• De stedelijke omgeving bebossen met een Tiny Forest

    #de groene stad #de groene stad van de toekomst #IVN #tiny forest

    Het eerste Tiny Forest van Europa werd door de initiatiefnemer Daan Bleichrodt van IVN, het Instituut voor Natuureducatie en Duurzaamheid, 2015 in Nederland gepland. De grondlegger van het Tiny Forest, een klein dichtbegroeid bos, is de Indiase ingenieur Shubhendu Sharma. Hij was geïnspireerd door de Miyawaki methode van botanicus Akira Miyawaki.  Een Tiny Forest is goed voor de biodiversiteit, maar ook voor de gezondheid van de mens, de sociale omgang en de klimaatbestendigheid van de buurt.

    Het idee van Tiny Forest is begonnen met..

    De Japanse Akira Miyawaki was in de jaren ‘70 de ontwerper om natuurlijke, inheemse bossen te herstellen en met succes: na tien jaar had hij ruim 1700 bossen aangelegd en 96,7% daarvan had zich ontwikkeld tot een zeer goed ecosysteem. Vervolgens gebruikte de Shubhendu Sharma deze methode als inspiratie voor het planten van een klein bos, een Tiny Forest, in een stedelijke omgeving. De IVN haalde in 2015 Sharma naar Nederland om hier het initiatief van Tiny Forest uit te zetten. Het resultaat was het eerste formele Tiny Forest in Europa, in Zaandam in het Darwin park: de Groene Woud. Daarna volgde in het Darwin park het tweede Tiny Forest, het Gouwse Bos. Inmiddels is het Tiny Forest-idee door heel Nederland verspreid, het wordt in steeds meer plaatsen uitgevoerd, in samenwerking met IVN.

    Een 200m2 dichtbegroeid bosje

    Een Tiny Forest is een dichtbegroeid bosje met een grootte van 200m2. Het wordt gepland midden in een stedelijke of bebouwde omgeving. Het IVN heeft de naam ‘Tiny Forest’ officieel vastgelegd als Registered Trademark. Een ‘echt’ Tiny Forest heeft altijd drie kenmerken:

    1. Buurtbewoners en scholen worden betrokken bij de aanleg van het Kleine Bos;
    2. Bij het Kleine Bos ligt een buitenlokaal,
    3. Scholieren zijn de ‘wilde wachters’; zij zorgen telkens een maand voor het Kleine Bos.

    Het stukje groen middenin de stad is goed voor veel biodiversiteit, van vogels tot bijen en vlinders. Dat is bewezen door het onderzoek van Wageningen Environmental Research naar de Tiny Forest in Zaandam. In een krantenartikel in Trouw vertelt een van de auteurs van het onderzoek, Fabrice Ottburg, dat de groei in de dichtbegroeide bosjes van de aantal soortgroepen en individuen meer is dan in referentiebossen. Volgens het IVN heeft het levendige bosje ook positieve effecten op de sociale samenhang in de buurt. Buurtbewoners en kinderen zijn betrokken bij het beheren van het bos en de mensen worden meer verbonden met de natuur en aan elkaar. Daarbij is het Tiny Forest ook een kracht voor de klimaatbestendigheid van wijken: het bergt de (grote) hoeveelheden water door extreme neerslag en het filtert fijnstof en verkoelt de lucht in stedelijke omgevingen. Groen, dat wordt binnengebracht door het planten van dit kleine bosje, doet het goed voor het klimaat, de sociale samenhang en de menselijke gezondheid.

     

     Gebruikte bronnen

    IVN. 2018. Achtergrondinformatie Tiny Forest. Geraadpleegd op 18-04-2018 via: https://www.ivn.nl/tiny-forest-nl/achtergrondinformatie /.

    IVN. 2018. Wat is een Tiny Forest. Geraadpleegd op 18-04-2018 via: https://www.ivn.nl/tiny-forest-nl/over-tiny-forest.

    Ottburg, F.G.W.A., D.R. Lammertsma, J. Bloem, W.J. Drimmers, H.A.H. Jansmans en R.M.A. Wegman, 2018. Tiny Forest Zaanstad; Citizen Science en het bepalen van biodiversiteit in Tiny Forest Zaanstad. Wageningen, Wageningen Environmental Research, Rapport, 2870.

    Verlouw, C. A (2018, 6 april). Het Tiny Forest rukt op. Geraadpleegd op 18-04-2018 via: https://www.trouw.nl/groen/het-tiny-forest-rukt-op~af168db5/

     
  • Leiden sluit zich aan bij De Groene Stad Charta! Terugblik op 15 maart het GOED-event in Leiden.

    #de groene stad #De Groene Stad Charta #Ga Goed #leiden

    Paul Dirkse, Wethouder Onderwijs Sport & Duurzaamheid en Marcel Belt, programmamanager Duurzaamheid van de gemeente Leiden, Jeroen Haan van het Hoogheemraadschap van Rijnland, Hilde Blank, kwartiermaker/stadsstedenbouwer Leiden en de vijf-praktijkcasehouders openden op donderdag 15 maart 2018 het GOED-event in de Leidse Stadsgehoorzaal. Aan het eind van het GOED-event ondertekende de wethouder Dirkse de Groene Charta met de Groene Stad voorzitter Henk Westerhof. Hierdoor zet Leiden zichzelf neer als voorhoedegemeente in het streven naar vergroening van de Nederlandse stedelijke omgeving.

    Aan die ondertekening was een symposium voorafgegaan, getiteld ‘Samenwerken aan den Groene Stad’. Daaraan namen 200 vertegenwoordigers van woningcorporaties, ontwikkelaars, bouwers, adviseurs, ontwerpers en gemeenteambtenaren actief deel. In twaalf workshops en vijf praktijkcases kwamen allerlei mogelijkheden langs – uitdagingen en valkuilen, die aan de orde kunnen komen bij het streven naar stedelijke vergroening.

    Tijdens de plenaire sessie, die werd afgesloten met de ondertekening van de Groene Charta door wethouder Dirkse, werden afspraken en andere resultaten van de workshops en de praktijkcases gepresenteerd. De Stichting Groene Stad ziet uit naar een vruchtbare groene samenwerking met de gemeente Leiden.

     

  • Prettige Plekken – Handboek mens & openbare ruimte

    #de groene stad #openbare ruimte #prettige plekken

    Hoe maak je een succesvolle openbare ruimte? Rosemarie Maas en Kyra Kuitert geven in het Handboek Prettige Plekken, vooral bestemd voor bestuurders en ambtenaren, antwoord op deze vraag. Zij schreven dit boek, omdat ze hadden gemerkt dat er te weinig concrete informatie beschikbaar was over de relatie tussen het gebruik en inrichting van de openbare ruimte – juist nu overal in het land gemeentebesturen vaststellen dat hun gemeente moet ‘vergroenen’. Doelstellingen genoeg (wie wil er niet een gezonde, groene openbare ruimte?), maar de concrete kennis die nodig is om deze doelstellingen te realiseren, ontbrak nog dikwijls.

    Aan de hand van zeven thema’s benoemen Kuitert en Maas in ‘Prettige Plekken’ ruim 500 ontwerprichtlijnen. Deze richtlijnen zijn ingedeeld naar schaalniveau (blok, buurt, stad) voor parken en pleinen. Ze zijn gebaseerd op hun jarenlange werkervaring in planning en ontwerp van de openbare ruimte, het bestuderen van vele locaties en een uitgebreid literatuuronderzoek. De zeven thema’s zijn: 1. aantrekkelijk, 2. sociaal veilig, 3. toegankelijk en bereikbaar, 4. beweegvriendelijk, 5. sociaal, 6. kindvriendelijk en 7. groen.

    Praktisch

    Er staan in het boek leuke weetjes, unieke richtlijnen en foto’s van projecten en plekken uit meer dan 50 steden in binnen- en buitenland. Een expertgroep, met onder andere hoofd landschapsarchitectuur Gemeente Den Haag, Jantje Beton en het Kenniscentrum Sport, heeft feedback gegeven op specifieke onderdelen van het boek en de richtlijnen getoetst aan de eigen praktijkervaring. Maas en Kuitert baseren de richtlijnen op de behoeften van de (toekomstige) gebruiker; wat wil hij doen, zien en ervaren in de openbare ruimte? Vanuit dit uitgangspunt formuleren de auteurs vier basisvoorwaarden waaraan elke plek moet voldoen: 1. veiligheid, 2. variatie, 3. verblijf en 4. verplaatsing.

     Sfeer en gebruikswaarde

    Rosemarie Maas formuleert twee rollen voor ‘groen’ in de openbare ruimte: “Allereerst moet het groen bijdragen aan een prettige sfeer. Prettig voor het oog, voor het aanzien van de straat; er moet een logische samenhang zijn tussen groen en inrichting.” De tweede rol die groen in de visie van Rosemarie heeft is gelegen in de gebruikswaarde. De gebruikswaarde kan variëren van tuinieren in volkstuinen tot sporten of spelen in het park. In de nabije toekomst verwacht Maas een sterke vergroening van de bebouwde omgeving, onder meer als gevolg van de toegenomen aandacht voor het klimaat. Zij benoemt in dat verband de positieve effecten van groen tegen hittestress en het waterbufferend vermogen.

    Veilig

    Rosemarie Maas signaleert dat eind jaren zeventig, begin jaren tachtig van de vorige eeuw, veel gemeenten grootschalig groen hebben verwijderd of omgevormd vanwege het onveilige karakter. Men vond deze groene openbare ruimtes onoverzichtelijk: door (verwilderd) struikgewas bood het vaak te weinig doorzicht. Zij benoemt de oplossing: “Meer werken met diverse soorten gras en wilde bloemen. Zo blijft het groen laag, aantrekkelijk en behoudt de groene plek een open en veilig karakter”.

    www.prettigeplekken.nl.

  • Krijgt Leiden de duurzaamste kilometer van Nederland?

    #de groene stad #duurzaamheid #Duurzaamste kilometer #leiden #Provada 2018

    Iedereen die werkt aan de stad heeft een belangrijke rol om de stad gezond en leefbaar te maken en te houden. Hoe kunnen zoveel mogelijk partijen betrokken worden bij de woon-en-duurzaamheidsopgave in Leiden? Duurzaamheid creëren is het thema op het GaGoed-Event op 15 maart in Leiden! Op het Ga-Goed event wordt, in aanloop naar de Provada 2018, de Workshop ‘De duurzaamste km van NL’ gegeven door Robert Bergenhenegouwen en Wout van der Heijden. De ‘Duurzaamste km van NL’ is een initiatief om te onderzoeken wat er aan duurzame maatregelen wordt genomen in het Stationsgebied/Schipholweg en wat de potentie is bij de herontwikkeling van de komende jaren. Om hierin met elkaar samen te werken stelt gemeente Leiden voor een Green Deal te sluiten met belanghebbenden. Stichting De Groene Stad zal bij deze verbinding een actieve rol gaan spelen. Wilt u meedenken of bent u een belanghebbende voor deze duurzaamste kilometer: meldt u aan voor de workshop ‘Duurzaamste km van NL’ op 15 maart via: https://lnkd.in/dUvMbHR

  • Ga Groen in Leiden op 15 maart a.s. want een Groene Stad maak je samen! Komt u ook?

    ##groene verstedelijking #biodiversiteit #duurzaamheid #Ga Goed #Ga Groen #groene stad #leiden

     Op 15 maart vindt ‘Ga Groen’ plaats. Een dag waarop meer dan 150 mensen zich buigen over hoe we Leiden gezonder en leefbaarder kunnen maken. Hoe we samen kunnen bouwen aan een groener Leiden. Een dag met presentaties, workshops, praktijk cases en ruim gelegenheid om te netwerken. Stadsontwikkeling anno 2018!
    Op ‘Ga Groen’ ontmoeten professionals elkaar. Ze wisselen kennis en ervaring uit. Wie? We begroeten vertegenwoordigers van woningcorporaties, projectontwikkelaars, universiteiten, bouwondernemingen, het hoogheemraadschap, verschillende adviesbureaus, ondernemersorganisaties enz. Maar ook zzp’ers, architecten, communicatiedeskundigen en brancheorganisaties. In feite iedereen die een rol speelt bij de bouwopgave die voor ons ligt, maar wil werken en denken vanuit de duurzaamheidsambities van de Gemeente Leiden.
    Voelt u zich betrokken bij de ontwikkeling van Leiden naar een stad die de uitdaging van de bouwopgave op zich neemt, maar thema’s als duurzaamheid, leefbaarheid en vergroening belangrijk vindt? Kom dan naar ‘Ga Groen’ op 15 maart in de Stadsschouwburg in Leiden. Op deze dag bent u gast van de Gemeente Leiden, deelname is kosteloos. Direct aanmelden kan via gagoed@degroenestad.nl. Het volledige programma is te vinden op: https://www.gagoed.nl/goed-event/

  • Gezocht voor 6 februari: één of twee professionals voor discussiemiddag over Gezonde Leefomgeving voor Gemeente Zaanstad

    #duurzaamheid #gezonde leefomgeving #zaanstad

    In het kader van de week van de duurzaamheid organiseert de Gemeente Zaanstad op dinsdagmiddag 6 februari a.s. een discussiemiddag over Gezonde leefomgeving. De gemeente Zaanstad zou daar graag één of twee professionals bij willen hebben om aan het gesprek deel te nemen en mee te denken.

    Achtergrondinformatie: Deze sessie maakt deel uit van een reeks themaweken georganiseerd door Platform aan de Zaan onder de noemer Zaanse Geluiden, samen met de gemeente Zaanstad. Doel van het gesprek 6 februari a.s. is om met verschillende partners uit de stad de verbinding tussen gezondheid/welbevinden en groen/natuur bespreken, en te kijken waar de urgente opgaven voor de komende tijd in de stad liggen (er worden veel woningen bijgebouwd komende decennia dus extra noodzaak om de stad ook groen en leefbaar te houden) en waar kansen liggen om te versnellen en elkaar te versterken. Zie voor meer informatie ook www.zaansegeluiden.nl, week van de duurzaamheid.

    Indien u interesse heeft in het bijwonen van deze middag kunt u een email sturen aan info@degroenestad.nl

  • Brabantse schoolpleinen kleuren groen

    #groene scholen #groene schoolpleinen #groene stad

    Zij willen zo veel mogelijk Brabantse scholen en gemeenten enthousiast krijgen voor dit idee. Groene ‘schoolpleinen van de toekomst’ hebben verschillende voordelen: ze zijn gezond, aantrekkelijk en leerzaam, bevorderen de biodiversiteit, leveren een bijdrage aan het klimaatbestendig maken van de leefomgeving en het kunnen zo plekken worden waar kinderen, ouders en buurtgenoten ook na schooltijd nog graag zijn. Onderzoek wijst uit dat kinderen op ‘groene scholen’ ook minder pestgedrag vertonen.

    Impuls

    Om die redenen willen de samenwerkende partijen een financiële, organisatorische en communicatieve impuls te geven aan de Brabantse scholen. De provincie trekt er de komende vier jaar € 1,6 miljoen euro voor uit. Dit jaar kunnen de eerste 50 basisscholen daar al van meeprofiteren.

    Grote kans

    Gedeputeerde Erik van Merrienboer (Ruimte) van de provincie: ‘Juist op een schoolplein ligt een grote kans om kinderen, ouders en buurtbewoners zelf te laten meewerken aan een gezonde leef- en speelplek. Als je op jonge leeftijd al in contact komt met de natuur, zul je er later ook goed voor willen zorgen en sneller kiezen voor een duurzame leefstijl en een gezonder voedingspatroon. Het hogere doel van dit project is dan ook: gezonde burgers die zich bewust zijn van natuur, klimaat en gezondheid en zich actief inzetten voor hun dagelijkse leefomgeving’.

    Enthousiasme

    Er is nu al grote belangstelling van scholen, gemeenten, hoveniers en groenbedrijven en andere partijen om in de praktijk aan de slag te gaan. Omdat het niet voor iedereen meteen duidelijk is hóe je een schoolplein kunt vergroenen, steken de initiatiefnemers ook energie in het bij elkaar brengen van de nodige kennis en ervaring.

    Subsidieregeling

    Naar verwachting wordt de subsidieregeling in april opengesteld. De provincie subsidieert maximaal 50% van de inrichtingskosten van groene schoolpleinen, tot een maximum van € 10.000 euro per plein. Met de bijdrage van de andere projectpartners is € 14.000 euro per schoolplein beschikbaar. Om het project te laten slagen, is betrokkenheid en eigenaarschap vanuit gemeenten, school en ouders essentieel.

  • Groene Stad Workshop over biodiversiteit in de stad op de Dag van de Stad

    ##groene verstedelijking #biodiversiteit #dag van de stad #de groene stad #robbert snep

    Driekwart van de inwoners van Nederland woont nu al in grote of middelgrote steden. Dat gaat om bijna 13 miljoen mensen. En daar komen tot 2030 nog eens één miljoen mensen bij. Deze stijging betekent uitdagingen en kansen voor de bestaande, maar ook voor de nieuwe stedelijke gebieden.

    Op dinsdag 31 oktober vond voor de vierde keer de Internationale Dag van de Stad van de Verenigde Naties plaats. Voorafgaand daaraan werd op maandag 30 oktober de Dag van de Stad in de Werkspoorkathedraal in Utrecht georganiseerd. Het was een bijeenkomst waarop betrokkenen bij de ontwikkeling van onze steden en stedelijke regio’s kennis en ervaring konden uitwisselen.

    De Dag van de Stad werd georganiseerd door G32 en G4, de ministeries van BZK, EZ, I&M, VWS, SZW, OCW en V&J en door de VNG, Platform31 en VNO-NCW. Meer dan 1500 bestuurders, ambtenaren, vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties, wetenschappers, ondernemers en actieve, betrokken stedelingen kwamen naar Utrecht. Het doel van deze Dag van de Stad was het inspireren, informeren, agenderen, verbinden en met elkaar bouwen aan een betere stad.

    In een aantal themapaviljoens kwamen uiteenlopende deelonderwerpen naar voren: de duurzame stad, de veilige stad, de gezonde stad, de ondernemende stad en de groene stad. Door middel van demonstraties, lezingen en workshops werden deze thema’s aan geïnteresseerden gepresenteerd.

    Workshop ‘Biodiversiteit in de stad? Ja dat kan!’

    Stichting De Groene Stad verzorgde een workshop over biodiversiteit onder de titel ‘Biodiversiteit in de stad? Ja dat kan!’. De workshop werd gecoördineerd door Robbert Snep, senior onderzoeker van de WUR. Na zijn inleiding volgden bijdragen van Jacqueline Baar van Biomygreen en de stadsecoloog van Tilburg, Mischa Cillissen.

    Robbert Snel bracht een boeiende en levendige discussie op gang met twee stellingen. Zijn eerste stelling luidde: ‘Liever minder stadsgroen, maar betere ecologische kwaliteit’. Met de huidige aanpak en de staat van groenstructuren in Nederlandse steden, dragen we onvoldoende bij aan het behoud van biodiversiteit. Robbert Snel sprak over een urgentie van biodiversiteit, met als voorbeeld de aandacht voor de recent gebleken dramatische achteruitgang van insecten in Duitsland. Snep stelde dat er drie factoren belangrijk zijn voor meer biodiversiteit: voldoende ruimte voor leefgebieden, voldoende samenhang tussen leefgebieden en voldoende ecologische kwaliteit. Robbert Snel is van mening dat het in onze steden vooral aan dit laatste schort.

    Zijn tweede stelling luidde: ‘Lokale overheden en gebiedseigenaren moeten bij de aanbesteding van groenbeheer meer sturen op de bijdrage aan biodiversiteitsbehoud’. Robbert Snep gaf aan dat er meer aandacht moet komen voor ecologisch groenbeheer. Dat is urgent en die urgentie moet tussen de oren komen van verantwoordelijken bij gemeenten en waterschappen, maar ook bij andere gebiedseigenaren zoals wooncorporaties en bij projectontwikkelaars, bedrijven enz. Dat kan worden bereikt door prestatieafspraken te maken met groenbeheerders.

    Jacqueline Baar van Biomygreen stond stil bij het belang van de kwaliteit van de bodem. Volgens haar is het verbeteren van de bodemkwaliteit één van de manieren om meer ecologische kwaliteit te genereren. De visie van Biomygreen is: ‘duurzame bodem is economie’. Een bodem van goede kwaliteit levert optimale groei van planten, bomen en gewassen en dat geeft economisch rendement. Een duurzame bodem van goede kwaliteit is in balans wat betreft fysische, chemische en biologische eigenschappen. Jacqueline Baar constateert dat de rol van het bodemleven bij de ambitie om tot grotere biodiversiteit te komen, vaak wordt vergeten. Bodemorganismen zijn van groot belang voor het opslaan en leveren van voedingstoffen, het water regulerend vermogen en de opslag van CO2. Ze ging ook in op de sleutelrol die mycorrhizaschimmels hebben. Tot slot besprak Jacqueline Baar de meerwaarde die bomen, wadi’s en groene daken hebben voor het bodemleven en voor de bodemdiversiteit.

    Als laatste kwam Mischa Cillissen aan het woord. Hij is stadsecoloog van de gemeente Tilburg en vertelde over het ‘soortenmanagementplan’ ofwel de omgang met diersoorten die gebouwen bewonen. Denk aan vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen. Deze soorten nestelen vaak in oude gebouwen. Renovatie of sloop van deze gebouwen bedreigt hun nestgelegenheid en daarmee de soort. Het doel van het Tilburgse beleid is om zo veel mogelijk kans te geven aan vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen en om calamiteiten – sloop in het broedseizoen – te voorkomen. Tilburg wil bijdragen aan instandhouding van deze soorten en is alert op mogelijkheden nestgelegenheid aan te bieden. Er worden vleermuiskasten en gierzwaluwnesten geplaatst en bij het beheer van het groen wordt rekening gehouden met de verschillende dier- en insectensoorten.

  • Gezondheidsraad: Meer Groen in en om de stad

    #degroenestad #gezondheidsraad

    Recreatie in het groen is belangrijk voor de volksgezondheid in Nederland. De afgelopen decennia is de aanleg van ‘gezond groen’ achtergebleven bij de groei en veranderde samenstelling van de stedelijke bevolking. De Gezondheidsraad adviseert in en om steden meer groen voor recreatie aan te leggen. De Omgevingswet biedt gemeenten de gelegenheid om dit groen in te passen in hun plannen voor een gezonde, duurzame en klimaatbestendige stad. Zoals al langer bekend is, zijn met groene recreatie positieve gezondheidseffecten te bereiken. Nieuw zijn cijfers waaruit blijkt dat er een stijgend tekort is aan gelegenheden voor groene recreatie in de stedelijke omgeving. Dat tekort wordt alleen maar groter aangezien de bevolking verder groeit en vergrijst, waardoor meer mensen meer tijd hebben om buiten te verpozen. Volgens de Gezondheidsraad zijn er wettelijk geen beletsels om de mogelijkheden voor ‘groene recreatie’ in de stedelijke omgeving uit te breiden. De Omgevingswet biedt gemeenten in Nederland daartoe alle ruimte. Meer gezond ‘groen’ in en om de stad is volgens de raad niet alleen gezond, maar helpt ook bij de waterberging en verkoeling bij hittegolven. De publicatie Gezond groen in en om de stad (nr. 2017/05) is te downloaden van www.gezondheidsraad.nl.