Berichten

Buurt- en woonbootbewoners in Amsterdam willen groen talud zelf beheren

Zelfbeheer van het groene talud stelt buurt- en woonbootbewoners voor een flinke organisatorische uitdaging, dat is de conclusie van het onderzoek naar de mogelijkheden voor zelfbeheer langs de Nieuwe Vaart in Amsterdam. Acht studenten zochten in een periode van twee jaar antwoorden op de vragen rond zelfbeheer in een project van de Wetenschapswinkel van Wageningen UR.
 De vereniging Nieuwe Vaart nam het initiatief voor dit onderzoek vanuit frustratie over de gemeentelijke plannen voor het realiseren van een Eilandenboulevard. De gemeente heeft goed geluisterd naar het protest van de (woonboot)bewoners en heeft aangegeven dat het groene talud en het zelfbeheer behouden worden bij de herinrichting van het Kattenburgerplein, de Kattenburgergracht, de Oostenburgergracht en de Wittenburgergracht.
Groene kades met woonboten
Hoe kan zelfbeheer van het talud als ‘onderdeel’ van de openbare ruimte langs de Nieuwe Vaart in Amsterdam, een succes worden? Wat is de bijdrage aan de beleving van de stad? Wat vraagt dat van gemeente en woonbootbewoners? En wat biedt het verleden van zelfbeheer aan inzichten? De verschillende studentenonderzoeken laten zien dat groene kades met aanliggende woonboten schaars zijn in Amsterdam. Ook worden ze in hun huidige staat door bewoners en voorbijgangers gewaardeerd. Het advies van de studenten is het zelfbeheer op straatniveau te organiseren.
Openbare ruimte
Informeren, communiceren, vormgeving en materiaalkeuze blijken van doorslaggevende invloed te zijn op het beleven van een plek als onderdeel van de openbare ruimte. Verder blijkt dat het idee van een ecologische invulling van het talud kan bijdragen van het behoud van het draagvlak voor een talud in eigen beheer en gebruik bij de woonbootbewoners.
Zelfbeheer van openbare ruimte
Zelfbeheer op straatniveau (800 meter kade) stelt de zelfbeheerders voor een flinke organisatorische uitdaging. Een oplossing als een wallekantovereenkomst, geopperd in een oriënterend gesprek met Stadsdeel West, ligt dan meer voor de hand. Echter zelfbeheer op individuele basis gaat voorbij aan de belofte van collectief zelfbeheer voor het vergroten van het zelf organiserende vermogen van buurten. Bij individuele zelfbeheercontracten als een wallekantovereenkomst wordt dat geheel afhankelijk van het informele circuit tussen actieve bewoners. Zelfbeheer in georganiseerd verband is misschien geen speerpunt in de discussie over de herprofilering het kan wel een manier zijn om van onderop mensen in- en tussen de buurten met elkaar te verbinden.
bron: Wageningen UR

Stadslandbouw is in Nederland bezig aan een opmars

Stadslandbouw is in ons land bezig aan een opmars, daar is geen twijfel over mogelijk, zeggen experts van de universiteit van Wageningen. Ook in Limburg wint deze vorm van duurzame teelt – al is het kleinschalig – terrein. „Het voedt ons fysiek én mentaal.”

Het staat wel onomstotelijk vast dat (kleinschalige) stadslandbouw in ons land aan een sterke opmars bezig is. „Mensen zijn bewuster bezig met wat ze eten en waar het vandaan komt, geholpen door de voedselschandalen die we de afgelopen jaren gekend hebben.”
Cijfermateriaal over de grootte van de branche ontbreekt (nog). Maar afgezet tegen de reguliere tuin- of landbouw is de groei van stadslandbouw marginaal als je het puur economisch bekijkt. „Kijkend naar de branche is de groei geweldig hard gegaan”, zegt Jansma.
Samengevat is stadslandbouw een containerbegrip voor veelal kleinschalige, vaak innovatieve vormen van duurzame voedselen landbouwsystemen die in of rondom een stedelijke omgeving te vinden zijn. Variërend van balkon- of dakmoestuinen in het hartje van de stad, volkstuincomplexen tot professionele stedelijke voedselproductie en voedselverwerking aan de rand van de stad (denk aan LOCOtuinen in Maastricht).
Kernwoorden zijn: duurzame (biologische/ecologische) productie, korte lijnen tussen telers en afnemers waardoor je lange transportlijnen (zoals boontjes uit Afrika) en daarmee CO2-uitstoot voorkomt, eerlijke (kostendekkende) prijzen voor de boer of teler. Jansma: „Je ziet vaak dat mensen uit ideologie een project starten en vaak geen land- of tuinbouwachtergrond hebben.
Een voorbeeld daarvan is Rotter- Zwam, ondernemers die in het voormalige Tropicana-zwembad in Rotterdam oesterzwammen kweken op koffiedrab.”
Een rondgang in Limburg leert dat er al vele tientallen stadslandbouwinitiatieven bestaan. De diversiteit is ook in onze provincie groot. Van community supported agriculture (CSA) tot particuliere moestuinen. Een vorm van CSA is zelfoogsttuin De Vrije Akker van Moniek van Hirtum (zie verhaal rechts). Hierbij verbindt een gemeenschap (een groep burgers) zich aan een tuinder. Bij de een hoort zelf oogsten tot de mogelijkheden, bij de ander komt het eten in de vorm van voedselboxen wekelijks binnen bij de consument.
Een goed overzicht – op gemeenteniveau – biedt Maastricht via het onlineplatform Groen-Maastricht. com met een overzicht van circa vijftig initiatieven. Jansma: „Stadslandbouw is een mooie aanvulling op de reguliere land- en tuinbouw. Die twee kunnen van elkaar leren. Het is ook niet de intentie van stadslandbouw- initiatieven om steden volledig van voeding te voorzien. Het is de combinatie dat het ons fysiek, maar ook mentaal voedt en dat je werkt aan een groenere, duurzamere omgeving. Dat inspireert en zorgt voor groei.”
bron: limburger.nl