Het NVB Topdebat op 12 september jl in Den Haag was zeer geslaagd! Onderwerp was de kwaliteit van de leefomgeving. Over groen in de stad, bouwen mét de natuur en in een natuurlijke omgeving. Piet Adema voorzitter van de NVB gaf aan dat steeds duidelijker wordt dat alleen een echte samenwerking zijn vruchten in de praktijk zal afwerpen.
Minister van Landbouw en Natuur,Carola Schouten, onderschreef het belang van een evenwichtige samenwerking tussen mens en natuur. Wonen, werken en recreëren met respect voor het buitengebied en het binnenstedelijk groen. Op het NVB Topdebat gaf zij haar visie op waar deze samenwerking toe kan leiden. Verder waren er zeer boeiende betogen van: Co Verdaas, hoogleraar Gebiedsontwikkeling TU Delft en Niek Roozen, landschapsarchitect. Ook LTO, Natuurmonumenten en de VHG waren uitgenodigd om een bijdrage te leveren. Het was een boeiende middag waar een belangrijke conclusie was dat groen geen sluitpost moet zijn. De Groene Stad vindt het een goede en zeer belangrijke ontwikkeling dat het belang van groen ook in deze sector steeds meer onderkend wordt.
 

Maandag 25 juni a.s. Congres Hittestress in Den Bosch
Workshop 1:   Welke bomen zorgen voor een beter stadsklimaat?
Van 11.45 tot 12.45 in zaal Dexter 15
Bomen hebben een gunstige invloed op het klimaat in een stad. Ze geven schaduw en door verdamping is het een natuurlijke, milieuvriendelijke airco. Bomen gedijen het beste als de ecologische kringloop intact is, maar in stedelijke gebieden is deze kringloop verstoord. Verkeer, uitlaatgassen en gebouwen zorgen voor luchtverontreiniging, verdichting van de grond en verhoging van de buitentemperatuur. Bovendien is de ruimte onder de grond beperkt. Wortels moeten concurreren met een groeiend web van leidingen, riolering en kabels. Ze krijgen vaak weinig ruimte om zich goed te kunnen ontwikkelen.
Welke bomen kiezen we voor een optimaal effect? In deze workshop bespreken we de noodzakelijke randvoorwaarden om bomen in de stad goed te laten gedijen. We gaan in op de vraag ‘hoe kunnen we ervoor zorgen dat bomen zich kunnen ontwikkelen en tot wasdom komen om effectief bij te dragen aan de bestrijding van hitte en bijvoorbeeld fijnstof?’
Voor het antwoord is een goede analyse van de omgevingsfactoren en het investeren in groeiplaatsen het vertrekpunt.
Daarna is soortkeuze aan de orde: welke bomen tolereren warmte en kunnen tegen langere droge periodes? Wat zijn de wensen als het gaat om schaduwwerking, de afvang van fijnstof, verkoeling en hemelwaterregulering? Al deze punten vergen aandacht om bomen in de steden van de toekomst met succes hun verkoelende, reinigende en verkwikkende werk te laten doen.
De workshop wordt gegeven door:
 

  • Brenda Swinkels bomenspecialist van Van den Berk Boomkwekerij begint met een inhoudelijk verhaal over de randvoorwaarden aangevuld met enkele voorbeelden.

 

  • Leendert Koudstaal voorzitter van de ISB Intergemeentelijke Studiegroep Bomen en Groen (G32 gemeenten, Hoge Scholen en Universiteiten) zal vervolgens voorbeelden uit de (aangesloten) grote steden bespreken.

 

  • Marwin Dekkers directeur van Boomkwekerij Van den Oever zal een bomen top drie van hittebestendige bomen bespreken waarbij rekening gehouden wordt met schaduwwerking, fijnstof vangen, verkoeling en hemelwaterregulering.

 

  • Moderator van deze workshop is Maarten Hoorn. Vanuit Platform 31 is hij betrokken bij de Nationale Klimaatadaptatiestrategie.


 


Onderzoek is één van de zaken waarin de Groene Stad investeert. De waarde van leefbare, gezonde en attractieve steden onderbouwen we door regelmatig bij te dragen aan wetenschappelijke onderzoeken en publicaties.
In het kader van het Programma De Groene Agenda werken kennisinstellingen, universiteiten en ondernemers samen aan groene innovaties. De uitkomsten zijn samengevat in een serie factsheets die zijn gepubliceerd op www.degroenestad.nl Voor het onderstrepen van het belang van groen in stedelijke omgevingen is het van belang ook op internationaal niveau te communiceren. Dat doen we o.a. via www.thegreencity.com en door onze publicaties te vertalen. Recent heeft De Groene Stad geïnvesteerd in een Poolse versie van de factsheet: ‘Groen: meer dan mooi en gezond’. De meerwaarde van groen voor de gezondheid, productiviteit, prestatie en welbevinden.

Ook in de bebouwde stedelijke omgeving geldt het verhaal van de bloemen en de bijen. De rol van bijen, vooral wilde bijen, bij de jaarlijkse cyclus van bloei, groei en vruchtafzetting – bij het voortbestaan van onze groene omgeving, is van cruciaal belang. Zonder bijen geen groen, ook geen groene stad. Wat lag dan ook meer voor de hand dan de inzet van De Groene Stad in de strijd om behoud en verbetering van de stand van de wilde bijen in Nederland? Want, we hebben het uitgebreid kunnen volgen in de media, het toegenomen gebruik van bepaalde soorten bestrijdingsmiddelen in de landbouw heeft voor een groot aantal insecten, ook wilde bijen, fatale gevolgen gehad. Er moet worden gestreden voor het overleven en de groei van het aantal wilde bijen en de Groene Cirkel Bijenlandschap loopt voorop in die strijd.
Tijdens een succesvolle bijeenkomst van de Groene Cirkel Bijenlandschap bij Heineken in Zoeterwoude, konden de bijenliefhebbers het feit vieren dat, naast onder andere enkele gemeenten, waterleidingbedrijf Dunea en enkele scholen nu ook De Groene Stad is toegetreden tot deze Groene Cirkel Bijenlandschap, door het onderschrijven van de visie van de Groene Cirkel.
Namens De Groene Stad verwoordde Mireille van Velde haar motivatie om aansluiting te zoeken bij het Bijenlandschap: ‘Niet veel mensen weten dat een Groene Stad de beste bijenbiotoop is die je kan hebben. Er is veel meer diversiteit aan soorten dan je vindt in de monoculturen in het buitengebied. Daarom willen bewoners en gemeenten, dus de Groene Stad, zich daarvoor inzetten!
De Groene Stad stimuleert een meer doordachte inzet van ‘groen’ bij projecten die zich richten op de oplossing van lucht- en waterproblematiek, maar ook op het tegengaan van sociale en maatschappelijke verloedering in stedelijke gebieden. In onze visie kan ‘groen’ een belangrijke bijdrage leveren aan het vitaliseren onze binnensteden en – ruimer gedefinieerd – ook aan stedelijke regio’s. Groen draagt bij aan attractievere, leefbaardere en gezondere steden. Een aantrekkelijke woonomgeving speelt een positieve rol bij de economische ontwikkeling van het stedelijk gebied. Ook liggen er volop kansen om bedrijfsterreinen te vergroenen, wat leidt tot een attractievere, gezondere werkomgeving. Dat alles vergt een vernieuwing in het planologisch denken op lokaal, regionaal en landelijk niveau, mede vanuit een groene dimensie

Het aantal bedrijven dat De Groene Stad Charta ondertekent groeit. In mei ondertekende Uitgeverij Terra de charta en verbindt zich daarmee aan de doelstellingen van stichting De Groene Stad. Het bedrijf draagt vergroening een groot hart toe en brengt boeken uit onder de noemer ‘Tuin en Natuur’, waarmee zij het grote publiek informeert over het belang van groen. Onderwerpen zijn niet alleen tuinieren en natuur, maar ook groene architectuur. Het boek De Groene Stad van Anna Yudina is een recent voorbeeld. Deze auteur geeft innovatieve voorbeelden en inzicht in de integratie van groen in de ontwerpen van gebouwen en steden voor de toekomst. Stichting De Groene Stad is verheugd dat haar doelstellingen ook worden ondersteund door organisaties en bedrijven van buiten de groene sector. Terra’s betrokkenheid bij De Groene Stad kwam concreet tot uitdrukking in het aanbrengen van het Groene Stad-logo op de hele oplage van het boek De Groene Stad.
Meer informatie over de Tuin en Natuur boeken van Uitgeverij Terra vindt u op www.terralannoo.nl/nl/categorie/tuin-natuur.

Op 30 mei is in Den Haag ‘Greens in the Park’ geopend
Burgmeester Pauline Krikke verrichte de opening van dit bijzondere biologische restaurant in het Haagse Westbroekpark. Uniek is dat Greens in the Park een eigen ‘zorg-moestuin’ heeft. De tuin is biodynamisch en voorziet de keuken dagelijks van verse producten. De omliggende tuin wordt beheerd door Stichting Tuinen van Greens. De initiatiefnemers Wessel Tiessens, Robert-Jan Vermeulen en Djoeke Delnooz hebben een duurzaam, biologisch en commercieel concept ontwikkeld.
Het restaurant vervult een bijzondere maatschappelijke functie door de samenwerking met Stichting Mens en Tuin. De tuinen van Greens in the Park worden beheerd door een groep van 20 tot 30 mensen met afstand tot de arbeidsmarkt.
Het ontwerp van het gebouw is gebaseerd op een kas. Het glazen dak bestaat uit zonnecellen. Op het buitenterras zijn zitplaatsen voor 100 mensen en binnen 50. Het buitenterras biedt zicht op de speeltuin en het besloten terras heeft een uitzicht over de tuin en het water. Ook kunnen er workshops en vergaderingen gehouden worden in de kleine kas die midden in de moestuin staat.

De Groene Stad wil ook stilstaan bij kleinschalige initiatieven. Een paar weken geleden werden we getroffen door een initiatief in Henley on Thames, een klein stadje in Oxfordshire. Ondernemers en particulieren bestelden binnen een paar dagen een kleine honderd ‘hanging baskets’. Dat aantal zal nog flink toenemen. Ze bevatten niet alleen kleurige, maar ook ‘hairy’ planten. De planten zijn geselecteerd om gassen en fijnstof afkomstig van auto’s te absorberen. De luchtvervuiling in het centrum van dit pittoreske stadje ligt wat betreft stikstofdioxide 50% hoger dan de Air Quality England doelstelling van 40 microgram per kubieke meter.

Sinds het begin van de actie in 2013 zijn er al meer dan 1000 mandjes verkocht. De prijs is £ 62 per hangmand. De foto werd begin mei/ april gemaakt toen er nog bloemenmanden hingen. Rond deze tijd worden ze vervangen door de ‘hanging baskets’ die in de zomer zullen bijdragen aan een betere luchtkwaliteit in het centrum van het stadje dat beroemd is vanwege de jaarlijkse roeiwedstrijden op de Theems. In de herfst gaan ze in de ‘winterstalling’.

Op 21 mei werd in Utrecht de EU Green Week 2018 geopend door Karmenu Vella, Europese Commissaris van Milieu, Maritieme Zaken en Visserij; Stientje van Veldhoven, Staatssecretaris voor Infrastructuur en Waterstaat; Jan van Zanen, burgemeester van Utrecht en Erik Solheim, Hoofd United Nations Environment Programme.
De opening vond plaats in de Knoop, een duurzaam Rijksoverheid gebouw in Utrecht. Tijdens de EU Green Week 2018 was de centrale vraag: ‘Hoe kan Europa de groene transitie versnellen en ervoor zorgen dat zoveel mogelijk mensen profiteren van deze transitie?’.
Al eerder was een Nederlandse stad in beeld bij Brussel. In januari 2018 werd Nijmegen door de Europese Commissie uitgeroepen tot de Groene Hoofdstad van Europa. De stad kreeg de ‘Green Capital Award 2018’. Ook Utrecht ligt op een groene, duurzame koers. De stad presenteerde zich met verschillende workshops over gezond koken , Urban Farming, een lezing in de Botanische Tuin, elektrische auto’s en een duurzame markt.
De EU Green Week werd dinsdag 22 mei voortgezet in Brussel met o.a. Karmenu Vela; Raymond Johansen, burgemeester van Oslo; en Duarte Corderio, viceburgemeester van Lissabon. Het thema ‘stedelijke duurzaamheid in EU-steden’ kenmerkte de openingswoorden van de drie sprekers. De EU Green Week werd niet alleen in Brussel, maar ook in andere EU-steden voortgezet met sessies over onderwerpen als duurzame mobiliteit en toerisme, luchtkwaliteit, woningbouwplannen met lage-emissie en gezonde burgers. Belangrijk aandachtspunt was de rol die burgers kunnen spelen bij het verduurzamen van de stedelijke omgeving. Op donderdag werden in Brussel de thema’s: het verminderen van verspilling, duurzame energie, kwaliteit van water en lucht uitgewerkt in concrete ideeën en plannen. Tien projecten ontvingen een LIFE Award voor hun contributie aan het beschermen van het milieu, het ondersteunen van natuurlijke gebieden en het tegengaan van klimaatverandering. Meer informatie over de uitgereikte LIFE Awards, events en groene projecten vindt u op https://www.eugreenweek.eu/.
De Europese Groene Week werd afgesloten in het MediaLab-Prado in Madrid. De Europese Commissaris Karmenu Vella stelde in zijn slotwoord: ‘Ik zie dat dingen aan het veranderen zijn. Deze week heb ik niet alleen over problemen gehoord, maar ook gezien dat er oplossingen voor worden gezocht. Het is vooral bemoedigend om te zien dat de jongere generatie is betrokken bij het zoeken naar oplossingen’.
 

Op 4 april 2018 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat, Cora van Nieuwenhuizen Wijbenga, samen met de bewindslieden van Binnenlandse Zaken, Medische Zorg en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit het Uitvoeringsplan 2018-2019 Nationale Klimaatadaptatie Strategie (UPNAS) aangeboden aan de Tweede Kamer. Het UPNAS omvat het hele klimaatadaptatiebeleid voor Nederland voor de komende jaren. In dit artikel vindt u informatie over de inhoud van de UPNAS, toegespitst op de rol die ‘groen’ kan spelen voor de klimaatbestendigheid in stedelijke omgevingen.
De voorloper NAS-2016
De voorloper van de UPNAS 2018-2019 is de Nationale Klimaatadaptatiestrategie 2016. Daarin werden de zes urgente klimaatrisico’s van Nederland benoemd en in kaart gebracht:

  1. Mensen ervaren meer hittestress;
  2. Vitale delen en kwetsbare functies vallen vaker uit;
  3. Er ontstaat regelmatig oogstschade in de land-en tuinbouw;
  4. Biodiversiteitsverlies door verschuiving en verandering in klimaatzones;
  5. Gezondheidsverlies en/of arbeidsverlies door een toename in infecties en exotische ziektes;
  6. Cumulatieve effecten.

Doel en uitdagingen van UPNAS 2018-2019
Het doel van het UPNAS is dat het klimaatadaptatie beleid en de uitvoering ervan overgenomen worden door maatschappelijke organisaties, ondernemingen en overheden. Daarbij is het van belang dat de UPNAS de bewustwording van vele partijen bevordert en dat die partijen samen de kennis vergroten over klimaatadaptatie. Deze investeringen in klimaatadaptatie zijn noodzakelijk voor een toekomstige gezonde, veilige en vitale Nederlandse samenleving. Denk bijvoorbeeld aan de waterproblematiek door de stijgende zeespiegel of door de vaak voorkomende extreme neerslag. Ook hogere temperaturen en drogere zomers vragen om beheersmaatregelen. Het eerste, de waterproblematiek, is een bekend probleem, waarvoor het achtste Deltaprogramma (2018) is opgesteld. Maar de nieuwe klimaatrisico’s, de hogere temperaturen en drogere zomers, ook wel de hittestress genoemd, vragen aandacht. Zij schaden de volksgezondheid en vergroten de kans op ziektes en infecties.
Verscheidene gevolgen van de klimaatveranderingen zijn in kaart gebracht (NAS 2016), met de in de UPNAS toegevoegde water- en warmteoverlast in gebouwde omgevingen. De aanpak van de klimaat uitdagingen wordt in UPNAS 2018-2019 verdeeld over zes speerpunten:

  1. Hittestress:
  2. Infrastructuur;
  3. Landbouw;
  4. Natuur;
  5. Gebouwde omgeving;
  6. Samen werken aan provinciale en regionale strategieën en visies.

Welke rol kan groen spelen in klimaatadaptatie?
De algemene strekking van het UPNAS is dat er samen wordt geïnvesteerd in praktijk, beleid en onderzoek naar klimaatadaptatie. Meer groen op daken of in openbare ruimtes kan bijvoorbeeld helpen bij het beheersen van de urgente klimaatrisico’s in bebouwde omgevingen. De steeds warmere en drogere weersomstandigheden beïnvloeden de basisbehoefte van de mens aan verkoeling en een leefbare woon-en werkomgeving. Ook de gezondheid van de mens wordt nadelig beïnvloed door de warmere lucht, hierdoor ontstaat een toename van zomersmog in combinatie met CO2-uitstoot. Dit gezondheidsrisico kan beheerst worden door het planten van groen, bomen en heesters. Die filteren het fijnstof en zorgen voor een schonere lucht.
Bronnen:
Nieuwenhuizen Wijbenga, C. (2018, 4 april). Aanbiedingsbrief bij Uitvoeringsprogramma 2018-2019 Nationale Klimaatadaptatiestrategie. Den Haag
Ministerie van IenW. (2018 maart). Uitvoeringsprogramma 2018 – 2019 Nationale klimaatadaptatiestrategie (NAS). Den Haag.
Ministerie van IenM. (2016 december). Nationale klimaatadaptatiestrategie 2016 (NAS). Den Haag.
 

Op woensdag 4 april jl. kwam De Groene Stad Charta klankbordgroep voor het eerst bijeen. Deze groep van Charta-leden geeft het bestuur van Stichting De Groene Stad advies over inhoudelijke vraagstukken en treedt op als klankbord. De eerste vergadering stond niet alleen in het teken van kennismaken. Al snel gingen de aanwezigen onder leiding van Leon Smet de diepte in. Er werd een stand van zaken opgemaakt, belangrijke stakeholders werden benoemd, thema’s voor Groene Stad bijeenkomsten werden aangereikt en belangrijke events genoemd. Op meer strategisch niveau werd stilgestaan bij de ‘bouwopgave’ en de kansen die dat biedt. Gemeenten en woningbouwcorporaties staan in de komende jaren voor de enorme taak om aanzienlijk meer woningen te realiseren. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat ‘groen’ vanaf het begin – vanaf het schets- en het tenderstadium – in de planvorming wordt meegenomen?
De klankbordgroep zal 3 – 4 maal per jaar bij elkaar komen en staat in principe open voor alle Groene Stad Charta-leden.