Waar of niet waar? Kunnen bomen een negatief effect hebben op de luchtkwaliteit?

Waar of niet waar? Kunnen bomen een negatief effect hebben op de luchtkwaliteit? Een expert aan het woord. Jelle Hiemstra van Wageningen University & Research  (Wageningen Plant Research)

De Groene Stad bepleit altijd dat een gezonde, leefbare en mooie stad juist veel bomen moet planten. Nu verschenen er onlangs een aantal artikelen met als kop dat bomen een negatief effect kunnen hebben de luchtkwaliteit. Tijd om een expert aan het woord te laten. Jelle Hiemstra van Wageningen University & Research (Wageningen Plant Research):

“Het negatieve effect waarop gedoeld wordt is het zogenaamde groene tunnel effect. Als een straat omzoomd is door grote bomen waarvan de kronen elkaar raken ontstaat een soort groene tunnel. Hierdoor wordt de verversing van de lucht in de straat door uitwisseling met de omgeving sterk beperkt. Als gevolg blijven uitlaatgassen onder dat kronendak hangen wat in straten met veel verkeer tot hoge concentraties luchtverontreiniging kan leiden. In straten zonder beplanting wordt die verontreiniging als het ware “verdund” met schonere lucht uit de omgeving waardoor de concentraties op straatniveau veel minder hoog oplopen. Aan het wegnemen van de verontreiniging wordt dus in dergelijke gevallen niets gedaan, het wordt slechts afgevoerd en verdund.

Bomen (en andere vormen van groen) daarentegen filteren altijd (ook bij die “groene tunnels”) een deel van de gasvormige verontreiniging en van het fijnstof uit de lucht. En hoewel dit slechts een (zeer) beperkt effect is ten opzichte van het totale niveau van verontreiniging dragen ze dus wel bij aan het wegvangen van (een deel) van de verontreiniging. Daarnaast dragen bomen bij aan vele andere functies. Ze hebben een positieve invloed op het welzijn en welbevinden van bewoners van de stad, verbeteren het klimaat in de stad (gaan het hitte-eiland effect tegen), dragen bij aan de waterberging, ondersteunen de biodiversiteit, verfraaien de omgeving, verhogen de waarde van onroerend goed en verbeteren het vestigingsklimaat voor bewoners en bedrijven.

Daarom is de aanwezigheid van voldoende en goed functionerend groen onmisbaar voor een gezonde en duurzame stad. Bomen langs straten zijn daarvan een essentieel onderdeel. Voorwaarde is wel dat de groene infrastructuur zo wordt vormgegeven (geen aaneengesloten kronendak, maar ruimte tussen de bomen, en liefst soorten met (half)open kronen) dat mogelijke negatieve effecten zoals het groene tunnel effect zo veel mogelijk worden beperkt. Tevens is het van belang dat de bomen zo worden geplaatst dat ze gezond oud kunnen worden omdat volwassen bomen veel groter effect hebben dan jonge pas geplante bomen. Essentieel bij het gezond oud kunnen worden is enerzijds de keuze van soorten die zijn aangepast zijn aan de standplaats en de functies die van de betreffende bomen verwacht worden, en anderzijds voldoende en goede groeiruimte ook ondergronds.

Momenteel wordt in het PPS-koepelprogramma Groen voor een gezonde leef-, woon- en werkomgeving, een initiatief van Stichting De Groene Stad, Royal FloraHolland, en Wageningen Universiteit & Research binnen de Groene Agenda, samen met onderzoekers van verschillende instituten en universiteiten gewerkt aan een serie FactSheets waarin de baten van groen rond de thema’s Wonen, Werken, Leren en Herstellen zo concreet mogelijk in beeld worden gebracht. Daarnaast worden de baten van bomen in de stad verder in detail uitgewerkt in een PPS die zich richt op de Ecosysteemdiensten van Bomen en andere vormen van groen in de stad. Daarbij is ook aandacht voor de eventuele negatieve effecten van bomen. Einddoel is om te komen tot een betere benutting van de (potentiele) baten van bomen en andere vormen van groen in de stad. “

Meer informatie hierover kunt u vinden op:

PPS-Koepel Groen voor een gezonde leef-, woon- en werkomgeving via Joop Spijker (Wageningen Environmental Research (Alterra)) en PPS Ecosysteemdiensten van boomkwekerijgewassen over de waarde van bomen en groen in de stad via Jelle Hiemstra (Wageningen Plant Research).