• Nieuwe Richtlijn Bomen Effect Analyse

    ##bomenstichting #BEA # CROW #Boominfodag

    Vandaag wordt de nieuwe richtlijn Bomen Effect Analyse (BEA) gepresenteerd in Apeldoorn. De Bomen Effect Analyse werd in 2003 door de Bomenstichting geïntroduceerd als modelbeoordeling. Het stelt professionals in staat om – bij werkzaamheden en activiteiten in de openbare ruimte – de effecten ervan op bomen in kaart te brengen. De modelbeoordeling werd veel gebruikt.

    De werkwijze bij het ontwerpen en uitvoeren van projecten in de buitenruimte is echter in de afgelopen jaren ingrijpend veranderd. Reden voor opdrachtgevers en -nemers om de Bomenstichting te vragen de BEA te actualiseren. De Bomenstichting heeft in nauwe samenwerking met de CROW, aan dit verzoek voldaan. Het resultaat is ‘de Richtlijn BEA’ die tijdens de Boominfodag op 16 mei in Apeldoorn wordt gepresenteerd.

    Bouwstenen

    De Richtlijn BEA maakt een objectieve, transparante afweging mogelijk. Op basis van 12 ‘bouwstenen’ wordt volgens een vast patroon informatie verzameld. Op basis daarvan wordt bepaald wat de gevolgen van de geplande activiteiten zijn voor bomen. Ook wordt vastgesteld wat er nodig is om bomen in goede conditie te houden. Vast onderdeel is het benoemen van alternatieven waardoor behoud voor de toekomst mogelijk is en de kwaliteit van de boom kan verbeteren.

     Bestellen

    De gedrukte versie van de Richtlijn BEA is te bestellen bij de Bomenstichting. De prijs bedraagt tot 1 juni € 20, daarna € 27,50. Vanaf medio mei 2019 maakt de Richtlijn BEA deel uit van de CROW-Kennismodule Bomen.

    BEA_infographic_DEF

     

  • Groene bedrijventerreinen werken beter

    #bedrijventerreinen #hessenpoort #klimaateffecten #vergroenen #WUR

    Groen is niet alleen mooi, je kunt het ook laten werken voor je bedrijf. Duurzaamheid als unique selling point. Investeren in groen op bedrijventerreinen levert rendement op. Het verbetert de leefomgeving, verhoogt de werkkwaliteit, en gaat gepaard met meer flora en fauna in Nederland. 

    Er zijn volop kansen om de groene kwaliteiten van bedrijventerreinen te benutten. In de opgave naar verduurzaming, het klimaatbestendig maken en het bevorderen van een gezonde werkomgeving, is er met vergroening van bedrijventerreinen winst te behalen. Op klimatologische niveau als oplossing voor wateroverlast en hittestress en als bijdrage aan natuurbehoud. Op gezondheidsvlak geldt, dat door gebouwen en percelen met groen te omgeven, een prettige werkomgeving wordt gecreëerd, waarin mensen zich fijn voelen, productiever worden en minder stress ervaren. Tel daarbij op de representatieve uitstraling en de positieve uitwerking op het aantrekken van personeel. Er is veel dat pleit voor groen op een bedrijvenpark.

    Economische waarde

    Verschillende studies hebben het aangetoond: een groen bedrijventerrein verhoogt de economische waarde van een bedrijf, want de waarde van de grond en het vastgoed stijgt en het vestigingsklimaat verbetert. Daarom investeren steeds meer ondernemers in een groene omgeving.

    Al vijftien jaar werkt Wageningen University & Research (WUR) aan de transitie van reguliere bedrijventerreinen tot inspirerende en duurzame werklocaties. Met groen en water als bouwstenen om biodiversiteit, gezondheid, klimaatadaptatie en uitstraling te verbeteren. Ecoloog dr ir Robbert Snep, senior onderzoeker groene steden en stadsecologie bij WUR ziet tal van mogelijkheden. “Met het aanbrengen van groene daken en wanden en door ongebruikt versteend oppervlakte om te zetten naar groen, kunnen bedrijventerreinen veel waardevoller worden voor mens, dier en plant. Ook door bij het parkmanagement de aandacht te houden bij de natuurwaarde en open te staan voor ecologisch beheer, wordt een bijdrage geleverd aan het behoud van plant- en diersoorten.” Volgens Snep gaan de voorwaarden voor de ontwikkeling van nieuwe natuur en de eisen die ondernemers aan hun werkomgeving stellen, heel goed samen.

    Meerwaarde

    Provincies en gemeentes erkennen de meerwaarde van groene bedrijventerreinen en stimuleren een groene inrichting. Planologen, ecologen, ontwikkelaars, overheden en ondernemers  weten elkaar steeds vaker te vinden rond begrippen als belevingswaarde, ruimtelijke kwaliteit, gebiedsidentiteit en waardeontwikkeling van vastgoed. Juist in de vroege planfase zijn er mogelijkheden om zonder veel kosten de natuurwaarde van een terrein aanzienlijk te verhogen. Bijvoorbeeld door bij verkaveling en oriëntatie van infrastructuur rekening te houden met structuren van de natuur in de omgeving.
    Maar ook op bedrijfsniveau kan groen op een terrein worden ingebracht. Want het natuurlijker maken van een bedrijventerrein hoeft niet met hoge kosten gepaard te gaan. Met een biodiversiteitsmengsel van bloembollen met een langdurige bloeitijd fleurt een saai bedrijventerrein maandenlang op, en bovendien vergt het haast geen onderhoud.

    Aangename plek

    Er zijn mooie voorbeelden van terreinen waar het steriele bedrijfsgroen is omgevormd naar bloemrijk grasland en vaste plantenborders. Zo kreeg de eentonige vegetatie op de bedrijfsterreinen van een bierbrouwerij in Zoeterwoude, van een chemiebedrijf in Moerdijk en een bedrijf van medische apparaten in Best, door de toevoeging van bloemen en planten veel meer waarde voor de natuur. En op bedrijventerrein Hessenpoort in Zwolle is een betonnen broedwand geplaatst voor oeverzwaluwen, groeien er bloemen in bermen, is een kruidenstrook ingezaaid en zijn wandelpaden aangelegd. Zo’n werkomgeving nodigt uit tot bewegen en tot rust komen, wat positief werkt op het functioneren van mensen. Vergroenen loont! Door vrij en innovatief te denken, kan een bedrijventerrein een aangename plek worden voor werk en vrije tijd, de biodiversiteit vergroten en tevens een positieve bijdrage leveren aan klimaateffecten.

  • Terugblik Congres Building Green, Smart en Healthy

    #degroenestad #Denhaag #DGBC #Klimaatadaptatie #robbertsnep #WinnyMaas

    “Duurzaamheid gaat vaak over techniek, regelgeving procedures en finance. Maar vandaag niet.” Dagvoorzitter Bram Adema viel tijdens het congres Building Green, Smart en Healthy met de deur in huis. Er is weinig duurzamer dan groen om je heen, daar is geen business case voor nodig, vervolgt hij, waarna hij de zaal meegeeft niet op een groenblauwe wolk naar huis te gaan.

    Het congres, georganiseerd door DGBC, Royal FloraHolland en De Groene Stad, stond volledig in het teken van de bijdrage van groen en blauw aan belangrijke opgaven in de gebouwde omgeving: gezondheid, welbevinden, waterretentie, hittestress, luchtkwaliteit.

    Groen en blauw: het nieuwe normaal

    Het zijn begrippen waar ook de kersverse deltacommissaris Peter Glas de komende jaren geregeld mee in de weer zal zijn. In gesprek met Adema benadrukte hij het belang van het veilig en leefbaar houden van onze delta. Klimaatadaptatief bouwen is volgens Glas een opgave voor ons allemaal en moet ‘het nieuwe normaal’ worden. Dat vraagt om slimme oplossingen en biedt tegelijkertijd kansen voor het bedrijfsleven. “Kom met goede ideeën. Wij kijken graag of het mogelijk is om die ideeën te gebruiken in het kader van het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie of dat we ze op een andere manier kunnen ondersteunen”, aldus Glas. Steden moeten volgens de deltacommissaris waterrobuust en klimaatbestendig worden ingericht. Slimme omgang met water is volgens hem daarbij noodzakelijk: “Geen groen, zonder blauw.”

    Handvatten

    Het belang van groen in de stad is de rode draad in de recente werkzaamheden van onderzoeker Robbert Snep (WUR). Hij overhandigde een door de Groene Agenda gecreëerde Factsheet aan Glas, die zowel overheid als bedrijfsleven handvatten biedt bij het vergroenen steden. Vervolgens liet hij de zaal aan de hand van acht praktische en wetenschappelijke tips zien wat de mogelijkheden zijn. Een van de voorbeelden is een fraaie infographic die aantoont dat door de aanwezigheid van bomen in de steden het op bepaalde plekken tot negen graden koeler kan zijn. De kwantitatieve eisen voor een klimaatadaptieve stad nemen toe, maar Snep biedt de helpende hand. “Vanaf april is een toolbox voor een klimaatbestendige beschikbaar snel stappen gezet kunnen worden.”

    Meer samenwerking nodig

    Het klonk de volgende spreker waarschijnlijk als muziek in de oren. Ludo Steenmetser (gemeente Den Haag) drong tijdens zijn bijdrage aan op snelle structurele oplossingen. “Het Central Innovation District in Den Haag kampt met de spagaat waarin enerzijds de stads steeds groter wordt en tegelijkertijd groen en duurzaam moet zijn. En het liefst ook klimaatdaptief. “Vaak denkt men dat een overschot aan regenwater vanuit Den Haag zo de zee instroomt. Het tegendeel is waar”, laat Steenmetser weten. “Onze pompen draaien dan op volle toeren om te voorkomen dat lagergelegen gebieden niet onderlopen. Meer strategisch groen kan bijdragen aan een oplossing. En daar is samenwerking voor nodig”, aldus Steenmetser. “Het is belangrijk om gezamenlijk met de markt en ontwerpers een instrumentarium vorm te geven om daadwerkelijk iets te realiseren.”

    Hand in hand met groen

    Niet alleen buiten, maar ook binnen de deuren van de gebouwde omgeving kan het groener. Bert van Duijn, hoogleraar plantenfysiologie en wetenschappelijk directeur van Fytagoras pleitte tijdens het congres voor grootschalige toepassing van groen in kantoren. “Planten reduceren schadelijke stoffen, ook in binnenruimtes. Planten op de werkvloer zijn dus niet alleen maar mooi.” Van Duijn gaf tijdens het begin van zijn pleidooi de plant naast hem een hand en liet daarbij weten dat een plant meer merkt en voelt dan wij denken. In het filmpje dat volgde werd zelfs duidelijk dat een plant op mensen reageert. “Ook in negatieve zin”, vervolgt van Duijn. “Een plan die onlangs verplaatst is zal schadelijke stoffen in een ruimte minder snel reduceren.” Maar planten zorgen niet alleen voor een gezonder binnenklimaat. Ze hebben ook daadwerkelijk invloed op het welzijn van de aanwezigen in de ruimte. Onderzoeksresultaten die hij deelde lieten zien dat de productiviteit en concentratie van werknemers omhooggaat. “Hoe meer planten, hoe beter mensen zich voelen. En niet alleen op kantoor. Dit geldt ook voor andere binnenruimtes als scholen en verzorgingstehuizen.”

    Tijd voor actie

    Waar grootschalig groen in de werkomgeving op succesvolle wijze is toegepast is goed te zien in het drie jaar geleden gerenoveerde hoofdkantoor van a.s.r.: zowel binnen als buiten. “Vanaf iedere plek is er uitzicht op groen”, volgens Lizzy Butink, duurzaamheidsmanager bij a.s.r.. Tegelijkertijd zorgt de dubbele gevel zorgt voor verkoeling in de zomermaanden en warmte tijdens de winters. Ook Butink pleit net als Steenmetser voor meer samenwerking op het gebied van groen. “We moeten samen plannen maken en zorgen dat er meer beleid en structuur wordt gecreëerd omtrent groene gebouwen. Maar, we moeten ook daadwerkelijk iets te gaan doen.”

    Meters maken

    DGBC-directeur Annemarie van Doorn maakt zich mede daarom hard om gezondheid en welzijn meer op te nemen in de bestaande systemen. “We hebben hier allemaal belang bij. Het is nu tijd om meters te maken. Dat kan als we dit soort thema’s integreren in bijvoorbeeld BREEAM  of andere meetsystemen.”

    Na de motiverende woorden van Van Doorn konden de aanwezigen verschillende parallelsessies bijwonen waarin er met experts op specifieke thema’s dieper in werd gegaan. Ook was er de mogelijkheid om een stadswandeling te doen waarbij men keek hoe groen in Haagse buitenruimtes is toegepast.

    Durf te dromen

    Het slotakkoord van het congres kwam van de hand van Gideon Maasland, die de honneurs waarnam van Winny Maas. Als operational manager van MVRDV pleitte Maasland ervoor om meer buiten de gebaande paden te treden. “We zijn allemaal zo verschillend, waarom wonen en werken we dan allemaal in dezelfde gebouwen?” Hij zet zijn woorden kracht bij door enkele gewaagde projecten te tonen, waar MVRDV na enkele tegenslagen alsnog veel lof voor kreeg. Transparant en groen zijn sleutelwoorden in zijn presentatie. En dromen. “Durf te dromen, van gezondere en groene gebouwen”, drukte hij de zaal op het hart. Die droom lijkt uit te komen met het project The Valley in de Amsterdamse Zuidas. In samenwerking met Edge Technologies wordt er volgens Maasland gebouwd aan de ultieme plek waar wonen, werk, recreatie en groen samenkomen. Een groenblauwe wolk? Niets is minder waar, de oplevering staat gepland voor 2021.

  • Lubbe Lisse Groene Stad Charta Partner

    #biodiversiteit #bloembollen #Lubbe Lisse

     Bloembollen geven de Groene Stad kleur…

    Lubbe Lisse Groene Stad Charta Partner

    Als eerste bollenkweker sluit Lubbe Lisse zich als Charta Partner aan bij de Groene Stad. Het meer dan 100 jaar oude familiebedrijf heeft een toonaangevende positie verworven als kweker en leverancier van bloembollen en vaste planten. Ook buiten Nederland.

    Lubbe & Zoon B.V. levert aan overheden, scholen, universiteiten en themaparken. Niet alleen met bloembollen en vaste planten, maar ook op het vlak van landscaping heeft het bedrijf een goede reputatie opgebouwd. Voordat de keus voor de beplanting wordt gemaakt wordt grondig stilgestaan bij het klimaat, de waterhuishouding, de grondsoort, de schaduwligging enz. Dat leidt tot maatwerk bij de keus van de beplanting.

    Ronald Lubbe vormt samen met zijn neef Michael de directie. Het is al weer de vierde generatie Lubbe’s in het familiebedrijf. Ronald licht de keus voor het Charta Partnership toe.

    ‘Wij volgen De Groene Stad al langere tijd. De inhoudelijke, creatieve manier waarop De Groene Stad stelselmatig aandacht vestigt op de rol die natuurlijk groen kan spelen bij het oplossen van milieuproblemen, spreekt ons aan. In onze bedrijfsvoering houden we zoveel mogelijk rekening met duurzaamheid. Biodiversiteit bijvoorbeeld is binnen ons bedrijf al jaren een belangrijk thema. Vlinders en bijen worden met uitsterven bedreigt, maar spelen een grote rol bij het in standhouden en vergroten van de soortenrijkdom. In de keus van de bollen en vaste planten in ons sortiment is hun rol als ‘stuifmeelleveranciers’ een belangrijk punt. Dat is de bijdrage van ons bedrijf aan het helpen oplossen van vraagstukken rond de leefbaarheid van onze steden en – in het verlengde daarvan- van onze wereld’.

    De Groene Stad is blij met de toetreding van Lubbe & Zoon B.V. tot de voorhoede van het groeiende netwerk van Groene Stad Charta Partners.

     

  • Tuin helpt biodiversiteit te bevorderen

    #bijen #biodiversiteit #insecten #tuin #vlinders #vogels

    Een tuin gaat pas echt leven als er beestjes in rondscharrelen. Stadsmensen anno 2018 zijn soms geneigd elk levend wezen te zien als ongedierte dat moet worden bestreden, met soms desastreuze gevolgen. Maar gelukkig zien we steeds meer in dat enig dierlijk leven er toch echt bij hoort. Sterker nog: biodiversiteit – de verscheidenheid aan verschillende vormen van leven –  is tegenwoordig een hip thema. Voor alle duidelijkheid: niet elk dier is welkom in onze tuin. Maar hoe zorgen we ervoor dat welkome dierlijke gasten zoals egels (die trouwens onze gastvrijheid belonen door slakken te bestrijden), bijen, vlinders, vogels en allerlei andere dieren of insecten het in onze tuin naar hun zin hebben? Hoe gevarieerder de tuin, hoe beter het is voor insecten, vlinders en vogels. De basis voor een diervriendelijke tuin is dan ook goede beplanting. Met vaste planten in uw tuin is het echt mogelijk een tuin gastvrij in te richten voor insecten, vlinders, vogels en zoogdieren.

    Bijen

    Dat bloemen en bijen bij elkaar horen weet ieder kind. Maar het belang van de bijen vereist bijvoorbeeld dat ze in een tuin op verschillende momenten bloeiende planten kunnen vinden. Zo kunnen bijen doorlopend verschillende soorten stuifmeel verzamelen. Je kunt bijen een plek geven door veel verschillende soorten (vooral inheemse) bloemen te planten. Verder kunnen we onze tuin voor bijen aantrekkelijk maken door ze plekken te bieden om te nestelen. Verschillende soorten bijen nestelen op verschillende plekken nestelen. De een maakt een nest op de grond, de ander vindt dood hout, plantenstengels, slakkenhuizen of muizenholletjes. Ook bundels rietstengels, bamboe en houtblokken met gaten (bijenhotels) geven bijen een kans om te nestelen. Voor de bijen is het prettig als we voor de winter niet al te grondig de tuin opruimen, rommelhoekjes in stand laten en bijvoorbeeld plantenstengels laten staan. Hagen, struiken, planten en gazons geven de wilde bijen een grotere kans op overleving.

    Vlinders

    Vlinders zijn niet kieskeurig als het gaat om bloemen en planten. Als er maar genoeg staan, komen ze wel langs. Als verblijfplaats zoeken vlinders graag een beschut plekje op: schuren en zolders maar ook een hoop bladeren. Speciale vlinderkasten zijn vanzelfsprekend heel geschikt als gastenverblijf. Waar vlinders in elk geval op af komen is nectar. Die halen ze uit de bloemen van bijvoorbeeld de buddleja (de vlinderstruik), lavendel, hemelsleutel, herfstaster, koninginnekruid en enkelbloemige afrikaantjes. Intussen worstelen vlinders natuurlijk wel met hun vernielzuchtige  puberteit: maar weinig tuiniers zijn blij met rupsen. Maar zo lang we niet hoeven te spreken van een plaag, horen de rupsen er toch echt bij!

    Vogels

    Vogels zijn op zichzelf niet veeleisend. Veiligheid, beschutting tegen roofvogels en katten is van belang, naast uiteraard voedsel. Dat voedsel bestaat naast allerlei zaden, veelal uit diertjes, insecten bijvoorbeeld, die we naar onze tuin toe willen lokken. Zo werken we aan onze eigen biodiversiteit! Om meer en verschillende vogels in uw tuin te krijgen, is het belangrijk te kiezen voor levende materialen. Plaats dus een heg in plaats van een schutting. Ook mag de tuin niet te netjes zijn, zo behouden de vogels plekken om voedsel te vinden en te schuilen.

    De Top 5 van biodiversiteit bevorderende planten, lokkers voor bijen en vlinders:

      1. Veronica longifolia – Lange ereprijs
      2. Aruncus dioicus – Geitenbaard
      3. Thymus serpyllum – Wilde tijm
      4. Stachys byzantina – Ezelsoor
      5. Verbena bonariensis – IJzerhard
  • Gesprek met Jan Kempers manager Duurzame Ontwikkeling Heineken

    #bedrijfsterrein #bedrijfstuin #bijenlandschap #ecosystemen #groene cirkels #Heineken #Jan Kempers

    ‘Een groen en biodivers bedrijfsperceel hoeft niet duur te zijn’

    Jan Kempers is bij Heineken manager Duurzame Ontwikkeling. De Groene Stad spreekt met hem over de ontwikkelingen in en rond de Heineken brouwerij in Zoeterwoude.  

    ‘Natuur moet zeker onderdeel van de bedrijfsvoering worden, daarover zijn we het wel eens. De vraag is hoe organiseer je dat? We beseften al snel dat je alleen door samenwerking met alle betrokken partijen – in én buiten het bedrijf – verder komt’. Om deze samenwerking vorm en energie te geven, heeft Kempers de Groene Cirkels geïntroduceerd. Heineken heeft samen met Cirkelpartners in Zoeterwoude een duurzame, biodiverse en groene omgeving van de Heineken brouwerij gerealiseerd. Maar hoe ontwikkelde Heineken dit? Tijdens het interview probeerde De Groene Stad zicht te krijgen op deze unieke aanpak.

    Wat betekent volgens u een ‘natuur inclusieve bedrijfsvoering’?

    Kempers: ‘Eigenlijk spreek ik nooit van natuur inclusieve bedrijfsvoering. Voor Heineken bestaat de duurzame ontwikkeling uit vijf thema’s:

    1. Stimuleren van duurzame energie en reductie van broeikasgasemissies;
    2. Zeker stellen van voldoende en goed water;
    3. Gebruik van grondstofkringlopen, de circulaire benadering;
    4. Verduurzamen mobiliteit en logistiek;
    5. Verbeteren van de leefomgeving, het versterken van biodiversiteit.

    Deze thema’s werk ik samen uit met verschillende partijen. Doel is om de duurzame ontwikkeling in- en rondom de brouwerijen in Zoeterwoude, Den Bosch en Wijlre te bevorderen. De Groene Cirkels spelen daarbij hier in Zoeterwoude een belangrijke rol. De kennis en ervaring die we hier opdoen, gebruiken we ook voor onze vestigingen in het zuiden van het land.

    Dragen Groene Cirkels bij aan het scheppen van een duurzame en natuurrijke woon-en werkomgeving?

    ‘Voor onze producten gebruiken wij alles van het land. Heineken is afhankelijk van de natuur. Gerst, hop, water en suiker komen voort uit een natuurlijk systeem. Dat geldt voor meer bedrijven natuurlijk. We realiseren ons dat we afhankelijk zijn van de omgeving bij onze ambitie om kwaliteitsproducten te maken. Het onderkennen van de waarde van onze natuur en ecosystemen wordt dan ook steeds groter. We ondernemen vanuit een respectvolle houding ten opzichte van de natuur. Dat kun je niet op eigen kracht. Het vergt samenwerking tussen bedrijven, tussen mensen. Samenwerken en de natuur de energie die we hebben afgenomen, teruggeven’.

    Dat vergt een omslag in het denken. Hoe creëer je natuurbewustzijn?

    Door het creëren van ontmoetingsplaatsen waar externen samenwerken, innoveren, ideeën uitwisselen en de natuur centraal staat. Een Groene Cirkel is zo’n ontmoetingsplaats. Partijen werken er samen aan het aan het ‘koesteren van de ecosystemen’. De algemene doelstelling van Groene Cirkels botst niet met de individuele belangen van organisaties, van mensen. Het is de kunst ambities parallel te schakelen waardoor ze in harmonie kunnen worden gerealiseerd.

    Het gaat uiteindelijk om het kiezen van een breder perspectief. De vraag; ‘Hoe ontwikkel ik mijn bedrijf naar de toekomst?’ is onlosmakelijk verbonden met de vraag ‘Hoe wordt natuur een vast onderdeel van de bedrijfsvoering?’.

    Uw betrokkenheid is groot… 

    Zeker! Dat komt voort uit mijn overtuiging dat we de maatschappij zo moeten inrichten dat ecosystemen niet overbelast worden, maar meer waardering krijgen.

    Wat kunnen inwoners van steden en dorpen bijdragen?

    Het aanleggen van bij-vriendelijke tuinen. Tuinen waarin biodiversiteit wordt bevorderd. Al die tegels in voor- en achtertuinen… die moeten waar mogelijk weg. Daarmee vergroot je het waterbergend vermogen van de tuin waardoor de riolen worden ontlast. Je vergroot bovendien de ruimte voor natuur, voor nuttige dieren en planten. Verder kunnen burgers lokale bestuurders en politici in hun gemeente ervan overtuigen dat vergroening belangrijk is om onze milieuproblemen te tackelen. En dat op aanleg en onderhoud van groen in onze steden en dorpen niet mag worden bezuinigd’.

    Natuurvriendelijke bedrijventerreinen, steden en dorpen?

    Het creëren van natuurvriendelijke omgevingen is een mooi en belangrijk verhaal. En het hoeft niet duur te zijn! Het ecologisch beheer van natuur op een bedrijfsperceel kost in verhouding tot een designtuin veel minder tijd en geld. Dat geldt ook voor de tuinen van mensen. Het meest belangrijke is het koesteren van de ecosystemen, breng het besef terug dat waardering van de natuur van belang is voor het vergroten van de kwaliteit van het leven en voor de toekomst van onze aarde.

    Een opsomming van de duurzame bedrijfsvoering van de Heineken Brouwerij Zoeterwoude:

    • 4 windturbines op het brouwerijterrein die 40% van de elektriciteit opwekken;
    • Kade aan de Oude Rijn laten maken, zodat de mout over water aangevoerd kan worden (180.000 ton per jaar);
    • Met overheden het Alpherium (inlandse containerterminal) gerealiseerd, zodat de het exportbier over water naar de diepzeehavens vervoerd kan worden;
    • Ledverlichting in magazijnen;
    • Het produceren van biogas uit eigen afvalwater;
    • Samen met Groene Cirkels een Groene Corridor gestart, dit is een klimaat neutrale schone pendel van containers tussen onze brouwerij en de havens van Rotterdam en Antwerpen. Zie de video voor meer informatie: https://vimeo.com/223425088

  • De Groene Stad neemt deel aan het platform Groene Steden voor een Duurzaam Europa

    #duurzaamheid #ENA #europa #Green Cities #Sustainable

    Kent u de website van ons Europese Platform ´Green Cities for a Sustainable Europe´ al? De Groene Stad maakt onderdeel uit van dit platform en hier kunt u veel relevante en nuttige informatie vinden van de deelnemende Europese landen.

    Ook de Europese Unie vindt dat urbanisatie en klimaatverandering vragen om nieuwe oplossingen voor de leefbaarheid in steden. Zij hebben daarom dit project dan ook medegefinancierd. Juist ook omdat openbaar groen een positief effect heeft op biodiversiteit , klimaat, welzijn en luchtkwaliteit. Dit zorgt ervoor dat steden betere plekken worden om te wonen en te werken.

    Het platform ´Green Cities for a Sustainable Europe´ biedt kennis op basis van wetenschappelijk onderzoek, innovatieve ideeën en technische achtergrond, om vergroening van openbare ruimten te bevorderen. Dit is onderverdeeld in de thema´s gezondheid, klimaat, economie, biodiversiteit en sociale cohesie.

    Green Cities for a Sustainable Europe is een initiatief van de ENA (European Nurserystock Association) en boomkwekerij organisaties uit België, Bulgarije, Denemarken, Duitsland, Engeland, Frankrijk en Nederland.

    Klik hier voor de website https://nl.thegreencity.eu/

     

  • De bomen en planten voor het Trudo Vertical Forest

    #bomen #Bosco Verticale #bostoren #trudo vertical forest #vertical forest

    In Eindhoven gaat in 2019 het eerste ‘Vertical Forest’ van Nederland verrijzen. Architect Stefano Boeri, inmiddels internationaal bekend van de groene woontoren in Milaan, kreeg van woning-coöperatie Sint-Trudo de opdracht om voor Strijp-S een groene woontoren te ontwerpen. Het wordt de eerste ‘bostoren’ die bestemd is voor sociale woningbouw en het gebouw krijgt zijn groene uiterlijk door XL plantenbakken bij de balkons van ieder appartement. Deze worden beplant met bomen, struiken en vaste planten en door de hoeveelheid en de maat van de beplanting zal er een geheel nieuwe, verticale groenstructuur ontstaan. Een zeer innovatieve vorm van stedelijke ontwikkeling die naadloos aansluit bij de urgentie om steden te vergroenen.

    Uiteraard vraagt het concept om goed doordachte technische oplossingen want een dergelijke groeiplaats is van nature zeker niet optimaal. In de aanloop naar de realisatie van de bostoren in Milaan zijn daarom veel tests en onderzoeken gedaan met betrekking tot de groeiomstandigheden van de bomen. Er werden windtests gedaan en er is onderzocht in welk grondmengsel bomen zich het beste kunnen vastzetten. Alles werd in het werk gesteld om ervoor te zorgen dat de juiste condities voor gezonde groei konden worden gegarandeerd. De resultaten in Milaan zijn tot nu toe zeer bemoedigend en de bewoners zijn voornamelijk zeer positief over hun groene omgeving.

    In Eindhoven zullen in totaal 136 bomen worden geplant op de verschillende woonlagen. In overleg met landschapsarchitect Laura Gatti en de groenaannemer is gekozen voor een min of meer inheems en sterk assortiment om het bos de allerbeste groeikans te geven. Uiteraard is er ook gekeken naar diversiteit in bladkleur, bladvorm en bloei voor een aantrekkelijk beeld. De plantlijst omvat o.a.

    • Cornus mas, gele Kornoelje, geel bloeiend, zeer vroegbloeiend
    • Acer campestre, veldesdoorm, mooi gelobd blad, zeer sterke boom
    • Cotinus coggygria ‘Royal Purple, rode pruikenboom, donkerrood blad, bloeit met pluimen
    • Prunus yedoensis, sierkers, zeer rijk wit bloeiend
    • Sorbus Dodong, lijsterbes, witte bloei en rode bessen (vogels) in het najaar
    • Prunus serrula Branklyn, sierkers, mooie dieprode afschilferende stammen, mooi zichtbaar in de winter
    • Pyrus salicifolia ‘Pendula’, sierpeer, hangende takken, grijsgroen, beetje viltig blad
    • Amelanchier lamarckii, krentenboompje, dankbare boom/struik; witte bloei in voorjaar, rode bessen (vogels) in nazomer en een mooie herfstkleur
    • Amelanchier ‘Ballerina’, krentenboompje, als de soort maar met meer bessen en fijne takstructuur.
    • Parrotia persica, Perzisch ijzerhout, grillige groeiwijze, prachtige herfstkleuren van oranje tot dieppaars

    In het voorjaar van 2018 zijn alle bomen bij de boomkwekerijen uitgezocht. Deze zijn daarna direct gerooid en voorzien van een ‘airpot’.  De bomen blijven twee jaar bij de kweker op het speciaal ingerichte veld aan de druppelleiding staan, totdat het project zover is gevorderd dat de bomen kunnen worden geplant. Door de bomen vooraf te rooien en op ‘airpot’ te zetten, raken deze de verplantingsstress op de kwekerij al kwijt. De kluiten kunnen goed doorwortelen want de airpots stimuleren de aanmaak van fijne haarwortels. Daarmee is een goede hergroei in de bakken van het ‘Vertical Forest’ gegarandeerd. Om de bomen ook op termijn in hun behoefte te voorzien hebben alle beplantingsbakken een automatisch gestuurd bewateringssysteem. Sensoren monitoren de waterbehoefte en zorgen dat tijdig water wordt gegeven. Ook voor het onderhoud is een passend plan in de maak, zodat de bomen in de toekomst een gezonde groei zullen laten zien.

  • Biodiversiteit op bedrijventerreinen

    #bedrijventerreinen #biodiversiteit #insectenhotels

    Biodiversiteit kan beknopt gedefinieerd worden als een gevarieerde natuur met veel planten- en diersoorten. Hoewel het inzetten op een bedrijventerrein met veel biodiversiteit in eerste instantie misschien niet de meest voor de hand liggende keuze lijkt, kleven er niettemin tal van voordelen aan! Bijvoorbeeld:

    – Van een kwalitatief hoogwaardig bedrijventerrein is het bekend dat het fungeert als een visitekaartje naar klanten en zakenpartners. Biodiversiteit kan een enorm effectieve wijze zijn op de kwaliteit van een bedrijventerrein te verhogen, en hiernaast ook nog eens een overtuiging tot duurzaam ondernemen onderstrepen!

    – Een groene werkomgeving is gezond. Zo hebben mensen minder last van stress en depressies in een groene werkomgeving, en wordt beweging door een dergelijke omgeving gestimuleerd. Dit betekent weer een hogere arbeidsproductiviteit en een vermindering van het aantal verzuimdagen.

    – Consumenten spenderen meer tijd én geld op groene (retail)terreinen, en het beheer van natuurlijke terreinen is vaak goedkoper dan conventioneel groenbeheer.

    Zorgen voor de aanwezigheid van biodiversiteit op een bedrijventerrein hoeft niet moeilijk te zijn. Wanneer de juiste omstandigheden maar worden gecreëerd, ontstaat het vaak vanzelf. Er zijn verschillende wijzen waarop een bedrijventerrein biodiverser kan worden gemaakt. Bijvoorbeeld door middel van:

    – Het aanwezig laten zijn van bloemrijke bermen en percelen, gecombineerd met zogenoemde ‘insectenhotels’. Vlinders zullen hierdoor bijvoorbeeld waarschijnlijk in ruime mate op het bedrijventerrein aanwezig zijn.

    – Het kiezen voor groene erfafscheidingen, zoals hagen of houtwallen, in plaats van (ijzeren) hekken.

    – Het aanplanten van natuur dat eetbare zaken voortbrengt, zoals vruchtbomen of een moestuin.

    Dit zal zoals gezegd niet alleen een positieve rol kunnen spelen bij de arbeidsproductiviteit, het ziekteverzuim, en de (directe) verkoop, maar kan ook fungeren als een visitekaartje, waaruit uw overtuiging tot duurzaam ondernemen blijkt!

    Klik voor innovatieve praktijkvoorbeelden van hoe biodiversiteit kan worden ingebracht op bedrijventerreinen, op de volgende link:

    – Best Practices https://nl.thegreencity.eu/best-practices/

  • Biodiversiteit begint bij gevarieerd groen in de stad

    #biodiversiteit #bomen #Bomen en planten #planten

    De stad is bij uitstek de plek voor meer flora en fauna in Nederland. Er liggen daar volop kansen voor inrichting van verschillende leefgebieden. Of het nu gaat om wild begroeide gebieden of fijn afgestemde beplantingen, natte oeverzones of een verticaal bos langs de gevel van hoogbouw. De plant heeft hierin de sleutelpositie. Biodiversiteit begint bij gevarieerd groen. 

    In de stad staat de biodiversiteit onder druk door de sobere inrichting van de buitenruimte, efficiënt en traditioneel beheer en versteende tuinen waardoor groen verloren gaat. Toch ligt dáár juist een kans om het tij te keren.

    Sleutelpositie Plant

    De plant heeft de sleutelpositie. Een rijk insecten- en dierenleven begint bij gevarieerd groen. Vooral bomen, bloembollen, heesters en (vaste) planten die bestuivende insecten aantrekken zijn belangrijk voor de biodiversiteit. Deze insecten houden de botanische rijkdom in stand. Ze zijn een belangrijke schakel in het ecosysteem. De planten en de insecten zijn op hun beurt een voedselbron voor vogels en andere dieren.

    Kleine Ingreep, Groot Effect

    Wat insecten en dieren nodig hebben, verschilt niet zoveel van onze behoeften: voldoende eten, een veilige woning en een geschikte leefomgeving. Het liefst zo gevarieerd mogelijk en niet ver van elkaar verwijderd. Dan vindt elke soort wat van zijn gading. “Met relatief kleine ingrepen in beheer kan er al veel bereikt worden voor de biodiversiteit zonder hoge kosten”, zegt Joop Spijker, senior onderzoeker team Vegetatie, Bos – en Landschapsecologie bij Wageningen Environmental Research. In bermen of andere grasvegetaties ontstaat een bloemrijke berm als je minder frequent maait, niet alles tegelijk maait en het maaisel na enkele dagen weghaalt. Hoeveel je moet laten staan, hangt af van waar het ecologisch te beheren groen ligt. In de stad waar meer kleinere biotopen zijn, is de vuistregel dat je 10% van het hele gebied in de winter laat overstaan zodat insecten en kleine dieren daar hun toevlucht kunnen zoeken.

    Klaarzetten voor Natuur

    “Bij aanleg van nieuw groen kun je een gebied zo inrichten dat je het klaarzet voor natuurlijke processen”, aldus Spijker. Dat betekent dat je de bodem niet verrijkt door standaard teeltaarde te gebruiken, maar dat je uitgaat van de oorspronkelijke bodem of juist zorgt voor een schrale bodem en geleidelijke overgangen. Een zandige bodem is een goede uitgangssituatie voor een kruidenrijke vegetatie. Natte terreinen kun je gebruiken om natuurlijke vijvers met een geleidelijke overgang van oeverplanten en rietkragen naar drogere plekken te creëren. Maar ook gevarieerde hagen met vruchten en een geleidelijke overgang tussen grasvegetatie en een bomenrij is belangrijk voor de soortenrijkdom. In stedelijk gebied liggen op het dak nog ongebruikte kansen voor natuur. Net als langs de gevel.  In de factsheet ‘Groen: meer dan mooi en gezond’ uit het programma Groene Agenda staat dat de stad al een goed leefgebied kan zijn voor vlinders en (wilde) bijen als 10% van het oppervlak voorzien is van gevarieerd groen. Deze flora moet dan wel verspreid door de stad liggen, zodat ze van plek naar plek kunnen vliegen,

    Van Nature en van Verre

    De biodiversiteit heeft het meeste baat bij planten die van nature in Nederlandse gebieden voorkomen. Sommige wilde bijen bijvoorbeeld vliegen alleen op heel specifieke plantensoorten. Toch betekent dit niet dat je alleen inheems sortiment moet aanplanten. Gecultiveerde bomen en planten kunnen het bloeiseizoen verlengen, waardoor insecten langer van voedsel worden voorzien. De welbekende vlinderstruik is oorspronkelijk niet inheems. Toch zijn de vlinders er dol op.

    Wat van belang is bij toepassing van uitheemse soorten is dat ze voldoende nectar en stuifmeel bieden. Ook heeft bij het uitzaaien van wilde planten het absolute voorkeur om zaad van Nederlandse soorten te nemen en niet van varianten uit andere klimaatzones. Deze zijn vaak minder geschikt voor de insecten en kunnen de oorspronkelijke soorten wilde planten verdringen.

    Cultuursoorten zorgen voor fleur en kleur in stadskernen, op rotondes en parken. En dat wordt gewaardeerd door de inwoners. Joop Spijker: “Biodiversiteit maakt mensen blij.” Wat mooi is, willen mensen mooi houden. Dat scheelt zwerfafval. Bij een aantrekkelijke, stedelijke leefomgeving voor mens, insect en dier gaat het dus om de balans tussen inheemse en gecultiveerde soorten.

    Verticaal Bos

    Het Trudo Vertical Forest in de Eindhovense wijk Strijp-S is een voorbeeld van een innovatieve toepassing van stedelijk groen die de biodiversiteit verhoogt. Het verticale bos is een ontwerp van de Italiaanse architect Stefano Boeri. De groene woontoren krijgt 125 sociale huurwoningen met elk een balkon en twee grote plantenbakken. Straks groeien daar 125 volwassen inheemse bomen en 5.200 struiken en planten in grijs- en roodtinten. Brenda Swinkels is als groenadviseur betrokken bij het project. “We hebben gekozen voor variatie in sterke boomsoorten die in een bak kunnen groeien, windbestendig zijn en ziekteresistent. Acer campestre, Amelanchier lamarckii, Sorbus ‘Dodong’, Prunus x yedoensis en Cotinus coggygria ‘Royal Purple’ zijn soorten die straks de gevel in het groen zetten. Voor Swinkels is het duidelijk: “We moeten zo langzamerhand af van het traditioneel bouwen en de natuur terugbrengen in de stad.”