Berichten

Jongeren ontwerpen Avatarbos in Bentwoud

Zwerfpaden, droomplekken, eetbare gewassen, landschapskunst en levend meubilair moeten volgens jongeren in het ontwerp voor het Avatarbos worden verwerkt. De Beekse stichting wAarde die de indeling van het bos in het Bentwoud bij Zoetermeer voor rekening neemt, voerde gesprekken met honderden jongeren tussen 12 en 24 jaar.

Het Avatarbos wordt enkele hectaren groot. Op dit moment wordt de locatie voor het bos in gereedheid gebracht door Dienst Landelijk Gebied (DLG) in opdracht van de provincie Zuid-Holland. Na de winter van 2011/2012 worden de eerste bomen geplant.

Het bos is een idee van regisseur James Cameron, die de bioscoophit Avatar maakte. Hij heeft zich ten doel gesteld om wereldwijd 1 miljoen bomen te planten. Een aantal daarvan komen te staan in het Nederlandse Avatarbos bij Zoetermeer. Het bos zal worden beheerd door Staatsbosbeheer.

Lees meer over het Avatarbos op www.avatarbos.nl

——————————————————————————–

Deze website is powered by Plant Publicity Holland, Groenforum Nederland en wordt mogelijk gemaakt door Productschap Tuinbouw.
 
 
 
 

Jongeren zijn zich niet bewust van natuur in de buurt

In de periode van maart tot september 2010 hebben Staatsbosbeheer en Stichting wAarde onderzoek gedaan naar de natuurbeleving van jongeren in Overvecht, een Utrechtse wijk. Veel van de jongeren bleken zich niet of nauwelijks bewust van de aanwezigheid van het natuurgebied in de buurt.

Ze gaven aan op zich wel interesse te hebben om er meer naar toe te gaan, maar dan alleen als daar een aanleiding voor was en als er iets te doen had. ‘Alleen wandelen’ is niet erg populair.

Het onderzoek gebeurde in opdracht van het Programma ‘Lekker Groen’ van het ministerie van LNV (nu EZL&I). Er waren diverse groepsactiviteiten voor jongeren in het Gagelbos, waarbij de jongeren helemaal zelf konden bepalen wat ze wilden doen.

Een spannend project, er werd met grote interesse gekeken naar wat er zou gaan gebeuren. Er zijn door de jongeren een aantal boompjes omgehakt om een bankje en een brug te bouwen. Er zijn ook kleine kampvuurtjes gestookt en er is gebarbecued. Dat bleek goed in de smaak te vallen. Een nachtelijk bezoek aan het bos viel tegen omdat er op dat moment heel erg veel muggen waren.

Jongeren betrekken bij het bos
Het onderzoek geeft inzicht in mogelijkheden jongeren uit de wijk meer te betrekken bij het bos. Dat kan van groot belang zijn. Als de jongeren meer ruimte hebben om ook in het bos samen te komen, kan dat namelijk een aanzienlijke verlichting brengen in spanningen – voor de jongeren zelf en voor andere wijkbewoners – in de wijk. Eén en ander dient dan wel zorgvuldig te gebeuren, zodat onacceptabele overlast bij andere recreanten en omwonenden van het bos voorkomen wordt. De eindrapportage van het onderzoek, met aanbevelingen voor beleid inzake natuur en recreatie in en om de stad, zal in maart 2011 verschijnen.

Bron:
Staatsbosbeheer

 

Jongeren maken prachtwijken

Met het lesprogrammma “Prachtwijken” doen leerlingen onderzoek in hun wijk en maken ze ook plannen om van die wijk een prachtwijk te maken. De leerlingen maken foto’s van alles wat ze kunnen vinden en brengen op die manier hun wijk in kaart. Vragen die zij vervolgens in een plan moeten beantwoorden zijn: hoe wordt mijn wijk sociaal veilig, economisch sterk en ecologisch groen en leefbaar? Verschillende scholen in onder meer Den Haag, Zoetermeer en Leiden doen met het project “prachtwijken” mee.

 

 

 

 

Jongeren vinden natuur saai

Natuur is er om in te spelen, te sporten en om in af te spreken met vrienden, vinden Nederlandse jongeren. Ze waarderen een stadspark dan ook meer dan verruigde veenweidegebieden. De Hollandse oernatuur is in hun ogen maar saai. Onder jongere kinderen is bovendien de interesse in natuur de afgelopen twintig jaar sterk afgenomen. De jongeren maken zich dan ook liever sterk voor stadsparken, waar ze kunnen samenkomen om te sporten of te barbecueën.
Deze conclusie van Alterra sluit aan bij een onderzoek van de Vrije Universiteit onder kinderen. De VU-onderzoekers concluderen dat de natuurinteresse bij kinderen de afgelopen twintig jaar sterk is afgenomen. Kinderen komen nog maar de helft zo vaak in de natuur en blijven er korter.