Berichten

Nederlandse ontwerpbureau Karres+brands wint Architectuurprijs Kopenhagen

Het Nederlandse ontwerpbureau karres+brands en het Deense architectenbureau Polyform hebben de Architectuurprijs Kopenhagen gekregen voor hun ontwerp van de museumtuin van het Statens Museum for Kunst in de categorie parken.
De Architectuurprijs Kopenhagen wordt ieder jaar toegekend aan nieuwe architectuur, renovaties, parken en stedelijke ruimten. In 2012 wonnen karres+brands en Polyform al eerder de architectuurprijs Kopenhagen voor hun ontwerp van het Center for Renhold, de transformatie van een voormalige parkeergarage in een huisvesting voor de gemeentelijke reinigingsdienst.
Museumtuin
De nieuwe tuin voor het Statens Museum for Kunst (SMK) verbindt het museum met het park Ostre Anlæg, dat is gelegen op de voormalige verdedigingswerken van Kopenhagen.
Op deze manier wordt het SMK op natuurlijke wijze ingebed in het park, waar het zich vroeger juist van afkeerde. De museumtuin vormt op zijn beurt het nieuwe entreegebied voor het SMK en het park. In de nieuwe museumtuin mengt het stadsleven zich met kunst, installaties en evenementen.
Het nieuwe plan biedt tegenwicht aan het massieve gebouw en maakt gebruik van het aanwezige hoogteverschil in het terrein. Het hart van de museumtuin is een ‘sokkel’, een 32 meter brede vijver die in lege toestand ook kan worden gebruikt voor kunstinstallaties en concerten. In de winter fungeert de vijver als ijsbaan.
Het oorspronkelijke openbare karakter is weer hersteld en de tuin heeft een uitgesproken groen karakter gekregen door de ruime grasvelden en de aanplant van inheemse boomsoorten.
In het gespecialiseerde tijdschrift Topos verscheen recent een uitgebreid artikel over de Museumtuin van het MSK.
Bron: cgconcept.be

Extra groen beschermt Kopenhagen tegen extreem weer

Extra groen, in de vorm van nieuw aan te leggen parken en plantsoenen, groene daken en groene muren vormt één van de kernpunten in een breed opgezet plan van de Deense hoofdstad Kopenhagen, om voorbereid te zijn op de komende klimaatverandering. Kopenhagen verwacht tegen 2050 onder meer een stijging van de hoogste temperatuur in de zomermaanden met 2 tot 3 graden Celsius. In het jaar 2100 zal 30 tot 40% meer regen vallen dan nu en over honderdjaar zal de gemiddelde zeewaterstand een meter hoger zijn dan vandaag. Om de stad, die in de zomer van 2011 al zwaar te lijden had onder noodweer en wateroverlast, op de klimaatverandering en de te verwachten gevolgen voor te bereiden is een uitgebreid en samenhangend plan opgesteld. Een plan dat, ook los van de noodzakelijke bescherming tegen overstromingen, de leefbaarheid van de stad ten goede komt.
De activiteiten om Kopenhagen bestand te laten zijn tegen de gevolgen van klimaatverandering maken deel uit van het programma ‘State of Green’, dat onder meer inhoudt dat Denemarken in 2050 geheel onafhankelijk wil zijn van fossiele brandstoffen. Op korte termijn, al in 2025, wil Kopenhagen zelf CO2 neutraal zijn dankzij een vermindering van de uitstoot met 20% vergeleken met 2011.

Groene Stad Frankfurt bovenaan lijst duurzame steden

Rotterdam en Amsterdam eindigen op 4 en 5
Twee Nederlandse steden, Rotterdam en Amsterdam, behoren tot de eerste vijf (vier en vijf) op de ranglijst van ‘duurzame steden’. Ingenieursbureau Arcadis heeft de ranglijst van 50 wereldsteden opgesteld, aan de vooravond van de VN-conferentie die in september 2015 de nieuwe duurzaamheids doelstellingen voor de komende jaren gaat vaststellen, als opvolger van de bekende Millennium Goals.
Aan de hand van parameters die samen te vatten zijn als ‘People, Planet, Profit’ (en waar ongetwijfeld wel het een en ander over op te merken zal zijn) geeft het Arcadis team de Duitse stad Frankfurt uiteindelijk de hoogste score. Op de tweede plaats komt Kopenhagen, derde is Londen. De hoge klassering van Frankfurt is vooral ook toe te schrijven aan het ‘groene’  karakter van de stad. Het Arcadis rapport herinner eraan dat Frankfurt zich profileert als ‘Groene Stad’, dat de stad 8000 hectare bos telt en dat een derde van het stedelijk oppervlak bestaat uit ‘groen’. In 2014 werd Frankfurt dan ook uitgeroepen tot ‘Europese bomenstad’.
De toppositie op de ranglijst heeft Frankfurt uiteindelijk te danken aan het feit dat de stad niet alleen hoog scoort op People en Planet, twee invalshoeken waar het groene karakter van de stad een rol speelt, maar ook op Profit. Een positieve factor is verder het feit dat het wonen in Frankfurt niet zo schrikbarend duur is als in veel andere steden die hoog scoren op ‘Profit’. De hoge score van Rotterdam – dat eindigt bovenaan de lijst op het gebied van ‘People’ – is ook mede te danken aan de betrekkelijk lage huisvestingskosten.
Europese steden staan fier bovenaan de Arcadis-index; na Frankfurt volgen, voor Rotterdam en Amsterdam, Kopenhagen en Londen. Aziatische steden nemen zowel hoge (Seoel, Hong Kong en Singapoore bij de eerste tien) als de laagste (Manilla, Bombay, Wuhan en New Delhi) in. Als allerlaagste eindigt Nairobi, de hoofdstad van Kenia. Overigens valt het op dat Amerikaanse steden vrij bescheiden scoren. New York bijvoorbeeld komt niet verder dan een twintigste plek, hoewel de stad wel wordt geprezen voor een plan dat eigenaren van woningen met groene daken een belastingvoordeel in het vooruitzicht stelt.
John J. Batten, Global Cities director van Arcadis, omschrijft het doel van de operatie Sustainable Cities Index als ‘bestuurders van steden helpen hun prioriteiten te bepalen en wegen te vinden naar duurzame ontwikkeling’. Een aanbeveling kunnen we alvast destilleren uit het helder gepresenteerde rapport: Alleen een Groene Stad is een duurzame stad!