Er is de laatste jaren ruim 1 miljoen bezuinigd op groen (17% van het budget). De nota Groen van een paar jaar geleden heeft als doel het in stand houden en zo mogelijk verbeteren van het groen in de stad en dat is lastig met 17% minder budget. Dat kan iedereen zien in de stad. Reden voor GroenLinks om het beheerplan Groen ter bespreking te vragen in de gemeenteraad. Groen in de stad is belangrijk. Groen maakt de stad leefbaar en maakt mensen gelukkig en gezond. Groen trekt vogels en vlinders aan. En groen draagt bij aan het ‘waterbergende vermogen’. De stad wordt steeds meer bebouwd, bestraat en betegeld. Het water kan niet makkelijk wegzakken en dat kan problemen geven.
Zelfbeheer stimuleren
Minder geld is een gegeven. Dat we daarom meer inzetten op zelf- en medebeheer vindt GroenLinks logisch en aanvaardbaar. Uit beantwoording van technische vragen blijkt dat al vele tientallen beheerovereenkomsten zijn afgesloten met bewoners of organisaties die een stukje openbaar groen (gedeeltelijk) onderhouden. Bijvoorbeeld met de Bedrijven Kring Schieoevers die het beheer van het groen in hun gebied hebben overgenomen van de gemeente. Dat is een mooie ontwikkeling. Maar het kan nog beter.
GroenLinks heeft er bij het college op aangedrongen om bewoners en bedrijven nóg meer te betrekken bij het beheer van het groen in hun buurt. Veel bewoners, maar ook scholen en bedrijven willen dat. Ze willen een moestuin beginnen, boomspiegels beplanten, groene daken aanleggen of openbaar groen beheren, maar weten niet hoe ze dat aan moeten pakken. De wethouder heeft toegezegd dat de gemeente hier veel meer energie in gaat steken.
Bomen
Bomen zijn belangrijk. Ze maken steden groener. En schoner want ze filteren de viezigheid uit de lucht. GroenLinks heeft in de gemeenteraad aandacht gevraagd voor het feit dat het aantal bomen in de computer van de gemeente niet overeen komt met het werkelijke aantal bomen. Er ontbreken 1300 bomen. De wethouder heeft uitgelegd hoe dat zit. Er zijn bomen geveld die nog niet zijn herplant (bijv. in de Spoorzone en bij het nieuwe ziekenhuis) of er zijn bomen geveld waarvan herplant om een andere reden is uit- of afgesteld.
De wethouder was stellig: de herplantplicht wordt in Delft nageleefd. Dat is heel belangrijk voor GroenLinks. We zullen hem daar ook aan houden! Het voorstel van OD en CDA voor een openbare databank bomen en groen vindt GroenLinks erg interessant. Onze wethouder vindt dat ook en kondigde een nota aan over open data, waarin een openbaar bomenregister de pilot zal zijn.
Gemiste kans
Maar dat er nog werk aan de winkel is, bleek vorige week toen het plan voor de invulling van de locatie van de oude bieb aan de Kruisstraat werd gepresenteerd. Hier komt een supermarkt in een lelijke, platte, grijze doos. Terwijl op deze plek een innovatief, klimaat adaptief gebouw met een groen dak en groene gevels veel beter is. Een gemiste kans in onze mooie binnenstad.

Het ontwerp van West 8, Snoeck & Partners en Atelier Roland Jéol is in juni 2015 aangewezen als winnaar van de internationale ontwerpwedstrijd voor de heraanleg van het grootste plein van Brugge. Dat ontwerp is nu verfijnd na inspraak van bewoners, handelaars en horeca. Er is gekozen voor een volledig open plein dat ingedeeld wordt als een mozaïek.
Naast de heraanleg van het plein, zal ook de achterkant van het Concertgebouw met het Koning Albert I-park worden aangepakt. Daardoor zal de rei integraal deel uitmaken van het concept. Daarmee wordt een stuk water teruggegeven aan de Bruggeling met een aantal zittreden tot aan de rei.
Verkeer
De omgeving wordt zo veel mogelijk verkeersluw gemaakt. Doorgaand verkeer zal niet meer mogelijk zijn. De noodzakelijke bereikbaarheid wordt wel voorzien, ondermeer voor het laden en lossen van de horecazaken. Zoals initieel voorzien, verdwijnt de rijweg aan de kant Noordzand-/Zuidzandstraat van het plein. Zo wordt het plein in de praktijk ‘doorgetrokken’ tot aan de terrassen van
‘t Zand. Op de plaats waar nu de rijweg ligt wordt in de pleinbevloering wel een markering aangebracht die aangeeft waar mag gereden worden in functie van bevoorrading van de horecazaken en het Concertgebouw.
Bestrating
Afhankelijk van het gebruik en de zone op het plein wordt een aangepaste bestratingsdikte voorzien. De bestrating van het nieuwe plein en de zone er rond wordt hoofdzakelijk in granietklinkers uitgevoerd, een duurzaam en degelijk materiaal dat voldoet aan de comforteisen.
De bestrating wordt als een mozaïek van vlakken uitgevoerd, wat zorgt voor een dialoog met de gevels van de omliggende gebouwen en tevens voor een abstracte organisatiefiguur. Het verschil in bestratingsvlakken zorgt ook voor een helder organisatiepatroon voor de opstelling van de wekelijkse markt. Deze opstelling gaat uit van het bundelen van enkele rijen die door iets ruimere doorgangen met elkaar verbonden worden.
Bomen
De 78 linden die nu op ’t Zand en de Vrijdagmarkt staan, zijn onlosmakelijk met het plein verbonden. Na een grondig bomenonderzoek werd duidelijk dat verschillende linden ziek zijn en dat veel negatieve factoren een duurzaam boombeheer belemmeren.
Op de huidige groeiplaats kennen de bomen een beperkte dikte- en hoogtegroei, waardoor ze niet gezond oud kunnen worden. De bomen zijn bovendien erg duur in beheer.
Alle linden worden verwijderd en vervangen door 68 nieuwe exemplaren. Door dit boomverjongingsproject krijgt elke boom in de toekomst meer eigen ruimte. Daarnaast komen er op het plein nog 37 nieuwe linden bij. Op deze manier wordt voor de ingang van het Concertgebouw een aantrekkelijke groene verkeersvrije ruimte gecreëerd.
Sfeerverlichting
Langs de pleinranden komen energiezuinige lantaarns en de centrale ruimte wordt verlicht door hogere verlichtingsarmaturen met projectoren. Naast straat- en pleinverlichting wordt op verschillende plekken accentverlichting aangebracht. Er komt detailverlichting aan de bomen, sfeerverlichting aan de opgewaardeerde rei (kant Concertgebouw) en ter hoogte van de zitbanken. Een zachte belichting van de voetgangerszones begeleidt de wandelaars.
Bron: http://cgconcept.be/

Vele troeven
Volgens architectuurcriticus en designadviseur van de stad Kortrijk Marc Dubois heeft “het project vele troeven en is ontegensprekelijk een grote aanwinst in een stad die de hedendaagse architectuur hoog in haar vaandel draagt. Het eindresultaat is geen grijs compromis geworden maar een ontwerp waar een veelheid aan randvoorwaarden op een zeer oordeelkundige wijze bij elkaar werden gebracht. Een belangrijk aspect is dat op deze site verschillende beschermde gebouwen staan die geïntegreerd moesten worden in een nieuw ensemble. Juist deze goede integratie van het cultureel erfgoed binnen een nieuw ensemble is een sterk punt van het project. Het benadrukken van het historisch erfgoed en het elimineren van de niet waardevolle toevoegingen is een basisoptie.”
Binnenstedelijk park

In plaats van het terrein vol te bouwen met één volume, wordt de nieuwbouw opgedeeld in vijf volumes. Centraal in het project is een open publieke ruimte met een wijds gebaar naar de Leie en de Broeltorens. Deze open ruimte wordt omschreven als een “binnenstedelijk park“, uitgewerkt in samenwerking met BURO Groen van Koen Rygole.
“Het uitgangspunt voor de aanleg van het binnen gebied park is het tonen van de oude stadsomwalling in de nieuwe openbare ruimte. In het binnengebied is deels verzonken en omarmd door een lage muur als zitmogelijkheid waarmee op een subtiele wijze wordt verwezen naar de oude stadsmuur”, schrijft Dubois. “Het geheugen van de plek bepaalt immers dat alles binnen de stadsmuur verhard is, daarbuiten groen. Gelijktijdig geeft deze oplossing een antwoord op de vraag van de brandweer om dit binnengebied toegankelijk te houden voor interventies. Het combineren van een element uit een ver verleden met de veiligheidsvoorwaarden, dit is de essentie van een interessant ontwerp.”
“Bij de inplanting van de bomen hebben we er voor gezorgd dat enerzijds vanuit alle woonblokken het visueel contact met de torens behouden blijft, en anderzijds een filter tussen de gevels gecreëerd wordt. De circulatie rond de binnentuin wordt enerzijds gevormd door een stedelijke plint, ten westen van de oude stadsmuur. Deze wordt voorzien in belgische porfierkasseien met open voeg. Anderzijds krijgt het overige parkdeel een naturelle vormgeving met losse paden bepaald door logische looplijnen. Deze paden worden uitgevoerd in kasseien met onregelmatige vorm, met open voeg of grasvoeg.
Daarbij zorgt de inplanting van losse bomen voor het behoud van afstand en privacy tot en tussen de gevels. We bewaren afstand tussen de hoofdcirculatie en de gevels van de appartementen door enerzijds het inbrengen van lage beplanting, als groene spots in de kasseien. De overgang tussen de kasseien en de beplanting verloopt in gradient en wordt doelbewust niet duidelijk afgebakend. De verharding loopt verder tot aan de inkomzones van deappartementen en kan aansluiten op de residentiële omgeving ten oosten van het project. De brandweercirculatie of circulatie voor verhuiswagens overlappen de dagelijkse hoofdcirculatie voor bewoners.
De bestaande oeverrand van de Leie gaat naadloos over in de groenaanplant van de omgeving en het binnengebied. Deze ondoordringbare beplanting is een subtiele barrière die het binnengebied fysiek afsluit, maar met behoud van zichten en contact met de omgeving. ”
Genereus gebaar
Tussen het groen met bomen zijn er ook paden voorzien naar de publiek toegankelijke groenzone achter hotel Messeyne. Door de opsplitsing in drie volumes ontstaan verbindingen met deze eerder verborgen groenzone.
Volgens Dubois heeft architect Bart Lens goed gekeken naar de Kortrijkse binnenstad, naar de schitterende morfologie in en rond het Begijnhof. “Het kleine steegje tussen het Begijnhof en het Sint-Maartenskerkhof (pleintje) is een wonderlijke verbinding in de stedelijke ruimte. Met dit beeld in gedachten voorziet de nieuwbouw vanaf de Groeningestraat een doorsteek naar het nieuw binnengebied.”
Elke interessante inbreiding is meer dan gebouwen, zo besluit Dubois. “Het is de korrel, de juiste schaal van de nieuwe publieke ruimte waarmee iedereen in aanraking komt. De open ruimte in het plan Lens is een genereus gebaar. Anderzijds geven de architect samen met de ontwikkelaar een return naar de publieke ruimte van de stad op schaal van de omgeving. ”
Bron: http://cgconcept.be/
 

Het Nederlandse architectenbureau MVRDV heeft plannen onthuld om een winkelcentrum in de Franse plaats Lyon te transformeren tot een groen gebied met veel beplanting.

Het Part-Dieu winkelcentrum in Lyon beschikt over ruimtes voor bedrijven, winkels, en restaurants. In de renovatieplannen van MVRDV krijgen bezoekers betere toegang tot het gebouw, via voetpaden, trappen en liften. Daarnaast wordt het dak van het winkelcentrum getransformeerd tot openbare terrassen met veel groen. De renovatie moet een extra gebruiksoppervlakte van 32.000 vierkante meter opleveren.
“De terrassen veranderen het ruime dak van het winkelcentrum tot een openbare en groene ruimte, waar bezoekers elkaar kunnen treffen en tot rust kunnen komen”, zegt Winy Maas, architect en medeoprichter van MVRDV. “Met de renovatie van het winkelcentrum willen we een stedelijk platform creëren dat de rust van een groen gebied combineert met de drukte van een winkelcentrum.”

Gevel behouden

MVRDV zegt de bestaande gevels van het gebouw bij de renovatie te hergebruiken om de gebouwkenmerken van het winkelcentrum te behouden. Daarnaast moet het behoud van de gevelelementen ook de CO2-voetafdruk van de bouwwerkzaamheden laag houden, stelt MVRDV. Ook zegt het architectenbureau de bestaande betonnen panelen van het gebouw in stand te houden en deze te voorzien van een coating die vuil afstoot.
Eerder heeft MVRDV een masterplan ontwikkeld om de voormalige industriële stad Caen in Frankrijk te verduurzamen, met de realisatie van nieuwe woningen, faciliteiten, transportmogelijkheden en veel beplanting. Dit moet de lokale ecologie van de stad verbeteren.
Bron: duurzaambedrijfsleven.nl

Museum Voorlinden is gelegen midden in de natuurlijke omgeving van het gelijknamige landgoed. Omringd door het groen van de bomen, uitkijkend over het water en het uitgestrekte weiland, kan de bezoeker straks in alle rust genieten van de kunst. De architectuur van het museumgebouw draagt actief bij aan de natuurbeleving binnen in het museum. Grote raampartijen bieden uitzicht op de omgeving en de museumzalen worden door een speciale dakconstructie verlicht met daglicht. Natuur, kunst en architectuur komen op deze manier harmonieus samen.

Programmering op drie pijlers

Het tentoonstellingsprogramma zal afwisselend zijn, maar berust op drie pijlers die weerspiegeld zijn in de plattegrond van Museum Voorlinden. In de eerste reeks zalen wordt werk uit de eigen collectie getoond (1). Deze opstelling zal met regelmaat wisselen om de bezoeker telkens weer te verrassen met een andere greep uit de verzameling. Tijdelijke tentoonstellingen vinden plaats in de middelste zalen (2). De programmering voorziet drie à vier presentaties per jaar met een sterke focus op moderne en hedendaagse kunst, variërend van een podium voor jong talent tot hernieuwde ontmoetingen met reeds gevestigde namen. In het achterste gedeelte van het museum kan de bezoeker meerdere iconische werken uit onze collectie ontdekken die permanent geïnstalleerd of zelfs in het gebouw geïntegreerd zijn (3), zoals een stalen sculptuur van Richard Serra en een Skyspace van James Turrell.

Verschillende faciliteiten

Museum Voorlinden zal zowel monumentale installaties als meer ingetogen presentaties tonen. De oppervlakte van het museum beslaat 6.000 m2 waarvan ruim 4.000 m2 voor tentoonstellingsruimte is gereserveerd. Verder worden ondersteunende faciliteiten als een winkel, bibliotheek, auditorium, educatieruimte en restauratieatelier ondergebracht in het gebouw. In het monumentale landhuis uit 1912, dat naast het museum is gelegen, zal het restaurant worden gehuisvest.
Bron: voorlinden.nl

Het verlaten ketelhuis op het terrein van het voormalige ziekenhuis St.-Elisabeth wordt de komende jaren omgevormd tot inloopcentrum voor Park Randenbroek en het beekdal.Het bakstenen gebouw met de markante gemetselde schoorsteen aan de Heiligenbergerweg wordt het komende jaar omgebouwd en geschikt gemaakt voor verschillende (publieks)functies. Het moet een plek voor de stad en de buurt worden om ‘te ontdekken en te experimenteren’. Volgens woordvoerder Ilse Kamphuis is het streven om het gebouw begin 2017  in gebruik te nemen.

Het Parkhuis moet het visitekaartje van en de uitvalsbasis naar Park Randenbroek en het Heiligenbergerbeekdal worden. Er worden kerkdiensten gehouden, er komt een kinderdagverblijf en een ontspanningscentrum. Het is de bedoeling dat er moestuinen worden aangelegd, paddenpoelen en een blotevoetenpad. In het café worden zo veel mogelijk producten van eigen grond geserveerd.
Techniekmuseum
Scholen kunnen educatieve wandelingen volgen, in de kelder komt mogelijk een techniekmuseum en dan is er in het 800 vierkante meter grote gebouw nog ruimte voor oefenruimtes voor artiesten en musici. Er zijn al plannen voor een jaarlijks ‘onthaast- en ontdekfestival’ in en rond het gebouw.
Het oude ketelhuis is het enige gebouw dat na de sloop van het St.-Elisabethziekenhuis, dit jaar, blijft staan. In weerwil van eerdere woningbouwplannen besloot de politiek in 2010 het vrijkomende ziekenhuisterrein te betrekken bij Park Randenbroek en het beekdal.
Ook de monumentale schoorsteen blijft overeind. Een initiatiefgroep is  sinds vorig jaar bezig om plannen te maken voor dit gebouw. Zij hebben nu een visie op het gebouw en het terrein gepresenteerd.
Natuur
Naast de commerciële verhuur staat het Parkhuis vooral in het teken van de natuur. ,,Het huis en het park horen bij elkaar,” zeggen de initiatiefnemers in hun visie. ,,De natuur stopt niet bij het huis, maar loopt erin door. Het groen is binnen en op het dak. Het hout van de bomen komt terug als tafel in het café. Zand uit het park ligt in het kinderdagverblijf op de grond.”
Dat betekent ‘met blote voeten in een hangmat genieten van de natuur, waar je kunt chillen met vrienden bij de vuurplaats’. De paddenpoelen, het nieuwe park en het beekdal kunnen bekeken worden vanaf het dakterras dat via een loopbrug bereikt kan worden. En als alles goed gaat, huizen er straks vleermuizen in de schoorsteen.
Crowdfunding
De groep initiatiefnemers zoekt naar meer huurders. De koop van het gebouw hoopt ze met crowdfunding te financieren, zodat het ‘een gebouw van de buurt’ wordt.
,,We zijn nu in gesprek met de gemeente over de koop,” zegt Ilse Kamphuis. ,,We zijn het nog niet helemaal, maar wel bijna eens over de prijs. De kosten voor de verbouwing komen daar nog bovenop.”
Het Parkhuis gaat samenwerken met werkplaats De Nieuwe Erven, school De Vosheuvel en de kinderboerderij. In het nieuwe centrum moeten de wijken Randenbroek en Vermeerkwartier samenkomen.
Bron: AD.nl
Stadslandbouw is in ons land bezig aan een opmars, daar is geen twijfel over mogelijk, zeggen experts van de universiteit van Wageningen. Ook in Limburg wint deze vorm van duurzame teelt – al is het kleinschalig – terrein. „Het voedt ons fysiek én mentaal.”

Het staat wel onomstotelijk vast dat (kleinschalige) stadslandbouw in ons land aan een sterke opmars bezig is. „Mensen zijn bewuster bezig met wat ze eten en waar het vandaan komt, geholpen door de voedselschandalen die we de afgelopen jaren gekend hebben.”
Cijfermateriaal over de grootte van de branche ontbreekt (nog). Maar afgezet tegen de reguliere tuin- of landbouw is de groei van stadslandbouw marginaal als je het puur economisch bekijkt. „Kijkend naar de branche is de groei geweldig hard gegaan”, zegt Jansma.
Samengevat is stadslandbouw een containerbegrip voor veelal kleinschalige, vaak innovatieve vormen van duurzame voedselen landbouwsystemen die in of rondom een stedelijke omgeving te vinden zijn. Variërend van balkon- of dakmoestuinen in het hartje van de stad, volkstuincomplexen tot professionele stedelijke voedselproductie en voedselverwerking aan de rand van de stad (denk aan LOCOtuinen in Maastricht).
Kernwoorden zijn: duurzame (biologische/ecologische) productie, korte lijnen tussen telers en afnemers waardoor je lange transportlijnen (zoals boontjes uit Afrika) en daarmee CO2-uitstoot voorkomt, eerlijke (kostendekkende) prijzen voor de boer of teler. Jansma: „Je ziet vaak dat mensen uit ideologie een project starten en vaak geen land- of tuinbouwachtergrond hebben.
Een voorbeeld daarvan is Rotter- Zwam, ondernemers die in het voormalige Tropicana-zwembad in Rotterdam oesterzwammen kweken op koffiedrab.”
Een rondgang in Limburg leert dat er al vele tientallen stadslandbouwinitiatieven bestaan. De diversiteit is ook in onze provincie groot. Van community supported agriculture (CSA) tot particuliere moestuinen. Een vorm van CSA is zelfoogsttuin De Vrije Akker van Moniek van Hirtum (zie verhaal rechts). Hierbij verbindt een gemeenschap (een groep burgers) zich aan een tuinder. Bij de een hoort zelf oogsten tot de mogelijkheden, bij de ander komt het eten in de vorm van voedselboxen wekelijks binnen bij de consument.
Een goed overzicht – op gemeenteniveau – biedt Maastricht via het onlineplatform Groen-Maastricht. com met een overzicht van circa vijftig initiatieven. Jansma: „Stadslandbouw is een mooie aanvulling op de reguliere land- en tuinbouw. Die twee kunnen van elkaar leren. Het is ook niet de intentie van stadslandbouw- initiatieven om steden volledig van voeding te voorzien. Het is de combinatie dat het ons fysiek, maar ook mentaal voedt en dat je werkt aan een groenere, duurzamere omgeving. Dat inspireert en zorgt voor groei.”
bron: limburger.nl

Technologie en natuur werken in de toekomst naadloos samen om duurzame steden te creëren. Dat stelt Arup in het visiedocument ‘Cities Alive’. Met de studie geeft het internationaal vooraanstaande ingenieursbureau een visie op de stad van de toekomst die zich moet voorbereiden op een groeiende wereldbevolking, klimaatverandering en een stijgende zeespiegel.
“In 2050 zal het bevolkingsaantal de 9 miljard bereiken, waarvan 75% in de stad zal wonen. Aanpassingen aan de bestaande steden, mogelijk gemaakt door technologische vernieuwing, zal als belangrijke catalysator dienen in de verschuiving naar een toename van duurzaamheid, veerkracht and aanpasbaarheid in een dichtbevolkte stedelijke omgeving.” aldus Tom Armour van Arub.
Stadsboerderijen en voedselproductie

Met betrekking tot de voedselvoorziening voor een groeiende stedelijke bevolking, voorspelt Arup dat de voedselproductie in gebouwen zal plaatsvinden. Hiervoor zullen verticale stadsboerderijen gebouwd worden die binnenkort een gangbaar fenomeen in de steden vormen. Deze boerderijen spelen ook een rol in de herverbinding tussen de stedelingen en de natuur, waarbij de boerderijen de stadsbewoners van kennis voorzien over zelfgeteeld voedsel. Daarnaast bieden de boerderijen inzicht in een veilige en duurzame voedselproductie.
Volgens de onderzoekers moet de stadsomgeving worden aangepast aan de voedselbehoefte in de groeiende steden. Op die manier kunnen bewoners binnen de stadsgrenzen worden voorzien van fruit, groente en insecten. Parkachtige omgevingen kunnen op basis van deze visie worden gebruikt voor de verbouwing van voedsel.
‘Glow-in-de-dark’bomen

Als middel om de ecologische footprint van steden te verkleinen, stelt Arup voor dat verlichting binnen de steden in hoge mate duurzaam zal zijn en geïntegreerd wordt in de natuur. Hiervoor kunnen innovatieve oplossingen worden ingezet die de veiligheid kan vergroten in parken, gebouwen en steegjes. Bomen zouden bijvoorbeeld op een zeker moment licht kunnen produceren, aan de hand van bioluminiscentie in de stammen en takken. De impact van straatverlichting op het milieu neemt door deze innovaties af.
bron: p2pfoundation.net