Berichten

HAS Hogeschool heeft sinds kort een groendak waar studenten onderzoek kunnen doen. Roy Hereijgers, Matthijs Kok, Jeroen Bouman en Sjoerd van Acht, studenten van de opleiding Milieukunde, realiseerden het groene dak afgelopen periode binnen de vierdejaars minor Challenge Sustainability. Aad Vermeer van Green Makers uit Haaren was hun opdrachtgever. Zijn opdracht was: bouw een testopstelling waarmee de eigenschappen van groendaken kunnen worden getest. De testresultaten moeten betrouwbaar en representatief zijn.
Trots op de realisatie
“Meerdere partijen voor ons hebben al geprobeerd het groendak te realiseren”, vertelt Roy Hereijgers. “Maar het was tot nu toe niet gelukt. We zijn trots op wat we bereikt hebben. Maar niet alleen hebben de studenten het dak gerealiseerd, ook hebben ze dure professionele meetapparatuur weten regelen om de proeven te kunnen doen.” Aad Vermeer ondersteunde bij de realisatie en leverde de apparatuur.
Groendak als proefopstelling
Het groendak dient als proefopstelling voor onder meer het bepalen van isolerende waarde, waterbuffering en verdampingswaarde. “Er wordt altijd beweerd dat groendaken isoleren en dat ze water bufferen”, legt Roy uit. “Dit is echter nooit echt aangetoond of onderzocht. Het doel van het doen van metingen is dat we bijvoorbeeld cijfers kunnen koppelen aan de isolerende waarde van een groendak zodat hiermee al bij de bouw rekening gehouden kan worden. Zo kun je besparen op isolatiemateriaal. En doordat het dak isoleert in de winter en koelt in de zomer, bespaar je als gebruiker op energie.”
Water bufferen
Een ander voorbeeld. Roy: “Als je precies weet hoeveel water het groendak buffert, kun je uitrekenen wat het effect is op de totale regenwaterafvoer in een stedelijk gebied. Als een groendak regenwater vertraagd afvoert, wordt het rioolstelsel minder belast tijdens hevige regenval en komen straten minder snel blank te staan.”
Onderzoeksfaciliteit voor opleidingen
Het groendak is opgezet met het idee dat niet alleen Milieukunde er gebruik van kan maken, maar ook andere opleidingen binnen HAS Hogeschool zoals: Toegepaste Biologie, Tuin- en Akkerbouw en Management van de Leefomgeving. Roy geeft 2 voorbeelden van projecten die studenten kunnen doen. “Studenten Milieukunde zouden een project kunnen doen waarbij wordt bepaald hoeveel geld je bespaart met een groendak en wat de terugverdientijd is. Toegepast biologen zouden bijvoorbeeld een project kunnen opzetten waarbij ze onderzoeken welke insecten profijt hebben bij een groendak.”
Opening tijdens Leefomgeving Event
Tijdens het Leefomgeving Event is het groendak officieel geopend. De studenten hadden een stand tijdens het event waar ze informatie gaven over het groendak. Ook gaven ze een workshop aan belangstellenden. Roy: “Tijdens deze workshop lieten we zien wat de proefopstelling inhoudt, hoe je ermee kunt werken en hoe een groendak bijdraagt aan de verduurzaming van een gebouw.”
bron: hashogeschool.nl

Niet alleen de aanwezigheid van groen in een wijk, maar vooral de toegankelijkheid ervan heeft een positief effect op de gezondheid van bewoners. Van onbruikbaar groen langs parkeerplaatsten, wordt niemand gelukkig; van wandelparken en speelweides wel. Dat blijkt uit promotieonderzoek van de Rijksuniversiteit Groningenonder 223 bewoners van twee Groningse wijken.
Toegankelijk en bruikbaar
Yang Zhang, promovenda bij de afdeling Planologie van de Faculteit Ruimtelijke Wetenschappen, selecteerde voor haar onderzoek de buurten De Hoogte en Corpus den Hoorn-Noord. Twee wijken met een vergelijkbare bevolking en eenzelfde hoeveelheid groen (circa 25 procent van het totale grondoppervlak), maar met verschillende gebruikskwaliteit van dat groen. In De Hoogte bestaat meer dan de helft van het groen uit niet goed toegankelijk of beperkt bruikbaar groen, zoals groenstroken langs een spoorlijn. In Corpus den Hoorn-Noord is maar een kwart van het groen minder toegankelijk en bruikbaar. De rest van het groen is voor bewoners goed toegankelijk, zoals een wandel- en fietspad langs een kanaal.
Gehecht aan groen en psychisch gezonder
De onderzoekster ondervroeg bewoners over hun psychische en lichamelijke gezondheid. Ook ontwikkelde ze een schaal om de gehechtheid van bewoners aan het groen in hun buurt in kaart te brengen. Haar conclusie: bewoners van een wijk met veel toegankelijk en bruikbaar groen zijn meer gehecht aan het groen in hun buurt en voelen zich psychisch gezonder dan bewoners van een wijk met evenveel maar minder goed toegankelijk groen.
Relatie tussen verbondenheid en gezondheidseffecten
Bewoners van de wijk met veel toegankelijk groen voelen zich vooral geestelijk gezonder, constateerde Zhang. Zij vond geen verschillen in de lichamelijke of algemene gezondheid van de bewoners uit de twee wijken. ‘Die bevindingen komen overeen met de uitkomsten van eerder onderzoek. Groen heeft de meeste invloed op de psychische gezondheid’, zegt Agnes van den Berg, hoogleraar Beleving en waardering van natuur en landschap aan de RUG en begeleider van het onderzoek. Van den Berg vindt het bijzonder dat nu een relatie is aangetoond tussen het psychisch welzijn van de bewoners en hun gehechtheid aan het groen. ‘Dat suggereert dat verbondenheid met het groen een sleutelrol zou kunnen spelen in de gezondheidseffecten van dat groen.’
Besparing op zorgkosten
De gezondheidseffecten van een groene leefomgeving zijn al langer bekend. In 2012 liet  het ministerie van Economische Zaken er al onderzoek naar doen. Tien procent meer groen in de woonomgeving kan een besparing opleveren van 400 miljoen euro op de kosten van zorg en ziekteverzuim, bleek daaruit. Gemeenten zouden zich veel meer kunnen en moeten inspannen om kwaliteitsgroen ook de stad in te brengen. Probleem daarbij is dat zij daarvoor kosten moeten maken, terwijl de opbrengsten niet voor rekening van de gemeenten komen.

Bron: Binnenlands Bestuur

In 2014 is het idee ontstaan om de gezellige maar redelijk grijze binnenstad van Tilburg op te fleuren en te vergroenen door bewoners uit te dagen zelf aan de slag te gaan. Met gevel-tegeltuintjes, balkonbakken, verticale (pluk)tuintjes, stadslandbouw, mosgraffitti en guerilla gardening. Samen met hun buren, dan is het effect en de zichtbaarheid het grootst.

Tevens is dit goed voor de bio-diversiteit en sociale cohesie én zorgt ook voor veiligere en schonstere straten. Het heeft educatieve elementen en levert een bijdrage aan de uitstraling van de stad. Bewoners die zelf niet fysiek aan de slag kunnen worden geholpen doordat de sociale werkplaats ook betrokken is met hun inzet.

Met een mooie Toolkit met inhoud voor de kartrekkers in de straat en de verkiezing met prijzen motiveren we zoveel mogelijk (Til)burgers om een bijdrage te leveren aan mooiere en groenere straatjes, pleinen en flats.
 
Bron: Steden in transitie

Van 26 t/m 29 augustus vond in Boskoop de Plantarium beurs plaats. De Groene Stad presenteerde op deze vakbeurs beelden van grijze plekken in de stad die door de ontwerpers van De Natuurlijke Stad groen ingekleurd zijn. Een wereld van verschil!


 

Op voormalig sportpark Elzenhagen in Amsterdam-Noord bloeien sinds kort 20.000 zonnebloemen. Afgelopen mei heeft een groep Amsterdammers de bloemen in de vorm van een doolhof gezaaid. ‘We willen de stad ietsje mooier maken,’ aldus Arthur de Smidt, één van de aanjagers van het project. Het doolhof is elke zaterdag en zondag open van 12:00 tot 19:00 uur.
Kijk hier voor foto’s van het zonnebloemendoolhof.
Bron: Parool

Den Haag mag gerust een ‘groene gemeente’ worden genoemd, maar dat geldt niet voor de hele stad. Grote delen van de binnenstad kunnen best nog wel wat groen gebruiken en steeds meer groepen bewoners spannen zich daarvoor in. Zo kennen we in Den Haag Buurtnatuur, een organisatie die natuur in de buurt op kleine en op grote schaal versterken. Dat doet men ‘door de aanleg van geveltuinen, groene daken, mussengoten, eetbaar groen, nestkasten, bijenroutes, groene gevels etc. De ene persoon heeft tijd, de ander kennis en de volgende ruimte voor groen. Door deze bij elkaar te brengen ontstaat op den duur een groene wijk. Buurtnatuur focust zich in eerste instantie op het Oude Centrum’.
De Groene Route is een van de initiatieven in het kader van Buurtnatuur. Het komt neer op een wandelroute langs ‘vrolijke voortuintjes, beplante boomspiegels en begroeide voorgevels’, vanaf de Houtzagerssingel/Buitenom.uitenom tot aan het Haagse Bos:
Houtzagerssingel/Buitenom – Om en Bij/Zuidwal – Hooftskade – Groenewegje/Zuidwal – Bierkade – Boomsluiterskade/Uilebomen – Zwarte weg/ Oranjebuitensingel, uitkomend bij het Haagse Bos. Men wandelt langs allerlei plekken waar, al dan niet spontaan, stedelijk groen zich laat zien. Boomspiegels – dat zijn de paar vierkante meters grond rondom een boom – kademuren waar wilde planten zich doorheen breken (steenbreek!) – op allerlei plekken vinden de deelnemers aan de Groene Route iets van hun gading. Waar mogelijk en nodig wordt geprobeerd in samenwerking met de gemeente voor de spontaan gegroeide varens en andere planten een duurzame plek te vinden, bijvoorbeeld in de Heemtuin.

De Groene Stad in gesprek met Merel Roks, vrijwilliger van Vogelbescherming
Niet alleen mensen hebben baat bij een groene omgeving. Ook dieren gedijen beter in het groen dan in een volgebouwde, grijze omgeving. Maar, omdat er toch gebouwd moet worden, kan dat maar het beste op een groene manier gebeuren. Dat vindt ook Vogelbescherming Nederland. De Nederlandse vogels hebben immers enorm baat bij plekken waar ze voedsel vinden, kunnen schuilen en waar zij veilig kunnen nestelen. De Vogelbescherming heeft daarom onlangs een digitale Checklist Groen Bouwen uitgegeven, waarmee bedrijven, organisaties maar ook particulieren kunnen checken hoe vogelvriendelijk hun bouwplannen zijn. Trekker van dit digitaliseringsproject was Merel Roks, als vrijwilliger verbonden aan de Vogelbescherming.
Merel Roks is ‘kantoorvrijwilliger’. Dat houdt in dat zij, vrijwillig en naast haar werk als redacteur bij een ICT bedrijf, één dag per week werkt op de afdelingen Communicatie en Marketing van de Vogelbescherming. Roks: ‘Toen ik een aantal jaar geleden bij Vogelbescherming Nederland kwam stage lopen en er vervolgens een periode ter ziektevervanging bleef werken, vielen de puzzelstukjes op zijn plek. Hier kon ik handen en voeten geven aan mijn ambities voor vogels en de natuur. Tot op de dag van vandaag doe ik dit werk, nu als vrijwilliger, met veel plezier.’
Beschutting en nestgelegenheid
Niet alleen bij nieuwe bouwprojecten en stadsontwikkeling is het belangrijk ruimte te bewaren voor vogels en natuur, maar ook juist bij renovatieprojecten komt de natuur vaak in het geding. Roks: ‘Vogels zien onze huizen als rotsen en nestelen onder dakpannen en in kiertjes. Wanneer we die, in onze ogen ‘slordigheidjes’ glad willen strijken, verliezen zij een belangrijke levensvoorwaarde: beschutting en nestgelegenheid. Ik vind het heel leuk om te zien dat we door inventief te zijn, en in samenwerking met bedrijven uit de bouwsector, oplossingen kunnen bieden die vogels aan nestgelegenheid helpen (zoals bijvoorbeeld Monier met de Vogelvide voor huismussen). Daarbij helpen we mensen aan het plezier van een goede woning en – indirect – het gefluit van vogels in de ochtend!’
De Checklist Groen Bouwen
De Checklist Groen Bouwen is een digitale vragenlijst bestaande uit eenvoudige ja/nee- vragen. Bij aanvang kies je op welk(e) ‘element(en)’ je project van toepassing is: daken, muren, water of groen. Daarna start de vragenlijst, die zich flexibel aanpast op basis van de antwoorden die iemand geeft. Met je eigen ontwerp-, bouw- of renovatieproject in gedachten, beantwoordt je de vragen die op jouw situatie van toepassing zijn. Aan het eind van de vragenlijst stelt de website een advies op maat samen, met links naar bronnen die bij de uitvoering van je project kunnen helpen, algemene informatie over de vogelsoort die je ruimte biedt, en belangrijke aandachtspunten op het gebied van wetgeving.
Roks vertelt: ‘Voordat we aan de ontwikkeling van de digitale Checklist begonnen, bestond er al een papieren variant. Deze was in 2009 ontwikkeld door Jip Louwe Kooijmans, in samenwerking met BAM utiliteitsbouw regio Utrecht. De wens om deze checklist ook digitaal beschikbaar te maken bestond al langer, omdat hij dan veel toegankelijker zou zijn en voortdurend op de ontwikkelingen in de branche (bouwwereld en natuurbescherming) aangepast kon worden. Ons streven is overigens om de lijst in de loop van de tijd verder te ontwikkelen en ook andere soortgroepen dan vogels op te nemen. Nu al maken we een uitstapje naar de vleermuizen.’
Doelgroepen

De Checklist is gericht op gebruik door bedrijven en organisaties die actief zijn binnen de bouwsector of bijvoorbeeld grond en gebouwen beheren. Denk daarbij aan bouwondernemers en architecten, maar ook aan gemeenten en woningbouwverenigingen. De website is echter ook goed te gebruiken voor particulieren die graag iets willen doen om hun huis en directe woonomgeving aantrekkelijker te maken voor vogels.
Roks vindt het leuk om te zien dat mensen positief verrast zijn wanneer ze ontdekken dat Vogelbescherming Nederland dit soort hulpmiddelen voor de bouw aanbiedt. ‘Ik heb een keer voor Vogelbescherming op de BouwRAI gestaan. Men verwachtte ons daar niet en de meest gehoorde vraag was dan ook: “Wat doen jullie hier?” Als ik vervolgens mijn verhaal vertelde, was bijna iedereen oprecht enthousiast.’ Dat bewijst echter ook gelijk de noodzaak van het werk van Vogelbescherming: inventariseren of beschermde (vogel)soorten in het geding zijn bij een bouw- of renovatieproject is in Nederland namelijk verplicht. Roks: ‘De mogelijkheden om een oplossing voor deze soorten te bieden – zoals vervangende nestgelegenheid als deze verloren gaat bij de werkzaamheden -, zijn bij een deel van de doelgroep niet of nauwelijks bekend.
Investeer daarom in natuur!
Met de Checklist beoogt de Vogelbescherming meer aandacht te creëren voor het belang van vogels en natuur in onze leefomgeving. De aanwezigheid van vogels is namelijk een goede indicator voor een gezonde leefomgeving. Mensen in een stad met meer natuur zijn gezonder, gelukkiger, gaan met meer plezier naar hun werk en vastgoed is er meer waard. ‘Investeer daarom in groen, ook als je het niet alleen voor de vogels wilt doen!’ is wat ik iedereen het liefst zou willen meegeven.
Idealiter zou Vogelbescherming zien dat iedereen die werkzaamheden aan gebouwen gaat uitvoeren, of met gebiedsontwikkeling en bouwprojecten bezig is, vooraf checkt welke toevoegingen er voor vogels gemaakt kunnen worden. Zodat bij wijze van spreken de gierzwaluwstenen nog ingetekend kunnen worden in de ontwerpen van de architect. Roks: ‘Het mooist zou natuurlijk zijn dat het een automatisme gaat worden om de checklist er bij te halen. Dan is ons werk geslaagd!’
 
Meer informatie over vogelvriendelijk bouwen? De Vogelbescherming staat volgende week tijdens de Week van de Bouw (9 t/m 13 februari) op de Bouwbeurs in Utrecht.
 
Foto: Vogelbescherming

De Franse stad Grenoble heeft een Europese primeur te pakken. Als eerste stad in Europa gaat Grenoble in het oog springende reclame-uitingen, zoals grote billboards, verbannen uit het straatbeeld. De stad wordt op die manier zo veel mogelijk reclame-vrij. Kleinere borden, met daarop ideële en/of culturele boodschappen mogen nog wel worden geplaatst. Op de leeggekomen plekken in de stad, zal een vijftigtal nieuwe bomen worden geplant.
Minder aggressief en minder stressvol
De burgemeester van Grenoble, Eric Piolle, heeft een groene, duurzame stad voor ogen, waarin voor reclame geen plaats is. De stad gaat de komende jaren dan ook vol inzetten op vergroening van de leefomgeving, openbaar vervoer en fietspaden. Piolle verklaart in het persbericht dat ‘’de betreffende reclameborden niet meer van deze tijd zijn en niet meer aansluiten bij de manier van leven van de “Grenoblois” anno 2014’’. Met het uitbannen van reclame wil Piolle zijn stad “zachter en creatiever” maken en daarmee “minder agressief en stressvol”. De straatbeeld zal volgens Piolle zo beter tegemoet komen aan identiteit van de inwoners van zijn stad, die van oudsher sterk zijn verbonden met hun erfgoed en de hun omringende natuur.
Een groene, leefbare stad
Vanaf januari 2015 zullen de eerste borden worden verwijderd en worden vervangen door bomen. Deze vergroening van past in de ambitie van het stadsbestuur om van Grenoble een stad naar “de menselijke maat” te maken, waarin het prettig leven is voor jong en oud.
 
Grenoble is met haar 160.000 inowners de eerste grote Europese stad die reclame op deze manier uitbant. Eerder werd in Sao Paolo de “visuele vervuiling” van de stad aangepakt.