Berichten

Amsterdam gaat TEEB Stad methode gebruiken voor groenprojecten

De gemeente Amsterdam gaat de TEEB Stad methode voor groenprojecten toepassen bij of voorafgaand aan de begroting van 2014.

Dit naar aanleiding van een onlangs ingediende motie van de Partij voor de Dieren, gemeenteraadsfractie Amsterdam. De partij wil namelijk dat niet alleen de kosten van groen, maar ook de baten daarvan volgend jaar in de begroting worden opgenomen.

Waardevol
Nu lijkt het in de begroting onterecht alsof groen vooral geld kost en weinig oplevert, terwijl verschillende onderzoeken de laatste jaren hebben aangetoond hoe waardevol groen is voor (de inwoners van) een stad. Het lijkt echter vaak moeilijk om die baten in geld uit te drukken. Door middel van de TEEB Stad methode (The economics of ecosystems and biodiversity) kan de waarde van groen inzichtelijk worden gemaakt en worden gekwantificeerd. Amsterdam was deelnemer aan het project TEEB-stad; een initiatief van het Rijk en tien gemeenten.

Meer informatie over TEEB Stad »

Bron:
Partij voor de Dieren

 

Onderhoud van traditionele beplantingsmethode aanzienlijk duurder dan integrale methode

Het onderhoud van de traditionele beplantingsmethode is beduidend duurder dan de integrale beplantingsmethode. Aan de hand van actuele praktijkvoorbeelden is namelijk aangetoond dat de aanlegkosten van integrale beplantingsmethode het dubbele zijn en dat de onderhoudskosten volgens deze methode 84% lager liggen. Uitgaande van hetzelfde oppervlak plantvakken en over dezelfde onderhoudsperiode.

Dit concludeert wetenschapper Frits Ruyten naar aanleiding van berekeningen aan de hand van de traditionele beplantingsmethodiek. Marco Riesener, beheermedewerker Recreatieschap Spaarnwoude, die ook het Prins Bernhardbos, in zijn beheer heeft, is door Ruyten geïnterviewd over het beheer. De vraag die aan hem is gesteld, is hoe hij het onderhoud in de komende jaren zou gaan uitvoeren wanneer er een eindbeeld moet ontstaan dat vergelijkbaar is met de integrale beplantingsmethode Ruyten na een periode van ongeveer 30 onderhoudsjaren. 

Onafhankelijk advies is daarbij gevraagd bij RPS over welk dunningsregime rekening gehouden diende te worden.

Onweerlegbaar
Vervolgens is aan verschillende organisaties gevraagd om, onafhankelijk van elkaar, de onderhoudskosten van dit dunningsregime te willen berekenen. Hier gaat het om organisaties die zoveel mogelijk het vakgebied vertegenwoordigen en die in staat waren om een dergelijke berekening te maken. Denk hierbij aan de landelijke overheid, gemeente, bosdeskundige, ingenieursbureau met bosbouwkundige kennis en de beheerder van het Prins Bernhardbos. De resultaten tonen onweerlegbaar aan dat de traditionele beplantingsmethode aanzienlijk duurder is dan integrale methode.

Onderhoudskosten worden gecompenseerd
Plant Publicity Holland (PPH) heeft aan wetenschapper Frits Ruyten de opdracht verleend om een kostenvergelijking te maken tussen de traditionele en de integrale beplantingsmethode Ruyten. In 2010 heeft het Productschap Tuinbouw een evaluatie verricht naar het proefproject Prins Bernhard Bos. Uit deze evaluatie bleek dat er vraagtekens werden gezet of de hogere aanlegkosten in deze tijd nog wel te verantwoorden zijn en of deze daadwerkelijk gecompenseerd worden door lagere onderhoudskosten hoewel wetenschappelijk onderzoek dit aantoont. Dit rapport toont dus aan dat de onderhoudskosten gecompenseerd worden, binnen een afzienbare periode na de aanleg.

Meer informatie
Download het rapport ‘Greensward. Kostenvergelijking tussen de traditionele en de integrale beplantingsmethode Ruyten in het Prinsbernhardbos te Hoofddorp’ »
——————————————————————————–

Deze website is powered by Plant Publicity Holland, Groenforum Nederland en wordt mogelijk gemaakt door Productschap Tuinbouw.