Berichten

In Leidsche Rijn worden de komende jaren 38 ideeën uitgevoerd om de wijk groener te maken en het bestaande groen meer toegankelijk.
Deze ideeën staan in het wijkgroenplan Leidsche Rijn. Tot de zomer van 2014 konden bewoners in Leidsche Rijn ideeën inbrengen om hun wijk groener te maken. De gemeente Utrecht maakt voor elke wijk een wijkgroenplan met een uitvoeringsbudget van € 420.000,- per wijk. Het wijkgroenplan Leidsche Rijn is het negende dat klaar is. In Leidsche Rijn zijn mooie omvangrijke ideeën ingediend zoals meer ecologie in Leidsche Rijn met planten van struiken en graven van poelen, of herinrichting van het Waterwinpark om meer kleur en diversiteit te krijgen.
Veertien projecten worden uitgevoerd met financiering uit het Leefbaarheidsbudget of via het Wijkwaterplan. Een aantal projecten kan niet worden gerealiseerd, omdat de grond of bebouwing niet openbaar of niet in eigendom van de gemeente is, of omdat het geopperde idee in strijd was met vastgesteld beleid.
Utrecht streeft naar een duurzame groene stad, waar iedere inwoner op loopafstand kan genieten van een park of plantsoen. Daarom maakt de gemeente voor elke wijk samen met de bewoners een wijkgroenplan, om het groen in de wijk mooier of beter toegankelijk te maken. Om dit te bereiken zijn de wensen van bewoners om het groen in uw wijk of buurt te verbeteren opgevraagd.
Bron: Stad en Groen

Rotterdam en Amsterdam eindigen op 4 en 5
Twee Nederlandse steden, Rotterdam en Amsterdam, behoren tot de eerste vijf (vier en vijf) op de ranglijst van ‘duurzame steden’. Ingenieursbureau Arcadis heeft de ranglijst van 50 wereldsteden opgesteld, aan de vooravond van de VN-conferentie die in september 2015 de nieuwe duurzaamheids doelstellingen voor de komende jaren gaat vaststellen, als opvolger van de bekende Millennium Goals.
Aan de hand van parameters die samen te vatten zijn als ‘People, Planet, Profit’ (en waar ongetwijfeld wel het een en ander over op te merken zal zijn) geeft het Arcadis team de Duitse stad Frankfurt uiteindelijk de hoogste score. Op de tweede plaats komt Kopenhagen, derde is Londen. De hoge klassering van Frankfurt is vooral ook toe te schrijven aan het ‘groene’  karakter van de stad. Het Arcadis rapport herinner eraan dat Frankfurt zich profileert als ‘Groene Stad’, dat de stad 8000 hectare bos telt en dat een derde van het stedelijk oppervlak bestaat uit ‘groen’. In 2014 werd Frankfurt dan ook uitgeroepen tot ‘Europese bomenstad’.
De toppositie op de ranglijst heeft Frankfurt uiteindelijk te danken aan het feit dat de stad niet alleen hoog scoort op People en Planet, twee invalshoeken waar het groene karakter van de stad een rol speelt, maar ook op Profit. Een positieve factor is verder het feit dat het wonen in Frankfurt niet zo schrikbarend duur is als in veel andere steden die hoog scoren op ‘Profit’. De hoge score van Rotterdam – dat eindigt bovenaan de lijst op het gebied van ‘People’ – is ook mede te danken aan de betrekkelijk lage huisvestingskosten.
Europese steden staan fier bovenaan de Arcadis-index; na Frankfurt volgen, voor Rotterdam en Amsterdam, Kopenhagen en Londen. Aziatische steden nemen zowel hoge (Seoel, Hong Kong en Singapoore bij de eerste tien) als de laagste (Manilla, Bombay, Wuhan en New Delhi) in. Als allerlaagste eindigt Nairobi, de hoofdstad van Kenia. Overigens valt het op dat Amerikaanse steden vrij bescheiden scoren. New York bijvoorbeeld komt niet verder dan een twintigste plek, hoewel de stad wel wordt geprezen voor een plan dat eigenaren van woningen met groene daken een belastingvoordeel in het vooruitzicht stelt.
John J. Batten, Global Cities director van Arcadis, omschrijft het doel van de operatie Sustainable Cities Index als ‘bestuurders van steden helpen hun prioriteiten te bepalen en wegen te vinden naar duurzame ontwikkeling’. Een aanbeveling kunnen we alvast destilleren uit het helder gepresenteerde rapport: Alleen een Groene Stad is een duurzame stad!

De functie van onze binnensteden is de laatste jaren aan het veranderen. Steeds meer mensen bestellen hun boodschappen en kleding online, waarmee het internetwinkelen een grote concurrent is geworden van de lokale middenstand. Om de concurrentie tegenstand te kunnen bieden, zullen binnensteden dus hun best moeten doen om aantrekkelijk te blijven. Dat betekent dat naast een compleet aanbod van winkels, ook leuke terrassen en een verzorgde, groene omgeving. Winkelen in de binnenstad als een dagje uit, zullen we maar zeggen.
Een stad die al erg ver is met die omslag in het denken, is de stad Apeldoorn. Wethouder Olaf Prinsen, met onder andere ontwikkeling van de binnenstad en duurzaamheid in zijn portefeuille, vertelt over de manier waarop Apeldoorn haar binnenstad met inzet van groen aantrekkelijker heeft gemaakt.
Prinsen: “De komende jaren investeren we veel in onze binnenstad. Niet alleen door de bestrating te vervangen, maar ook door de instelling van een gevelfonds. Eigenaren kunnen een kleine subsidie krijgen om historische gevels te herstellen. Daarnaast proberen we bij het herinrichten van de straten zoveel mogelijk bomen te plaatsen, wat nog niet altijd gemakkelijk is door de bekabeling en dergelijke onder de grond. Op de plekken waar het echt onmogelijk is om te planten, worden grote potten met planten of bomen geplaatst’’.
Stukken braakliggende grond worden zoveel mogelijk omgetoverd tot stukjes groene recreatieruimte. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het “Bongo” parkje, bij de Apeldoorners bekend door het beeld van de gorilla uit de Apenheul dat er tussen het groen staat.
Prinsen vertelt dat de reacties van zijn stadgenoten erg positief zijn: “Het is goed om te zien dat waar eerst nog een stuk braakliggend terrein met een hek eromheen lag, nu een groene plek is gekomen waar buurtbewoners veel en graag gebruik van maken”.
Wat staat er qua groen in de stad nog op de planning in Apeldoorn? “Veel”, vertelt de wethouder. “Niet alleen in de binnenstad wordt het groener. Ook onze stadsranden, die natuurlijk al groen zijn, willen we beter gaan gebruiken en verbinden aan elkaar. Zo wordt het imago van Apeldoorn, dat al vrij groen is door de ligging in de bossen, nog groener”.
Dat groen voor het Apeldoornse college hoog op de prioriteitenlijst staat, moge duidelijk zijn. Zo wordt in het collegeakkoord nadruk gelegd op de toegevoegde waarde van groen op andere beleidsterreinen. Dit is een gevolg van het document “Groen verbindt”, een initiatief waar wethouder Prinsen namens de Vereniging van Nederlandse Gemeenten de trekker van is. Daarnaast is Apeldoorn één van de eerste gemeenten die bij groene investeringen het TEEB instrument toe gaan passen. Dit is een tool waarmee gemeenten snel inzicht in de waarde van groen en water in de stad kunnen krijgen. Voor meer informatie over TEEB, klik hier.

De Groene Stad op stap met Britten in Rotterdam
 
Van woensdag 22 oktober t/m vrijdag 24 oktober verbleef een delegatie Britse landschapsarchitecten in Nederland. Deze internationale tuinmissie was een initiatief van de Nederlandse ambassade in Londen. Door medewerkers van de ambassade was een intensief , driedaags programma opgesteld, waarbij onder andere een aantal  innovatieve Nederlandse boomkwekerijen werden bezocht. De donderdag stond volledig in het teken van bijzondere groenprojecten in Rotterdam. De Groene Stad mocht aanschuiven in de bus naar Rotterdam, waar Eveline Bronsdijk – coördinator ‘duurzame stad’ van de gemeente Rotterdam – ons in rap tempo langs alle mooie, groene plekken van de Maasstad zou leiden.
De eerste locatie van de dag was het waterplein in de Benthemstraat. Dit plein, dat in samenwerking met buurtbewoners en omliggende bedrijven is ontworpen, is bedoeld om overtollig water op te vangen bij hevige regenbuien. Wanneer het in korte tijd hard en veel regent, stroomt het plein langzaam vol, waarna het in kleine hoeveelheden water afstaat aan het riool. Een waterplein is zodoende een prima manier om de riolen – die het zwaar hebben tijdens extreem weer- te ontzien.
De volgende stop was de nabijgelegen DakAkker op de Schiekade. Een plek waar – terecht- al veel en vaak over geschreven is. Dakboer Wouter Bauman, milieukundige van het Rotterdams Milieucentrum en vanaf de start in 2012 bij het project betrokken, kon ons alles vertellen over dit grootste (1000 m2) oogstbare dak van Europa. De DakAkker een van de deelprojecten van De Luchtsingel, een stadsinitiatief waarbij nieuwe Rotterdamse ondernemers en bewoners geënthousiasmeerd worden om bij te dragen aan de ontwikkeling van de buurt rondom het Hofplein. Een gebied dat lange tijd werd gedomineerd door verwaarloosde buitenruimte en grootschalige leegstand.

DakAkker en Dakpark Rotterdam

Op de DakAkker worden groente, fruit, kruiden en eetbare bloemen geteeld. Ook worden er op het dak bijen gehouden. De geoogste producten worden – naast aan de mensen die werken in het ondergelegen kantoorpand ‘Het Schieblock’- vooral verkocht aan chefs van omliggende restaurants. Wouter vertelt dat vooral de eetbare bloemen – gebaat bij een niet al te lange reis tussen oogst en bord-  in trek zijn bij de topchefs. Daarnaast zijn hedendaagse koks steeds meer geïnteresseerd in het verhaal achter het product. Bovendien vinden ze het leuk om hun klanten te kunnen vertellen dat het bietje dat op hun bord ligt, nog geen honderd meter verderop gekweekt is.
Een korte busrit later, stapten we uit bij Dakpark Rotterdam. Ook al een bijzondere plek, want het is een waterkering, park, winkelcentrum en parkeerplaats in één. Het park is 1200 meter lang, 85 meter breed en 9 meter hoog en ligt bovenop een winkelcentrum op een voormalig rangeerterrein in Rotterdam West. Wanneer je over het park heen loopt, heb je een prachtig uitzicht over het havengebied.

In de buurttuin kunnen buurtbewoners samen stadstuinieren staan zelfs eind oktober de bloemen nog volop in bloei.

Rik de Nooijer, landschapsontwerper bij de gemeente Rotterdam, vertelt dat het lang geduurd heeft voordat het park daadwerkelijk van de tekentafel kwam. De verschillende functies die het park zou krijgen zorgden voor veel verschillende belangen, wat het besluitvormingsproces flink vertraagde. De periode van ontwerp tot opening van het park besloeg maar liefst vijftien jaar. Het park bestaat uit een grote openbare Mediterrane tuin, een speeltuin en een buurttuin waar buurtbewoners samen kunnen stadstuinieren en waar zelfs eind oktober de bloemen nog volop in bloei staan.

 Westerkade en Leuvehoofd

Ten slotte werd het smalle park langs de Westerkade en het Leuvehoofd bezocht – ontworpen door Piet Oudolf– dat langs de rivier de Maas tussen de Erasmusbrug en de Euromast loopt. Waar nu het park ligt, lagen vroeger louter steen en parkeerplaatsen. Doel van het nieuw ontworpen park is om de Rotterdammers, die voorheen met hun rug naar de rivier toeleefden, meer naar de rivier te trekken.
Al met al een mooie dag in Rotterdam, waarbij we opnieuw werden gesterkt in de gedachte dat er in Rotterdam op duurzaamheids- en groengebied veel interessante dingen gebeuren.