Actionable knowledge for ecological intensification of agriculture, Willemien Geertsema, Walter AH Rossing, Douglas A Landis, Felix JJA Bianchi, Paul CJ van Rijn, Joop HJ Schaminée, Teja Tscharntke, Wopke van der Werf, (2016

Hoe zorg je er als boer voor dat bijen je gewassen goed bestuiven en dat insectenplagen op je gewassen op biologische wijze worden bestreden? Willemien Geertsema onderzocht deze ecosysteemdiensten voor de landbouw. ‘Je moet op het niveau van het landschap gaan denken.’

Een van de zaken die Geertsema beoordeelde, is de onderdrukking van insectenplagen met behulp van natuurlijke vijanden.

Deze biologische gewasbescherming in de open lucht is onzekerder dan het inzetten van insecticiden. Wil deze ecodienst werken, dan moeten er voldoende natuurlijke vijanden in het perceel van de akkerbouwer of tuinder zitten om de schadelijke luizen op te ruimen.

Dan moet je denken aan:

  • lieveheersbeestjes
  • zweefvliegen
  • parasitaire wespen

‘Er zijn alleen voldoende natuurlijke vijanden als ze in het voorjaar voldoende voedsel kunnen vinden in het omringende landschap. Het beheersplan voor deze ecosysteemdienst gaat dus verder dan het boerenperceel, je moet op landschapsniveau denken’, verklaart Geertsema.

Dat geldt ook voor de bestuiving van gewassen door bijen. Die gebruiken bijvoorbeeld bloemstroken langs het perceel als voedselbron, maar ook natuurlijke vegetatie in bermen en bosjes rond het land. ‘Ik kijk dan naar de verspreidingsgegevens van de natuurlijke vegetatie en kan aan de hand daarvan uitrekenen of deze vegetatie voldoende voedsel biedt aan de bijen gedurende het hele jaar.’

Geertsema kan ook advies geven hoe we de natuur een handje kunnen helpen. ‘Tijdens onderzoek in de Hoeksche Waard zag ik dat de akkerbouwers veel bloemstroken hadden aangelegd die nectar en pollen leverden aan natuurlijke vijanden van plaaginsecten, maar die bloeien vooral in juni tot augustus. In het open landschap van de Hoeksche Waard waren de verspreid liggende wilgenbosjes, die vooral in het voorjaar voedsel leveren, de cruciale factor.’

Bij het landschapsbeheer wordt nu vaak geen rekening gehouden met ecosysteemdiensten. ‘Het landschap wordt vanuit andere doelen beheerd. Wanneer bermen kort worden gehouden voor de verkeersveiligheid, bloeien er maar weinig planten die voedsel leveren aan nuttige insecten. Natuurbeheer is vaak gericht op bedreigde soorten. Landschapsbeheer voor ecosysteemdiensten richt zich juist op de functionele diversiteit van soorten. Daarvoor is een slimme combinatie van inrichting en beheer van het landschap nodig.’

Geertsema kan gemeenten, waterschappen en boeren adviseren hoe ze dat moeten aanpakken, maar ze geeft ook aan dat samenwerking met die partijen in het onderzoek nodig is om bruikbare kennis te ontwikkelen.

Bron: resource.wageningenur.nl