Berichten

Vestzakparkjes vergroenen Londen

Londen, hoofdstad van Groot-Brittannië, is niet bepaald een groene stad, hoewel Hyde Park, samen met de aangrenzende Kensington Gardens een van de grootste stedelijke parken van Europa is (ongeveer 4km2, alleen het Parijse Bois de Boulogne en Phoenix Park in Dublin zijn groter). Maar waar Londen gebrek aan heeft, is groen in de drukke stedelijke wijken, boroughs zoals Brixton en Camden. Mede daarom heeft de Lord Mayor van Londen, Boris Johnson, een beroep gedaan op de bevolking om creatief te helpen zoeken naar plekken waar kleine, heel kleine parkjes kunnen worden aangelegd. ‘Pocket Parks’ worden ze genoemd, zeg maar ‘vestzakparken’, wat het formaat betreft kun je denken aan een tennisbaan.
Intussen is een honderdtal locaties geselecteerd, plekken die in aanmerking komen voor zo’n vestzakpark. Nu al zijn veertig buurtverenigingen actief die mensen bij elkaar brengen om de gevonden parkterreinen in te richten.
Twee voorbeelden geven aan hoe onder totaal verschillende omstandigheden de inzet van ‘groen’ niet alleen bijdraagt aan de lichamelijke gezondheid van de stedelijke bevolking, maar ook aan de maatschappelijke samenhang, de sociale kwaliteit van de wijken.
Brixton
Een van de nieuwe parkprojecten, in de beruchte Londense gemeente Brixton, is genoemd naar Max Roach, de beroemde Amerikaanse jazz drummer die zijn beroemdheid ook inzette in de strijd voor zwarte burgerrechten. Dat is in Brixton, met een grotendeels zwarte bevolking, een actueel onderwerp. Max Roach Park is het beste te omschrijven als een keten van open terreinen aan Brixton Road, nu omgevormd tot een groen, goed onderhouden gebied.
Groundwork London, een liefdadigheidsorganisatie die focust op maatschappelijke ontwikkeling en leefbaarheid in arme wijken, nam het initiatief voor het Max Roach Park en op een aantal andere plekken in de Britse hoofdstad.
Holborn
In Holborn, onderdeel van de Londense gemeente Camden, heerst een heel andere sfeer dan in Brixton. Het is een woongemeente met veel ouderen, waar toch wel degelijk behoefte is aan meer groen. De initiatiefnemers willen een stedelijke oase creëren, aantrekkelijk voor vogels en insecten, een evenwichtig ecosysteem en een plek waar vooral oudere stedelingen zich op hun gemak voelen en actief kunnen meewerken om de oase in stand te houden.

In gesprek met landbouwattaché Henk de Jong

De Britse steden zijn van oudsher groen, maar het kan altijd beter!

De Groene Stad in gesprek met Henk de Jong, landbouwattaché op de Nederlandse ambassade in Londen
Wat houdt uw werk als landbouwattaché zoal in?
‘Mijn werk is heel divers. Samen met Bas Harbers en Stella van Bemmelen vorm ik de Landbouwafdeling op de ambassade in Londen. Vaak hebben we ook nog een master student als stagiair. Een van onze hoofdtaken is het ondersteunen van bilaterale handelsrelaties. In de praktijk komt dat neer op het helpen van het Nederlandse MKB om zaken te doen in of met het Verenigd Koninkrijk, door het beantwoorden van vragen, door partijen met elkaar in contact te brengen enzovoorts. Een belangrijk onderdeel hiervan is het organiseren van seminars, handelsmissies over en weer, beursdeelnames en netwerkbijeenkomsten. Daarnaast volgen we de ontwikkelingen in het VK (zowel politiek als economisch) en rapporteren daarover aan het ministerie in Den Haag en het MKB via de website www.HollandUKTRade.nl. Overigens houd ik ook de ontwikkelingen in Ierland op landbouw-, agrifood- en sierteeltgebied in de gaten.’
In hoeverre leven de idealen van De Groene Stad binnen het Verenigd Koninkrijk? Wordt de noodzaak tot vergroening gezien?
‘De noodzaak van vergroening wordt gelukkig zeker gezien. Niet alleen omdat groen prettig en mooi is, maar ook omdat het kan helpen bij praktische problemen. Hierbij denk ik bijvoorbeeld aan afwatering bij hevige regenval. De Britse steden zijn van oudsher behoorlijk groen met veel parken en parkjes. Birmingham heeft bijvoorbeeld de meeste parken van Europa. Maar het kan nog veel beter. Je ziet dat er in de steden allerlei initiatieven ontstaan, vaak op buurtniveau, om lelijke plekken te vergroenen. De andere kant van het verhaal is, dat gemeentes weinig geld beschikbaar hebben voor groenvoorziening. Dat helpt helaas niet en een strategisch overheidsplan op dit gebied ontbreekt ook. De meeste groene initiatieven zijn dus particulier of een combinatie van privaat-publiek.’
Aan wat voor soort initiatieven moeten we dan denken?
Een mooi initiatief vind ik dat van de Royal Horticultural Society. Zij zijn dit jaar een project gestart met als doel het vergroenen van de Engelse voortuintjes. In 2017 willen ze 6000 stenige voortuinen vergroend hebben. En het oude tuindersgilde uit 1345, Worshipful Company of the Gardeners, steunt projecten om meer groen en bloei in de City of London te krijgen. Een andere interessante is een organisatie als CityScapes, die zich inzet om lelijke stukken stad te vergroenen door het aanleggen van met minituinen en groene projecten in combinatie met kunst. Een groot groen project dat internationaal veel aandacht heeft getrokken, zijn de plannen voor een groene brug over de Thames.
In Frankijk is onlangs een wet aangenomen die groene daken op nieuwe gebouwen in commerciële zones verplicht. Gebeurt er in het VK eigenlijk veel op het gebied van dak- en gevelgroen?
Het gebeurt wel, maar (nog) niet op grote schaal. Er is een aantal groene daken en gevels aangelegd, maar helaas blijft het vaak bij prestigeprojecten. Er is hier geen verplichting tot het vergroenen van daken zoals in Frankrijk. Een mooi project op dit gebied, is het bekende warenhuis John Lewis dat een paar jaar geleden een daktuin heeft aan laten leggen op zijn hoofdvestiging: http://www.bbc.com/news/uk-england-london-28667730