Nieuwe Richtlijn Bomen Effect Analyse

Vandaag wordt de nieuwe richtlijn Bomen Effect Analyse (BEA) gepresenteerd in Apeldoorn. De Bomen Effect Analyse werd in 2003 door de Bomenstichting geïntroduceerd als modelbeoordeling. Het stelt professionals in staat om – bij werkzaamheden en activiteiten in de openbare ruimte – de effecten ervan op bomen in kaart te brengen. De modelbeoordeling werd veel gebruikt.
De werkwijze bij het ontwerpen en uitvoeren van projecten in de buitenruimte is echter in de afgelopen jaren ingrijpend veranderd. Reden voor opdrachtgevers en -nemers om de Bomenstichting te vragen de BEA te actualiseren. De Bomenstichting heeft in nauwe samenwerking met de CROW, aan dit verzoek voldaan. Het resultaat is ‘de Richtlijn BEA’ die tijdens de Boominfodag op 16 mei in Apeldoorn wordt gepresenteerd.
Bouwstenen
De Richtlijn BEA maakt een objectieve, transparante afweging mogelijk. Op basis van 12 ‘bouwstenen’ wordt volgens een vast patroon informatie verzameld. Op basis daarvan wordt bepaald wat de gevolgen van de geplande activiteiten zijn voor bomen. Ook wordt vastgesteld wat er nodig is om bomen in goede conditie te houden. Vast onderdeel is het benoemen van alternatieven waardoor behoud voor de toekomst mogelijk is en de kwaliteit van de boom kan verbeteren.
 Bestellen
De gedrukte versie van de Richtlijn BEA is te bestellen bij de Bomenstichting. De prijs bedraagt tot 1 juni € 20, daarna € 27,50. Vanaf medio mei 2019 maakt de Richtlijn BEA deel uit van de CROW-Kennismodule Bomen.
BEA_infographic_DEF
 

Waar vind je een daktuin van 25.000 m2 ?

Een daktuin van 2,5 ha bovenop de parkeergarage, een tropische binnentuin bij de entree en 26 etages plantenbakken achter de glazen gevel? Aan groen geen gebrek! Het nieuwe kantoor van het European Patent Office in Rijswijk is een spectaculair voorbeeld van groen en natuurinclusief bouwen. In het gebouw werken ca. 1850 patentdeskundigen uit alle landen van de EG. ‘Meer natuur in de stad’ en ‘een groene werkomgeving voor de medewerkers’ was de opdracht aan de architect. Het 107 m hoge pand is in vier jaar gebouwd. De opening werd in de zomer van 2018 verricht door Koning Willem Alexander.
De daktuin is vormgegeven als een kunstmatig landschap met zichtbare dijkjes als verhogingen op de betonconstructie. Omdat bij de aanleg zeeklei uit de bodem is gebruikt, sluit de natuurontwikkeling direct aan op de omgeving. Iedere dijk heeft zijn eigen specifieke beplanting. Zo is er een bijen- en een vlinderdijk. In de valleitjes foerageren vogels. De grote waterpartijen die de dijkjes doorbreken, geven de tuinen een natuurlijk karakter. Lange lijnen verbinden de verschillende onderdelen met elkaar. Bij de planvorming voor de nieuwbouw in 2014 werd het daklandschap gekoesterd als waardevol landschappelijk element. Bijzonder is de dubbelwandige gevel. Op 6 m van de gevel is langs de lange zijden van het gebouw een glazen wand aangebracht. Een second skin. Daarachter is een constructie gebouwd waardoor er plantenbakken van 8,50 x 1,60 m tot aan de 26e verdieping konden worden geplaatst! Hierdoor wordt de kwaliteit van het binnenklimaat verbeterd met een binnentuin die zorgt voor natuurlijke ventilatie. De beplanting bestaat onder andere uit verschillende soorten sedum, cactussen, succulenten en andere (tropische) planten.
Daklandschappen bieden nieuwe kansen voor de ontwikkeling van de natuur in een stedelijk milieu. Met de goede beplanting dragen ze bij aan het afvangen van fijnstof. Een daktuin kan veel regenwater bergen. De gelijkmatige verdamping voorkomt bovendien hittestress in dicht bebouwde gebieden. Het zijn koelte-eilanden die ook bijdragen aan het vastleggen van CO2. Als gebruik wordt gemaakt van bodem en beplanting uit de buurt, kan een daktuin uitgroeien tot een volledig in de omgeving geïntegreerd microlandschap. Deze nieuwe landschapsvorm vormt een bijzondere plek voor de ontmoeting van mens en natuur.
Meer informatie: https://www.copijn.nl/projecten/european-patent-office/
Met dank aan  Copijn, Utrecht voor de foto’s

Terugblik Congres Building Green, Smart en Healthy

“Duurzaamheid gaat vaak over techniek, regelgeving procedures en finance. Maar vandaag niet.” Dagvoorzitter Bram Adema viel tijdens het congres Building Green, Smart en Healthy met de deur in huis. Er is weinig duurzamer dan groen om je heen, daar is geen business case voor nodig, vervolgt hij, waarna hij de zaal meegeeft niet op een groenblauwe wolk naar huis te gaan.
Het congres, georganiseerd door DGBC, Royal FloraHolland en De Groene Stad, stond volledig in het teken van de bijdrage van groen en blauw aan belangrijke opgaven in de gebouwde omgeving: gezondheid, welbevinden, waterretentie, hittestress, luchtkwaliteit.

Groen en blauw: het nieuwe normaal

Het zijn begrippen waar ook de kersverse deltacommissaris Peter Glas de komende jaren geregeld mee in de weer zal zijn. In gesprek met Adema benadrukte hij het belang van het veilig en leefbaar houden van onze delta. Klimaatadaptatief bouwen is volgens Glas een opgave voor ons allemaal en moet ‘het nieuwe normaal’ worden. Dat vraagt om slimme oplossingen en biedt tegelijkertijd kansen voor het bedrijfsleven. “Kom met goede ideeën. Wij kijken graag of het mogelijk is om die ideeën te gebruiken in het kader van het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie of dat we ze op een andere manier kunnen ondersteunen”, aldus Glas. Steden moeten volgens de deltacommissaris waterrobuust en klimaatbestendig worden ingericht. Slimme omgang met water is volgens hem daarbij noodzakelijk: “Geen groen, zonder blauw.”

Handvatten

Het belang van groen in de stad is de rode draad in de recente werkzaamheden van onderzoeker Robbert Snep (WUR). Hij overhandigde een door de Groene Agenda gecreëerde Factsheet aan Glas, die zowel overheid als bedrijfsleven handvatten biedt bij het vergroenen steden. Vervolgens liet hij de zaal aan de hand van acht praktische en wetenschappelijke tips zien wat de mogelijkheden zijn. Een van de voorbeelden is een fraaie infographic die aantoont dat door de aanwezigheid van bomen in de steden het op bepaalde plekken tot negen graden koeler kan zijn. De kwantitatieve eisen voor een klimaatadaptieve stad nemen toe, maar Snep biedt de helpende hand. “Vanaf april is een toolbox voor een klimaatbestendige beschikbaar snel stappen gezet kunnen worden.”

Meer samenwerking nodig

Het klonk de volgende spreker waarschijnlijk als muziek in de oren. Ludo Steenmetser (gemeente Den Haag) drong tijdens zijn bijdrage aan op snelle structurele oplossingen. “Het Central Innovation District in Den Haag kampt met de spagaat waarin enerzijds de stads steeds groter wordt en tegelijkertijd groen en duurzaam moet zijn. En het liefst ook klimaatdaptief. “Vaak denkt men dat een overschot aan regenwater vanuit Den Haag zo de zee instroomt. Het tegendeel is waar”, laat Steenmetser weten. “Onze pompen draaien dan op volle toeren om te voorkomen dat lagergelegen gebieden niet onderlopen. Meer strategisch groen kan bijdragen aan een oplossing. En daar is samenwerking voor nodig”, aldus Steenmetser. “Het is belangrijk om gezamenlijk met de markt en ontwerpers een instrumentarium vorm te geven om daadwerkelijk iets te realiseren.”

Hand in hand met groen

Niet alleen buiten, maar ook binnen de deuren van de gebouwde omgeving kan het groener. Bert van Duijn, hoogleraar plantenfysiologie en wetenschappelijk directeur van Fytagoras pleitte tijdens het congres voor grootschalige toepassing van groen in kantoren. “Planten reduceren schadelijke stoffen, ook in binnenruimtes. Planten op de werkvloer zijn dus niet alleen maar mooi.” Van Duijn gaf tijdens het begin van zijn pleidooi de plant naast hem een hand en liet daarbij weten dat een plant meer merkt en voelt dan wij denken. In het filmpje dat volgde werd zelfs duidelijk dat een plant op mensen reageert. “Ook in negatieve zin”, vervolgt van Duijn. “Een plan die onlangs verplaatst is zal schadelijke stoffen in een ruimte minder snel reduceren.” Maar planten zorgen niet alleen voor een gezonder binnenklimaat. Ze hebben ook daadwerkelijk invloed op het welzijn van de aanwezigen in de ruimte. Onderzoeksresultaten die hij deelde lieten zien dat de productiviteit en concentratie van werknemers omhooggaat. “Hoe meer planten, hoe beter mensen zich voelen. En niet alleen op kantoor. Dit geldt ook voor andere binnenruimtes als scholen en verzorgingstehuizen.”

Tijd voor actie

Waar grootschalig groen in de werkomgeving op succesvolle wijze is toegepast is goed te zien in het drie jaar geleden gerenoveerde hoofdkantoor van a.s.r.: zowel binnen als buiten. “Vanaf iedere plek is er uitzicht op groen”, volgens Lizzy Butink, duurzaamheidsmanager bij a.s.r.. Tegelijkertijd zorgt de dubbele gevel zorgt voor verkoeling in de zomermaanden en warmte tijdens de winters. Ook Butink pleit net als Steenmetser voor meer samenwerking op het gebied van groen. “We moeten samen plannen maken en zorgen dat er meer beleid en structuur wordt gecreëerd omtrent groene gebouwen. Maar, we moeten ook daadwerkelijk iets te gaan doen.”

Meters maken

DGBC-directeur Annemarie van Doorn maakt zich mede daarom hard om gezondheid en welzijn meer op te nemen in de bestaande systemen. “We hebben hier allemaal belang bij. Het is nu tijd om meters te maken. Dat kan als we dit soort thema’s integreren in bijvoorbeeld BREEAM  of andere meetsystemen.”
Na de motiverende woorden van Van Doorn konden de aanwezigen verschillende parallelsessies bijwonen waarin er met experts op specifieke thema’s dieper in werd gegaan. Ook was er de mogelijkheid om een stadswandeling te doen waarbij men keek hoe groen in Haagse buitenruimtes is toegepast.

Durf te dromen

Het slotakkoord van het congres kwam van de hand van Gideon Maasland, die de honneurs waarnam van Winny Maas. Als operational manager van MVRDV pleitte Maasland ervoor om meer buiten de gebaande paden te treden. “We zijn allemaal zo verschillend, waarom wonen en werken we dan allemaal in dezelfde gebouwen?” Hij zet zijn woorden kracht bij door enkele gewaagde projecten te tonen, waar MVRDV na enkele tegenslagen alsnog veel lof voor kreeg. Transparant en groen zijn sleutelwoorden in zijn presentatie. En dromen. “Durf te dromen, van gezondere en groene gebouwen”, drukte hij de zaal op het hart. Die droom lijkt uit te komen met het project The Valley in de Amsterdamse Zuidas. In samenwerking met Edge Technologies wordt er volgens Maasland gebouwd aan de ultieme plek waar wonen, werk, recreatie en groen samenkomen. Een groenblauwe wolk? Niets is minder waar, de oplevering staat gepland voor 2021.

De Groene Stad opdrachtgever scholenwedstrijd Augustinianum

De Groene Stad trotse opdrachtgever van ‘Het Beste Idee’, de scholenwedstrijd van het Augustinianum 
Dit jaar is stichting De Groene Stad ‘opdrachtgever’ van de 9e editie van de wedstrijd ‘Het Beste Idee’ van het Augustinianum. Het Augustinianum is een middelbare school voor havo, atheneum en gymnasium in Eindhoven. De school is opgericht in 1898 en daarmee de oudste van de stad. Bij de ideeënwedstrijd strijden teams van VWO-leerlingen tegen elkaar. Doel is het beste product voor ‘een maatschappelijke opdrachtgever’ te ontwikkelen.
De opdracht is dit jaar: ‘bedenk een nieuw of verbeterd product dat de noodzaak van vergroening onder de aandacht brengt van verantwoordelijken voor de aanleg van openbaar groen’. Tijdens de wedstrijd doen de leerlingen waardevolle ervaringen op. Het in teams creatief zijn, samen problemen tackelen, werken onder tijdsdruk, omgaan met aandacht van de media, budgetmanagement… het is maar een greep. Ook oud-leerlingen zijn enthousiast: ze bestempelen het project als leuk, leerzaam en nuttig.
Mireille van Velde, projectmanager van De Groene Stad, is trots dat het Augustinianum De Groene Stad gevraagd heeft om dit jaar ‘opdrachtgever’ te zijn. ‘We zijn vereerd omdat onze voorgangers een imposante serie betreft. Het Reuma- en het Diabetes Fonds, de Nederlandse Brandwonden Stichting, het KWF, de Hartstichting en Cordaid, het is een illustere rij. Bovendien zijn er in de afgelopen jaren door de leerlingen bijzondere producten ontwikkeld als de insuline pen met lampje, de anti-rokenapp, een zonnebrandfles met wekker en de reuma-theemuts. Daarmee bewijzen de leerlingen dat een frisse creatieve blik gekoppeld aan wetenschappelijke inzichten, geweldige uitkomsten kan opleveren. Ik wens mede namens het bestuur van stichting De Groene Stad, de leerlingen van het Augustinianum heel veel succes. Wij zagen de eerste enthousiaste berichten op Instagram en Facebook al langskomen en verheugen ons op de uitkomsten! Eén ding is zeker: de jury krijgt het niet gemakkelijk’.

Lubbe Lisse Groene Stad Charta Partner

 Bloembollen geven de Groene Stad kleur…
Lubbe Lisse Groene Stad Charta Partner
Als eerste bollenkweker sluit Lubbe Lisse zich als Charta Partner aan bij de Groene Stad. Het meer dan 100 jaar oude familiebedrijf heeft een toonaangevende positie verworven als kweker en leverancier van bloembollen en vaste planten. Ook buiten Nederland.
Lubbe & Zoon B.V. levert aan overheden, scholen, universiteiten en themaparken. Niet alleen met bloembollen en vaste planten, maar ook op het vlak van landscaping heeft het bedrijf een goede reputatie opgebouwd. Voordat de keus voor de beplanting wordt gemaakt wordt grondig stilgestaan bij het klimaat, de waterhuishouding, de grondsoort, de schaduwligging enz. Dat leidt tot maatwerk bij de keus van de beplanting.
Ronald Lubbe vormt samen met zijn neef Michael de directie. Het is al weer de vierde generatie Lubbe’s in het familiebedrijf. Ronald licht de keus voor het Charta Partnership toe.
‘Wij volgen De Groene Stad al langere tijd. De inhoudelijke, creatieve manier waarop De Groene Stad stelselmatig aandacht vestigt op de rol die natuurlijk groen kan spelen bij het oplossen van milieuproblemen, spreekt ons aan. In onze bedrijfsvoering houden we zoveel mogelijk rekening met duurzaamheid. Biodiversiteit bijvoorbeeld is binnen ons bedrijf al jaren een belangrijk thema. Vlinders en bijen worden met uitsterven bedreigt, maar spelen een grote rol bij het in standhouden en vergroten van de soortenrijkdom. In de keus van de bollen en vaste planten in ons sortiment is hun rol als ‘stuifmeelleveranciers’ een belangrijk punt. Dat is de bijdrage van ons bedrijf aan het helpen oplossen van vraagstukken rond de leefbaarheid van onze steden en – in het verlengde daarvan- van onze wereld’.
De Groene Stad is blij met de toetreding van Lubbe & Zoon B.V. tot de voorhoede van het groeiende netwerk van Groene Stad Charta Partners.
 

Gesprek met Jan Kempers manager Duurzame Ontwikkeling Heineken

‘Een groen en biodivers bedrijfsperceel hoeft niet duur te zijn’
Jan Kempers is bij Heineken manager Duurzame Ontwikkeling. De Groene Stad spreekt met hem over de ontwikkelingen in en rond de Heineken brouwerij in Zoeterwoude.  
‘Natuur moet zeker onderdeel van de bedrijfsvoering worden, daarover zijn we het wel eens. De vraag is hoe organiseer je dat? We beseften al snel dat je alleen door samenwerking met alle betrokken partijen – in én buiten het bedrijf – verder komt’. Om deze samenwerking vorm en energie te geven, heeft Kempers de Groene Cirkels geïntroduceerd. Heineken heeft samen met Cirkelpartners in Zoeterwoude een duurzame, biodiverse en groene omgeving van de Heineken brouwerij gerealiseerd. Maar hoe ontwikkelde Heineken dit? Tijdens het interview probeerde De Groene Stad zicht te krijgen op deze unieke aanpak.
Wat betekent volgens u een ‘natuur inclusieve bedrijfsvoering’?
Kempers: ‘Eigenlijk spreek ik nooit van natuur inclusieve bedrijfsvoering. Voor Heineken bestaat de duurzame ontwikkeling uit vijf thema’s:

  1. Stimuleren van duurzame energie en reductie van broeikasgasemissies;
  2. Zeker stellen van voldoende en goed water;
  3. Gebruik van grondstofkringlopen, de circulaire benadering;
  4. Verduurzamen mobiliteit en logistiek;
  5. Verbeteren van de leefomgeving, het versterken van biodiversiteit.

Deze thema’s werk ik samen uit met verschillende partijen. Doel is om de duurzame ontwikkeling in- en rondom de brouwerijen in Zoeterwoude, Den Bosch en Wijlre te bevorderen. De Groene Cirkels spelen daarbij hier in Zoeterwoude een belangrijke rol. De kennis en ervaring die we hier opdoen, gebruiken we ook voor onze vestigingen in het zuiden van het land.
Dragen Groene Cirkels bij aan het scheppen van een duurzame en natuurrijke woon-en werkomgeving?
‘Voor onze producten gebruiken wij alles van het land. Heineken is afhankelijk van de natuur. Gerst, hop, water en suiker komen voort uit een natuurlijk systeem. Dat geldt voor meer bedrijven natuurlijk. We realiseren ons dat we afhankelijk zijn van de omgeving bij onze ambitie om kwaliteitsproducten te maken. Het onderkennen van de waarde van onze natuur en ecosystemen wordt dan ook steeds groter. We ondernemen vanuit een respectvolle houding ten opzichte van de natuur. Dat kun je niet op eigen kracht. Het vergt samenwerking tussen bedrijven, tussen mensen. Samenwerken en de natuur de energie die we hebben afgenomen, teruggeven’.
Dat vergt een omslag in het denken. Hoe creëer je natuurbewustzijn?
Door het creëren van ontmoetingsplaatsen waar externen samenwerken, innoveren, ideeën uitwisselen en de natuur centraal staat. Een Groene Cirkel is zo’n ontmoetingsplaats. Partijen werken er samen aan het aan het ‘koesteren van de ecosystemen’. De algemene doelstelling van Groene Cirkels botst niet met de individuele belangen van organisaties, van mensen. Het is de kunst ambities parallel te schakelen waardoor ze in harmonie kunnen worden gerealiseerd.
Het gaat uiteindelijk om het kiezen van een breder perspectief. De vraag; ‘Hoe ontwikkel ik mijn bedrijf naar de toekomst?’ is onlosmakelijk verbonden met de vraag ‘Hoe wordt natuur een vast onderdeel van de bedrijfsvoering?’.
Uw betrokkenheid is groot… 
Zeker! Dat komt voort uit mijn overtuiging dat we de maatschappij zo moeten inrichten dat ecosystemen niet overbelast worden, maar meer waardering krijgen.
Wat kunnen inwoners van steden en dorpen bijdragen?
Het aanleggen van bij-vriendelijke tuinen. Tuinen waarin biodiversiteit wordt bevorderd. Al die tegels in voor- en achtertuinen… die moeten waar mogelijk weg. Daarmee vergroot je het waterbergend vermogen van de tuin waardoor de riolen worden ontlast. Je vergroot bovendien de ruimte voor natuur, voor nuttige dieren en planten. Verder kunnen burgers lokale bestuurders en politici in hun gemeente ervan overtuigen dat vergroening belangrijk is om onze milieuproblemen te tackelen. En dat op aanleg en onderhoud van groen in onze steden en dorpen niet mag worden bezuinigd’.
Natuurvriendelijke bedrijventerreinen, steden en dorpen?
Het creëren van natuurvriendelijke omgevingen is een mooi en belangrijk verhaal. En het hoeft niet duur te zijn! Het ecologisch beheer van natuur op een bedrijfsperceel kost in verhouding tot een designtuin veel minder tijd en geld. Dat geldt ook voor de tuinen van mensen. Het meest belangrijke is het koesteren van de ecosystemen, breng het besef terug dat waardering van de natuur van belang is voor het vergroten van de kwaliteit van het leven en voor de toekomst van onze aarde.
Een opsomming van de duurzame bedrijfsvoering van de Heineken Brouwerij Zoeterwoude:

  • 4 windturbines op het brouwerijterrein die 40% van de elektriciteit opwekken;
  • Kade aan de Oude Rijn laten maken, zodat de mout over water aangevoerd kan worden (180.000 ton per jaar);
  • Met overheden het Alpherium (inlandse containerterminal) gerealiseerd, zodat de het exportbier over water naar de diepzeehavens vervoerd kan worden;
  • Ledverlichting in magazijnen;
  • Het produceren van biogas uit eigen afvalwater;
  • Samen met Groene Cirkels een Groene Corridor gestart, dit is een klimaat neutrale schone pendel van containers tussen onze brouwerij en de havens van Rotterdam en Antwerpen. Zie de video voor meer informatie: https://vimeo.com/223425088

De Groene Stad neemt deel aan het platform Groene Steden voor een Duurzaam Europa

Kent u de website van ons Europese Platform ´Green Cities for a Sustainable Europe´ al? De Groene Stad maakt onderdeel uit van dit platform en hier kunt u veel relevante en nuttige informatie vinden van de deelnemende Europese landen.
Ook de Europese Unie vindt dat urbanisatie en klimaatverandering vragen om nieuwe oplossingen voor de leefbaarheid in steden. Zij hebben daarom dit project dan ook medegefinancierd. Juist ook omdat openbaar groen een positief effect heeft op biodiversiteit , klimaat, welzijn en luchtkwaliteit. Dit zorgt ervoor dat steden betere plekken worden om te wonen en te werken.
Het platform ´Green Cities for a Sustainable Europe´ biedt kennis op basis van wetenschappelijk onderzoek, innovatieve ideeën en technische achtergrond, om vergroening van openbare ruimten te bevorderen. Dit is onderverdeeld in de thema´s gezondheid, klimaat, economie, biodiversiteit en sociale cohesie.
Green Cities for a Sustainable Europe is een initiatief van de ENA (European Nurserystock Association) en boomkwekerij organisaties uit België, Bulgarije, Denemarken, Duitsland, Engeland, Frankrijk en Nederland.
Klik hier voor de website https://nl.thegreencity.eu/
 

De bomen en planten voor het Trudo Vertical Forest

In Eindhoven gaat in 2019 het eerste ‘Vertical Forest’ van Nederland verrijzen. Architect Stefano Boeri, inmiddels internationaal bekend van de groene woontoren in Milaan, kreeg van woning-coöperatie Sint-Trudo de opdracht om voor Strijp-S een groene woontoren te ontwerpen. Het wordt de eerste ‘bostoren’ die bestemd is voor sociale woningbouw en het gebouw krijgt zijn groene uiterlijk door XL plantenbakken bij de balkons van ieder appartement. Deze worden beplant met bomen, struiken en vaste planten en door de hoeveelheid en de maat van de beplanting zal er een geheel nieuwe, verticale groenstructuur ontstaan. Een zeer innovatieve vorm van stedelijke ontwikkeling die naadloos aansluit bij de urgentie om steden te vergroenen.
Uiteraard vraagt het concept om goed doordachte technische oplossingen want een dergelijke groeiplaats is van nature zeker niet optimaal. In de aanloop naar de realisatie van de bostoren in Milaan zijn daarom veel tests en onderzoeken gedaan met betrekking tot de groeiomstandigheden van de bomen. Er werden windtests gedaan en er is onderzocht in welk grondmengsel bomen zich het beste kunnen vastzetten. Alles werd in het werk gesteld om ervoor te zorgen dat de juiste condities voor gezonde groei konden worden gegarandeerd. De resultaten in Milaan zijn tot nu toe zeer bemoedigend en de bewoners zijn voornamelijk zeer positief over hun groene omgeving.
In Eindhoven zullen in totaal 136 bomen worden geplant op de verschillende woonlagen. In overleg met landschapsarchitect Laura Gatti en de groenaannemer is gekozen voor een min of meer inheems en sterk assortiment om het bos de allerbeste groeikans te geven. Uiteraard is er ook gekeken naar diversiteit in bladkleur, bladvorm en bloei voor een aantrekkelijk beeld. De plantlijst omvat o.a.

  • Cornus mas, gele Kornoelje, geel bloeiend, zeer vroegbloeiend
  • Acer campestre, veldesdoorm, mooi gelobd blad, zeer sterke boom
  • Cotinus coggygria ‘Royal Purple, rode pruikenboom, donkerrood blad, bloeit met pluimen
  • Prunus yedoensis, sierkers, zeer rijk wit bloeiend
  • Sorbus Dodong, lijsterbes, witte bloei en rode bessen (vogels) in het najaar
  • Prunus serrula Branklyn, sierkers, mooie dieprode afschilferende stammen, mooi zichtbaar in de winter
  • Pyrus salicifolia ‘Pendula’, sierpeer, hangende takken, grijsgroen, beetje viltig blad
  • Amelanchier lamarckii, krentenboompje, dankbare boom/struik; witte bloei in voorjaar, rode bessen (vogels) in nazomer en een mooie herfstkleur
  • Amelanchier ‘Ballerina’, krentenboompje, als de soort maar met meer bessen en fijne takstructuur.
  • Parrotia persica, Perzisch ijzerhout, grillige groeiwijze, prachtige herfstkleuren van oranje tot dieppaars

In het voorjaar van 2018 zijn alle bomen bij de boomkwekerijen uitgezocht. Deze zijn daarna direct gerooid en voorzien van een ‘airpot’.  De bomen blijven twee jaar bij de kweker op het speciaal ingerichte veld aan de druppelleiding staan, totdat het project zover is gevorderd dat de bomen kunnen worden geplant. Door de bomen vooraf te rooien en op ‘airpot’ te zetten, raken deze de verplantingsstress op de kwekerij al kwijt. De kluiten kunnen goed doorwortelen want de airpots stimuleren de aanmaak van fijne haarwortels. Daarmee is een goede hergroei in de bakken van het ‘Vertical Forest’ gegarandeerd. Om de bomen ook op termijn in hun behoefte te voorzien hebben alle beplantingsbakken een automatisch gestuurd bewateringssysteem. Sensoren monitoren de waterbehoefte en zorgen dat tijdig water wordt gegeven. Ook voor het onderhoud is een passend plan in de maak, zodat de bomen in de toekomst een gezonde groei zullen laten zien.

Biodiversiteit op bedrijventerreinen

Biodiversiteit kan beknopt gedefinieerd worden als een gevarieerde natuur met veel planten- en diersoorten. Hoewel het inzetten op een bedrijventerrein met veel biodiversiteit in eerste instantie misschien niet de meest voor de hand liggende keuze lijkt, kleven er niettemin tal van voordelen aan! Bijvoorbeeld:
– Van een kwalitatief hoogwaardig bedrijventerrein is het bekend dat het fungeert als een visitekaartje naar klanten en zakenpartners. Biodiversiteit kan een enorm effectieve wijze zijn op de kwaliteit van een bedrijventerrein te verhogen, en hiernaast ook nog eens een overtuiging tot duurzaam ondernemen onderstrepen!
– Een groene werkomgeving is gezond. Zo hebben mensen minder last van stress en depressies in een groene werkomgeving, en wordt beweging door een dergelijke omgeving gestimuleerd. Dit betekent weer een hogere arbeidsproductiviteit en een vermindering van het aantal verzuimdagen.
– Consumenten spenderen meer tijd én geld op groene (retail)terreinen, en het beheer van natuurlijke terreinen is vaak goedkoper dan conventioneel groenbeheer.
Zorgen voor de aanwezigheid van biodiversiteit op een bedrijventerrein hoeft niet moeilijk te zijn. Wanneer de juiste omstandigheden maar worden gecreëerd, ontstaat het vaak vanzelf. Er zijn verschillende wijzen waarop een bedrijventerrein biodiverser kan worden gemaakt. Bijvoorbeeld door middel van:
– Het aanwezig laten zijn van bloemrijke bermen en percelen, gecombineerd met zogenoemde ‘insectenhotels’. Vlinders zullen hierdoor bijvoorbeeld waarschijnlijk in ruime mate op het bedrijventerrein aanwezig zijn.
– Het kiezen voor groene erfafscheidingen, zoals hagen of houtwallen, in plaats van (ijzeren) hekken.
– Het aanplanten van natuur dat eetbare zaken voortbrengt, zoals vruchtbomen of een moestuin.
Dit zal zoals gezegd niet alleen een positieve rol kunnen spelen bij de arbeidsproductiviteit, het ziekteverzuim, en de (directe) verkoop, maar kan ook fungeren als een visitekaartje, waaruit uw overtuiging tot duurzaam ondernemen blijkt!
Klik voor innovatieve praktijkvoorbeelden van hoe biodiversiteit kan worden ingebracht op bedrijventerreinen, op de volgende link:
– Best Practices https://nl.thegreencity.eu/best-practices/

Politiek onderkent belang van leefbare, groene steden

Tweede Kamer steunt landelijk programma ‘natuur inclusieve steden’
De Groene Stad is zeer verheugd dat de motie van Jacco Geurts (CDA) – ondersteund door D66 en de CU – met een ruime meerderheid is aangenomen in de Tweede Kamer.
Geurts pleit voor de totstandkoming van een landelijk programma ‘natuur inclusieve steden’. De gevolgen van de verstedelijking voor de natuur moet meer aandacht krijgen. Het gaat daarbij om de bouw van nieuwe woningen, maar ook om bestaande wijken. Er moet meer aandacht worden gegeven aan groen in de straten. Bij het opstellen van het programma moeten volgens Geurts steden, provincies, natuurvrijwilligers en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit samen gaan werken.
Achtergrond van de motie is het feit dat in de afgelopen decennia steeds meer landbouwgrond en natuur is opgeofferd om de bevolkingsgroei, vestiging van bedrijven en aanleg van wegen op te vangen. Tussen 1950 en 2016 is zo’n 550.000 hectare grond aan de landbouw onttrokken. In een studie van de Universiteit van Amsterdam is onlangs vastgesteld dat vanaf 2003 alleen al binnen de A10 Ring al zo’n 550 voetbalvelden aan natuur is verdwenen.
Geurts: ‘Dat is ongehoord veel en krijg je ook nooit meer terug. Steden pakken hun verantwoordelijkheid niet. Als dit zo doorgaat, verandert ons land steeds meer in een Stenen Stad. Er is een grote behoefte en noodzaak om flink bij te bouwen, maar die woonwijken moeten ook leefbaar zijn. Hou die natuur dicht bij mensen, dat is bovendien hartstikke gezond. Daarom wordt het hoog tijd dat de minister de regie pakt.’
In de landbouw wordt steeds meer rekening gehouden met de natuur. Ook in de steden moet dat gebeuren. ‘Groen’ moet in de plannen worden opgenomen, er is veel kennis over welke planten en bomen geschikt zijn voor bermen en plantsoenen. Daarmee gewapend moeten we streven naar het behoud van biodiversiteit en – liever nog – naar uitbreiding van het aantal soorten planten en dieren.
Volgens de indieners van de motie moet er ook in de steden meer worden gekeken hoe we ruimte houden voor de natuur. De bevolking groeit door richting de 20 miljoen. Om de natuur ‘dichtbij te houden’ moeten we gericht nagaan hoe dat in onze steden kan worden ingepast. Dat heeft niet alleen positieve effecten als het gaat om het tegengaan van wateroverlast of luchtvervuiling, maar ook voor de leefbaarheid.
De motie die Geurts indiende voor meer natuur in de steden kreeg een positief oordeel van LNV-minister Schouten en werd met een ruime meerderheid van stemmen aangenomen. Hierdoor zijn nu de ministeries van Binnenlandse Zaken en van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aan zet.