Berichten

Buurtgroen gezond? Alleen als je erbij kunt

Niet alleen de aanwezigheid van groen in een wijk, maar vooral de toegankelijkheid ervan heeft een positief effect op de gezondheid van bewoners. Van onbruikbaar groen langs parkeerplaatsten, wordt niemand gelukkig; van wandelparken en speelweides wel. Dat blijkt uit promotieonderzoek van de Rijksuniversiteit Groningenonder 223 bewoners van twee Groningse wijken.
Toegankelijk en bruikbaar
Yang Zhang, promovenda bij de afdeling Planologie van de Faculteit Ruimtelijke Wetenschappen, selecteerde voor haar onderzoek de buurten De Hoogte en Corpus den Hoorn-Noord. Twee wijken met een vergelijkbare bevolking en eenzelfde hoeveelheid groen (circa 25 procent van het totale grondoppervlak), maar met verschillende gebruikskwaliteit van dat groen. In De Hoogte bestaat meer dan de helft van het groen uit niet goed toegankelijk of beperkt bruikbaar groen, zoals groenstroken langs een spoorlijn. In Corpus den Hoorn-Noord is maar een kwart van het groen minder toegankelijk en bruikbaar. De rest van het groen is voor bewoners goed toegankelijk, zoals een wandel- en fietspad langs een kanaal.
Gehecht aan groen en psychisch gezonder
De onderzoekster ondervroeg bewoners over hun psychische en lichamelijke gezondheid. Ook ontwikkelde ze een schaal om de gehechtheid van bewoners aan het groen in hun buurt in kaart te brengen. Haar conclusie: bewoners van een wijk met veel toegankelijk en bruikbaar groen zijn meer gehecht aan het groen in hun buurt en voelen zich psychisch gezonder dan bewoners van een wijk met evenveel maar minder goed toegankelijk groen.
Relatie tussen verbondenheid en gezondheidseffecten
Bewoners van de wijk met veel toegankelijk groen voelen zich vooral geestelijk gezonder, constateerde Zhang. Zij vond geen verschillen in de lichamelijke of algemene gezondheid van de bewoners uit de twee wijken. ‘Die bevindingen komen overeen met de uitkomsten van eerder onderzoek. Groen heeft de meeste invloed op de psychische gezondheid’, zegt Agnes van den Berg, hoogleraar Beleving en waardering van natuur en landschap aan de RUG en begeleider van het onderzoek. Van den Berg vindt het bijzonder dat nu een relatie is aangetoond tussen het psychisch welzijn van de bewoners en hun gehechtheid aan het groen. ‘Dat suggereert dat verbondenheid met het groen een sleutelrol zou kunnen spelen in de gezondheidseffecten van dat groen.’
Besparing op zorgkosten
De gezondheidseffecten van een groene leefomgeving zijn al langer bekend. In 2012 liet  het ministerie van Economische Zaken er al onderzoek naar doen. Tien procent meer groen in de woonomgeving kan een besparing opleveren van 400 miljoen euro op de kosten van zorg en ziekteverzuim, bleek daaruit. Gemeenten zouden zich veel meer kunnen en moeten inspannen om kwaliteitsgroen ook de stad in te brengen. Probleem daarbij is dat zij daarvoor kosten moeten maken, terwijl de opbrengsten niet voor rekening van de gemeenten komen.

Bron: Binnenlands Bestuur

De Bilt laat stukken openbaar groen adopteren

Gemeente De Bilt start met een ‘adoptieplan’ voor groen, waarbij inwoners samen of zelfstandig een stuk groen kunnen onderhouden.

Het gaat om het adopteren van stukken openbaar groen. Hierbij nemen inwoners het initiatief om het onderhoud van een stukje groen van de gemeente over te nemen. Groenadoptie is overigens niet écht nieuw binnen de gemeente. Sommige stukken groen worden al jaren onderhouden door bewoners.
Bron: gemeente De Bilt

Hoe we onze steden klimaatbestendig kunnen houden

Europese steden zijn nog niet genoeg aangepast aan klimaatverandering, en lopen dus extra risico onder extreme weersomstandigheden zoals overstromingen of hittegolven. De verantwoordelijkheid voor aanpassing moet helder verdeeld worden. Dat schrijft promovenda Heleen Mees van de Universiteit Utrecht in haar proefschrift.

Kwetsbaar

Steden in Europa krijgen steeds meer te maken met overlast van klimaatextremen door klimaatverandering, zoals hevige regenbuien, hittegolven en extreme droogte. Deze extreme weersomstandigheden gaan de komende jaren alleen maar toenemen in intensiteit en in frequentie. Omdat een stad heel veel mensen, kapitaal en vitale infrastructuur herbergt, is ze extra kwetsbaar voor dit soort veranderingen. Ook speelt mee dat steden vaak dichtbij zee en rivieren liggen en dat ze door de verstening nog heter worden en moeilijker grote hoeveelheden regenwater kunnen verwerken.

Groeiend probleem

Het achterblijven van stedelijke aanpassing aan het veranderende klimaat is een groeiend probleem. Dat blijkt wel uit het verleden: de hittegolf van 2003 kostte 15 duizend Parijzenaren het leven, en orkaan Sandy veroorzaakte in 2012 voor bijna 70 miljard dollar aan schade in New York en omstreken. Desalniettemin zijn Europese steden nog maar mondjesmaat begonnen met het maken van plannen en het nemen van maatregelen.

Verantwoordelijkheid

Zonder een duidelijke afgebakende verdeling van verantwoordelijkheden tussen burgers, bedrijven en gemeenten komt die aanpassing niet van de grond, schrijft promovenda Heleen Mees in haar proefschrift. “Mijn onderzoek laat zien dat daar waar steden in actie komen, gemeenten nu veel verantwoordelijkheid op zich nemen”, vertelt ze. “En burgers en bedrijven beperken zich tot het uitvoeren van enkele maatregelen. Maar door de toenemende effecten van klimaatverandering zal de druk op de gemeenten toenemen en zullen ze de hulp van bedrijven en burgers moeten inschakelen. Ik heb voor mijn promotie een methode ontwikkeld om die verantwoordelijkheden op een afgewogen manier en in samenspraak met belanghebbende private partijen te kunnen verdelen.”

Verdeelmethode

“Mijn methode laat beleidsmakers bewust nadenken over bij wie ze bepaalde verantwoordelijkheden neer kunnen leggen, op basis van een gebalanceerde set van belangrijke maatschappelijke overwegingen”, vervolgt Mees. “Dat voorkomt dat men terugvalt op de gebaande paden en routines, en zorgt voor een verantwoorde verdeling van verantwoordelijkheden tussen de gemeenten , burgers en bedrijven. Daarmee kunnen steden uiteindelijk klimaatbestendig gemaakt worden.”

Bron: Universiteit Utrecht

JD Brabant: ‘Durbanisatie’ noodzakelijk in veranderende wereld

Op woensdag 4 juni stond de activiteit over ‘durbanisatie’ (duurzaamheid + urbanisatie) van de commissie Breda van de Brabantse Jonge Democraten (de jongerenafdeling van dD66) in samenwerking met de landelijke werkgroep MELV (Milieu, Energie, Landbouw en Voedsel), op het programma. Verstedelijking is een wereldwijd fenomeen, wat er in de komende jaren voor zal zorgen dat uiteindelijk 70% van de wereldbevolking in een stad gaat wonen. Maar hoe kunnen we ervoor zorgen dat die verstedelijking duurzaam verloopt? Kan groen in de stad daar aan bijdragen?
Als directeur van de brancheorganisatie voor hoveniers VHG weet Egbert Roozen hier veel van. Hij presenteerde de verschillende positieve effecten die groen in de stad kan hebben. Hij vertelde dat wetenschappelijk is aangetoond dat groen in de leefomgevig onder andere positieve effecten heeft op de gezondheid van mensen, hun welzijn, en de waarde van hun huis.
Vervolgens werd de vraag gesteld: ‘Wat moet er worden gedaan om groen te stimuleren?’ De heer Roozen kwam met enkele voorbeelden uit de praktijk van gemeenten die op verschillende manieren meer groen in het straatbeeld hebben gebracht. Zo zijn er gemeenten die kiezen voor initiatieven als gezamenlijke tuinen, terwijl andere gemeenten kijken naar mogelijkheden om grond te verkopen (dunne stroken langs de weg die als reserve dienden) waar de koper verplicht groen op moet zetten.
Na dit inspirerende verhaal en een korte pauze ging de commissie onder leiding van portefeuillehouder MELV Arend Meijer in discussie over het onderwerp. Zij waren het er al snel over eens dat groen belangrijk is, omdat het zulke uiteenlopende en grote voordelen biedt.
De  vraag bleef echter bestaan of de gemeente initiatieven moet nemen, of dat zij juist uit moet gaan van burgerinitiatieven . Hoewel het laatste veel voordelen biedt, brengt het met zich mee dat de kans aanwezig is dat er geen of gebrekkige initiatieven komen. Of, dat na realisatie het onderhoud achterwege blijft. Concluderend werd gesteld dat  gemeenten het initatief zouden moeten blijven nemen tot groenvoorziening in de stad, waarbij zij uiteraard moeten blijven luisteren naar de wensen van de inwoners.
Op deze avond zijn de aanwezige JDers tot nieuwe inzichten gekomen op het gebied van duurzaamheid. Met iets op het oog simpels als een boom voor de deur, kan veel worden bereikt op het gebied van een duurzame inrichting van de stad. Het is belangrijk om nú in te zetten op deze durbanisatie, voordat er geen plek meer is

Gemeenten werken samen aan ‘Bloemrijke bermen’

Een achttal gemeenten uit de Leidse regio en Stichting Land van Wijk en Wouden werken samen aan een netwerk van bloemrijke bermen in stad en dorp. Om bloemrijke bermen te realiseren, hanteren de gemeenten onder andere een ander maai- en zaaibeleid. Het mag allemaal wat wilder en ‘minder aangeharkt’. Er worden verschillende bloem- en plantensoorten ingezaaid en in plaats van maaimachines worden schapen ingezet om de bermen op natuurvriendelijke wijze te beheren.
Biodiverse bermen
De berm is een uitstekende plek voor planten en dieren om voedsel te vinden en zich te nestelen. En als al die plekken met elkaar worden verbonden, kan de levende natuur zich verder verspreiden. Deze ‘groene snelwegen’ zijn bijvoorbeeld essentieel voor een gezonde bijenstand en uiteindelijk dus voor onze voedselvoorziening. Bovendien biedt een bloemrijke berm een mooi decor voor recreatie in de regio.
Doelstelling van de Stichting Land van Wijk en Wouden, is om een zoveel mogelijk aaneengesloten netwerk te realiseren (40 kilometer) van ecologisch beheerde elementen in de Leidse Ommelanden. Het accent zal liggen op bermen langs recreatieve routes.
Adopteer een berm
Voor wie het leuk vindt, bestaat de mogelijkheid om samen met mensen uit de buurt een berm te adopteren. De gemeenten werken hiervoor samen met vrijwilligersgroepen die de bloemrijke bermen monitoren. Zij houden bijvoorbeeld bij hoeveel plantensoorten erbij komen. Kijk op www.landvanwijkenwouden.nl voor contactadressen van de vrijwilligersgroepen.
 
 
Bron: Stichting Land van Wijk en Wouden

Branchevereniging VHG adopteert openbaar groen in Houten

Wethouder M. (Michiel) van Liere van de gemeente Houten en Egbert Roozen, directeur van Branchevereniging VHG, hebben woensdag 30 april aan De Molen samen de eerste bedrijfstuin in het openbare groen van Houten geopend. Dit initiatief past uitstekend in de plannen voor groenadoptie van de gemeente. En VHG, branchevereniging van onder andere de hoveniers en groenvoorzieners, heeft nu een kantoorpand dat ook als ‘huis van de groene ondernemers’ herkenbaar is.   

Een tuinontwerper maakte een plan met vaste en deels bloeiende planten. De tuin groeit helemaal dicht en vraagt daardoor weinig onderhoud. Onderdeel van het ontwerp is een grote tuinbank waarop medewerkers tussen de middag heerlijk kunnen ontspannen.

Groene gemeente
“Houten is een groene gemeente en dat willen we heel graag blijven”, zegt Michiel van Liere. “Maar de manier waarop we dat willen bereiken, verandert. We kijken of we het onderhoud van het openbare groen kunnen overdragen aan burgers en bedrijven. Als gemeente kunnen we niet meer alles voor iedereen doen. En natuurlijk zit er ook een financiële noodzaak achter. De grond blijft van de gemeente. We noemen het groenadoptie. VHG reageerde alert op onze plannen met dit prachtige resultaat. Andere goede ideeën op dit terrein zijn van harte welkom.”

Meewerken aan een gezonde leefomgeving
Egbert Roozen van Branchevereniging VHG hoopt dat dit soort initiatieven landelijk navolging krijgen. “Als branche pleiten wij voor een gezonde leefomgeving voor iedereen en dus meer groen. Noodzakelijke bezuinigingen brengen die ontwikkeling in gevaar. Prima als het initiatief bij burgers en bedrijven komt te liggen. Dat biedt kansen voor onze leden. Bedrijven moeten inspelen op deze ontwikkelingen. Een groene omgeving is van grote waarde, zowel economisch als maatschappelijk. Denk aan het belang van de bestrijding van fijnstof. En een pand met een mooi aangelegde tuin is meer waard.”

De gemeente Houten wil meer bedrijven en burgers voor een dergelijk initiatief interesseren. “Als bedrijven de handen ineenslaan ontstaat hier misschien wel De Molenallee”, filosofeerde de wethouder.

‘Groen benaderen vanuit functionaliteit in plaats van als decoratie’

Stichting iVerde: gemeenten moeten aanleg en onderhoud van groen anders financieren
 
Een gemeentebestuur dat bezuinigt op groen zadelt zijn inwoners op met een slechter leefklimaat en zijn opvolgers met extra kosten. Bezuinigen op groen is penny wise op korte termijn, maar pound foolish voor de toekomst. Met die stelling mengen Egbert Roozen en Leon Smet van Stichting iVerde, waarin de ondernemersorganisaties in de groene sector samenwerken, zich in de discussie over de krimpende budgetten van de gemeenten voor aanleg en onderhoud van groen.
Een deel van het probleem – en van de mogelijke oplossing – ligt in de visie van Roozen en Smet in een andere financiering van groen binnen het gemeentelijke budget. ‘Nu worden aanleg en onderhoud van groen beschouwd als een onderdeel, een aspect van de verzorging van de openbare ruimte. Groen wordt gezien als decoratie. Dat is te kort door de bocht, want het motief om je gemeente groen te willen maken en houden ligt veel meer in zaken zoals de gezondheid van de bevolking, het positieve ondernemingsklimaat, de goede schoolresultaten van de kinderen. Wij pleiten ervoor dat gemeenten dan ook de financiering van het groen (mede) uit die hoeken laten komen.’
De stichting iVerde waarschuwt voor de gevolgen van bezuinigen op groen. ‘Iedereen begrijpt zo langzamerhand wel wat de toegevoegde waarde is van groen voor de leefomgeving’, zegt Roozen. ‘Voor de gezondheid van de  kinderen, voor de aantrekkelijkheid van de bebouwde omgeving en voor de economische ontwikkeling van een gebied. Maar het omgekeerde kan ook gebeuren als je aan het groen niet de juiste aandacht schenkt: verslechtering, verloedering van het openbare groen leidt tot aftakeling van de openbare ruimte, tot een onaantrekkelijk vestigingsklimaat voor ondernemingen, achteruitgang van schoolresultaten en een ongezonde bevolking. En bovendien tot extra hoge kosten, als men achteraf van die schade doordrongen raakt en het groen weer op niveau wil brengen’.
Roozen verwijst naar een onderzoek dat in 2011 is uitgevoerd in opdracht van de ministeries van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie en van Infrastructuur en Milieu en elf Nederlandse gemeenten, door ingenieursbureau Witteveen + Bos. Daarin wordt de economische en maatschappelijke waarde van groen, water en natuur in en om de stad zichtbaar gemaakt. Het instrument dat in het kader van dat onderzoek is ontwikkeld heet TEEB Stad, The Economics of Ecosystems and Biodiversity. Het onderzoek noemt overigens ook voorbeelden van alternatieve financiering, manieren om aanleg en onderhoud van groen in een stad, dorp of wijk te laten betalen door anderen dan de overheid.
 
Kijk voor meer informatie op: www.iverde.org.
 
Houten, 27 maart 2014

Gemeenten onderschatten positieve invloed openbaar groen

Gemeenten onderschatten nog steeds de positieve invloed van openbaar groen op de leefomgeving. Aanleg en onderhoud van kwaliteitsgroen betaalt zichzelf dik terug in hogere huizenprijzen, lagere gezondheidskosten, minder vandalisme en afnemende (hitte)stress.

Dat stelt directeur Peter van Rooy van onderzoeksbureau Accanto. Hij ondersteunt hiermee het pleidooi van de Partij voor de Dieren om steden meer te vergroenen. Tijdens een hittegolf dreigt een wijk zonder park of ander groen voor veel ouderen onleefbaar te worden.

Lees het volledige bericht op Binnenlands Bestuur »

Lees ook:
Dierenpartij wil meer stadsgroen »

Bron:
Binnenlands Bestuur

Grote gemeenten sluiten Green Deal over stadslandbouw

Gisteren zijn bijna 60 Green Deals gesloten door maatschappelijke organisaties en overheden op initiatief van minister Verhagen van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, minister Spies van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en staatssecretaris Atsma van Infrastructuur en Milieu. Een van deze Green Deals is Stadsgerichte Landbouw.

Grote gemeenten gaan kennis delen over het mogelijk maken van stadslandbouw in leegstaande gebouwen en op braakliggende terreinen.

Groene groei
“Green Deals dragen elk op hun eigen manier bij aan groene groei”, zegt minister Verhagen. “In het groot als het gaat om de productie van plastic uit groene grondstoffen of schone brandstof voor de Nederlandse schepen, in het klein bij gebruik van kattenbakkorrels om gebouwen mee te verwarmen. Mensen en bedrijven zijn enthousiast over deze aanpak en maken steeds meer green deals.”

Groene economie
“Dat een groene economie geen utopie is, dat illustreren deze nieuwe Green Deals. Het zijn kleine, maar wel betekenisvolle stappen op weg naar een duurzame economie. Volgende week tijdens Rio+20 praten we daar met alle landen over”, aldus staatssecretaris Atsma. “Betrokken organisaties, bedrijven en overheden nemen verantwoordelijkheid om te zorgen dat we een leefbare wereld nalaten aan volgende generaties.”

Meer informatie »

Bron:
Rijksoverheid

Tien gemeenten dingen mee naar titel “Groenste stad of dorp van Nederland 2012”

Tien gemeenten zijn genomineerd voor deelname aan Entente Florale 2012, de nationale groencompetitie voor steden en dorpen. In de categorie steden nemen deel:

  • Amsterdam Zuid (gemeente Amsterdam Zuid)
  • Haarlem
  • Nunspeet
  • Roosendaal
  • Weert

In de categorie dorpen en kleine steden (> 15.000 inwoners) dingen mee naar het Goud;

  • Bergeijk
  • Valkenburg (kern Schin op Geul)
  • Someren
  • Wierden
  • Woudenberg

Jaarlijks zijn er maximaal 5 steden en 5 dorpen in de strijd
Entente Florale voorzitter Jaap Spros is verheugd dat er ook volgend dit jaar weer sprake is van een kwalitatief hoogwaardige deelname. “Het enkele feit van de nominatie houdt al in dat de deelnemende gemeenten op groengebied veel te bieden hebben”, aldus Spros.

De winnaars van Goud en beide categorieën vertegenwoordigen Nederland in de internationale Entente Florale competitie in 2013. De nationale competitie Entente Florale 2011 werd gewonnen door de stad Ermelo en het dorp Dwingeloo (gemeente Westerveld).

Geen toeters en bellen
Om mee te doen aan de Entente Florale hoeven niet allerlei bijzondere inspanningen te worden verricht of toeters en bellen uit de kast gehaald. Het gaat de jury om de beoordeling van visie, beleid en de uitvoering daarvan. De jury bestaat uit deskundigen op het gebied van gemeentelijk groen, landschapsarchitectuur, groenvoorziening, boomteelt, ecologie en natuur, recreatie en onderwijs.

Doel van Entente Florale
De jaarlijkse groencompetitie Entente Florale heeft tot doel om de belangstelling van goede groenvoorzieningen te stimuleren bij de (lokale) overheid, het bedrijfsleven en de inwoners. Het groen heeft immers een veel groter belang dan alleen het “mooi” zijn. Groen heeft ook een grote economische waarde, is goed voor welzijn en welbevinden van de bewoners en is ook heel belangrijk voor de recreatie. Een goed resultaat in de Entente Florale is een sterk punt in de city marketing, zo is uit voorgaande jaren al gebleken.