• Nieuwe Richtlijn Bomen Effect Analyse

    ##bomenstichting #BEA # CROW #Boominfodag

    Vandaag wordt de nieuwe richtlijn Bomen Effect Analyse (BEA) gepresenteerd in Apeldoorn. De Bomen Effect Analyse werd in 2003 door de Bomenstichting geïntroduceerd als modelbeoordeling. Het stelt professionals in staat om – bij werkzaamheden en activiteiten in de openbare ruimte – de effecten ervan op bomen in kaart te brengen. De modelbeoordeling werd veel gebruikt.

    De werkwijze bij het ontwerpen en uitvoeren van projecten in de buitenruimte is echter in de afgelopen jaren ingrijpend veranderd. Reden voor opdrachtgevers en -nemers om de Bomenstichting te vragen de BEA te actualiseren. De Bomenstichting heeft in nauwe samenwerking met de CROW, aan dit verzoek voldaan. Het resultaat is ‘de Richtlijn BEA’ die tijdens de Boominfodag op 16 mei in Apeldoorn wordt gepresenteerd.

    Bouwstenen

    De Richtlijn BEA maakt een objectieve, transparante afweging mogelijk. Op basis van 12 ‘bouwstenen’ wordt volgens een vast patroon informatie verzameld. Op basis daarvan wordt bepaald wat de gevolgen van de geplande activiteiten zijn voor bomen. Ook wordt vastgesteld wat er nodig is om bomen in goede conditie te houden. Vast onderdeel is het benoemen van alternatieven waardoor behoud voor de toekomst mogelijk is en de kwaliteit van de boom kan verbeteren.

     Bestellen

    De gedrukte versie van de Richtlijn BEA is te bestellen bij de Bomenstichting. De prijs bedraagt tot 1 juni € 20, daarna € 27,50. Vanaf medio mei 2019 maakt de Richtlijn BEA deel uit van de CROW-Kennismodule Bomen.

    BEA_infographic_DEF

     

  • Waar vind je een daktuin van 25.000 m2 ?

    #Copijn #daktuin #EPO #rijswijk

    Een daktuin van 2,5 ha bovenop de parkeergarage, een tropische binnentuin bij de entree en 26 etages plantenbakken achter de glazen gevel? Aan groen geen gebrek! Het nieuwe kantoor van het European Patent Office in Rijswijk is een spectaculair voorbeeld van groen en natuurinclusief bouwen. In het gebouw werken ca. 1850 patentdeskundigen uit alle landen van de EG. ‘Meer natuur in de stad’ en ‘een groene werkomgeving voor de medewerkers’ was de opdracht aan de architect. Het 107 m hoge pand is in vier jaar gebouwd. De opening werd in de zomer van 2018 verricht door Koning Willem Alexander.

    De daktuin is vormgegeven als een kunstmatig landschap met zichtbare dijkjes als verhogingen op de betonconstructie. Omdat bij de aanleg zeeklei uit de bodem is gebruikt, sluit de natuurontwikkeling direct aan op de omgeving. Iedere dijk heeft zijn eigen specifieke beplanting. Zo is er een bijen- en een vlinderdijk. In de valleitjes foerageren vogels. De grote waterpartijen die de dijkjes doorbreken, geven de tuinen een natuurlijk karakter. Lange lijnen verbinden de verschillende onderdelen met elkaar. Bij de planvorming voor de nieuwbouw in 2014 werd het daklandschap gekoesterd als waardevol landschappelijk element. Bijzonder is de dubbelwandige gevel. Op 6 m van de gevel is langs de lange zijden van het gebouw een glazen wand aangebracht. Een second skin. Daarachter is een constructie gebouwd waardoor er plantenbakken van 8,50 x 1,60 m tot aan de 26e verdieping konden worden geplaatst! Hierdoor wordt de kwaliteit van het binnenklimaat verbeterd met een binnentuin die zorgt voor natuurlijke ventilatie. De beplanting bestaat onder andere uit verschillende soorten sedum, cactussen, succulenten en andere (tropische) planten.

    Daklandschappen bieden nieuwe kansen voor de ontwikkeling van de natuur in een stedelijk milieu. Met de goede beplanting dragen ze bij aan het afvangen van fijnstof. Een daktuin kan veel regenwater bergen. De gelijkmatige verdamping voorkomt bovendien hittestress in dicht bebouwde gebieden. Het zijn koelte-eilanden die ook bijdragen aan het vastleggen van CO2. Als gebruik wordt gemaakt van bodem en beplanting uit de buurt, kan een daktuin uitgroeien tot een volledig in de omgeving geïntegreerd microlandschap. Deze nieuwe landschapsvorm vormt een bijzondere plek voor de ontmoeting van mens en natuur.

    Meer informatie: https://www.copijn.nl/projecten/european-patent-office/

    Met dank aan  Copijn, Utrecht voor de foto’s

  • Groene bedrijventerreinen werken beter

    #bedrijventerreinen #hessenpoort #klimaateffecten #vergroenen #WUR

    Groen is niet alleen mooi, je kunt het ook laten werken voor je bedrijf. Duurzaamheid als unique selling point. Investeren in groen op bedrijventerreinen levert rendement op. Het verbetert de leefomgeving, verhoogt de werkkwaliteit, en gaat gepaard met meer flora en fauna in Nederland. 

    Er zijn volop kansen om de groene kwaliteiten van bedrijventerreinen te benutten. In de opgave naar verduurzaming, het klimaatbestendig maken en het bevorderen van een gezonde werkomgeving, is er met vergroening van bedrijventerreinen winst te behalen. Op klimatologische niveau als oplossing voor wateroverlast en hittestress en als bijdrage aan natuurbehoud. Op gezondheidsvlak geldt, dat door gebouwen en percelen met groen te omgeven, een prettige werkomgeving wordt gecreëerd, waarin mensen zich fijn voelen, productiever worden en minder stress ervaren. Tel daarbij op de representatieve uitstraling en de positieve uitwerking op het aantrekken van personeel. Er is veel dat pleit voor groen op een bedrijvenpark.

    Economische waarde

    Verschillende studies hebben het aangetoond: een groen bedrijventerrein verhoogt de economische waarde van een bedrijf, want de waarde van de grond en het vastgoed stijgt en het vestigingsklimaat verbetert. Daarom investeren steeds meer ondernemers in een groene omgeving.

    Al vijftien jaar werkt Wageningen University & Research (WUR) aan de transitie van reguliere bedrijventerreinen tot inspirerende en duurzame werklocaties. Met groen en water als bouwstenen om biodiversiteit, gezondheid, klimaatadaptatie en uitstraling te verbeteren. Ecoloog dr ir Robbert Snep, senior onderzoeker groene steden en stadsecologie bij WUR ziet tal van mogelijkheden. “Met het aanbrengen van groene daken en wanden en door ongebruikt versteend oppervlakte om te zetten naar groen, kunnen bedrijventerreinen veel waardevoller worden voor mens, dier en plant. Ook door bij het parkmanagement de aandacht te houden bij de natuurwaarde en open te staan voor ecologisch beheer, wordt een bijdrage geleverd aan het behoud van plant- en diersoorten.” Volgens Snep gaan de voorwaarden voor de ontwikkeling van nieuwe natuur en de eisen die ondernemers aan hun werkomgeving stellen, heel goed samen.

    Meerwaarde

    Provincies en gemeentes erkennen de meerwaarde van groene bedrijventerreinen en stimuleren een groene inrichting. Planologen, ecologen, ontwikkelaars, overheden en ondernemers  weten elkaar steeds vaker te vinden rond begrippen als belevingswaarde, ruimtelijke kwaliteit, gebiedsidentiteit en waardeontwikkeling van vastgoed. Juist in de vroege planfase zijn er mogelijkheden om zonder veel kosten de natuurwaarde van een terrein aanzienlijk te verhogen. Bijvoorbeeld door bij verkaveling en oriëntatie van infrastructuur rekening te houden met structuren van de natuur in de omgeving.
    Maar ook op bedrijfsniveau kan groen op een terrein worden ingebracht. Want het natuurlijker maken van een bedrijventerrein hoeft niet met hoge kosten gepaard te gaan. Met een biodiversiteitsmengsel van bloembollen met een langdurige bloeitijd fleurt een saai bedrijventerrein maandenlang op, en bovendien vergt het haast geen onderhoud.

    Aangename plek

    Er zijn mooie voorbeelden van terreinen waar het steriele bedrijfsgroen is omgevormd naar bloemrijk grasland en vaste plantenborders. Zo kreeg de eentonige vegetatie op de bedrijfsterreinen van een bierbrouwerij in Zoeterwoude, van een chemiebedrijf in Moerdijk en een bedrijf van medische apparaten in Best, door de toevoeging van bloemen en planten veel meer waarde voor de natuur. En op bedrijventerrein Hessenpoort in Zwolle is een betonnen broedwand geplaatst voor oeverzwaluwen, groeien er bloemen in bermen, is een kruidenstrook ingezaaid en zijn wandelpaden aangelegd. Zo’n werkomgeving nodigt uit tot bewegen en tot rust komen, wat positief werkt op het functioneren van mensen. Vergroenen loont! Door vrij en innovatief te denken, kan een bedrijventerrein een aangename plek worden voor werk en vrije tijd, de biodiversiteit vergroten en tevens een positieve bijdrage leveren aan klimaateffecten.

  • De winnaars van Het Beste Idee 2019: Het Stoflicht!

    #Augustinianum #de groene stad #Het Beste Idee 2019 #Koen Groen #Plan G #Stoflicht

    Op 28 maart is tijdens een feestelijke bijeenkomst op het Augustinianum in Eindhoven voor de negende keer de winnaar van ‘Het Beste Idee’ bekend gemaakt. 45 vwo-leerlingen van het Augustinianum zijn de afgelopen maanden bezig geweest met het volgende vraagstuk: Bedenk een nieuw of verbeterd product dat vergroening onder de aandacht brengt van verantwoordelijken voor openbaar groen.  De opdrachtgever dit jaar: De Groene Stad. De prijs werd uitgereikt door Jan van der Meer, wethouder van duurzaamheid en openbare ruimte in Eindhoven.

    Met hun ‘Stoflicht’ wonnen Pieter, Annelies, Florieke en Carleijn ‘Het Beste Idee 2019’. Het Stoflicht kan in veel opzichten vergeleken worden met de borden die aan lantaarnpalen hangen en een bestuurder wijzen op de snelheid van zijn voertuig. Echter, het Stoflicht geeft door middel van fijnstofmeting de luchtkwaliteit aan op een bepaalde plek in een stad. Het idee is eenvoudig: Groen? Goed bezig. Maar Rood betekent te veel fijnstof in de lucht. Het Stoflicht geeft ook de oplossing: meer groen! Voor meer informatie wordt direct verwezen naar de website van De Groene Stad (de opdrachtgever). Het bord valt op en zet aan het denken. Op deze manier genereert het Stoflicht zowel direct als indirect aandacht bij verantwoordelijken voor groen. Daarnaast worden met de fijnstofmeter, de processor met Bluetooth en de app gegevens verzamelt, waarmee een actie die een positief effect heeft op luchtkwaliteit kan worden ondersteund.

     

    Een mooie tweede plaats was voor Jan Peter, Pim en Thijs met hun Plan G (afgeleid van de teamnaam ‘Guarden’). Dit is een gids voor burgers die willen strijden voor meer groen in hun gemeente. Het pakket onderwijst door middel van een handleiding, flyer en website een geïnteresseerde burger hoe ze hun doel, vergroening van de stad, kunnen bereiken. Met behulp van Plan G kan men zoveel mogelijk burgers bij hun project betrekken. Het geeft inzicht in de lokale politiek en begeleidt actieve burgers tijdens het opzetten en onderhouden van een project en het leveren van maatwerk. Hiermee zorgt Plan G voor een gegarandeerd positief resultaat: namelijk meer groen in de stad.

    Op de derde plaats zijn Kiki, Daniël en Isa geëindigd, met Koen Groen. Koen is een pop die ‘behangen’ met meetapparatuur in de vorm van smartphones gebruikt kan worden om de status van ‘groen’ in een bepaalde omgeving te meten en te berekenen. Koen is een hip en tastbaar ontwerp. Met behulp van Koen, die eenvoudig neergezet kan worden op willekeurige openbare locaties, en de apps Streetview, Geluidsmeter en Luchtkwaliteit, worden verantwoordelijken voor groen direct met de neus op de feiten gedrukt. Koen geeft echter niet alleen een beeld van de huidige status op een bepaalde plek maar laat ook zien wat het effect is als er meer groen in die omgeving wordt aangelegd. Kortom, een tot de verbeelding sprekend product dat zowel de problematiek van te weinig groen als het effect van meer groen toont en daarmee het belang van groen in een omgeving direct inzichtelijk maakt.

    De Groene Stad zat dit jaar in de jury en was onder de indruk van het hoge niveau van de inzendingen. De komende periode gaan  we na overleg met het  winnende team bekijken hoe we meerdere Stoflichten kunnen gaan maken en we ze ook daadwerkelijk kunnen gaan inzetten. Ook Plan G willen we verder met het team gaan uitwerken! Wellicht volgen er nog andere initiatieven en we houden u daarover op de hoogte!

     

     

  • Terugblik Congres Building Green, Smart en Healthy

    #degroenestad #Denhaag #DGBC #Klimaatadaptatie #robbertsnep #WinnyMaas

    “Duurzaamheid gaat vaak over techniek, regelgeving procedures en finance. Maar vandaag niet.” Dagvoorzitter Bram Adema viel tijdens het congres Building Green, Smart en Healthy met de deur in huis. Er is weinig duurzamer dan groen om je heen, daar is geen business case voor nodig, vervolgt hij, waarna hij de zaal meegeeft niet op een groenblauwe wolk naar huis te gaan.

    Het congres, georganiseerd door DGBC, Royal FloraHolland en De Groene Stad, stond volledig in het teken van de bijdrage van groen en blauw aan belangrijke opgaven in de gebouwde omgeving: gezondheid, welbevinden, waterretentie, hittestress, luchtkwaliteit.

    Groen en blauw: het nieuwe normaal

    Het zijn begrippen waar ook de kersverse deltacommissaris Peter Glas de komende jaren geregeld mee in de weer zal zijn. In gesprek met Adema benadrukte hij het belang van het veilig en leefbaar houden van onze delta. Klimaatadaptatief bouwen is volgens Glas een opgave voor ons allemaal en moet ‘het nieuwe normaal’ worden. Dat vraagt om slimme oplossingen en biedt tegelijkertijd kansen voor het bedrijfsleven. “Kom met goede ideeën. Wij kijken graag of het mogelijk is om die ideeën te gebruiken in het kader van het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie of dat we ze op een andere manier kunnen ondersteunen”, aldus Glas. Steden moeten volgens de deltacommissaris waterrobuust en klimaatbestendig worden ingericht. Slimme omgang met water is volgens hem daarbij noodzakelijk: “Geen groen, zonder blauw.”

    Handvatten

    Het belang van groen in de stad is de rode draad in de recente werkzaamheden van onderzoeker Robbert Snep (WUR). Hij overhandigde een door de Groene Agenda gecreëerde Factsheet aan Glas, die zowel overheid als bedrijfsleven handvatten biedt bij het vergroenen steden. Vervolgens liet hij de zaal aan de hand van acht praktische en wetenschappelijke tips zien wat de mogelijkheden zijn. Een van de voorbeelden is een fraaie infographic die aantoont dat door de aanwezigheid van bomen in de steden het op bepaalde plekken tot negen graden koeler kan zijn. De kwantitatieve eisen voor een klimaatadaptieve stad nemen toe, maar Snep biedt de helpende hand. “Vanaf april is een toolbox voor een klimaatbestendige beschikbaar snel stappen gezet kunnen worden.”

    Meer samenwerking nodig

    Het klonk de volgende spreker waarschijnlijk als muziek in de oren. Ludo Steenmetser (gemeente Den Haag) drong tijdens zijn bijdrage aan op snelle structurele oplossingen. “Het Central Innovation District in Den Haag kampt met de spagaat waarin enerzijds de stads steeds groter wordt en tegelijkertijd groen en duurzaam moet zijn. En het liefst ook klimaatdaptief. “Vaak denkt men dat een overschot aan regenwater vanuit Den Haag zo de zee instroomt. Het tegendeel is waar”, laat Steenmetser weten. “Onze pompen draaien dan op volle toeren om te voorkomen dat lagergelegen gebieden niet onderlopen. Meer strategisch groen kan bijdragen aan een oplossing. En daar is samenwerking voor nodig”, aldus Steenmetser. “Het is belangrijk om gezamenlijk met de markt en ontwerpers een instrumentarium vorm te geven om daadwerkelijk iets te realiseren.”

    Hand in hand met groen

    Niet alleen buiten, maar ook binnen de deuren van de gebouwde omgeving kan het groener. Bert van Duijn, hoogleraar plantenfysiologie en wetenschappelijk directeur van Fytagoras pleitte tijdens het congres voor grootschalige toepassing van groen in kantoren. “Planten reduceren schadelijke stoffen, ook in binnenruimtes. Planten op de werkvloer zijn dus niet alleen maar mooi.” Van Duijn gaf tijdens het begin van zijn pleidooi de plant naast hem een hand en liet daarbij weten dat een plant meer merkt en voelt dan wij denken. In het filmpje dat volgde werd zelfs duidelijk dat een plant op mensen reageert. “Ook in negatieve zin”, vervolgt van Duijn. “Een plan die onlangs verplaatst is zal schadelijke stoffen in een ruimte minder snel reduceren.” Maar planten zorgen niet alleen voor een gezonder binnenklimaat. Ze hebben ook daadwerkelijk invloed op het welzijn van de aanwezigen in de ruimte. Onderzoeksresultaten die hij deelde lieten zien dat de productiviteit en concentratie van werknemers omhooggaat. “Hoe meer planten, hoe beter mensen zich voelen. En niet alleen op kantoor. Dit geldt ook voor andere binnenruimtes als scholen en verzorgingstehuizen.”

    Tijd voor actie

    Waar grootschalig groen in de werkomgeving op succesvolle wijze is toegepast is goed te zien in het drie jaar geleden gerenoveerde hoofdkantoor van a.s.r.: zowel binnen als buiten. “Vanaf iedere plek is er uitzicht op groen”, volgens Lizzy Butink, duurzaamheidsmanager bij a.s.r.. Tegelijkertijd zorgt de dubbele gevel zorgt voor verkoeling in de zomermaanden en warmte tijdens de winters. Ook Butink pleit net als Steenmetser voor meer samenwerking op het gebied van groen. “We moeten samen plannen maken en zorgen dat er meer beleid en structuur wordt gecreëerd omtrent groene gebouwen. Maar, we moeten ook daadwerkelijk iets te gaan doen.”

    Meters maken

    DGBC-directeur Annemarie van Doorn maakt zich mede daarom hard om gezondheid en welzijn meer op te nemen in de bestaande systemen. “We hebben hier allemaal belang bij. Het is nu tijd om meters te maken. Dat kan als we dit soort thema’s integreren in bijvoorbeeld BREEAM  of andere meetsystemen.”

    Na de motiverende woorden van Van Doorn konden de aanwezigen verschillende parallelsessies bijwonen waarin er met experts op specifieke thema’s dieper in werd gegaan. Ook was er de mogelijkheid om een stadswandeling te doen waarbij men keek hoe groen in Haagse buitenruimtes is toegepast.

    Durf te dromen

    Het slotakkoord van het congres kwam van de hand van Gideon Maasland, die de honneurs waarnam van Winny Maas. Als operational manager van MVRDV pleitte Maasland ervoor om meer buiten de gebaande paden te treden. “We zijn allemaal zo verschillend, waarom wonen en werken we dan allemaal in dezelfde gebouwen?” Hij zet zijn woorden kracht bij door enkele gewaagde projecten te tonen, waar MVRDV na enkele tegenslagen alsnog veel lof voor kreeg. Transparant en groen zijn sleutelwoorden in zijn presentatie. En dromen. “Durf te dromen, van gezondere en groene gebouwen”, drukte hij de zaal op het hart. Die droom lijkt uit te komen met het project The Valley in de Amsterdamse Zuidas. In samenwerking met Edge Technologies wordt er volgens Maasland gebouwd aan de ultieme plek waar wonen, werk, recreatie en groen samenkomen. Een groenblauwe wolk? Niets is minder waar, de oplevering staat gepland voor 2021.

  • Verticaal beplanten voor meer openbaar groen

    #groene gevels #levende gevels #verticaal groen

    Steeds vaker wordt met vaste planten verticale beplanting toegepast. Levende gevels met vaste planten duiken steeds vaker in het straatbeeld op. Rekening houdend met een aantal randvoorwaarden, zijn veel soorten vaste planten hiervoor geschikt. Zeker in stadsdelen met een dichte bebouwing, dragen ze bij aan een gezond leefklimaat. 

    Van koeling tot geluidsdemping
    De baten van verticale beplanting met vaste planten gaan veel verder dan het esthetische effect, waarmee ze de aandacht van passanten trekken en ze een goed gevoel geven:

    1. De verdamping van het blad heeft een koelend effect.
    2. Groene gevels warmen overdag minder snel op, waardoor ze ’s nachts minder warmte uitstralen.
    3. Bladeren verbeteren de luchtkwaliteit door absorptie van CO2 en luchtvervuiling als roet, fijnstof en stikstofoxiden.
    4. Begroeide muren absorberen 2,5 tot 3 decibel, zodat ze straatgeluiden dempen.
    5. En ze dragen ook nog eens bij aan de biodiversiteit.

    Snel fraai eindbeeld
    De constructie van verticale beplanting met vaste planten bestaat uit gevelpanelen met een groeimedium en een irrigatiesysteem voor watergift en bemesting. Bedrijven brengen regelmatig nieuwe systemen op de markt met nieuwe materialen en technieken. De wand wordt dicht beplant, zodat van de constructie niets of weinig te zien is. Op die manier is al snel een fraai eindbeeld te zien.

    Zon en schaduw
    Voor het beplanten van levende gevels zijn veel soorten vaste planten geschikt. De keuze hangt af van de groeiwijze en het aantal zonuren. Zo zijn voor een zonnige wand kruipend zenegroen (Ajuga reptans), ooievaarsbek (Geranium), ezelsoor (Stachys byzantina) en lampepoetsersgras (Pennisetum ‘Hameln’) geschikt. Een greep uit de planten voor een schaduwwand: dubbelloof varen (Blechnum spicant), schoenlappersplant (Bergenia), longkruid (Pulmonaria) en purperklokje (Heuchera).

    Feiten
    Aanleg van levende gevels vraagt kennis en is een zaak voor professionals. Het onderhoud van groene gevels met gevelpanelen is intensief vanwege de wekelijks controle. Toch zijn de voordelen voor de openbare ruimte zo groot dat het het de kosten ruim overstijgt.

  • De Groene Stad opdrachtgever scholenwedstrijd Augustinianum

    #Augustinianum #eindhoven #Het beste idee #teamwork

    De Groene Stad trotse opdrachtgever van ‘Het Beste Idee’, de scholenwedstrijd van het Augustinianum 

    Dit jaar is stichting De Groene Stad ‘opdrachtgever’ van de 9e editie van de wedstrijd ‘Het Beste Idee’ van het Augustinianum. Het Augustinianum is een middelbare school voor havo, atheneum en gymnasium in Eindhoven. De school is opgericht in 1898 en daarmee de oudste van de stad. Bij de ideeënwedstrijd strijden teams van VWO-leerlingen tegen elkaar. Doel is het beste product voor ‘een maatschappelijke opdrachtgever’ te ontwikkelen.

    De opdracht is dit jaar: ‘bedenk een nieuw of verbeterd product dat de noodzaak van vergroening onder de aandacht brengt van verantwoordelijken voor de aanleg van openbaar groen’. Tijdens de wedstrijd doen de leerlingen waardevolle ervaringen op. Het in teams creatief zijn, samen problemen tackelen, werken onder tijdsdruk, omgaan met aandacht van de media, budgetmanagement… het is maar een greep. Ook oud-leerlingen zijn enthousiast: ze bestempelen het project als leuk, leerzaam en nuttig.

    Mireille van Velde, projectmanager van De Groene Stad, is trots dat het Augustinianum De Groene Stad gevraagd heeft om dit jaar ‘opdrachtgever’ te zijn. ‘We zijn vereerd omdat onze voorgangers een imposante serie betreft. Het Reuma- en het Diabetes Fonds, de Nederlandse Brandwonden Stichting, het KWF, de Hartstichting en Cordaid, het is een illustere rij. Bovendien zijn er in de afgelopen jaren door de leerlingen bijzondere producten ontwikkeld als de insuline pen met lampje, de anti-rokenapp, een zonnebrandfles met wekker en de reuma-theemuts. Daarmee bewijzen de leerlingen dat een frisse creatieve blik gekoppeld aan wetenschappelijke inzichten, geweldige uitkomsten kan opleveren. Ik wens mede namens het bestuur van stichting De Groene Stad, de leerlingen van het Augustinianum heel veel succes. Wij zagen de eerste enthousiaste berichten op Instagram en Facebook al langskomen en verheugen ons op de uitkomsten! Eén ding is zeker: de jury krijgt het niet gemakkelijk’.

  • Lubbe Lisse Groene Stad Charta Partner

    #biodiversiteit #bloembollen #Lubbe Lisse

     Bloembollen geven de Groene Stad kleur…

    Lubbe Lisse Groene Stad Charta Partner

    Als eerste bollenkweker sluit Lubbe Lisse zich als Charta Partner aan bij de Groene Stad. Het meer dan 100 jaar oude familiebedrijf heeft een toonaangevende positie verworven als kweker en leverancier van bloembollen en vaste planten. Ook buiten Nederland.

    Lubbe & Zoon B.V. levert aan overheden, scholen, universiteiten en themaparken. Niet alleen met bloembollen en vaste planten, maar ook op het vlak van landscaping heeft het bedrijf een goede reputatie opgebouwd. Voordat de keus voor de beplanting wordt gemaakt wordt grondig stilgestaan bij het klimaat, de waterhuishouding, de grondsoort, de schaduwligging enz. Dat leidt tot maatwerk bij de keus van de beplanting.

    Ronald Lubbe vormt samen met zijn neef Michael de directie. Het is al weer de vierde generatie Lubbe’s in het familiebedrijf. Ronald licht de keus voor het Charta Partnership toe.

    ‘Wij volgen De Groene Stad al langere tijd. De inhoudelijke, creatieve manier waarop De Groene Stad stelselmatig aandacht vestigt op de rol die natuurlijk groen kan spelen bij het oplossen van milieuproblemen, spreekt ons aan. In onze bedrijfsvoering houden we zoveel mogelijk rekening met duurzaamheid. Biodiversiteit bijvoorbeeld is binnen ons bedrijf al jaren een belangrijk thema. Vlinders en bijen worden met uitsterven bedreigt, maar spelen een grote rol bij het in standhouden en vergroten van de soortenrijkdom. In de keus van de bollen en vaste planten in ons sortiment is hun rol als ‘stuifmeelleveranciers’ een belangrijk punt. Dat is de bijdrage van ons bedrijf aan het helpen oplossen van vraagstukken rond de leefbaarheid van onze steden en – in het verlengde daarvan- van onze wereld’.

    De Groene Stad is blij met de toetreding van Lubbe & Zoon B.V. tot de voorhoede van het groeiende netwerk van Groene Stad Charta Partners.

     

  • Gesprek met Jan Kempers manager Duurzame Ontwikkeling Heineken

    #bedrijfsterrein #bedrijfstuin #bijenlandschap #ecosystemen #groene cirkels #Heineken #Jan Kempers

    ‘Een groen en biodivers bedrijfsperceel hoeft niet duur te zijn’

    Jan Kempers is bij Heineken manager Duurzame Ontwikkeling. De Groene Stad spreekt met hem over de ontwikkelingen in en rond de Heineken brouwerij in Zoeterwoude.  

    ‘Natuur moet zeker onderdeel van de bedrijfsvoering worden, daarover zijn we het wel eens. De vraag is hoe organiseer je dat? We beseften al snel dat je alleen door samenwerking met alle betrokken partijen – in én buiten het bedrijf – verder komt’. Om deze samenwerking vorm en energie te geven, heeft Kempers de Groene Cirkels geïntroduceerd. Heineken heeft samen met Cirkelpartners in Zoeterwoude een duurzame, biodiverse en groene omgeving van de Heineken brouwerij gerealiseerd. Maar hoe ontwikkelde Heineken dit? Tijdens het interview probeerde De Groene Stad zicht te krijgen op deze unieke aanpak.

    Wat betekent volgens u een ‘natuur inclusieve bedrijfsvoering’?

    Kempers: ‘Eigenlijk spreek ik nooit van natuur inclusieve bedrijfsvoering. Voor Heineken bestaat de duurzame ontwikkeling uit vijf thema’s:

    1. Stimuleren van duurzame energie en reductie van broeikasgasemissies;
    2. Zeker stellen van voldoende en goed water;
    3. Gebruik van grondstofkringlopen, de circulaire benadering;
    4. Verduurzamen mobiliteit en logistiek;
    5. Verbeteren van de leefomgeving, het versterken van biodiversiteit.

    Deze thema’s werk ik samen uit met verschillende partijen. Doel is om de duurzame ontwikkeling in- en rondom de brouwerijen in Zoeterwoude, Den Bosch en Wijlre te bevorderen. De Groene Cirkels spelen daarbij hier in Zoeterwoude een belangrijke rol. De kennis en ervaring die we hier opdoen, gebruiken we ook voor onze vestigingen in het zuiden van het land.

    Dragen Groene Cirkels bij aan het scheppen van een duurzame en natuurrijke woon-en werkomgeving?

    ‘Voor onze producten gebruiken wij alles van het land. Heineken is afhankelijk van de natuur. Gerst, hop, water en suiker komen voort uit een natuurlijk systeem. Dat geldt voor meer bedrijven natuurlijk. We realiseren ons dat we afhankelijk zijn van de omgeving bij onze ambitie om kwaliteitsproducten te maken. Het onderkennen van de waarde van onze natuur en ecosystemen wordt dan ook steeds groter. We ondernemen vanuit een respectvolle houding ten opzichte van de natuur. Dat kun je niet op eigen kracht. Het vergt samenwerking tussen bedrijven, tussen mensen. Samenwerken en de natuur de energie die we hebben afgenomen, teruggeven’.

    Dat vergt een omslag in het denken. Hoe creëer je natuurbewustzijn?

    Door het creëren van ontmoetingsplaatsen waar externen samenwerken, innoveren, ideeën uitwisselen en de natuur centraal staat. Een Groene Cirkel is zo’n ontmoetingsplaats. Partijen werken er samen aan het aan het ‘koesteren van de ecosystemen’. De algemene doelstelling van Groene Cirkels botst niet met de individuele belangen van organisaties, van mensen. Het is de kunst ambities parallel te schakelen waardoor ze in harmonie kunnen worden gerealiseerd.

    Het gaat uiteindelijk om het kiezen van een breder perspectief. De vraag; ‘Hoe ontwikkel ik mijn bedrijf naar de toekomst?’ is onlosmakelijk verbonden met de vraag ‘Hoe wordt natuur een vast onderdeel van de bedrijfsvoering?’.

    Uw betrokkenheid is groot… 

    Zeker! Dat komt voort uit mijn overtuiging dat we de maatschappij zo moeten inrichten dat ecosystemen niet overbelast worden, maar meer waardering krijgen.

    Wat kunnen inwoners van steden en dorpen bijdragen?

    Het aanleggen van bij-vriendelijke tuinen. Tuinen waarin biodiversiteit wordt bevorderd. Al die tegels in voor- en achtertuinen… die moeten waar mogelijk weg. Daarmee vergroot je het waterbergend vermogen van de tuin waardoor de riolen worden ontlast. Je vergroot bovendien de ruimte voor natuur, voor nuttige dieren en planten. Verder kunnen burgers lokale bestuurders en politici in hun gemeente ervan overtuigen dat vergroening belangrijk is om onze milieuproblemen te tackelen. En dat op aanleg en onderhoud van groen in onze steden en dorpen niet mag worden bezuinigd’.

    Natuurvriendelijke bedrijventerreinen, steden en dorpen?

    Het creëren van natuurvriendelijke omgevingen is een mooi en belangrijk verhaal. En het hoeft niet duur te zijn! Het ecologisch beheer van natuur op een bedrijfsperceel kost in verhouding tot een designtuin veel minder tijd en geld. Dat geldt ook voor de tuinen van mensen. Het meest belangrijke is het koesteren van de ecosystemen, breng het besef terug dat waardering van de natuur van belang is voor het vergroten van de kwaliteit van het leven en voor de toekomst van onze aarde.

    Een opsomming van de duurzame bedrijfsvoering van de Heineken Brouwerij Zoeterwoude:

    • 4 windturbines op het brouwerijterrein die 40% van de elektriciteit opwekken;
    • Kade aan de Oude Rijn laten maken, zodat de mout over water aangevoerd kan worden (180.000 ton per jaar);
    • Met overheden het Alpherium (inlandse containerterminal) gerealiseerd, zodat de het exportbier over water naar de diepzeehavens vervoerd kan worden;
    • Ledverlichting in magazijnen;
    • Het produceren van biogas uit eigen afvalwater;
    • Samen met Groene Cirkels een Groene Corridor gestart, dit is een klimaat neutrale schone pendel van containers tussen onze brouwerij en de havens van Rotterdam en Antwerpen. Zie de video voor meer informatie: https://vimeo.com/223425088

  • De Groene Stad neemt deel aan het platform Groene Steden voor een Duurzaam Europa

    #duurzaamheid #ENA #europa #Green Cities #Sustainable

    Kent u de website van ons Europese Platform ´Green Cities for a Sustainable Europe´ al? De Groene Stad maakt onderdeel uit van dit platform en hier kunt u veel relevante en nuttige informatie vinden van de deelnemende Europese landen.

    Ook de Europese Unie vindt dat urbanisatie en klimaatverandering vragen om nieuwe oplossingen voor de leefbaarheid in steden. Zij hebben daarom dit project dan ook medegefinancierd. Juist ook omdat openbaar groen een positief effect heeft op biodiversiteit , klimaat, welzijn en luchtkwaliteit. Dit zorgt ervoor dat steden betere plekken worden om te wonen en te werken.

    Het platform ´Green Cities for a Sustainable Europe´ biedt kennis op basis van wetenschappelijk onderzoek, innovatieve ideeën en technische achtergrond, om vergroening van openbare ruimten te bevorderen. Dit is onderverdeeld in de thema´s gezondheid, klimaat, economie, biodiversiteit en sociale cohesie.

    Green Cities for a Sustainable Europe is een initiatief van de ENA (European Nurserystock Association) en boomkwekerij organisaties uit België, Bulgarije, Denemarken, Duitsland, Engeland, Frankrijk en Nederland.

    Klik hier voor de website https://nl.thegreencity.eu/