Berichten

Quickscan geeft inzicht: hoe groen is mijn dorp, stad, regio, provincie?

Als een gemeente (of een regio, een provincie, of een land) één primaire verantwoordelijkheid heeft, één kerntaak, dan is het wel de leefbaarheid. Letterlijk: Hoe geschikt en aantrekkelijk is een gebied of gemeenschap om er te wonen en te werken? Dat fundamentele begrip ‘leefbaarheid’ verdwijnt nog weleens naar de achtergrond, in achteloze discussies over prioriteiten in het overheidsbeleid. Maar een bestuur dat zich bewust is van die kerntaak zorgt ervoor dat het in elk geval weet hoe het ervoor staat, met de kwaliteit, de leefbaarheid – dus met het ‘groen’, de duurzaamheid.
Vervolgens zal men bij elke stap die wordt gezet in het omgevingsbeheer, bijvoorbeeld bij de voorbereiding van ruimtelijke projecten, moeten zorgen dat de consequenties van die projecten voor de leefomgeving duidelijk in beeld zijn. Dat is trouwens een verplichting die de nieuwe Omgevingswet ons oplegt.
NL Greenlabel, bekend onder meer van de tv-tuinman Lodewijk Hoekstra, biedt een handvat aan, voor het in beeld brengen van de uitgangssituatie: hoe staan we ervoor, als het gaat om leefbaarheid? Deze ‘Quickscan’ kan dienen als instrument, bij de start van een nieuw project, maar ook als eerste stap bij het schrijven van een Omgevingsvisie, zoals elke gemeente die zal moeten ontwikkelen. Een gemeente zal duidelijk met de omgevingsvisie moeten aangeven hoe te komen tot een duurzame aantrekkelijke leefomgeving en welke kansen er zijn om te komen tot een integrale visie. Daarbij is het van groot belang dat je duurzaamheid ook meetbaar kunt maken, aldus Lodewijk. Op die manier wordt het pas echt mogelijk om van een visie tot en met realisatie en beheer ook thema’s als landschap, ecologie en gezondheid te borgen. Dit kan tegenwoordig makkelijker met bijvoorbeeld een NL Gebiedslabel, waarbij je ook de bewijslast creëert voor de aantoonbare verbetering van de leefomgeving.
 

Minstens 1000 ha Nieuwe Stedelijke Natuur

Steeds luider en steeds duidelijker wordt in de politieke discussie, op landelijk, provinciaal en gemeentelijk niveau, de roep om een klimaatbewuste invulling van de openbare ruimte. Gelukkig speelt deze discussie ook een hoofdrol in Den Haag, in de aanloop naar de kabinetsformatie. We zien de tekenen van klimaatverandering om ons heen: droge periodes, afgewisseld met steeds heftiger regenbuien, waarbij het hemelwater niet meer beheerst kan worden afgevoerd.
Duidelijk is, dat de meest doelmatige manier om in onze openbare ruimte van om te gaan met, te strijden tegen de klimaatverandering, te vinden is in vergroening. We zullen toe moeten naar een nieuwe manier van denken over groen in en rondom steden. We hebben als mens de neiging onze leefomgeving te zien als maakbaar, waarbij het netheidscomplex ons steeds meer parten speelt. Tegelijk worstelen gemeenten met enerzijds de noodzaak zuinig te zijn, leidend tot korten op de groenbudgetten en anderzijds de politieke wens meer ruimte te reserveren voor milieu en klimaatbeleid.
Vanuit de historische praktijk, de ‘macht der gewoonte’, wordt er door gemeentelijke groenvoorzieners nog veel gewerkt met ‘decoratiegroen’, zoals ik dat wel eens noem. Groen voor het mooi, zonder een specifieke meerwaarde op het gebied van biodiversiteit of bijvoorbeeld het klimaat, maar vaak wel met veel onderhoud – dus ook kosten. Groen in onze leefomgeving heeft waarde, maar ik ben het daar niet altijd mee eens. Denk aan het eindeloos opkronen van bomen in de openbare ruimte en het almaar blijven bestrijden van onkruid terwijl je er ook naar zou kunnen kijken als gewildkruid.
Staatssecretaris Sharon Dijksma heeft in 2014 de Rijksnatuurvisie uitgebracht, waarin een brug wordt geslagen tussen enerzijds de natuur beschermd, ver weg achter hekken en anderzijds de natuur om ons heen, tussen de huizen in een woonwijk, in een park of n wellicht een wijk, een park of op een bedrijfsterrein. De natuur, vindt de staatssecretaris, zou midden in de samenleving moeten staan en daar ben ik het helemaal mee eens!
Mede om dat te bereiken, natuur tussen de mensen, hebben we met een aantal partijen, waaronder de Vereniging Nederlandse Gemeenten, de ‘Greendeal’ gesloten, met als ondertitel: “1000 ha Nieuwe Stedelijke Natuur”. De natuur als vriend in plaats van vijand, het kan echt! Het doel van de Greendeal is in de eerste plaats bewustwording bij alle partijen die te maken hebben met de ontwikkeling van groen in en rondom steden. Zo krijgen gemeenten en andere grondeigenaren de ruimte om aan te haken en een project aan te melden met als doel het ontwikkelen van nieuwe natuur in een stedelijke omgeving.
Natuurontwikkeling geeft de mogelijkheid te bezuinigen op onderhoud, waarbij er meer ecologische waarde ontstaat en het gemakkelijker wordt een klimaat- en milieuadaptief omgevingsbeleid te voeren. Een dergelijke aanpak vraagt niet alleen een andere omgang met het publiek, de eindgebruiker, maar ook een andere inzet van de groenvoorziener. Deze laatste wordt misschien wel meer een ecoloog of een natuurkenner waarbij doelen zoals het creëren van een veilige, gezonde en aantrekkelijke leefomgeving centraal staan.
Ik hoor graag van een ieder die een rol wil spelen in de Greendeal 1000 ha Nieuwe Stedelijke Natuur. Zo kunnen we samen Nederland een stukje groener en duurzamer maken!
Lodewijk Hoekstra

Neem het bestaand landschap als uitgangspunt voor ontwikkeling: red de eik van de A58

In het nieuws en laatst nog bij Vroege Vogels, op zaterdagmorgen, ging het over een monumentale eik in de middenberm van de A58, bij Ulvenhout. Die eik zou om moeten, omdat de weg moet worden verbreed. Volgens Rijkswaterstaat wegen de maatschappelijke baten van het behouden van die eik niet op tegen de kosten. De enige manier om de boom te behouden is het aanpassen van het nabij gelegen viaduct – en dat kost veel geld.
Ik vind dat een bizarre discussie. Iemand gaat achter een bureau zitten rekenen, met als uitkomst dat wij, als gemeenschap het belangrijker zouden vinden geld te besparen op een viaduct dan zo’n monumentale boom te behouden. Precies deze zelfde boom die elke autorijder in Nederland wel een keer heeft gezien. Elke keer dat ik er zelf met de auto langskom denk ik ‘wow, wat een ongelofelijk prachtige boom is dat’ en ‘wat is het toch bijzonder dat-ie er nog staat’. Hoeveel van die dagelijks langs razende automobilisten zouden precies zo’n gedachte hebben gehad, in het voorbijgaan? Zo’n zucht van tevredenheid, dat niet alles in dit land hoeft te wijken voor ‘de vooruitgang’?
Grappig genoeg blijkt het te gaan om een boom die de mensen van Rijkswaterstaat heel goed kennen: een troeteleik, met een speciale status, die je niet zomaar omhakt. Ooit was de boom onderdeel van een bomenlaan, de rest heeft destijds al moeten wijken, vanwege de aanleg van de A58. Er is al veel geld en energie in gestoken, om juist deze boom te behouden, maar nu wordt het dan kennelijk toch echt te duur!
Natuurlijk heeft alles een prijs en moet je, als bestuurder, zaken afwegen – ook zaken die niet langs dezelfde meetlast kunnen worden gelegd. Maar toch, deze eik symboliseert in mijn ogen iets veel groters. Deze eenzame boom staat voor het verdwijnen van complete landschappen. Ontwikkelaars die het veel efficiënter vinden om eerst alles bouwrijp te maken en later wat ‘decoratiegroen’ toe te voegen. Veel goedkoper in elk geval en zo een keus geeft aan dat we samen het besef kwijt raken van wat de maatschappelijke waarde van groen is – zou moeten zijn. Het is allang bewezen dat groen significant bijdraagt aan de gezondheid van kinderen en volwassenen, aan de productiviteit van werknemers, aan de waarde van vastgoed en ga maar door. Zo zou het veel beter zijn een bestaand landschap als uitgangspunt te nemen voor een ontwikkeling. Het integraal duurzaam en dus groen maken van wijken scheelt kostbare maatregelen op het gebied van de aanpassing aan klimaatverandering, zoals grotere riolen. We hebben de natuur hard nodig, sterker nog, we zijn er zelf onderdeel van. Het heeft ook iets arrogants om als mens zo boven de natuur te willen staan en deze steeds verder te willen cultiveren, terwijl de oplossing juist ligt in dingen samen doen, met die natuur. We zijn onderdeel van een ecosysteem en als we ons daar niet naar gedragen krijgen we vanzelf de rekening gepresenteerd. Warme steden, stijgende zeespiegels, verlies aan soortenrijkdom en ga zo maar door.
Door een boom – deze eik – bijzonder te maken en met oplossingen te komen waardoor hij wel gehandhaafd kan worden, keer je het proces om. Bomen zijn dan voortaan welkom, een erkend onderdeel van infraprojecten, in plaats van een sta-in-de-weg. Een tip: vraag het bedrijfsleven, de samenleving, om hulp. Wat zou het mooi zijn als we deze boom nog specialer kunnen maken, bijvoorbeeld door hem mooi in de schijnwerpers te zetten! Laten we er geld voor inzamelen, crowdfunding, sponsors zoeken! Een nieuwe mentaliteit uitstralen, laten zien dat we anders denken, dat we de natuur de plek willen geven die ze verdient. Dat is voor iedereen en alles beter, ook voor al die automobilisten op de A58! Maar mocht het uiteindelijk toch niet lukken de boom te behouden, dan rest ons in elk geval de troostrijke gedachte dat we in Nederland bereid zijn met z’n allen, tot en met Rijkswaterstaat, tot het uiterste te gaan om een boom zijn rechtmatige plaats in ons landschap te laten behouden.
Lodewijk Hoekstra

m²-tuin voor Openbare Basisschool Brandevoort

Kinderen van de Openbare Basisschool Brandevoort legden op 17 september a.s. samen met tv tuinman Lodewijk Hoekstra een vierkante meter-watertuin aan op het schoolplein.
OBS Brandevoort is één van de 24 Nederlandse basisscholen die een vierkante meter-tuin cadeau krijgt. Deze tuintjes met planten als Allium, Sedum, Origanum en Vederdistel worden aangelegd in het kader van de Groei & Bloei Nationale Tuinweek die in juni is gehouden. Doel is om actief tuinieren met bloemen en planten, ook bij jonge kinderen, in Nederland te bevorderen. De tuintjes worden nu, na de zomervakantie, aangelegd zodat de kinderen de tuintjes ook zelf kunnen onderhouden.
De vierkante meter-tuintjes voor scholen bevorderen de biodiversiteit en worden aangeboden door tuinvereniging Groei & Bloei, de hoveniersvereniging VHG, Vivara en het Instituut voor Natuureducatie en Duurzaamheid (IVN), dat ook lesmateriaal verzorgt rondom de flora en fauna van de schooltuin.