Kinderboerderijen die bezoekers willen informeren over en inspireren tot klimaatbestendig en water- en bodembewust handelen, kunnen gebruik maken van de Handreiking ‘Alle kinderboerderijen en bezoekers klimaatbestendig en waterbewust’.
De handreiking is bestemd voor alle kinderboerderijen en NME-centra in Nederland als ideale leerplaatsen in gemeenten voor natuur en duurzaamheidseducatie. In opdracht van de Watercoalitie (ministerie van Infrastructuur & Milieu) en het kennisprogramma DuurzaamDoor (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland) is deze handreiking gemaakt in samenwerking met Atelier GroenBlauw. De handreiking is geschreven op basis van pilots bij kinderboerderijen in Gouda en Zevenbergen. Er hoort ook een werkboek bij.

Vergroening van de stedelijke omgeving, bijvoorbeeld door daken en gevels te beplanten en tegelplaatsjes te vervangen door gazons, is een bekende en beproefd strijdmiddel tegen de negatieve gevolgen van klimaatverandering. Maar wat de burger zelf concreet kan doen om op zijn eigen vierkante meters overlast en schade, bijvoorbeeld door regenwater, tegen te gaan, is nog lang niet altijd duidelijk.
In Amsterdam hebben het gemeentebestuur en de branchevereniging van de hoveniers in Nederland, de VHG, de handen ineengeslagen en een campagne ontwikkeld om, zoals wethouder Udo Kock het op 4 juli bij de presentatie  omschreef, “de sponswerking van de stad te vergroten”, onder het motto ‘Amsterdam Rainproof’.
Samen met de directeur van de VHG, Egbert Roozen, presenteerde wethouder Kock de campagne ‘Maak je tuin rainproof’.  In de bijbehorende folder wordt aangegeven hoe huurders en huiseigenaren met eenvoudige middelen ervoor kunnen zorgen dat hun tuin overvloedige regenval kan verwerken en er zo aan bijdragen dat de stad als geheel bestand is tegen wateroverlast.
Elke druppel telt
“Of het nu gaat om een regenton aansluiten, een groen dak op het schuurtje of de aanleg van een grindpad, elke druppel die je opvangt, telt”, vertelt Egbert Roozen, directeur van Branchevereniging VHG. “Groen is namelijk meer dan decoratie alleen, het helpt ook zeker om problemen zoals regenwateroverlast aan te pakken. Bovendien snijdt het mes aan meerdere kanten: wie tegels vervangt door groen, helpt meteen ook de biodiversiteit en de luchtkwaliteit in de stad te verbeteren. De VHG-hoveniers staan de consument graag bij met advies en het uitvoeren van meer ingrijpende maatregelen zoals tuinrenovatie of -aanleg.”

Verzekeraar ASR heeft woensdagmiddag in Utrecht zijn gerenoveerde hoofdkantoor geopend. Een groen hoofdkantoor, want op bedrijventerrein Rijnsweerd staat nu één van de meest energiezuinige gebouwen van Nederland.

Het gebouw tegenover het provinciehuis in Utrecht is volgens ASR een knap staaltje duurzaam bouwen. Er is zeker drie jaar aan geklust. Het hoofdkantoor van de verzekeraar heeft nu een bijenhotel, vogelkasten, een park voor de hele buurt en bijna overal dubbele buitenmuren. Het bedrijf verbruikt nu 56% minder energie.

De tuin bij het kantoorgebouw moet ervoor zorgen dat diersoorten die niet meer voorkomen in de provincie, maar er wel horen, weer een plekje krijgen. Inmiddels zijn er al salamanders en ringslangen gespot.

Bij de opening van het gebouw waren ook scholen in Utrecht betrokken. Het geld dat ASR bespaard op energie kunnen Utrechtse scholen namelijk winnen. Ze moeten daarvoor met duurzame verbeteringen komen voor hun eigen schoolgebouw.

Met de opening van het vernieuwde hoofdkantoor heeft ASR alle 3000 medewerkers nu op één plek zitten.
bron: rtvutrecht.nl

Wist je dat chemische uitstoot binnenshuis veel voor komt? Gewoon vanuit alledaagse producten, waarvan je het niet verwacht: bouwmaterialen, schoonmaakmiddelen, wegwerpmaterialen en printers vormen bronnen van interne luchtvervuiling. Men komt steeds meer te weten over de schadelijke gevolgen van fijnstof, maar er wordt nauwelijks aandacht besteed aan fijnstof ín onze huizen èn hoe je er zelf iets aan kan doen. Planten zijn goedkope en actieve luchtzuiveraars.
Waarom raakt het binnenklimaat steeds meer vervuild?
Er zijn twee grote redenen waarom het probleem van de luchtvervuiling in huizen, kantoren en zorginstellingen steeds groter wordt:

  • We isoleren gebouwen steeds beter en ventileren zelfs in huizen vaak al mechanisch. Vroeger kierde en tochtte het gewoon. Ventilatie was toen geen enkel probleem!
  • We halen steeds meer wegwerp- en complexe schoonmaakproducten en apparatuur in huis, en gebruiken ook steeds meer samengestelde en verlijmde bouwmaterialen. Al deze materialen en stoffen bevatten fijnstof verbindingen.

Daar kunnen we aan toevoegen dat mensen ook steeds vaker binnen werken, binnen recreëren en dus –ten opzichte van 20 jaar geleden- steeds meer tijd binnenshuis doorbrengen. Dit laatste geldt zeker voor kinderen. In het algemeen kunnen we stellen dat we 80 tot 90% van onze tijd binnenshuis doorbrengen en dat de binnenlucht 5 tot 10 keer meer vervuild is dan de buitenlucht.
Om welke stoffen en producten gaat het eigenlijk?
Chemische fijnstof verbindingen zijn toxische kleurloze, maar soms wel geurrijke stoffen die in vluchtige vorm voorkomen in de lucht die we inademen en zo klein zijn dat de neusharen ze niet tegenhouden. Ze komen dus in de longen en veroorzaken daar per stof weer andere reacties. Men is nog volop aan het onderzoeken wat de schade exact is, maar elk nieuw onderzoek geeft aan dat de gevaren groter zijn dan we daarvoor dachten. De hier genoemde producten ‘verdampen’ de toxische stoffen, Het gaat op zich meestal om kleine concentraties, maar als de ventilatie niet voldoende is, blijven ze in de lucht rondzweven. Ook, en dat staat verder niet in deze tabel, verbruiken wij mensen constant de zuurstof uit de binnenruimte, en ademen CO2 weer uit. Bij te geringe ventilatie, of te weinig planten in een ruimte, raakt de lucht vanzelf ‘op’.
Planten als luchtzuiveraar
Bijna niemand denkt aan planten als actieve luchtzuiveringsmachines. Maar dat zijn ze wel. Planten geven de wereld zuurstof en dat geldt ook voor binnenplanten. Ook binnenplanten zetten constant CO2 om in zuurstof, net als de bomen buiten. Dus in een ruimte met planten raakt de lucht minder snel op. Maar, onderzoek heeft inmiddels ook aangetoond dat planten de hier gemelde fijnstof verbindingen actief uit de lucht kunnen filteren. Niet iedere plant pakt iedere stof even hard aan, en voor sommige stoffen bestaan er zelfs specialisten.
De varen (Nephrolepsis exaltata) is een Formaldehyde expert. De Areca palm is de specialist voor het bestrijden van Xyleen en Tolueen, terwijl voor het verwijderen van Ammoniak in huis de stokpalm (Rhapis exelsa) het beste werkt. Tenslotte blijkt de lepelplant (Spathiphyllum) erg effectief in het verwijderen van Aceton.
Bron: intogreen.nl

Op de Innovation Expo in Amsterdam van 14 april is een prototype van een bijzonder tuinbouwproject te bezichtigen. Het betreft een groene wand met een high tech sensor. Organic Architects bouwde in opdracht van een tuinbouwconsortium een prototype van een groene wand met een ventilatiesysteem, dat de lucht actief langs de groene wand stuurt. Hoe hoger de concentratie van de schadelijke stof, des te hoger de ventilatiestand. Een speciale sensor van ASML kan de vluchtige organische stoffen tegenwoordig nauwkeurig meten.
‘Schone lucht garantie’ is één van de projecten van het nieuwe innovatieprogramma Waard&vol Groen van de Stichting Innovatie Glastuinbouw (SIGN). SIGN is een initiatief van LTO Glaskracht Nederland en heeft voor de uitvoering van haar innovatieprogramma een alliantie met Innovatie Agro & Natuur van het ministerie van Economische Zaken.
Organic Architects bouwde in opdracht van een tuinbouwconsortium een prototype van een groene wand met een ventilatiesysteem, dat de lucht actief langs de groene wand stuurt. Hoe hoger de concentratie van vluchtige organische stoffen, des te hoger de ventilatiestand. Onderzoekers brachten een hoge concentratie vluchtige stoffen in de ruimte. De actief geventileerde plantenwand bleek in staat om de verontreinigingen af te breken: methaan en ureum halveerden binnen 3 uur, alkanen en cyclische koolwaterstoffen na 9,5 uur. Uit de nulmeting bleek dat de verontreiniging zonder plantenwand stabiel hoog bleef. Daarmee is aangetoond dat de afbraak veroorzaakt is door de groene wand met verhoogde ventilatie.
In de tweede fase van dit project gaan industrieel ontwerpers aan de slag om een universeel ventilatiesysteem te ontwikkelen, dat in combinatie met allerlei verschillende bestaande groene wandsystemen kan bijdragen aan een gezonde woon- en werkomgeving. Dat systeem vormt de basis voor een businessconcept om ‘schone lucht garantie’ te gaan bieden aan gebouwbeheerders. Het consortium dat het project ondersteunt bestaat uit FloraHolland, Waterdrinker, Into Green, Van der Tol, Priva, Nieuwkoop Europe en Stichting Innovatie Glastuinbouw (SIGN), in alliantie met het ministerie van Economische Zaken.
Bron: agriholland.nl

Gras en planten in plaats van tegels op het Concordiaplein, een waterfontein in het centrum van Breda, groene tuinen in plaats van steen: in tijden van extreme regen kan het water beter weg, en als het lang droog is, blijft het koeler in de stad. Dit heet ruimtelijke adaptatie. De stad speelt in op de klimaatverandering door water en groen een vanzelfsprekend onderdeel te laten zijn van de (openbare) ruimte en van toekomstige ontwikkelingen. En door initiatieven van bewoners en bedrijven op dit gebied te stimuleren Tot en met 2018 stelt het college in de Impuls Ruimtelijke Adaptatie 0,5 miljoen euro beschikbaar om maatregelen in gang te zetten om de stad nu en in de toekomst leefbaar te houden.
Wethouder Paul de Beer van Duurzaamheid: “Ook Breda krijgt te maken met de gevolgen van de mondiale klimaatverandering: extreme regenval of storm kan zorgen voor wateroverlast en overstroming. Grotere periodes van extreme hitte veroorzaken verdroging van de bodem en natuur. Steen en beton houden de warmte extra vast waardoor het in de stad onaangenaam warm wordt. Dat heeft effect op de leefbaarheid in de stad zeker op de lange termijn. Breda zet vol in om de klimaatverandering tegen te gaan. Daarnaast zet het college, met deze Impuls Ruimtelijke Adaptatie, in op het omgaan met de gevolgen van de klimaatverandering die inmiddels al ervaren wordt. Dat betekent de stad aanpassen en zorgen dat bij alle toekomstige ontwikkelingen of projecten, hoe klein ook, groen, water en natuur een plaats krijgen om de stad leefbaar te houden. ‘Ruimtelijke Adaptatie’ is een belangrijk onderdeel van de Duurzaamheidsvisie 2030”.
Ruimtelijke adaptatie staat niet op zichzelf: de stad en haar omgeving worden aantrekkelijker en groener en dat heeft een positief effect op de leefbaarheid en daarmee op de gezondheid van mensen En dat niet alleen, het is goed voor recreatie, voor de economie en de biodiversiteit in de stad.
Voorbeelden
De afgelopen jaren heeft Breda, samen met partners en bewoners al een aantal grote projecten op dit gebied gerealiseerd zoals het heropenen van de haven in de binnenstad, ruimte voor de rivier in het Markdal, de aanleg van de vierde bergboezem voor waterberging inclusief natuurgebied, de waterakkers in Teteringen. Maar ook kleinere projecten zoals de groene daken in de Wommelgemhof en de bijenbollen in Princenhage.
Nieuwe projecten
In 2016 start het college een aantal projecten/ontwikkelingen om invulling te geven aan de ambitie van Ruimtelijke Adaptatie: “Breda ondanks of dankzij de klimaatverandering aantrekkelijk, uitdagend en klimaatbestendig te maken voor bewoners en bezoekers”.
Denk daarbij aan een groen schoolplein voor de Sint Josephschool, stimuleren van groene daken en duurzaam omgaan met regenwater, groen in plaats van parkeerplekken aan de Oude Vest, de Vlaszak wordt een groene, biodiverse stadsentree en het aanbrengen van een groene gevel op de parkeergarage de Barones.
Ook bewoners kunnen bijdragen aan ruimtelijke adaptatie. De gemeente en betrekt hen ook bij projecten voor het watervriendelijk inrichten van de tuin, geen stenen maar groen in de tuin en wijkdeals waarbij bewoners hun eigen buurt aantrekkelijker en ruimtelijk adaptiever maken. Ook werkt de gemeente hierbij samen met natuur- en milieuverenigingen.
Bron: breda.nl

Het doelgericht aanplanten van bomen op de oevers van rivieren kan de hoeveelheid overstromingswater met twintig procent doen afnemen. Dat berekenden onderzoekers van de universiteiten van Birmingham en Southampton.
Voor hun studie onderzochten de wetenschappers het stroomgebied van New Forest, stroomopwaarts van de stad Brockenhurst in Groot-Brittannië. Ze wilden nagaan hoe het strategisch aanplanten van bomen de piekhoogte van het overstromingswater kan beïnvloeden in de lager gelegen gebieden.
Door bomen aan te planten op de oever van een rivier over een afstand van ongeveer een vierde van de totale lengte van de rivier, kan de hoogte van het overstromingswater tot twintig procent verminderen. Naarmate de bomen groter en ouder worden, zal de hoeveelheid water die ze vasthouden nog toenemen.
Natuurlijke processen zoals het aanplanten van bomen en het beheer van bestaande bossen is vaak voldoende om aan risicoreductie te doen. Het onderzoek is verschenen in het vakblad Earth Surfaces Processes and Landforms.
Bron: cgconcept.be
 

De aanleg van een natuurpark dat met 7.000 zonnepanelen ook zonnestroom gaat produceren bij het dorp Hengelo in de Gelderse gemeente Bronckhorst is van start gegaan. Op 29 maart vindt de officiële bouwstart plaatst van NL Solarpark De Kwekerij, maar er wordt inmiddels al voorbereidend werk verricht.
Zo wordt de omheining, die gaat bestaan uit een meidoornhaag met een hekwerk, van het zonnepark al aangelegd. Daarna komt de plaatsing van de panelen en het inzaaien van het groen. Naar verwachting opent het project na de zomer.
Uniek 
Het project is uniek in zoverre dat het een natuurpark probeert te combineren met een zonnepark. Zonnepanelen worden in een vijver geplaatst waar ruimte is om te picknicken. Er zijn wandelpaden en natuurlijke speelplekken tussen de zonnepanelen. Ook een kleine schaapskudde moet z’n plek in het park gaan vinden.
“Voor inwoners wordt het een bijzondere plek om te recreëren en ze kunnen er hun duurzame zonnestroom afnemen”, aldus wethouder Jan Engels.
Eigen huis en tuin 
In het project werken gemeente, NL Solarpark De Kwekerij BV, Sunwatt De Kwekerij BV en NL Greenlabel, van Eigen Huis en Tuin-presentator Lodewijk Hoekstra, samen. De gemeente stelt de grond beschikbaar en vangt hiervoor een pachtvergoeding.
NL Solarpark De Kwekerij is de ontwikkelaar van het groenpark, Sunwatt De Kwekerij is de exploitant van het zonne-energiepark en NL Greenlabel zorgt voor de landschappelijke inpassing.
Bron: groenecourant.nl

Woensdag 16 maart zijn de bijenhotels rond het provinciehuis in Zuid-Holland officieel geopend. Carla van Viegen (Partij voor de Dieren) en Ellen Verkoelen(CDA) wilden na het werkbezoek Groene Cirkels bij Heineken graag een steentje bijdragen aan de oplossing van de bijenproblematiek.
Met de opening van de bijenhotels rond het provinciehuis gebeurt er ook echt iets. “Bijen zijn van essentieel belang voor ons eigen voortbestaan als mens. We zijn afhankelijk van de natuur” aldus Carla van Viegen.

Provinciale Staten helpt bij het maken van het Bijenlandschap
De laatste jaren is er veel sterfte onder honingbijen en wilde bijensoorten. En dat terwijl bijen (en andere bestuivers) essentieel zijn voor onze voedselproductie. De commissie Duurzame Ontwikkeling vraagt met enige regelmaat aandacht voor de bijenproblematiek. De provincie kan namelijk een rol spelen bij het aanpakken van deze problematiek.
Bestuivers hebben voedsel en nestelgelegenheid nodig. Met partijen, zoals de provincie, het bedrijfsleven, de wetenschap, burgers, boeren, imkers en terreinbeheerders, kan gewerkt worden aan een andere inrichting en beheer van het landschap. Dit ‘sociale’ netwerk creëert zo een ‘groen’ netwerk van bloemrijke tuinen, erven, parken, bermen, bedrijventerreinen, recreatie en natuurgebieden.
Gedeputeerde Weber kon vorig jaar april de commissie vertellen dat de oprichting van de Groene Cirkel Bijenlandschap als onderdeel van Groene Cirkels een feit was.
Groene Cirkels is een samenwerking van provincie Zuid-Holland, HEINEKEN en Alterra Wageningen UR. Deze samenwerking is er op gericht om een klimaat neutrale HEINEKEN brouwerij, een duurzame economie en een aangename leefomgeving in de regio Zoetermeer-Alphen-Leiden te ontwikkelen.
Het Bijenlandschap leeft
Op 24 maart start Groene Cirkels om 15.00 uur met de campagne Bijenlandschap. Tijdens een bijeenkomst in Naturalis laat Groene Cirkels zien wat er al bereikt is. Deze bijeenkomst staat in het teken van inspireren, geven van ideeën, activiteiten organiseren en samenwerking met anderen. De dag wordt afgesloten met een borrel en ondertekening van de visie van het Bijenlandschap door de partners.
bron: staten.zuid-holland.nl

8209_2016-AIPH-Green-City-web-promo-2
Het Nederlandse werk van Branchevereniging VHG in het kader van het agenderen van het belang van groen en de ontwikkeling van de groene sector wordt internationaal gezien als zeer vooruitstrevend. Dat bleek uit de reacties van de deelnemers aan de Green City Conference, die op woensdag 16 maart jongstleden is gehouden in het Canadese Vancouver. Directeur Egbert Roozen was uitgenodigd als keynote speaker om de Nederlandse aanpak te presenteren. Hij sprak na oud-burgemeester Mike Harcourt, die de openingsspeech verzorgde als grondlegger van het groen-stad-beleid in Vancouver. Het congres werd georganiseerd door de Association of Horticultural Producers (AIPH) en de Canadian Nursery Landscape Association.
Vancouver wordt internationaal gezien als het voorbeeld van hoe de groene stad van de toekomst eruit zal zien. Er is in de afgelopen jaren, dankzij de heldere keuze van het gemeentebestuur om de stad vanuit economisch oogpunt te vergroenen met natuurlijk groen, veel gebeurd. De oud-burgemeester lichtte tijdens het congres toe, dat er bewust is gekozen voor een stevig ander beleid. Hij is trots op waar de stad nu staat en ziet dat groen in Vancouver zijn vruchten afwerpt.
Egbert Roozen kon met zijn presentatie aansluiten op het lokale niveau. Groen is een uitgesproken lokaal thema. Roozen bracht zijn ervaringen in bij de politieke lobby op Europees, nationaal, regionaal en lokaal niveau. Er zijn veel maatschappelijke uitdagingen, waarvoor het natuurlijke groen een oplossing kan bieden. Het is belangrijk om proactief aan te haken bij thema’s als kwaliteit van de leefomgeving, gezondheid van mensen en biodiversiteit. Bij het tastbaar maken van de groene link op lokaal niveau is het VHG concept De Levende Tuin een mooi vertrekpunt. Het concept geeft concrete handvatten voor een duurzame inrichting van particuliere tuinen en het openbare groen. Roozen schetste hoe De Levende Tuin geborgd is in het vakmanschap van de hovenier en de groenvoorziener. Ook stipte hij het belang van samenwerking met andere (maatschappelijke) organisaties in het kader van het Manifest De Levende Tuin en De Groene Stad aan om de beweging naar vergroening en verduurzaming extra kracht bij te zetten. Groen moet ook innoveren. Roozen benadrukte hierbij het belang van wetenschappelijk onderzoek en het omzetten van de resultaten in tastbare handvatten zoals de handleiding voor de Groene Schoolpleinen. Hij sloot af met te stellen, dat groen onderdeel is van tal van oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen. Om de effecten daarvan maximaal te kunnen benutten, moet groen een prominente plaats hebben in de ontwikkel- en bouwketen. Niet aan het eind van de keten, maar aan het begin. Groen is niet langer decoratie of een kostenpost, maar levert baten en is een basisvoorwaarde voor de kwaliteit van leven.
Tijdens het congres kwamen nog diverse sprekers aan bod, die de economische waarde van groen en het effect van groene daken en gevels in beeld brachten. De laatste spreker was een professor uit Peking, die het Chinese systeem van tuinsteden in beeld bracht waarmee steden in dat land worden aangemoedigd meer groen toe te passen voor een duurzame ontwikkeling en verbetering van de leefbaarheid in de stad.
De Green City Conference was onderdeel van een meerdaags programma, waarin kennisdeling en discussie centraal stonden. De Canadian Nursery Landscape Association gebruikte de dagen voorafgaand aan het congres om een strategische koers op te stellen voor hun lobbybeleid. Daarbij is gebruik gemaakt van het Nederlandse voorbeeld.