Berichten

Dakpark Rotterdam: meervoudig grondgebruik op 9 meter hoogte

Deze zomer werd een wel heel bijzonder stadspark geopend. Het Dakpark bevindt zich op 9 meter hoogte en ligt bovenop het dak van een winkelboulevard in één van de dichtstbevolkte wijken van Rotterdam. Om de beschikbare ruimte zo goed mogelijk te benutten – en daarbij de werkgelegenheid te bevorderen- is gekozen voor meervoudig grondgebruik: Dakpark Rotterdam is zodoende waterkering, park, winkelcentrum en parkeerplaats in één.
Een van de bijzondere aspecten, is de rol die buurtbewoners hebben gespeeld bij de ontwikkeling en totstandkoming van het park. Rik de Nooijer, als landschapsontwerper bij de gemeente Rotterdam vanaf het begin betrokken bij het project, vertelt dat het lang geduurd heeft voordat het park daadwerkelijk van de tekentafel kwam. De verschillende functies die het park zou krijgen zorgden voor veel verschillende belangen, wat het besluitvormingsproces flink vertraagde. De periode van ontwerp tot opening van het park besloeg maar liefst vijftien jaar. Het park bestaat uit een grote openbare Mediterrane tuin, een speeltuin en een buurttuin waar buurtbewoners samen kunnen stadstuinieren.
Hoewel het park op hoogte ligt, is het toch goed toegankelijk voor mensen in rolstoelen en kinderwagens. Dat was één van de eisen van de kant van de bewoners. Ook de mogelijkheid om in het park te barbecueën, picknicken en spelen met water, waren ideeën uit de koker van de buurtbewoners.
Het park wordt intensief gebruikt door jonge én oude Rotterdammers. Vanuit de Stichting Dakpark, die bestaat uit een groep enthousiaste, actieve bewoners, wordt momenteel nagedacht hoe op meerdere plekken nieuwe, gelijksoortige vormen van wijkontwikkeling kunnen ontstaan.
 
Voor een leuke video over Dakpark Rotterdam, klik hier.

Buurtbewoners beheren openbaar groen

In deze tijd van bezuinigingen, ook van lokale overheden, is het openbare groen vaak slachtoffer – tot verdriet van de omwonenden. Een manier om, als het echt niet lukt om de plaatselijke politiek te wijzen op haar verantwoordelijkheid voor de groene omgeving, toch het groen zo goed mogelijk te onderhouden, is ‘adoptie’ van openbaar groen door buurtbewoners. Die sluiten daartoe een overeenkomst met de gemeente waarin de verplichtingen over en weer worden aangegeven. Zo kan de gemeente zorgen voor het materiaal, terwijl de buurtbewoners ideeën en mankracht aanleveren. Dat kan zowel gaan om planten, snoeien, wieden en maaien, als om het opruimen van zwerfvuil. Sommige gemeenten staan ook toe dat bewoners een gemeenschappelijke moestuin inrichten, op een stukje braakliggend land.
Naast vergroening van de bebouwde omgeving kan zelfbeheer ook zinvol zijn om de onderlinge samenhang en samenwerking binnen de buurt te verbeteren. De gemeente IJsselstein, provincie Utrecht, biedt voorbeelden.

Hoge flatgebouwen maken plaats voor buurt- en schooltuin

De nieuwe buurt- en schooltuin in de Edese wijk Veldhuizen is onlangs door wethouder Van de Weerd van de gemeente Ede geopend. Op de plek van de tuin stonden vroeger twee hoge flatgebouwen. De grondeigenaren, gemeente Ede en woningbouwcoöperatie Woonstede, gaven buurtbewoners de gelegenheid om de grond tijdelijk te gebruiken voor een gezamenlijke tuin.

De tuin is een samenwerkingsproject. Buurtkinderen en buurtbewoners onderhouden het deel van de tuin met kruiden en fruit zoals aardbeien en bessen. Vrouwenvereniging  El Karam Huis onderhoudt de bloemen- en bloeiende plantentuin. Het vierde deel is in gebruik als schooltuin door leerlingen van De Bongerd, De Dillenburg en kinderen van de peuterspeelzaal De Blokkendoos. Het Groenhorst College kweekt planten voor de schooltuin.

Buurtinitiatief
De tuin draagt bij aan de samenhang in de buurt en brengt kinderen in contact met de natuur. Buurtgenoten ontmoeten elkaar via de tuin en kinderen ontdekken al doende hoe groenten groeien en hoe hun zelf gezaaide zonnebloem tot bloei komt.

Het project sluit aan bij ‘Groen, gezond en actief’ van de gemeente Ede.

Bron:
Gemeente Ede

Groen is het cement van de buurt

Het klinkt logisch: groen geeft kleur aan de buurt, brengt leven in de buurt en brengt mensen bij elkaar. Onderzoek van Alterra (onderdeel van Wageningen UR) heeft het nu ook onomwonden bevestigd, buurtgroen heeft een positief effect op de samenhang in de buurt.

Het effect van groen blijkt groter te zijn naarmate een buurt sterker verstedelijkt is. Kleinschalig groen, zoals buurt- en wijkgroen, heeft een groter effect op de sociale cohesie dan grote parken. Deze laatste dragen niet bij aan sociale contacten tussen bewoners, zo blijkt. Op donderdag 9 december organiseren Alterra, het ministerie van EL&I, Ymere en de Dienst Ruimtelijke Ordening Amsterdam een mini-symposium over de onderzoekresultaten.

Buurtgroen heeft positief effect
Het thema sociale cohesie staat de laatste jaren hoog op de politieke agenda. Vooral als probleem. Het ontbreken van sociale cohesie wordt gezien als oorzaak van kwaden als overlast, onveiligheid, verloedering en criminaliteit. Kan meer groen een bijdrage leveren aan de oplossing?

Tot op heden was er weinig bekend over de relatie tussen groen in de stad en sociale cohesie. In opdracht van het ministerie van LNV (nu opgegaan in EL&I) heeft Alterra hier voor het eerst wetenschappelijk onderzoek naar gedaan. Daaruit blijkt dat met name buurtgroen een positief effect heeft. Dit geldt voor plantsoenen, volkstuinen, natuurlijk groen en water. Het positieve effect neemt toe naarmate een buurt sterker verstedelijkt is. Dit komt waarschijnlijk door de ruimtedruk in deze buurten, waardoor er meer mensen van de groene voorzieningen gebruik maken en deze plekken een belangrijke rol gaan spelen bij de sociale processen in de buurt.

Kleinschalig groen
Grote parken daarentegen hebben geen positief effect op de sociale cohesie. Grote parken zijn door hun schaalniveau (‘stadsparken’) minder op een buurt gericht. Buurtbewoners ontmoeten elkaar makkelijker in kleinschaliger groen (‘wijkvoorzieningen’) dichter bij huis. Kleinschalig groen dicht bij huis heeft ook als effect dat buurtbewoners zich makkelijker inzetten voor behoud of zelfbeheer. Het lijkt er volgens de onderzoekers ook op dat activiteiten buiten meer impact hebben dan activiteiten binnen, vermoedelijk omdat deze activiteiten zichtbaarder zijn voor de buurt en daardoor laagdrempeliger. Kleinschalig buurtgroen leidt in hoge mate tot wat wellicht het belangrijkste is bij sociale cohesie, namelijk sociale contacten. En dat leidt weer tot meer wederzijds begrip, waardering, uitwisseling en soms ook tot aanpassing van normen en waarden. In het onderzoek zijn diverse projecten geanalyseerd waaruit dit bleek.

Ymere en de Dienst Ruimtelijke Ordening Amsterdam ondersteunen de conclusie dat met name kleinschalig groen een positief effect heeft op de sociale samenhang in buurten. Ymere heeft inmiddels een aantal groenprojecten gerealiseerd die hier bewijs voor leveren.

Download het rapport »

Bron:
Alterra

Jongeren zijn zich niet bewust van natuur in de buurt

In de periode van maart tot september 2010 hebben Staatsbosbeheer en Stichting wAarde onderzoek gedaan naar de natuurbeleving van jongeren in Overvecht, een Utrechtse wijk. Veel van de jongeren bleken zich niet of nauwelijks bewust van de aanwezigheid van het natuurgebied in de buurt.

Ze gaven aan op zich wel interesse te hebben om er meer naar toe te gaan, maar dan alleen als daar een aanleiding voor was en als er iets te doen had. ‘Alleen wandelen’ is niet erg populair.

Het onderzoek gebeurde in opdracht van het Programma ‘Lekker Groen’ van het ministerie van LNV (nu EZL&I). Er waren diverse groepsactiviteiten voor jongeren in het Gagelbos, waarbij de jongeren helemaal zelf konden bepalen wat ze wilden doen.

Een spannend project, er werd met grote interesse gekeken naar wat er zou gaan gebeuren. Er zijn door de jongeren een aantal boompjes omgehakt om een bankje en een brug te bouwen. Er zijn ook kleine kampvuurtjes gestookt en er is gebarbecued. Dat bleek goed in de smaak te vallen. Een nachtelijk bezoek aan het bos viel tegen omdat er op dat moment heel erg veel muggen waren.

Jongeren betrekken bij het bos
Het onderzoek geeft inzicht in mogelijkheden jongeren uit de wijk meer te betrekken bij het bos. Dat kan van groot belang zijn. Als de jongeren meer ruimte hebben om ook in het bos samen te komen, kan dat namelijk een aanzienlijke verlichting brengen in spanningen – voor de jongeren zelf en voor andere wijkbewoners – in de wijk. Eén en ander dient dan wel zorgvuldig te gebeuren, zodat onacceptabele overlast bij andere recreanten en omwonenden van het bos voorkomen wordt. De eindrapportage van het onderzoek, met aanbevelingen voor beleid inzake natuur en recreatie in en om de stad, zal in maart 2011 verschijnen.

Bron:
Staatsbosbeheer

 

Is jouw buurt groen genoeg ?

Vanaf 1 oktober 2007 gaan kinderen op 1200 basisscholen aan de slag met de scholencompetitie ‘Ga voor gezond’. Stichting Natuur en Milieu ontwikkelde in samenwerking met het kennis- en innovatiecentrum Stichting Recreatie de module ‘is jouw buurt groen genoeg?’ Kinderen zullen de hoeveelheid groen in de buurt van de school meten en beoordelen. De kinderen vergelijken de gemeente waarden met de landelijke norm van 75 m² openbaar groen per huishouden. Als er te weinig groen of speelmogelijkheden zijn, kunnen de kinderen een brief aan de wethouder ‘groen’ sturen. Op de website Ga voor gezond worden de uitkomsten bijgehouden. Volgend jaar worden de resultaten aan de minister van LNV aangeboden