Berichten

Gelderse Natuurmakers organiseren groen festival op 28 juni a.s.

Voor uw agenda: donderdag 28 juni Apeldoorn

Gelderse Natuurmakers organiseren groen festival

 

 
Op donderdag 28 juni a.s. vindt op het Zwitsal-terrein in Apeldoorn tussen 16.00 – 20.30 uur het festival ‘Gelderse Natuurmakers’ plaats. Centraal thema is hoe inwoners van de provincie Gelderland de vergroening in eigen hand nemen. De inwoners zorgen samen met het groene netwerk ‘Gelderse Natuurmakers’ voor de ontwikkeling en het beheer van de natuur.
Waarom is deelname interessant?
Het ontwikkelen van natuur en de aanleg van meer groen is van groot belang voor biodiversiteit, klimaatadaptatie en het bestrijden van fijn stof. Tijdens het festival wordt aandacht besteed aan bestaande of nieuwe burgerinitiatieven. Ook worden leerervaringen gedeeld en vinden sessies plaats over het ontwikkelen van natuur(initiatieven).
Gedeputeerde Peter Drenth is een van de gastsprekers, hij vertelt waarom Gelderse Natuurmakers juist nu relevant zijn. De directeur van GreenWish, Rinske van Noortwijk beschrijft de positieve energie en daadkracht die burgerinitiatieven vaak kenmerken. Ze legt een verband met de mogelijkheden die overheden verschaffen. Verder worden inspirerende initiatieven zoals ‘Buur maakt natuur’, ‘Co-Bomen’, ‘De Toren Tuin’, ‘Emerpark’, ‘Marke Gorsselse heide’ en ‘Arnhem Klimaatbestendig’ belicht.
Eén van de workshops behandelt de scrum-techniek van IVN-Gelderland en in een andere behandelt Arjan Klopstra het samenspel tussen groene burgerinitiatieven en overheden. Ook als u meer wilt weten over de samenwerking met gemeenten, bent u op het festival op het goede adres.
Heeft u belangstelling voor de vraag op welke manier samenwerking een rol speelt bij het realiseren van een groenere, beter leefbare woon-en werkomgeving? Bezoek dan het festival op donderdag 28 juni in Apeldoorn. Het is een goede stap in de groene richting.
Deelname is gratis en aanmelden kan via: https://geldersenatuurmakers.nl/netwerk/bijeenkomsten/ .

In gesprek met landbouwattaché Henk de Jong

De Britse steden zijn van oudsher groen, maar het kan altijd beter!

De Groene Stad in gesprek met Henk de Jong, landbouwattaché op de Nederlandse ambassade in Londen
Wat houdt uw werk als landbouwattaché zoal in?
‘Mijn werk is heel divers. Samen met Bas Harbers en Stella van Bemmelen vorm ik de Landbouwafdeling op de ambassade in Londen. Vaak hebben we ook nog een master student als stagiair. Een van onze hoofdtaken is het ondersteunen van bilaterale handelsrelaties. In de praktijk komt dat neer op het helpen van het Nederlandse MKB om zaken te doen in of met het Verenigd Koninkrijk, door het beantwoorden van vragen, door partijen met elkaar in contact te brengen enzovoorts. Een belangrijk onderdeel hiervan is het organiseren van seminars, handelsmissies over en weer, beursdeelnames en netwerkbijeenkomsten. Daarnaast volgen we de ontwikkelingen in het VK (zowel politiek als economisch) en rapporteren daarover aan het ministerie in Den Haag en het MKB via de website www.HollandUKTRade.nl. Overigens houd ik ook de ontwikkelingen in Ierland op landbouw-, agrifood- en sierteeltgebied in de gaten.’
In hoeverre leven de idealen van De Groene Stad binnen het Verenigd Koninkrijk? Wordt de noodzaak tot vergroening gezien?
‘De noodzaak van vergroening wordt gelukkig zeker gezien. Niet alleen omdat groen prettig en mooi is, maar ook omdat het kan helpen bij praktische problemen. Hierbij denk ik bijvoorbeeld aan afwatering bij hevige regenval. De Britse steden zijn van oudsher behoorlijk groen met veel parken en parkjes. Birmingham heeft bijvoorbeeld de meeste parken van Europa. Maar het kan nog veel beter. Je ziet dat er in de steden allerlei initiatieven ontstaan, vaak op buurtniveau, om lelijke plekken te vergroenen. De andere kant van het verhaal is, dat gemeentes weinig geld beschikbaar hebben voor groenvoorziening. Dat helpt helaas niet en een strategisch overheidsplan op dit gebied ontbreekt ook. De meeste groene initiatieven zijn dus particulier of een combinatie van privaat-publiek.’
Aan wat voor soort initiatieven moeten we dan denken?
Een mooi initiatief vind ik dat van de Royal Horticultural Society. Zij zijn dit jaar een project gestart met als doel het vergroenen van de Engelse voortuintjes. In 2017 willen ze 6000 stenige voortuinen vergroend hebben. En het oude tuindersgilde uit 1345, Worshipful Company of the Gardeners, steunt projecten om meer groen en bloei in de City of London te krijgen. Een andere interessante is een organisatie als CityScapes, die zich inzet om lelijke stukken stad te vergroenen door het aanleggen van met minituinen en groene projecten in combinatie met kunst. Een groot groen project dat internationaal veel aandacht heeft getrokken, zijn de plannen voor een groene brug over de Thames.
In Frankijk is onlangs een wet aangenomen die groene daken op nieuwe gebouwen in commerciële zones verplicht. Gebeurt er in het VK eigenlijk veel op het gebied van dak- en gevelgroen?
Het gebeurt wel, maar (nog) niet op grote schaal. Er is een aantal groene daken en gevels aangelegd, maar helaas blijft het vaak bij prestigeprojecten. Er is hier geen verplichting tot het vergroenen van daken zoals in Frankrijk. Een mooi project op dit gebied, is het bekende warenhuis John Lewis dat een paar jaar geleden een daktuin heeft aan laten leggen op zijn hoofdvestiging: http://www.bbc.com/news/uk-england-london-28667730

IJ-landjes vergroenen de haven

Of we hier te maken hebben met het begin van een grootschalige poging om de Amsterdamse haven te ‘vergroenen’ is nog de vraag, maar origineel is het wel, het ‘IJ-land’-initiatief van Port of Amsterdam, het Amsterdamse Gemeentelijk Havenbedrijf. Kleine stukjes grond , drijvend in het Westelijk Havengebied, de Houthaven, twee bij twee meter, mini-moestuitjes of tuintjes met waterplanten, bloemen of nestmogelijkheden voor vogels. Het doel: verbeteren van het ecologische klimaat in het havengebied.
Het meest bijzondere aan dit IJ-land plan, ontworpen door drie Master studenten aan de Universiteit van Amsterdam is nog dat de eilandjes beschikbaar zijn voor ieder die er een wil adopteren – zeg maar huren. Voor 50 euro per jaar kun je – op kleine schaal, dat wel – je eigen groente en kruiden verbouwen. De meeste IJ-landjes zullen het komend voorjaar te water worden gelaten, de eerste vier werden de afgelopen zomer gepresenteerd tijdens Sail Amsterdam en zijn al te bezichtigen bij het (voormalige) REM-eiland.
Lees hier meer.

Europa's eerste drijvende park komt in Rotterdam

Op vrijdag 25 september zal Thieme Haddeman van het bedrijf Urban-Green Europa’s eerste drijvende park lanceren in opdracht van Rijkswaterstaat en de Gemeente Rotterdam.
Het drijvende eiland heeft als doel de waterkwaliteit en daarmee de vishabitat en de microfauna te verbeteren en zorgt voor een vergroening van de havengebieden.
Het eiland met een groote van 300 m2 komt in het Buizengat in Kralingen te liggen, een van de binnenhavens van Rotterdam. In het drukbevolkte gebied zal het eiland gaan zorgen voor een verrijking in flora en fauna en het leefklimaat positief beinvloeden.
 
Afbeelding: Artist impression van het drijvende park

Apeldoorn vergroent de binnenstad

De functie van onze binnensteden is de laatste jaren aan het veranderen. Steeds meer mensen bestellen hun boodschappen en kleding online, waarmee het internetwinkelen een grote concurrent is geworden van de lokale middenstand. Om de concurrentie tegenstand te kunnen bieden, zullen binnensteden dus hun best moeten doen om aantrekkelijk te blijven. Dat betekent dat naast een compleet aanbod van winkels, ook leuke terrassen en een verzorgde, groene omgeving. Winkelen in de binnenstad als een dagje uit, zullen we maar zeggen.
Een stad die al erg ver is met die omslag in het denken, is de stad Apeldoorn. Wethouder Olaf Prinsen, met onder andere ontwikkeling van de binnenstad en duurzaamheid in zijn portefeuille, vertelt over de manier waarop Apeldoorn haar binnenstad met inzet van groen aantrekkelijker heeft gemaakt.
Prinsen: “De komende jaren investeren we veel in onze binnenstad. Niet alleen door de bestrating te vervangen, maar ook door de instelling van een gevelfonds. Eigenaren kunnen een kleine subsidie krijgen om historische gevels te herstellen. Daarnaast proberen we bij het herinrichten van de straten zoveel mogelijk bomen te plaatsen, wat nog niet altijd gemakkelijk is door de bekabeling en dergelijke onder de grond. Op de plekken waar het echt onmogelijk is om te planten, worden grote potten met planten of bomen geplaatst’’.
Stukken braakliggende grond worden zoveel mogelijk omgetoverd tot stukjes groene recreatieruimte. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het “Bongo” parkje, bij de Apeldoorners bekend door het beeld van de gorilla uit de Apenheul dat er tussen het groen staat.
Prinsen vertelt dat de reacties van zijn stadgenoten erg positief zijn: “Het is goed om te zien dat waar eerst nog een stuk braakliggend terrein met een hek eromheen lag, nu een groene plek is gekomen waar buurtbewoners veel en graag gebruik van maken”.
Wat staat er qua groen in de stad nog op de planning in Apeldoorn? “Veel”, vertelt de wethouder. “Niet alleen in de binnenstad wordt het groener. Ook onze stadsranden, die natuurlijk al groen zijn, willen we beter gaan gebruiken en verbinden aan elkaar. Zo wordt het imago van Apeldoorn, dat al vrij groen is door de ligging in de bossen, nog groener”.
Dat groen voor het Apeldoornse college hoog op de prioriteitenlijst staat, moge duidelijk zijn. Zo wordt in het collegeakkoord nadruk gelegd op de toegevoegde waarde van groen op andere beleidsterreinen. Dit is een gevolg van het document “Groen verbindt”, een initiatief waar wethouder Prinsen namens de Vereniging van Nederlandse Gemeenten de trekker van is. Daarnaast is Apeldoorn één van de eerste gemeenten die bij groene investeringen het TEEB instrument toe gaan passen. Dit is een tool waarmee gemeenten snel inzicht in de waarde van groen en water in de stad kunnen krijgen. Voor meer informatie over TEEB, klik hier.