Observational evidence for cloud cover enhancement over western European forests, Adriaan J. Teuling, Christopher M. Taylor, Jan Fokke Meirink, Lieke A. Melsen, Diego G. Miralles, Chiel C. van Heerwaarden, Robert Vautard, Annemiek I. Stegehuis, Gert-Jan Nabuurs & Jordi Vilà-Guerau de Arellano (2016)

#baten van groen #bomen #groen onderzoek

Bossen hebben meer invloed op het regionale weer en klimaat dan tot nu toe werd gedacht. Op basis van satellietgegevens van de afgelopen 10 jaar hebben onderzoekers van Wageningen University & Research en het KNMI samen met internationale collega’s vastgesteld dat er in de zomer boven bosgebieden zo’n 10 procent meer bewolking voorkomt dan boven het omringende gebied. De extra wolkenvorming heeft over het algemeen een afkoelend effect. Ook kan er door de sterkere wolkenvorming meer regen vallen. De bevindingen van het onderzoekteam zijn vandaag gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Nature Communications.

Het was al bekend dat bossen het mondiale klimaat verkoelen door het vastleggen van CO2. Daarnaast was het ook een gegeven dat bossen invloed hebben op de hydrologie en het lokale klimaat van een gebied vanwege hun regulerende invloed op de waterbalans (verdamping) en de energiebalans (warmte), die mede wordt bepaald door de sterke turbulentie boven bos. Wat de gevolgen van deze lokale effecten zijn voor het weer en klimaat op regionale schaal, bijvoorbeeld via wolkenvorming en neerslag, was echter nog onduidelijk.

Verkoelend effect van bossen

Onderzoekers uit Nederland, Engeland, België en Frankrijk hebben daarom in twee bosgebieden in Frankrijk op relatief vlak land bovengenoemde effecten onderzocht. Op vlak land, omdat in heuvelachtige gebieden wolkenvorming en neerslag voor een belangrijk deel worden bepaald door de topografie van het gebied. Zij hebben de gegevens van de Meteosat Second Generation satelliet van de afgelopen 10 jaar bestudeerd. Deze satelliet doet vanuit een geostationaire baan op 36.000 kilometer hoogte boven de evenaar ononderbroken waarnemingen van het weer in Europa en Afrika. “Uit onze analyses blijkt dat er ’s zomers zo’n 10 procent vaker sprake is geweest van wolken boven bossen dan boven omringend gebied,” zegt projectleider Ryan Teuling van de leerstoelgroep Hydrologie en Kwantitatief Waterbeheer van Wageningen Universiteit. “De meeste wolken vormen zich aan de benedenwindse kant van het bos. In sommige gevallen kan deze wolkenvorming leiden tot extra neerslag, maar meestal zal de invloed beperkt blijven tot een koelend effect. Dat effect is het sterkst in de ochtend en de avond, omdat wolken zich boven bossen eerder vormen en er langer blijven hangen. Eerder dit jaar verscheen er een publicatie in Science waarin het verkoelende effect van bos en bosbeheer in twijfel werd getrokken. Wij laten juist zien dat er veel meer meespeelt.”

De onderzoekers hebben ook gekeken naar de gevolgen van de storm Klaus, die in 2009 bij Bordeaux aan land kwam en over het zuidwesten van Frankrijk en het noordoosten van Spanje trok. Klaus veroorzaakte grote schade, onder andere aan bossen in Les Landes waar een aanzienlijk deel van de bomen sneuvelde. Ryan Teuling: “In de jaren na de storm (2009 – 2013) constateerden we een sterke afname van de bewolking boven de getroffen bosgebieden van Les Landes ten opzichte van de jaren voor de storm (2004 – 2008): een nieuwe en sterke aanwijzing dat bossen een sterke invloed hebben op de wolkenvorming.”

Welke processen precies verantwoordelijk zijn voor de gevonden effecten weten de onderzoekers niet. Zij hebben het over ‘observational evidence’. Vermoedelijk gaat het om een interactie tussen opwarming, verdamping en turbulentie, maar zelfs natuurlijke aerosolen zouden een rol kunnen spelen in de wolkenvorming. “Onze bevindingen zijn niet alleen wetenschappelijk relevant,” zegt Ryan Teuling. “Ze zijn ook relevant voor de recente discussies rond het Actieplan Bos en Hout, waarin wordt voorgesteld om geschikte locaties met bossen te beplanten. Dat zal niet alleen van invloed zijn op de openheid van die gebieden, maar ook op het regionale klimaat.”

bron: wur.nl