Berichten

Een middag op pad met de parkbeheerder

We ontmoeten Theo, één van de beheerders van het Amsterdamse Westerpark, bij de ingang. Al 20 jaar beheert deze oud-hovenier voor de Gemeente Amsterdam zowel het Erasmuspark als het Westerpark. Vandaag maken we een fietstocht door het Westerpark, waarbij Theo ons vertelt over zijn werk als beheerder en het – in zijn ogen- meest veelzijdige park van de hoofdstad.
Onze eerste stop maken we in het oudste stukje Westerpark, dat loopt vanaf de Haarlemmerpoort tot aan het begin van het Wester Gasfabrieksterrein. Dit gedeelte van het park werd eind 19e eeuw aangelegd in Engelse landschapsstijl. Theo wijst ons op de prachtige oude bomen die er groeien en waarvan sommige zelfs een monumentale status hebben.
Ook begint op deze plek het zogenaamde Brettenpad. De Bretten is een langgerekt ecologisch gebied dat helemaal loopt tot aan Spaarnwoude. Hier kunnen amfibieën, reptielen, vissen en verschillende planten zich via het groen en de waterwegen vrij verplaatsen. Voor fietsers en wandelaars is het gelijknamige pad aangelegd.
Van vervuild fabrieksterrein naar groene long
Bij het Wester Gasfabrieksterrein begint het nieuwe gedeelte van het park, dat werd ontworpen door landschapsarchitect Kathryn Gustafson. Na de sluiting van de ouwe gasfabriek, bleef een zwaar vervuild terrein achter. Na sanering van de grond, werd het park aangelegd. De gebouwen bleven behouden en vervullen nu vooral culturele functies. Zo worden bijvoorbeeld de uitzendingen van DWDD en Pauw hier opgenomen.
Een kwestie van goede afspraken maken
Theo wijst – niet zonder trots – op het enorme grasveld, waar festivals als Buiten Westen en Milkshake op worden georganiseerd. Piekfijn ligt het gras erbij, terwijl het tijdens evenementen toch flink wat te verduren krijgt. Volgens Theo is het allemaal een kwestie van goede afspraken maken met alle betrokken partijen, één van zijn hoofdtaken als beheerder. Het blijft altijd een beetje schipperen tussen de verschillende belangen. Hij waakt ervoor dat er niet té vaak en te veel dingen worden georganiseerd. Zo was de Davis Cup ontmoeting die in 2012 tussen Nederland en Zwitserland werd gehouden in het Westerpark voor het gras niet zo’n succes. ‘Maar’, haast hij zich erbij te zeggen, ‘als sportliefhebber was het natuurlijk fanstastisch’.
Via een ingenieus irrigatiesysteem kan het grasveld ’s nachts worden besproeid met water dat wordt opgeslagen in een bassin onder het nabijgelegen korfbalveld. Daarnaast wordt het gras 5 à 6 keer per jaar bemest.
Het Woeste Westen
Terwijl we verder fietsen, zien we het park in zijn volle verscheidenheid. We passeren de waternatuurtuin: een veenachtig gebiedje van eilandjes die door bruggetjes met elkaar zijn verbonden. Het beheer van dit prachtige stukje natuur doet Theo samen met een club vrijwilligers op zaterdagochtenden. Vervolgens komen we langs natuurspeeltuin ‘Het Woeste Westen’, waar naar verluidt mensen helemaal uit Rotterdam naartoe komen om kinderfeestjes te vieren. Ook passeren we een ponyclub, postduivenvereniging de Postiljon en de Mr. A. de Roostuinen, de schooltuintjes waar duizenden Amsterdamse stadskinderen leerden zaaien, onkruid wieden en oogsten. Nu, aan het eind van de zomer, zien de tuintjes er geweldig uit. Het is één en al bloem, kleur en rijpe tomaatjes.
‘Vergeten’ troep
Terwijl we richting uitgang fietsen, moet hem toch nog iets van het hart. Hoewel er heel veel mensen zijn die met de beste bedoelingen recreëren in het park, lijkt het wel alsof er de laatste jaren ook steeds meer mensen zijn die ‘vergeten’ hun troep op te ruimen of mee te nemen. Na een zomerse dag is de gemeente soms wel uren bezig om het park weer schoon en opgeruimd te krijgen. ‘Zonde van de tijd en zonde van zo’n mooi park’, volgens Theo.

Griffioen brengt de vaste plant naar de openbare ruimte

Dat Bert Griffioen in de planten terecht zou komen, stond bij geboorte eigenlijk wel vast. Zijn grootvader begon al in 1923 met het telen van vaste planten in het ‘centrum van de vasteplantenteelt’ rondom Leiden. Na de oorlog namen beide zonen, waaronder de vader van Bert, de zaak over. Bert is zodoende de derde generatie Griffioens in de business. Sinds 1996 is zijn bedrijf gevestigd in Wassenaar.
Green to Colour: vasteplanten in het openbaar groen
Met zijn vaste planten bedient Griffioen twee markten. Enerzijds levert hij aan tuincentra verspreid over heel Noord-West Europa, waarbij hij gebruik maakt van het door hem zelf ontwikkelde ‘Hello Garden’ concept. Hierbij richt hij zich op een zo hoog mogelijk rendement per m2 in tuincentra. Daarnaast is Griffioen zeer actief op de openbaargroenmarkt. Speciaal voor deze markt ontwikkelde hij ‘Green to Colour’: een vasteplanten concept met een laag onderhoudsniveau dat bovendien kostenbesparend is ten opzichte van andere typen beplanting. Vandaag spreken we met hem over zijn visie op het gebruik van vasteplanten in het openbaar groen.
Strenge selectie
Het Green to Colour concept van Griffioen is ontwikkeld voor gemeenten en andere grote groeneigenaren en –beheerders en gaat uit van de hoofdgedachte: “Wat kan en zal op deze plaats goed groeien?”. Vasteplanten moeten volgens Griffioen aan 21 voorwaarden voldoen voordat ze worden opgenomen in het Green to Colour-sortiment. Zo moeten de planten onder andere tegen strooizout kunnen, niet giftig zijn, snel dichtgroeien en veel bladmassa aanmaken. Na strenge selectie in de voorbeeldtuinen in Wassenaar blijkt ongeveer 10% van de vaste planten geschikt voor de openbare ruimte. In totaal gaat het om zo’n 100 vaste planten.
Beheerders om
Toen Griffioen 12 jaar geleden begon met zijn concept en ermee ‘langs de deuren’ ging bij gemeentelijke groenontwerpers, waren zij niet altijd even overtuigd van de voordelen van vasteplanten. Griffioen: ‘Het idee leefde sterk dat vasteplanten duur (in onderhoud) zijn. Het was aan mij om die weerstand bij hun weg te halen, maar daarvoor moest ik wel met overtuigende voorbeelden komen.’ Een eerste project in de gemeente Leiden en zijn eigen demonstratietuinen in Wassenaar maakten dat veel beheerders volgens Griffioen ‘om’ waren. ‘Ik kon laat die mensen zien dat het een kwestie is van één keer planten en dan dicht laten groeien. Vervolgens heb je een onderhoudsarme beplanting met een hoge sierwaarde. Het concept garandeert in zekere zin zijn eigen succes’
Groene partners
Maar, succes heb je nooit alleen. Het Green to Colour concept valt en staat volgens Griffioen dan ook bij de samenwerking met partners. Griffioen zelf zorgt voor het ontwerp en levert de planten – uit eigen kwekerij- aan. De uitvoering – denk aan grondbewerking, planten, maaien en mesten – wordt door partnerbedrijven gedaan.
Wel maaien, geen water
Vlak na de winter worden alle vaste planten in één keer weggemaaid, tot maar een paar centimeters boven de grond. ‘Mulchen’, in vakjargon. Dit lijkt nogal rigoureus, maar is volgens Griffioen één van de belangrijkste onderdelen van het concept: ‘De planten vernieuwen zich op deze manier ieder jaar en worden gedwongen veel blad aan te maken. Dit zorgt er voor dat de vakken weer snel dichtgroeien en onkruid geen kans krijgt’.
Overigens worden de planten het hele jaar niet bewaterd. Griffioen: ‘Eén van de 21 voorwaarden is, dat de vaste planten tegen droogte moeten kunnen. Als ze toch extra water blijken nodig te hebben, is dat een fout van ons. Ze passen dan niet in het Green to colour-concept’.
Constante zoektocht
Twaalf jaar geleden zag het Green to Colour sortiment er heel anders uit. Griffioen: ‘We zijn begonnen met planten waarvan we zeker wisten dat ze het goed zouden doen. Maar, we moeten oppassen voor eentonigheid. Of erger nog, dat de vasteplanten de nieuwe geijkte rozenperkjes uit de jaren ’90 worden. Daarom blijven we – in samenwerking met veredelaars – constant zoeken naar vernieuwing en verbreding van ons sortiment. Zo houden we onze opdrachtgevers blij, de openbare ruimte kleurrijk en ons werk interessant!’

De ecologische en economische meerwaarde van groen

“De tijd dat perken en tuinen uitsluitend een decoratieve functie hadden ligt definitief achter ons. Bomen en planten binden het fijnstof in onze directe omgeving, bevorderen de biodiversiteit, houden water vast en geven koeling.
Het openbaar en particulier groen vervult een sleutelrol in de strijd tegen de opwarming, de werkstress en de wateroverlast en levert aan het eind van de cyclus ook nog energie en grondstoffen. De circulaire economie is groen maar kan ook niet zonder (het) groen.” Dat stelt Egbert Roozen, directeur van branchevereniging VHG in een interview met het magazine ‘Het Ondernemersbelang’.

De Bomenstichting: ‘Wij zijn er nog!’

Wat veel mensen weten is dat de Bomenstichting in 2011 de deuren van haar werkorganisatie moest sluiten. Wat echter niet iedereen weet, is dat de stichting nooit is opgeheven en dat een kern van enthousiaste vrijwilligers het werk van de Bomenstichting heeft voortgezet. We zijn nu drie jaar verder en het gaat goed met de Bomenstichting! Een nieuw bestuur, een fris nieuw logo en een kantoor in Amsterdam. Het donateursaantal loopt langzaam op en er is zelfs weer iemand in dienst genomen. Vandaag praat de Groene Stad in Amsterdam met Hanna Hirsch, bureausecretaris, en met Els Couenberg, bestuurslid, over ‘de Bomenstichting 2.0’.
 

“De Bomenstichting beschikt over een groot netwerk aan deskundigen, vooral boomspecialistisch, maar ook juridisch”

Lokale vrijwilligers
Hanna vertelt dat de Bomenstichting er – kort gezegd-  is voor alle bomen buiten het bos: de bomen in de stad en op het platteland. De stichting fungeert als helpdesk voor iedereen met vragen over bomen, zet zich in voor bescherming van bomen en geeft voorlichting. Zo nodig tekent de Bomenstichting bezwaar aan tegen kapvergunningen. Er wordt zo veel mogelijk lokaal gewerkt. Daarbij weet de stichting zich gesteund door een netwerk van 190 over het land verspreide contactpersonen. Locals kunnen de situatie ter plaatse immers het best inschatten. Ook voor deskundig advies beschikt de stichting over een groot netwerk aan deskundigen, vooral boomspecialistisch, maar ook juridisch.
Els, bestuurslid van de Bomenstichting en als bioloog gespecialiseerd in stadsbomen: ”De Bomenstichting heeft geen enkel commercieel motief. Wij zijn dan ook geen concurrent van de boomspecialisten’’.
Landelijk Register van Monumentale Bomen
Een andere belangrijke taak van de stichting is het beheer van het Landelijk Register van Monumentale Bomen, waarin veel bomen zijn opgenomen die volgens de Bomenstichting van nationaal belang zijn. Het gaat om bomen met een hoge leeftijd – in ieder geval ouder dan 80 jaar – gecombineerd met een bijzondere schoonheid of zeldzaamheidswaarde of een beeldbepalende functie voor de omgeving. Het register bevat op dit moment zo’n 15.000 objecten: losse bomen, lanen en boomgroepen.
Activiteiten op stapel
Van de Bomenstichting valt er in 2015 een hoop te verwachten. Zo zal er een geheel herziene uitgave van het boek ‘Bomen met je buren’ uitkomen, een leidraad bij geschillen over bomen op de erfgrens. Voor elk Nederlands gemeente- of stadhuis zal – in de frisse nieuwe huisstijl- de folder ‘Bomen bij de erfgrens’ beschikbaar zijn . Gemeenten kunnen de folder bij de Bomenstichting bestellen. Ook laat Hanna trots het ontwerp voor de nieuwe ‘bomenbordjes’ zien, educatieve bordjes met informatie over 18 verschillende nieuwe bomen. En als klap op de vuurpijl is op dit moment een grote groep vrijwilligers bezig om de bomen uit het Landelijk Register van Monumentale Bomen te inspecteren. ‘’In de jaren 80, toen het register opgesteld is, zijn de coördinaten van de bomen vanaf een papieren kaart bepaald. Bij het overzetten van de gegevens naar de nieuwe database zijn niet alle bomen goed op de kaart terecht gekomen. Met als gevolg dat sommige bomen zich volgens Google Maps in zee bevinden’’, lacht Els. “Dat bestand maken we nu up to date’’. Gelukkig worden de meeste bomen in het register goed omschreven (pad aflopen en derde zandweggetje links) en anders weten buurtbewoners vaak ook wel welke boom wordt bedoeld. Gelijk controleren we of de bomen er nog staan, want er is lang geen inventarisatieronde geweest.
Bomen tussen de dieren
We mogen alvast een kijkje nemen in het vernieuwde register dat binnenkort integraal op de website van de Bomenstichting zal staan. Elke monumentale boom in Nederland zal zo te vinden zijn, mét de juiste locatie op Google Maps, het plantjaar en een foto. Hanna en Els inspecteerden vorige maand zelf nog de bomen in Artis. Daar staat onder andere de oudste boom van Amsterdam, een prachtige zomereik, die nog niet was opgenomen in het register. Hanna: ‘’Het inspecteren is ontzettend leuk werk. Je leert je stad op een heel actieve manier kennen en je komt nog eens ergens’’. Zo bleek de nieuw op te nemen zomereik zich tussen de wolven en het vertrek van de chimpansees te bevinden. Na grondige inspectie werd de boom gezond genoeg bevonden en zal binnenkort te bewonderen zijn op de website van de Bomenstichting.
 
Klik hier voor meer informatie over de Bomenstichting 

Groene gezonde ziekenhuizen

een onderzoeksprogramma naar de effecten van groene interventies in ziekenhuizen  

De Groene stad in gesprek met Dr. Jolanda Maas (senior onderzoeker aan de VU) over nieuw onderzoek naar de effecten van groene interventies in en rondom ziekenhuizen
Dat groen een positief effect op onze gezondheid heeft, dat besef begint zo langzamerhand wel door te dringen. De afgelopen jaren is steeds meer wetenschappelijk onderzoek gedaan waaruit naar voren komt dat een groene omgeving ons gelukkiger, gezond en minder gestresst maakt. Maar hoe komt het dan dat de plaats waar de meeste ongezonde mensen zich op een kluitje bevinden – onze ziekenhuizen- vaak nog geen groene bolwerken zijn?
Volgens Jolanda Maas (bekend van onder andere het Vitamine G onderzoek en onderzoek naar groene schoolpleinen), is er wel een lichte verschuiving zichtbaar. ‘Van de ongeveer 100 Nederlandse ziekenhuizen heeft 2 op de 3 op dit moment bouwplannen. In de meeste van deze plannen wordt wel iets met groen gedaan. Helaas zie je in realiteit soms dat de bouwtekeningen groener ogen dan het uiteindelijke resultaat.’
Dat is niet raar, als je bedenkt dat het onderzoeksveld gericht op onderzoek naar de effecten van groen in en rond ziekenhuizen nog in de kinderschoenen staat. Maar, wellicht kunnen ziekenhuizen er binnenkort niet meer omheen om voor groen een prominente plaats te reserveren. De komende vier jaar zal Jolanda Maas, samen met vakgenote Agnes van den Berg en José de Jonge en Daphne Teeling van het Instituut voor Natuureducatie en Duurzaamheid (IVN), werken aan een project waarin het effect van groene interventies in en rondom ziekenhuizen wordt onderzocht.
‘Groene interventies kunnen van alles zijn’
Het onderzoek start in april 2015 en zal opgesplitst worden in verschillende deelonderzoeken in ziekenhuizen verspreid over het land. Ziekenhuizen die toegezegd hebben om deel te nemen zijn het Tergooi Ziekenhuis en het Reinier de Graaf Gasthuis. Met andere ziekenhuizen worden op dit moment nog gesprekken gevoerd.
In elk ziekenhuis zullen de effecten van een of meerdere ‘groene interventies’ worden onderzocht. ‘Zo’n interventie kan van alles zijn’, vertelt Jolanda. ‘Je kunt denken aan groene wanden, groene wachtruimtes of zelfs afbeeldingen van groen. Maar ook het inzetten van groene kassen voor het houden van slechtnieuwsgesprekken of het organiseren van biowalking-sessies waarbij patiënten tijdens een wandeling door de natuur over hun ziekte kunnen praten.’ Afhankelijk van de wensen van het ziekenhuis en de specifieke groene interventie zal gekeken worden of de groene toepassing effect heeft op de gezondheid en het welzijn van patiënten, bezoekers of personeel.
Rondom de wetenschappelijke onderzoeken zal ook een praktijk- en leernetwerk van ca. 10-15 ziekenhuizen en verschillende groene ondernemers en natuurorganisaties worden gevormd. Binnen dit netwerk zal de opgedane ervaring met groen in bouw- en renovatieplannen worden gedeeld met elkaar en met de groene partners.
 Het mes snijdt aan twee kanten
Het onderzoek is aangevraagd door Flora Holland en iVerde in het kader van hun gezamenlijke programma De Groene Agenda. Vorige week werd bekend dat dit programma, dat gefinancierd wordt door de Topsector Tuinbouw en Uitgangsmaterialen, groen licht heeft gekregen. Binnen De Groene Agenda is vergroening van ziekenhuizen een van de hoofdthema’s. Jolanda Maas: ‘Dat de overheid dit soort projecten financieel steunt, toont aan dat groen ook in Den Haag steeds belangrijker wordt gevonden. Groen wordt steeds minder gezien als kostenpost en steeds meer als iets dat onze maatschappij juist geld kan opleveren. Zoals bekend is de zorg onze grootste kostenpost in Nederland. Met dit onderzoek willen we richtlijnen leveren voor een effectievere inzet van groen om zo te besparen op zorgkosten. Die besparing kan mogelijk gevonden worden in minder medicijngebruik, een kortere ligduur en in een hogere arbeidsproductiviteit van zowel de genezen patiënt als het personeel.’
Zowel de ziekenhuizen als het groene bedrijfsleven – beiden als partners verbonden aan het project- zijn geïnteresseerd in de uitkomsten van het onderzoek. Ziekenhuizen omdat ze met deze informatie hun ziekenhuis zo gezond en aantrekkelijk mogelijk kunnen inrichten en groenbedrijven omdat ze baat hebben bij de ontwikkeling van praktische, innovatieve en vermarktbare groenconcepten die ingezet kunnen worden in en rondom ziekenhuizen. Het mes snijdt zo aan twee kanten.
Groen en gezondheid
Dat van de natuur een helende werking uitgaat, weten we al eeuwen. ‘Denk maar eens aan de sanatoria en kuuroorden van vroeger’, zegt Jolanda Maas. ‘Door de toenemende technologische ontwikkeling is groen naar de achtergrond verdwenen’. Ziekenhuizen zijn langzaam veranderd in steriele, witte complexen. Maar, het lijkt erop dat we nu op een omslagpunt zitten. De mens komt steeds meer ziekenhuizen centraler te staan. Dit met het idee dat een mens geen machine is, maar een emotioneel wezen met gevoelens die, als ze positief gestimuleerd worden, kunnen bijdragen aan hun genezingsproces.
IVN is betrokken bij het onderzoek om een stuk beleving toe te voegen aan de groene interventies. ‘Een ziekenhuis kan een hele mooie tuin aanleggen, maar als de tuin niet wordt gebruikt, zullen de effecten van zo’n tuin minimaal zijn. Wanneer een belevingsprogramma wordt toegevoegd aan een tuin, dan neemt naar verwachting het gebruik van de tuin toe’.
Positief bijeffect is dat goede ervaringen met de helende werking van natuur in het ziekenhuis, het draagvlak voor natuur in de samenleving kan vergroten.
 

Apeldoorn vergroent de binnenstad

De functie van onze binnensteden is de laatste jaren aan het veranderen. Steeds meer mensen bestellen hun boodschappen en kleding online, waarmee het internetwinkelen een grote concurrent is geworden van de lokale middenstand. Om de concurrentie tegenstand te kunnen bieden, zullen binnensteden dus hun best moeten doen om aantrekkelijk te blijven. Dat betekent dat naast een compleet aanbod van winkels, ook leuke terrassen en een verzorgde, groene omgeving. Winkelen in de binnenstad als een dagje uit, zullen we maar zeggen.
Een stad die al erg ver is met die omslag in het denken, is de stad Apeldoorn. Wethouder Olaf Prinsen, met onder andere ontwikkeling van de binnenstad en duurzaamheid in zijn portefeuille, vertelt over de manier waarop Apeldoorn haar binnenstad met inzet van groen aantrekkelijker heeft gemaakt.
Prinsen: “De komende jaren investeren we veel in onze binnenstad. Niet alleen door de bestrating te vervangen, maar ook door de instelling van een gevelfonds. Eigenaren kunnen een kleine subsidie krijgen om historische gevels te herstellen. Daarnaast proberen we bij het herinrichten van de straten zoveel mogelijk bomen te plaatsen, wat nog niet altijd gemakkelijk is door de bekabeling en dergelijke onder de grond. Op de plekken waar het echt onmogelijk is om te planten, worden grote potten met planten of bomen geplaatst’’.
Stukken braakliggende grond worden zoveel mogelijk omgetoverd tot stukjes groene recreatieruimte. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het “Bongo” parkje, bij de Apeldoorners bekend door het beeld van de gorilla uit de Apenheul dat er tussen het groen staat.
Prinsen vertelt dat de reacties van zijn stadgenoten erg positief zijn: “Het is goed om te zien dat waar eerst nog een stuk braakliggend terrein met een hek eromheen lag, nu een groene plek is gekomen waar buurtbewoners veel en graag gebruik van maken”.
Wat staat er qua groen in de stad nog op de planning in Apeldoorn? “Veel”, vertelt de wethouder. “Niet alleen in de binnenstad wordt het groener. Ook onze stadsranden, die natuurlijk al groen zijn, willen we beter gaan gebruiken en verbinden aan elkaar. Zo wordt het imago van Apeldoorn, dat al vrij groen is door de ligging in de bossen, nog groener”.
Dat groen voor het Apeldoornse college hoog op de prioriteitenlijst staat, moge duidelijk zijn. Zo wordt in het collegeakkoord nadruk gelegd op de toegevoegde waarde van groen op andere beleidsterreinen. Dit is een gevolg van het document “Groen verbindt”, een initiatief waar wethouder Prinsen namens de Vereniging van Nederlandse Gemeenten de trekker van is. Daarnaast is Apeldoorn één van de eerste gemeenten die bij groene investeringen het TEEB instrument toe gaan passen. Dit is een tool waarmee gemeenten snel inzicht in de waarde van groen en water in de stad kunnen krijgen. Voor meer informatie over TEEB, klik hier.