Het Vondelpark als bomenmuseum

De Groene Stad in gesprek met Vondelpark-kenner Hans Homburg

In het ’t Blauwe Theehuis, een architectonisch hoogstandje in het midden van het Vondelpark praten we met de man die met recht een kenner genoemd kan worden van dit Amsterdamse stadspark. Hans Homburg, zelf al 35 jaar wonend rond het park en liefhebber van de flora en fauna die er te vinden is, bracht in 2013 een herziene versie uit van ‘In het Vondelpark’: een door E. Heimans en Jac. P. Thijsse geschreven boekje uit 1901. In dit boekje nemen de schrijvers de lezer mee in het park door de seizoenen heen. We spreken met hem over dit omvangrijke project, de geschiedenis en toekomst van het bekende stadspark en de manier waarop hij het park zelf beleeft.

Geen betere dokter dan de natuur!

‘Wat in de tijd van Heimans en Thijsse speelde, speelt nu eigenlijk weer’, vertelt Hans. ‘Aan het einde van de 19e eeuw was de situatie in Amsterdam niet al te rooskleurig. De stad was verdicht en smerig, de riolen waren nog open. De mensen, dat wil zeggen de rijke mensen die de tijd hadden, hadden behoefte aan natuur. Het Vondelpark, geopend in 1865, voorzag in die behoefte. Het leuke is dat de rustgevende en gezonde functie van stadsparken ook nu actueler dan ooit is.’

Heimans en Thijsse, beiden onderwijzers, vonden dat de natuur – en in het bijzonder dit park- breder toegankelijk moest worden voor het publiek. Met het boekje ‘In het Vondelpark’, dat zij samen schreven en illustreerden, laten zij de lezer kennis maken met het de helende en kalmerende werking van het park. “Geen beter dokter dan de natuur, al is het maar een park, was hun stelling”, vertelt Hans.

In het Vondelpark

Homburg vertelt dat hij het boekje haast toevallig op het spoor kwam: ‘Ik kreeg van een collega een kopie onder ogen, een oud exemplaar uit de bieb van het Amsterdams Lyceum. Ik begon te lezen en werd direct gegrepen. In het Vondelpark was voor mij echt een openbaring. En omdat ik vond dat dit werk niet verloren mocht gaan – er waren geen exemplaren meer verkrijgbaar- ben ik het boekje zelf maar over gaan tikken.’ Maandenlang typte Hans trouw de pagina’s van Heimans en Thijsse over op zijn iPad. En, met resultaat: via zijn website ‘In het vondelpark.nl’, is nu voor iedereen (gratis!) een iBook, e-Reader- en een PDF versie te downloaden. Tijdens het project werkte hij hecht samen met de Heimans en Thijsse Stichting, waar de rechten van het boekje worden beheerd.

Bomenkaart

Op Homburgs website ‘In het Vondelpark’ is daarnaast ook nog een prachtige collectie oude prentbriefkaarten te vinden, als ook een plattegrond van het park en een bomenkaart, beiden door hemzelf gemaakt. Op de bomenkaart staan bijna alle boomsoorten uit het park opgetekend, met naam en plantjaar erbij.

Een wonder dat er nog zo veel groeit

Als je bedenkt dat het park is aangelegd op veengrond, is het volgens Hans een wonder dat er nog zo veel groeit en bloeit: ‘Het grondwater staat heel hoog, waardoor veel bomen het moeilijk hebben. Een eik hoort bijvoorbeeld niet thuis in een veengebied, toch zie je ze in het park her en der staan. Ze passen zich zo goed en zo kwaad aan naar de omstandigheden.’ Ook is in het verleden geprobeerd dennen te planten, maar die bleken écht niet aan te slaan. ‘Dennen in het Vondelpark, dat kunnen we voorgoed vergeten’, lacht hij. Toch is er een omvangrijke collectie bomen te vinden in het Vondelpark, zo’n 200 verschillende (onder)soorten.

Jan David Zocher, de landschapsarchitect, ontwierp het park samen met zijn zoon Louis Paul. Zij haalden voor het park bijzondere bomen uit hun kwekerij in de omgeving van Haarlem. De bomen werden per schuit via de Schinkel aangeleverd. Helaas zitten we nu, volgens Hans, in een fase waarin er veel gekapt wordt in het park: ‘Kappen is heus niet zo erg en moet soms zelfs, zolang er maar wel weer nieuwe bomen in de plaats worden geplant. En een Chinees spreekwoord luidt niet voor niets: “De beste dag om een boom te planten was twintig jaar geleden. De op één na beste dag is vandaag”. Ik bedoel maar te zeggen: bomen die je nu plant, zijn over 50 jaar op hun mooist.’

Toekomst van het park

Over de toekomst van het park is al veel gezegd en geschreven. Onlangs liet bestuurder Paul Slettenhaar van stadsdeel Zuid in een interview optekenen dat hij voor een deel van de hoge onderhoudskosten een beroep doet op welgestelde, kapitaalkrachtige Amsterdammers. Het stadsdeel zou de ruim 7 miljoen euro die het park jaarlijks kost niet meer in zijn geheel op kunnen brengen. Volgens Hans is het een goed idee om Amsterdammers mee te laten betalen aan ‘hun Vondelpark’, maar dan wel op een creatieve en stimulerende manier. Tegenwoordig kan je meewerken als vrijwilliger aan het onderhoud van het park en nog mooier, je kan een parkbank doneren met een persoonlijk plaatje erop of een rozenperk adopteren. Op de website www.vondelpark.com staan de aantrekkelijke mogelijkheden.

Gevraagd naar zíjn favoriete plek in het park, moet Hans even nadenken. ‘Het oudste stuk van het park, rondom het beeld van Vondel, is prachtig. Daarnaast is zowel het Melkhuis als het Paviljoen Vondelpark (het huidige VondelCS) op een mooie manier opgeknapt. Maar het mooist vind ik misschien toch de Koeien- en de Schapenweide, stukken park waar de natuur zijn gang mag gaan. Veel klassen komen hier in verschillende jaargetijden naartoe om de ecologische route te wandelen met natuurgidsen en zo de natuur écht, en op een leuke manier te beleven. Helemaal hoe Heimans en Thijsse het gewild zouden hebben. En ach ja, er zijn natuurlijk zovéél plekjes die mooi zijn. Het hele park is eigenlijk een groot bomenmuseum. De Hortus zou eigenlijk jaloers moeten zijn!’

Hans volgen? Via Twitteraccount @inhetVondelpark kun je Hans volgen op zijn wandelingen door het park. Neem voor meer informatie ook een kijkje op de website www.inhetvondelpark.nl.