Berichten

Benthemplein Rotterdam grootste waterplein ter wereld

Zoals veel steden, is Rotterdam dichtbebouwd. De stad heeft veel gebouwen en nog veel meer bestrating. Tegelijk worden regenbuien steeds heftiger, waardoor de kans op wateroverlast in de stad toeneemt. In Rotterdam is maar weinig ruimte om extra ruimte te maken voor water, zoals singels, met name in de binnenstad. Zo ontstond in 2005 het idee van het waterplein: een plein dat bij droog weer een aantrekkelijke, leuke omgeving biedt, en bij heftige regenbuien zorgt dat er minder water naar het riool en de singels stroomt.
Bij droog weer zijn er mooie plekken om te basketballen en te skaten, bij zware regenval kunnen de bassins het regenwater van het plein en de daken opvangen. Bij elkaar ongeveer 1,7 miljoen liter water. Dat water hoeft daardoor niet meer naar het riool, dat dus minder snel zal overstromen. En zo helpt het plein om droge voeten te houden terwijl regenbuien steeds heftiger worden.
De architecten van de Urbanisten hebben een traject begeleid met studenten, bewoners en ondernemers uit de buurt, zodat zij zoveel mogelijk invloed hadden op hun nieuwe plein. En dat heeft gewerkt: bij de officiële opening waren zo’n 300 mensen bij elkaar om te vieren dat deze nieuwe primeur voor Rotterdam klaar was. En toen de bouw nog in volle gang was, werd het plein in de weekenden al gebruikt door skaters en bootcampers.
Bekijk hier een filmpje over de opening van het plein.

Bron: stad Rotterdam

Stedenbouw moet radicaal anders

Onderzoek naar vorm, inhoud en betekenisgeving van openbaar groen in de naoorlogse stedenbouw

Het recente onderzoek ‘Vorm, inhoud en betekenisgeving van openbaar groen in de naoorlogse stedenbouw’ van Jan van Merriënboer gaat zoals de naam van het rapport aangeeft in op de vormgeving, inhoud en betekenisgeving van het openbaar groen in de naoorlogse stedenbouw. De aanleiding voor het onderzoek was een artikel in de Volkskrant uit 2007 waarin de kop luidde ‘Winsemius wil meer groen in VINEX-wijken’.

Toenmalig minister Pieter Winsemius van Ruimtelijke Ordening pleitte destijds voor een inhaalslag om VINEX-wijken, zoals bijvoorbeeld het Haagse Ypenburg, de Leidsche Rijn bij Utrecht en het Amsterdamse IJburg ‘groener’ te maken. De intentie van de minister kwam voort uit een tevredenheidonderzoek waaruit bleek dat de nieuwbouwbewoners wel tevreden zijn over de woning, maar niet tevreden zijn over het aantal bomen, parken en parkjes.

Op de schop
Het artikel uit de Volkskrant gaf aanleiding tot filosoferen over het feitelijk ontworpen en aangebrachte openbaar groen in de alledaagse woonomgeving en de betekenisgeving die dit groen heeft voor de gebruikers. In het artikel wordt het openbaar groen van nieuwbouwwijken in de VINEX – locaties besproken, maar is het probleem wat zich hier ontvouwt niet van alle tijden. Wat te denken van de op stapel staande vernieuwingen en herstructureringen van de naoorlogse woonwijken. Op dit moment gaat de aandacht uit naar de wijken uit de periode 1945-1970, welke het eerst aan de beurt zullen zijn. In de nabije toekomst zullen de wijken uit de periode 1970-1985 ook niet meer voldoen en gaan ongetwijfeld ‘ook op de schop’.

Openbaar groen heeft grote waarde
Er moet bij worden stilgestaan dat hier een grote opgave wordt gesteld voor het juist omgaan met de ‘erfenis’ van het in deze wijken royaal aangebrachte openbare groen. De te verwachten vernieuwingsslagen met de opdracht ‘het bijstellen van de woningvoorraad’ zullen de komende decennia vele wijken een ander gezicht geven. Sommige wijken hebben al een gedaanteverandering ondergaan. Met het slopen van grote aantallen flats en eengezinswoningen verdwijnen ook grote arealen openbaar groen. Dit ruim aanwezige openbaar groen geeft deze wijken een grote waarde, maar door een gelaagde geschiedenis zeer zeker ook een eigen identiteit. Hoe wordt hiermee omgegaan en waarop zijn de keuzen en hieruit voorkomende plannen op gebaseerd? Wordt het groen op (historische) waarde geschat, en zo ja, op basis van welke criteria gebeurt dat dan? Dit onderzoek levert daar een bijdrage aan.

Onderzoeker Jan van Merriënboer is docent beplantingsleer aan hogeschool VanHall Larenstein.

Download hier het onderzoek »

 

Klimaatverandering in steden vergt nieuwe vorm van stedenbouw

De urgentie om in steden iets aan de klimaatverandering te doen, is hoog. Veel Nederlandse gemeenten zijn dan ook al bezig om klimaatprogramma’s te ontwikkelen, ambities vast te leggen en projecten te realiseren.

Vragen om kennis over klimaatverandering vanuit stedelijke gemeenten zijn niet specifiek gericht op klimaatkennis. Het zijn veelal integrale vraagstukken, waarmee gemeenten kampen: van nieuwe ontwerpconcepten voor het combineren van waterberging met woningbouw tot het aanplanten van bomen en struiken voor zowel het oplossen van het binnenstedelijk hitte-effect en het afvangen van fijn stof. De aanpak van de klimaatverandering in de stad vraagt dan ook om nieuwe vormen van stedenbouw.

Zes Nederlandse praktijkvoorbeelden
Dit staat geschreven in de brochure ‘Klimaat in de stad’ van Alterra. Dit is een eerste publicatie over de resultaten van het dialoogproject ‘Klimaat in de stad’. In deze publicatie worden zes praktijkvoorbeelden uitgelicht (Dordrecht, Utrecht, Amsterdam, Rotterdam, Haarlemmermeer en Stadsregio Arnhem Nijmegen). 

Groen om wijken klimaatbestendiger te maken
De praktijkvoorbeelden laten zien dat groen wordt toegepast om wijken klimaatbestendiger te maken. In het voorbeeld van Dordrecht staat daarover het volgende: ‘Bij beplanting wordt er niet alleen gekeken naar wat dat voor de leefbaarheid voor de bewoners oplevert, maar ook hoeveel water een boom opneemt, welke schaduwwerking die heeft en hoe beplanting zo geplaatst kan worden dat die fijn stof afvangt.’

Temperatuur stadspark lager
In Rotterdam heeft men in de zomer van 2009 onderzoek gedaan naar het ‘Urban heat Island effect’. Uit de eerste metingen blijkt dat het centrum van Rotterdam ’s nachts 7°C warmer is dan het platteland rondom Rotterdam Airport. Overdag was het centrum slechts 2°C warmer dan het vliegveld, maar opmerkelijk genoeg was de temperatuur in het stadspark De Twee Heuvels 2,4° lager. Er was binnen het stadscentrum dus een temperatuurverschil van 4,4° graden.

Benutten van groenstructuren
De grote vraag waarvoor Stadsregio Arnhem Nijmegen staat, is hoe de stedelijke structuur zo kan worden ingericht dat de problemen als gevolg van het stedelijk hitte-eiland kunnen worden aangepakt en hoe de dempende, verkoeling brengende groenstructuur beter kan worden benut.

Klimaat in de stad
Het dialoogproject ‘Klimaat in de Stad’ is als onderdeel van het onderzoeksprogramma ‘Klimaat voor Ruimte’ opgezet om te onderzoeken welke klimaatkennis relevant is voor Nederlandse steden, welke kennis ontbreekt en hoe die kennis landt in de stedelijke omgeving.

Meer informatie
Download het rapport »

Bron:
Klimaat in de Stad
Tussentijdse rapportage van het dialoogproject Klimaat in de Stad 
Alterra