalende wijze wordt de kijker voorgeschoteld hoe de mens zijn eigen klimatologische, ecologische, economische en welzijn uitdagingen heeft gecreëerd. Ze laten in de film onder andere zien hoe groen en bomen, maar ook groene innovaties een goed antwoord hierop zijn en juist opwarming kunnen vertragen, CO2 vastleggen, fijnstof filteren, biodiversiteit vergroten, een koelende werking hebben, de waterhuishouding kunnen verbeteren én mensen gelukkiger kunnen maken.
Greenport Midden Brabant, waaronder Boomkwekerij M. van den Oever presenteert zich met deze film als de groene (bomen)kraamkamer naast de N65 in Brabant voor ‘De Groene Stad’ in binnen- en buitenland, maar ook voor het groene buitengebied.  Ze vinden het van algemeen belang dat steeds meer mensen begrijpen hoe belangrijk bomen zijn voor een gezonde, veilige en aantrekkelijke leefwereld. Een wereld die zonder groen niet kan voortbestaan. Als laatste beeld in de film doen de kwekers een duidelijke oproep aan iedereen: “Wat ga jíj doen om onze leefwereld verder te vergroenen?”
 

Ga Groen in Leiden op 15 maart a.s. want een Groene Stad maak je samen! Komt u ook?

 Op 15 maart vindt ‘Ga Groen’ plaats. Een dag waarop meer dan 150 mensen zich buigen over hoe we Leiden gezonder en leefbaarder kunnen maken. Hoe we samen kunnen bouwen aan een groener Leiden. Een dag met presentaties, workshops, praktijk cases en ruim gelegenheid om te netwerken. Stadsontwikkeling anno 2018!
Op ‘Ga Groen’ ontmoeten professionals elkaar. Ze wisselen kennis en ervaring uit. Wie? We begroeten vertegenwoordigers van woningcorporaties, projectontwikkelaars, universiteiten, bouwondernemingen, het hoogheemraadschap, verschillende adviesbureaus, ondernemersorganisaties enz. Maar ook zzp’ers, architecten, communicatiedeskundigen en brancheorganisaties. In feite iedereen die een rol speelt bij de bouwopgave die voor ons ligt, maar wil werken en denken vanuit de duurzaamheidsambities van de Gemeente Leiden.
Voelt u zich betrokken bij de ontwikkeling van Leiden naar een stad die de uitdaging van de bouwopgave op zich neemt, maar thema’s als duurzaamheid, leefbaarheid en vergroening belangrijk vindt? Kom dan naar ‘Ga Groen’ op 15 maart in de Stadsschouwburg in Leiden. Op deze dag bent u gast van de Gemeente Leiden, deelname is kosteloos. Direct aanmelden kan via gagoed@degroenestad.nl. Het volledige programma is te vinden op: https://www.gagoed.nl/goed-event/