Berichten

De beste initiatieven op het gebied van duurzame initiatieven

Op de eerste dinsdag van september worden al sinds 2012 de Duurzame Dinsdag prijzen uitgereikt aan de meest duurzame initiatieven van Nederland. In totaal 511 projecten zijn dit jaar ingediend, waaruit een jury de 130 beste selecteerde. Wij zetten de genomineerden op het gebied van renovatie onder elkaar.
Tijdens Duurzame Dinsdag licht staatssecretaris Sharon Dijksma een aantal ideeën uit, welke via de politiek verder worden geholpen. Daarnaast worden diverse prijzen aangeboden, bijvoorbeeld op het gebied van klimaat, groen en sociale duurzaamheid.
Plan Q
Verder denken dan gewoon een mooi product, dat is wat Planq wil. Planq is een circulaire designstudio die inrichtingen en meubilair ontwikkelt van natuurlijke (rest)materialen. Ze maken gebruik van materialen die uiteindelijk afbreekbaar zijn.
De Groene Grachten
“Als een eeuwenoud pand duurzaam kan, dan kan het toch overal?”, zei wijlen natuurkundige, ruimtevaarder, piloot en hoogleraar Wubbo Ockels. Het is de idee achter de Groene Grachten, koploper in het verduurzamen van oude gebouwen. De missie: een doorbraak realiseren in het verduurzamen van oude gebouwen door heel Nederland. Het startpunt was de Amsterdamse grachtengordel.
Schooldakrevolutie
Stichting de Schooldakrevolutie wil een kleine revolutie veroorzaken: het initiatief wil dat in 2020 minimaal 50% van geschikte lege schooldaken zijn omgetoverd in groene stroomfabriekjes. Ze beschouwen zonnestroom op scholen als een cruciale aanjager van de transitie naar duurzame energie. “Het brengt niet alleen de energierekening omlaag, maar het is ook een springplank voor de tweede pilaar van de Schooldakrevolutie: de ontwikkeling van een actief en praktisch educatieprogramma om leerlingen in een vroeg stadium te doordringen van duurzaamheid.”
De Hemp Collective
De Hemp Collective is een onderneming die streeft naar een duurzame economie met betere en gezondere producten door het gebruik van hennep. Hennep is volgens het bedrijf een gewas met veel potentie: het groeit  snel, neemt veel CO2 op, heeft geen bestrijdingsmiddelen en kunstmest nodig en verbetert zelfs de grond. De Hemp Collective wil inspireren tot het benutten van de potentie van hennep, innoveren op het gebied van hennep en realiseren van concrete henneptoepassingen. Het collectief opende al eerder een ‘henneppaviljoen’.
Zero Energy Buildings
Nul op de Meter is al een tijd een veel gebruikte term in de sector. Met het stappenplan ‘nearly Zero Energy Buildings voor de bestaande bouw’ wordt samen met gebouweigenaar, beheerder en/of gebruiker in zes fases verduurzaming van bestaand vastgoed gerealiseerd. Er worden maatregelen getroffen om de energievraag te reduceren, energie duurzaam op te wekken en energie op te slaan.
C.I.R.C.L.E
C.I.R.C.L.E is een online tool die bedrijven helpt om circulair te worden door middel van zes stappen. Het ultieme doel van de tool is om bedrijven te laten zien hoe circulariteit winstgevendheid kan verbeteren, het milieu kan veranderen, effecten en risico’s kan verminderen en een grotere maatschappelijke waarde kan creëren.
Batterspray
Weg met reinigingsrommel die vaak meer kwaad dan goed doen (Henk Mulder kan het mooi omschrijven). Batteryspray is een nieuwe techniek in de schoonmaakbranche en bestaat uit het vernevelen en aanbrengen van probiotica (goede bacteriën). Er zijn dus geen chemische schoonmaak middelen meer nodig.
Mestic
Mestic zet koeienmest om in duurzame bioplastic. Hierdoor kan het probleem van het mestoverschot getransformeerd worden naar een circulaire economie. De ecologische ‘footprint’ van dit plastic is klein omdat het wordt vervaardigd van afval dat in overvloedige mate aanwezig is. Voor de productie hoeven geen bossen gekapt te worden of extra landbouwgrond ingezet te worden om gewassen hiervoor te telen. “Door mest niet langer te zien als een probleem brengen we moeilijk te verenigen partijen zoals boeren, politiek en natuurbeheer met elkaar aan tafel en werken we samen aan een duurzame oplossing”, aldus de initiatiefnemers.
C3 Living
C3 Living woonunits zijn duurzame tijdelijke woningen die waarschijnlijk bestemd gaan zijn voor woonurgenten. Het bedrijf achter C3 Living ontwikkelt projecten waarbij het creëren van werkgelegenheid voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt centraal staat. Zo bouwen bijvoorbeeld statushouders mee aan de units.
Bron: renovatieprofs.nl

Utrecht bouwt park op een tunnel

Het Willem-Alexanderpark in Leidsche Rijn (Utrecht) is een bijzonder park omdat het park bovenop de tunnel van de Rijksweg A2 ligt, bijzonder vanwege de beplanting en bijzonder omdat het ontwerp met bewoners is gemaakt.
Het park ligt parallel aan het Amsterdam rijnkanaal en is aangelegd op het dak van de A2-tunnel. Het Willem Alexanderpark maakt deel uit van de landschappelijke en ecologische verbinding die het Amsterdamse Rijnkanaal voor de stad Utrecht is. Het park neemt het thema trekvogelroute van de bestaande A2-vormgeving over door in te zetten op ecologische verbondenheid in de noord-zuid richting.
Gemeente Utrecht werkt in dit project samen met DS Landschapsarchitecten Amsterdam (ontwerp), van Wijk Nieuwegein (hoofdaannemer) en Agterberg BV De Bilt (onderaannemer)
Tunneldak
De basis van het ontwerp van DS Landschapsarchitecten is een pad dat als een dijk bovenop de tunnel ligt. Het park ligt ongeveer 9 meter hoog, heeft een lengte van ongeveer 1 kilometer en is ongeveer 40 tot 80 meter breed. Het oppervlak van het park is ongeveer 80.000 m2. Dit zijn ongeveer 10 voetbalvelden. Het hoofdpad ligt nog meer dan 1 m hoger en biedt prachtige vergezichten. Het verhoogde pad ligt op piepschuim. Dit zorgt voor minder gewicht op de tunnel.
Doordat dit park op een tunneldak ligt zijn er verschillende voorzieningen om het park optimaal beheersbaar te houden. De watervoorziening van het park wordt geregeld door een uitgebreid drainagesysteem, zandsleuven in het bodemprofiel en een toevoeging van speciale vochtbindende componenten in het grondpakket. Het grondprofiel werkt als een duurzaam zelfregulerend vochtsysteem.
Veel ambities
Het park is gelegen tussen twee Nieuwbouwwijken Hoge weide en Leeuwesteyn – Noord, en sluit in noorden aan op het Leidsche Rijncentrum het tweede winkelhart van Utrecht.
Ondanks de beperkte ruimte van het park, bezit het park veel ambities. In het park komen verschillende belangen zoals: sport, spel, recreatie, beleving, participatie, cultuur, rust en ecologie te samen.
In de lengterichting is het park in twee zones verdeeld. De voor de mens intensieve te gebruiken grasvelden met diverse beheersvormen. Versus de door natuur te gebruiken paarsbloeiende heester- en vaste plantenborder van enorm formaat. Over ongeveer een kilometer lengte zijn maar liefst 135.000 vaste planten geplant. Dit deel van het park heeft een hoge natuurwaarde en fungeert daarom als rustplek binnen het park. Vooral het huisvesten van vlinders, bijen en vogels staan in een hoog vaandel.
Ruimte voor ontmoeting
In dwarsrichting is het park opdeling in vijf verschillende themavelden, zodat er een divers scala aan parkactiviteiten mogelijk is in het park. Van noord naar zuid telt het park onder andere picknickvelden, een activiteitenterrein, sportvelden, bloemrijke hooilanden en een buurttuin met fruitbomen.
Voor de sportende kinderen zijn er 3 sportvelden. Langs deze velden en in het noordelijk deel komen banken en een kleine tribune. In het Pluk- en Eetgedeelte zijn moestuinen waar iedereen bij mag.
Bron: cgconcept.be

Nog te realiseren primeur: ondergronds park in New York

Naarmate bij bewoners en bestuurders van steden het besef van nut en noodzaak van stedelijke vergroening beter doordringt, zien we ook de aantallen originele, bijzondere groene stedelijke concepten toenemen. Maar een van de meest spectaculair plannen dateert, als plan, alweer van een jaar of zes geleden: ‘The Lowline’, onder Delancey Street in New York’s Lower Eastside. Het is/wordt het eerste ondergrondse park ter wereld, zoals de initiatiefnemers vol trots aankondigen.
Het gaat om een (al in 1948!) buiten gebruik gesteld ondergronds transport systeem. In 1908 werd de terminal bij Williamsburg Bridge onder Delancey Street geopend, voor personenvervoer (in  trolleybussen) van de Lower East Side naar Brooklyn. Veertig jaar later (als de automobilisering ergens ter wereld heeft toegeslagen, dan toch wel in New York) wordt de lijn gesloten. De deuren van de terminal gaan dicht en ruim zestig jaar lang komt er niemand  meer in de ondergrondse gangen – althans niet officieel.
Totdat in 2009 ontwerper James Ramsey, gevestigd op de Lower East Side, een spectaculair idee krijgt: een ondergronds park, juist in deze buurt die niet bekend staat om het vele groen. Samen met Dan Barasch, die zich bezighoudt met het exposeren van beeldende kunst in de New Yorkse ondergrondse, start hij het project Lowline: een ondergronds groen park, gevoed met zonne-energie.  In 2011 halen ze de kolommen van het veel gelezen blad New York Magazine en in 2012 halen ze in totaal $155.000 op bij 3300 enthousiaste supporters uit alle windstreken.
Met hulp van scholen in het gebied, vooral ook gericht op ontwerp weten de initiatiefnemers het plan geleidelijk op gang te krijgen. In 2013 komt politieke steun op gang en – we slaan een heleboel tussenliggende ontwikkelingen over – begin 2015 opent een ondergrondse expositie- en ontmoetingsruimte, The Lowline Lab, gericht op de combinatie van zonne-energie en parkaanleg. Waarmee Ramsey en Barasch een nieuwe fase ingaan: onderhandelingen met het stadsbestuur van New York en de eigenaren van het gebied onder de grond, het vervoerbedrijf, om toestemming te krijgen voor de aanleg en expoloitatie van het park. De opening staat gepland …. Voor een nader te bepalen datum in 2020.

IJ-landjes vergroenen de haven

Of we hier te maken hebben met het begin van een grootschalige poging om de Amsterdamse haven te ‘vergroenen’ is nog de vraag, maar origineel is het wel, het ‘IJ-land’-initiatief van Port of Amsterdam, het Amsterdamse Gemeentelijk Havenbedrijf. Kleine stukjes grond , drijvend in het Westelijk Havengebied, de Houthaven, twee bij twee meter, mini-moestuitjes of tuintjes met waterplanten, bloemen of nestmogelijkheden voor vogels. Het doel: verbeteren van het ecologische klimaat in het havengebied.
Het meest bijzondere aan dit IJ-land plan, ontworpen door drie Master studenten aan de Universiteit van Amsterdam is nog dat de eilandjes beschikbaar zijn voor ieder die er een wil adopteren – zeg maar huren. Voor 50 euro per jaar kun je – op kleine schaal, dat wel – je eigen groente en kruiden verbouwen. De meeste IJ-landjes zullen het komend voorjaar te water worden gelaten, de eerste vier werden de afgelopen zomer gepresenteerd tijdens Sail Amsterdam en zijn al te bezichtigen bij het (voormalige) REM-eiland.
Lees hier meer.

Smart City Experience Lab op zoek naar slimme (groene) oplossingen

Heb jij een slimme (groene) oplossing voor grootstedelijke uitdagingen die je graag wil laten zien aan vakgenoten, internationale delegaties en inwoners van Amsterdam? Doe dan mee aan het Amsterdam Smart City Experience Lab!

In de eerste helft van 2016 is Nederland voorzitter van de Europese Unie. Het Marineterrein Amsterdam, nu al thuisbasis van veel innovatieve start-ups, is vanaf januari 2016 dé plek waar het EU-voorzitterschap plaatsvindt.

Experience Lab

Amsterdam Smart City (ASC) en de Amsterdam Economic Board openen dit najaar een expositieruimte op het Marineterrein. Zij nodigen bedrijven, start-ups en bewonersinitiatieven uit om hun slimme oplossingen op deze centrale plek te tonen aan een breed en internationaal publiek. Hiermee laten zij zien dat de metropoolregio Amsterdam een slimme en innovatieve regio is.
Het uitgangspunt van het Amsterdam Smart City Experience Lab is om bezoekers de innovaties daadwerkelijk te laten beleven. Het Experience Lab zal het startpunt worden van een dialoog met professionals en bewoners over de stad en haar toekomstige uitdagingen. Daarnaast ontvangen zij nu al bijna 100 delegaties per jaar en dat aantal zal alleen maar toenemen in 2016.

Wat wordt er gevraagd?

  • Een zichtbare, tastbare en beleefbare demonstratie die laat zien hoe je oplossing de stad slimmer kan maken. Denk aan het visualiseren van verkeersbewegingen, een serious game voor energiebesparing, of een sensor die vrije parkeerplaatsen weergeeft etc.
  • Je bent bereid om een toelichting te geven aan internationale delegaties.

Meedoen?

Stuur een mail met een duidelijke beschrijving van jouw oplossing en een afbeelding naar Maaike Osieck: mta@amsterdamsmartcity.nl / 06 1153 6573
 
Bron: Amsterdam Economic Board

Handleiding Groene Schoolpleinen gepresenteerd

Op het groene schoolplein van OBS Prinses Catharina-Amalia in Den Haag is gisteren de nieuwe VHG-Handleiding Groene Schoolpleinen gepresenteerd. Het is een boekwerk vol inspiratie en informatie voor hoveniers die aan de slag willen met het vergroenen van schoolpleinen in hun regio. Egbert Roozen, directeur van Branchevereniging VHG overhandigde de eerste exemplaren aan Sonja Bleuland, hoofd programmabureau Alles is Gezondheid, aan schooldirecteur Zina Heikamp en aan Menno Weverling van Weverling Groenprojecten.
“Met deze handleiding proberen we de natuur dichter bij de gebruiker te brengen, in dit geval dus kinderen”, aldus Roozen. “Tegelijkertijd voegen we een innovatie toe aan het groene vak. Een innovatie die een belangrijke maatschappelijke betekenis heeft. Het draagt bij aan de ontwikkeling van kinderen op allerlei terreinen. Op een groen schoolplein kunnen kinderen van alles ontdekken, niet alleen over natuur, maar ook over bewegen en spelen.”
Groen en gezondheid
VHG heeft de handleiding ontwikkeld met steun van het Productschap Tuinbouw. Hiermee lost de brancheorganisatie ook de belofte in het begin dit jaar is gedaan met het tekenen van de pledge ‘Alles is Gezondheid’. Daarmee heeft VHG zich namelijk verbonden aan het Nationaal Programma Preventie ‘Alles is Gezondheid’. “Als groene branche onderschrijven we het belang van groen voor de gezondheid van mensen. Groen is niet langer alleen maar decoratie. De positieve effecten van groen op het welzijn en de gezondheid van mensen zijn inmiddels in diverse onderzoeken aangetoond. Natuur kan een belangrijke rol spelen in de oplossingen van hedendaagse problemen, zoals het feit dat steeds meer mensen in een stedelijke omgeving wonen en steeds meer kinderen overgewicht of gedragsproblemen hebben.”
Spelen, ontdekken en leren
Het groene schoolplein van OBS Prinses Catharina-Amalia is ontworpen op basis van de ideeën die de leerlingen zelf hebben aangedragen zoals een moestuin, een doolhof, een zandspeelplaats en een wilgentunnel. “We hebben ongeveer twee jaar de tijd genomen om samen met de kinderen plannen te maken en financiering te vinden”, vertelt directeur Zina Heikamp. “Het was de moeite waard. Het spelen is nu veel leuker. Er valt van alles te doen, te ontdekken en te leren. Elk leerjaar heeft de verantwoordelijkheid over een deel van het plein. Daar zorgen de kinderen voor het onderhoud. Zo wordt het plein steeds meer een stukje van henzelf.”
Alles is Gezondheid
Alles is Gezondheid is het Nationaal Programma Preventie waarin partijen afspraken maken en gezamenlijk acties ondernemen die een beweging op gang brengen die mensen inspireert en ondersteunt om aan hun gezondheid te werken. Thuis, op school, op het werk enzovoorts.
 

Europese Commissie publiceert rapport voor nieuwe agenda groene steden

De Europese Commissie heeft het eindrapport gepubliceerd van het nieuwe onderzoeks- en innovatieprogramma ‘Nature Based Solutions in Re-naturing the Cities’, waaraan door een expertgroep het afgelopen halfjaar intensief is gewerkt. Het nieuwe programma, dat onderdeel uitmaakt van Horizon 2020, wil de komende vijf jaar innovaties en toegepast wetenschappelijk onderzoek stimuleren in groene oplossingen in de stad. Egbert Roozen (directeur Branchevereniging VHG), die op verzoek van de Europese Commissie als expert aan het programma heeft meegewerkt, ziet grote mogelijkheden voor de groene sector in dit nieuwe programma. Onder andere het VHG-concept De Levende Tuin en de activiteiten van De Groene Stad staan als goede voorbeelden in het eindrapport vermeld.
Op dit moment woont 73% van alle Europeanen in steden. In 2050 zal dit percentage ruim 82% zijn, wat betekent dat er nog ruim 36 miljoen nieuwe stedelingen bij zullen komen in de komende decennia. Behalve dat de bevolkingsdichtheid toeneemt, staat de leefbaarheid in de stad onder druk als gevolg van de klimaatverandering. Korte en hevige regenbuien leveren steeds meer overlast op in de steden. Als gevolg van het hitte-eilandeffect worden de steden in de zomer onaangenaam warm en treedt hittestress op. Egbert Roozen: “Tegen de achtergrond van deze en nog veel meer ontwikkelingen staan we voor de grote uitdaging om de stad van de toekomst leefbaar en gezond te houden. De kernvraag in dit nieuwe programma is hoe we de natuur (groen) en oplossingen die uitgaan van de principes van de natuur hiervoor kunnen gebruiken. Het begrip ‘stad’ zou ik in dat kader willen verbreden naar de bebouwde omgeving in het algemeen. Bovendien gaat het in dit programma niet alleen om oplossingen in milieu en leefomgeving, maar ook om groene innovaties die bijdragen aan sociale en economische doelstellingen. Het resultaat kan zijn, dat er nieuwe samenwerkingsvormen en verdienmodellen tussen sectoren gaan ontstaan. Dat is ook uitdrukkelijk de bedoeling van dit nieuwe programma. Het bedrijfsleven speelt hierin, naast overheid en kennisinstellingen, een enorm belangrijke rol. De opgedane kennis en ervaring lenen zich voor toepassingen elders in de wereld en dragen bij aan de positie van Europa als marktleider in natuurlijke groene oplossingen.”
Doelen
Het nieuwe programma Nature Based Solutions in Re-naturing the Cities richt zich op vier kerndoelen. Het gaat om duurzame stedelijke ontwikkeling, herstel van beschadigde ecosystemen, ontwikkelen van oplossingen in het kader van klimaatverandering en klimaatbestendigheid en het verbeteren van risicomanagement bij extreme (weers-) omstandigheden. Egbert Roozen: “De Europese Commissie wil innovatieve showcases op deze gebieden ondersteunen met subsidie en toegepast wetenschappelijk onderzoek. Interessant zijn daarbij onder andere groene oplossingen om het welzijn van de bewoners in de stad te verbeteren, groene stedelijke herontwikkeling, groen en wateropvang, groen als grondstof en groen als economisch model in bijvoorbeeld verzekering en investering. De bedoeling is, dat de Europese Commissie rond oktober de mogelijkheid open stelt om projecten in te dienen. De komende maanden zal het programma nog verder zowel binnen als buiten de Europese Commissie gecommuniceerd worden.”
Erkenning
Voor de hoveniers- en groenvoorzienersbranche biedt dit nieuwe programma unieke kansen. Egbert Roozen: “Onze boodschap is, dat groen geen decoratie meer is maar bijdraagt aan de kwaliteit van de leefomgeving, de biodiversiteit en de gezondheid van mensen. Zelfs op Europees niveau klinkt deze boodschap nu door en is er erkenning voor de waarde van groen. Om een beeld te geven van wat we in Nederland allemaal al doen, heb ik bijvoorbeeld het VHG-concept De Levende Tuin en de activiteiten vanuit De Groene Stad ingebracht. Ik ben enorm blij met de vermelding van beide initiatieven als goede showcases in het eindrapport. Ik beschouw dit ook als een waardering voor het hoge niveau, waarop onze branche in Nederland werkt. Groen is de drager van tal van toekomstige ontwikkelingen om de bebouwde omgeving gezond en leefbaar te houden. Aan ons is de uitdaging om proactief verbindingen met andere sectoren te leggen en samen groene kansen verder te ontwikkelen. Ook voor mij persoonlijk was het werken in deze expertgroep een bijzondere ervaring. Samen met 14 deskundigen vanuit heel Europa heb ik aan dit rapport mogen werken. Daarbij is gebruik gemaakt van de input van velen tijdens conferenties en e-consultations. Grote waardering heb ik ook voor de medewerkers van de Europese Commissie, die zeer geïnteresseerd en actief op zoek zijn naar samenwerking en kansen tot versterken. Ik ben er vast van overtuigd, dat het nieuwe programma Nature Based Solutions in Re-naturing the Cities enorme kansen voor ons biedt. Ik roep alle ondernemers, zeker ook in andere sectoren, dan ook van harte op deze aan te grijpen en mee te bouwen aan de groene stad van de toekomst.”
Het eindrapport ‘Nature Based Solutions in Re-naturing the Cities’ is te downloaden via de volgende link: ‘Kennisbank’, ‘Duurzame Oplossingen’.

Dakgoeroe Janssen: ‘Vergroen de daken van bedrijfsgebouwen’

Dakinnovator, ambassadeur van innovatief groen, dakgoeroe, creator van urban jungles – het ontbreekt bouwkundige Stef Janssen niet aan naamgevingen en andere teksten, in zijn rol als stimulator van de vergroening van onze steden. In VHG-magazine, het nieuwsmagazine voor ondernemers in het groen, doet hij een aanstekelijke poging om de groene ondernemers in te schakelen bij de realisatie van zijn visie: de 600 vierkante kilometers ongebruikt plat dakoppervlak van bedrijfsgebouwen inzetten voor de vergroening van steden en bedrijventerreinen. ‘De duurste vierkante kilopmeters in Nederland liggen op het dak en worden nauwelijks gebruikt!’
Janssen ziet een stad als Singapore als voorbeeld van hoe het kan. Biotopen creëren, op een beperkt oppervlak, en die op elkaar laten aansluiten. Hij pleit voor oases in de stad, waar verschillende biotopen zich kunnen ontwikkelen: ‘Zo kun je de functiescheiding tussen het buitengebied en de stad opheffen’. Zelf neemt hij de taak op zich om daar waar politici en beleidsmakers steeds vaker deals en afspraken maken om bij ontwikkelplannen ruimte te scheppen voor groen, het groene bedrijfsleven te helpen daarop in te haken – op een innovatieve manier.
Bron: VHG-magazine jaargang 8, nummer 6, december 2014

Toekomstbestendig openbaar groen centraal op Innovatiedag Bomen voor de toekomst

Op donderdag 11 september organiseert DLV Plant in samenwerking met het Praktijknetwerk Duurzame aanpak van ziekten, plagen en onkruiden en ZLTO de innovatiedag ‘Bomen voor de toekomst’ bij boomkwekerij Ebben BV in Cuijk. De dag is bedoeld voor iedereen die actief is in de groenketen en staat in het teken van een duurzame toekomst van het openbaar groen. Tijdens het ochtendprogamma geven enkele prominente mensen uit de groenketen hun visie en is er een forumdiscussie. Tijdens het middagprogramma zijn diverse innovaties te bekijken.
Een groene omgeving bevordert de leefbaarheid, draagt bij aan het welzijn van mensen en is dus belangrijk voor de toekomst. In de praktijk krijgt groen echter niet altijd de aandacht die het verdient. De inkoop van plantmateriaal en de aanleg en onderhoud van het openbaar groen is dikwijls een sluitpost in veel projecten en bij het huidige aanbestedingsbeleid is de inkoopprijs vaak leidend. Dit gaat ten koste van de kwaliteit, duurzaamheid en kosten op de lange termijn. In de praktijk hebben gemeenten en groenvoorzieners te maken met het moeilijk aanslaan van bomen en planten en veel uitval.
“Dit kan beter”, vindt Henk Raaijmakers, vicevoorzitter van de LTO vakgroep Bomen en vaste planten. Hij is één van sprekers op de Innovatiedag ‘Bomen voor de toekomst’ en zal samen met andere forumleden en aanwezige bezoekers discussiëren over de toekomst van duurzaam openbaar groen. Raaijmakers vindt dat niet prijs maar kwaliteit leidend moet zijn bij aanbestedingen. Ook Peter Henssen van Henssen BV, een cultuurtechnisch bedrijf in Schinnen (L), heeft deze mening. Henssen vindt dat er meer gekeken moet worden naar Total Cost of Ownership. “Nu op een goede manier de planning, inkoop en aanplant van kwalitatief goed groen oppakken, betekent op de lange termijn kosten besparen.” Naast Raaijmakers en Henssen nemen ook gedeputeerde Johan van den Hout van de Provincie Noord-Brabant, Harm Horlings voorzitter van de Vereniging Duurzame Boomkwekers Nederland en Leendert Koudstaal van de gemeente Den Haag en deel aan het forum.
Toekomstbestendig en duurzaam sortiment
Leendert Koudstaal, beleidsmedewerker groen van de Gemeente Den Haag en tevens voorzitter van het de themawerkgroep Bomen van de Vereniging Stadswerk is overtuigd dat overheden geld kunnen besparen op onderhoud door bij de aankoop meer te kijken naar kwaliteit en betere plantomstandigheden. “We moeten naar een toekomstbestendige en klimaatbestendige stad. Dat betekent enerzijds dat er al in de tekentafelfase nagedacht moet worden over een optimaal plantgat. Anderzijds moeten er andere keuzes gemaakt worden als het gaat om sortiment. Denk aan warmte- en windbestendige soorten. Maar ook variatie en afwisseling als het gaat om soorten. Tijdig de juiste keuzes maken, betekent kosten besparen op de langere termijn”, aldus Koudstaal.
Harm Horlings houdt als voorzitter van de vereniging Duurzame Boomkwekers Nederland een korte inleiding over de rol van keurmerken bij de inkoop van duurzaam groen. In 2008 hebben overheden de ambitie geformuleerd om in 2015 100% duurzaam te gaan inkopen. De gemeenten Boxtel en Schijndel namen in 2008 het voortouw met de inkoop van duurzaam geproduceerd plantmateriaal. Inmiddels zijn enkele jaren verstreken. Maar kwekers van duurzaam geteeld plantmateriaal zoals Milieukeur, Groenkeur, MPS QualiTree of EKO zien ondanks deze ambities dat de vraag naar duurzaam groen beter kan. Ondanks deze constatering heeft het bestuur van DBN besloten om van Milieukeur over te stappen naar Groenkeur. Horlings gaat tijdens het forum in op de beweegredenen.
Aansluitend aan de forumdiscussie kunnen bezoekers via een rondleiding kennismaken met Boomkwekerij Ebben BV. Het ochtendprogramma wordt afgesloten met een netwerklunch.
Demonstraties van innovaties
De innovatiedag bestaat uit een apart ochtend en middagprogramma. Tijdens het middagprogramma zijn er rondleidingen langs demonstraties en proeven en is er een infomarkt waar diverse innovaties worden getoond op het gebied van o.a. duurzame onkruidbestrijding, bodemoptimalisatie, verbetering plantomstandigheden, schoon water en een duurzame aanpak van ziekten en plagen. Ook zijn er enkele lezingen. Jan P. Mauritz van Mauritz adviseurs & Taxateurs BV gaat in op het toekomstbestendige sortiment en gebruikt daarbij als voorbeeld een tiental bomen van Boomkwekerij Ebben. Henri Kuppen, adviseur bij Terra Nostra, geeft een innovatieve en toekomstbestendige kijk op openbaar groen. Ook vinden er inleidingen plaats over groeiplaatsverbetering.
Het middagprogramma is interessant voor uitvoerenden in het openbaar groen of in de boomkwekerij, maar ook voor beleidsmakers, ambtenaren openbaar groen, hoofd-groenvoorzieners en boomkwekerijondernemers die graag de nieuwste ontwikkelingen in de praktijk willen zien.
Geïnteresseerden kunnen hier meer informatie vinden over de innovatiedag op internet of zich opgeven voor deelname.